


Vanaf Auberge du Haag zijn we naar het noorden gereden over de route des Crêtes. Een rechtstreeksere weg naar het dal en Munster sloegen we over en kozen voor de omweg langs het ski-oord van de Kastelberg enkele kilometers naar het noorden. Genietend van de prachtige vergezichten en af en toe verstoord door de tegemoet komende eng scheurende motoren die de route eerder zien als een racecircuit. Scheef hangend, nemen ze soms nogal krap de bochten, waar wij met onze camper proberen zo goed mogelijk rechts te houden, om ze niet frontaal op de motorkap te krijgen. Het viel ons op dat het traject toeristischer werd naarmate we noordelijker kwamen. Hier en daar zagen we de palen van skiliften in de weidehellingen staan. Nu, in de zomer, is de weide het domein van de in het vorige blog beschreven Vosgiennes, de bergkoeien met hun gevarieerde zwart-wit getekende flanken als bewegende schilderijtjes in het groene landschap.


Eenmaal afgeslagen van de route des Crêtes daalden we geleidelijk af naar het dal van Munster en Colmar. Een lange afdaling met talloze bochten door een voortdurend wisselende omgeving met rotsachtige steile wanden en bossen. Munster leek een interessant plaatsje, maar we maakten de keus om eerst de camping even voorbij Munster te gaan opzoeken. In Gunsbach vonden we ‘Camping Le Beau Rivage’ aan de Fecht, een riviertje dan vanuit de bergen door het dal richting Colmar stroomt. We hadden in de camping de keus om zelf een plek te zoeken. Dicht bij het klaterende riviertje vonden we een schaduwrijke plek onder de bomen. Het was nog steeds erg warm, de lucht vochtig en klam vanwege het naderende onweer. Het idee om met de fietsjes naar Munster te rijden kwam er niet van, omdat bij het boodschappen doen bleek dat mijn eovolt fietsje niet deed wat hij moet doen. Iets met de elektrische ondersteuning, waardoor ik het gevoel had in een schommelstoel te fietsen en telkens schoksgewijze duwtjes kreeg.
Het uiterst vriendelijke en zorgzame echtpaar van de camping had bij de receptie een kleine eetgelegenheid. De man maakte voor ons twee heerlijke verse flammkuchen, geserveerd met een salade en een glas cremant d’Alsace. Toen in de middag daarvoor de elektriciteit uitviel bij de camper kwam de man op zijn Solex het mankement fixen.




Het voorspelde onweer en de regen met windvlagen zorgde voor een dikke laag naaldboom-bloemknoppen op alles, wat ons deed besluiten om naar een meer open plek te verhuizen. Het weer zou in de komende dagen verder verslechteren. Daarom besloten we om eerder richting huis te gaan. Dat Nienke ooit als 16 jarig meisje als au pair in Obernai een maand op Franse kindjes had gepast maakte de keus voor een tussenstop gemakkelijk. Obernai is een toeristische plek. Het oude deel van het stadje is deels ommuurd. Wandelend naar het centrum werden we verleid om een stukje kaas te proeven aangeboden door een charmante dame die bij de voordeur van de kaaswinkel stond. Kaas als wagenwielen die in de winkel onder de naam Tomme uitgestald lagen. Als kaasliefhebber en prijsbewuste consument vroeg ik wat die zeer lekkere kaas dan wel kostte. Ik hoorde ‘16 euro per kilo’ en dacht ‘dat is niet duur’. Het bleek’ 60 euro per kilo’ (sic) te zijn. De melding dat je het niet hebt verstaan is wel wat gênant om botweg te zeggen dat je de kaas dan toch maar niet wil kopen, nadat ik eerst had aangegeven hem heel erg lekker te vinden. Het dunste stukje dat de charmante dame op mijn aandringen nog heel had kunnen afsnijden, bleek 22 euro te kosten, maar ja, dan heb je ook wat….De meeste Tomme komt uit de Franse Alpen, uit de Savoie. Ik vond hem qua smaak lijken op een oudere Comté kaas uit de Jura, ook erg lekker…..
Waar Nienke in Obernai au pair was hebben niet meer kunnen achterhalen. Leuk plaatsje om even te bezoeken al waren op maandag veel winkels dicht.



De volgende stop was Ahrweiler langs de Ahr een riviertje dat heeft huisgehouden in het Ahrdal tijdens een verwoestende overstroming in 2021. Nog steeds zijn de gevolgen te zien. Het leuke volledig ommuurde vestingstadje met vele vakwerkhuizen en de mooie st. Laurentiuskerk vonden we zeker de moeite waard.



Buien onderweg naar Sneek hebben de camper voorgewassen. In Steenwijk heeft ze nog een shampoo nabehandeling gekregen. Ze glimt weer en mag voorlopig even rusten op de veemarkt achter ons huis…

























































































































