Lentekriebels, varen en koud op weg.

Drenthe

De pen heeft best lang in de la gelegen. Veel inspiratie om te schrijven had ik niet. Maar sinds kort begint het weer te kriebelen met het camperleven. Als stimulans: 3 dagen naar Twente met zoon en schoondochter en hun camper was al een aangename ervaring. Fietsen en wandelen in fris ontluikende groen, heuvels op en af, tussen de karakteristieke boerderijen met deels uit hout bestaande voorgevels, meestal naast een door bos omzoomd weiland, of akker. Er werd druk gras gemaaid en gehooid en op de akkers piepten de eerste groene steeltjes getooid met een enkel blad omhoog uit de rijen donkere aardestroken.

In de afgelopen maanden is de camper verlost van nog wat kleine mankementen, een lekkende kraan in de badkamer en een accu die in de opslag te snel leegliep. Wat er aan spullen in de camper lag hebben we nog eens aan een kritische blik onderworpen. Is dat ding in de bergruimte nu echt nodig, of is het misschien toch wel praktisch om mee te nemen? Welk dekbed gaat mee, het dekbed voor de herfst voor als het kouder wordt, of toch maar niet, omdat het vast te warm wordt? Beslissingen nemen over allerhande kleine zaken, die bij gemis groot blijken te zijn…

Vaste plannen voor de geplande 6 weken hebben we niet. Dus eerst maar gewoon wegrijden uit Sneek. In het hoofd dolen gedachten aan oude stadjes, mooie wandelgebieden, bergen, natuur en kleinschalige camperplaatsen. En niet te minachten; supermarkten, lokale bakkers, een leuk restaurantje of een terras onderweg.

In Sneek hebben we Koningsdag en 5 mei achter de rug. Tegen de achtergrond van het wereldgebeuren probeer ik me wat op afstand te houden van alle narigheden, me al te bewust van hoe zeer het me raakt en me somber kan maken. Alles los laten en me geen zorgen maken zal ik nooit leren, al weet ik dat invloed hebben op dat wat in groter verband om me heen het leven bepaald, niet meer is als een kruimeltje suiker toevoegen aan het bakken van de taart.

Milieutechnisch zou je kunnen zeggen dat op stap gaan met de camper, voorzien van een set zonnepanelen die de stroom behoefte dekt, minder schadelijk is dan in een huis wonen, dat verwarmd wordt met gas en veel elektriciteit gebruikt. Of dat echt klopt weet ik niet, ik hoop van wel. In ieder geval gaan we dankzij de ‘in grote wijsheid handelende’ president in het westen, door de oorlog met Iran meer geld uitgeven voor een litertje diesel. Verre reizen en veel diesel verstoken zit er dit jaar niet in, maar het is een meevaller voor moeder aarde.

Dordrecht is een mooie oude stad en het bezoek aan het Dordts Museum ( tentoonstelling van Turner) de moeite waard.

Blik op Dordrecht door Wiliam Turner

Een oud plan hebben we opgevat om naar Dordrecht te gaan en van daar met de waterbus naar Rotterdam varen om het museum Fenix te bezoeken. Ooit waren we er met onze Friendship en de Friendship van vrienden op doorreis naar Zeeland. Wachtend op een opening van de brug voor ons zeilschip aten we met onze twee vrienden een geïmproviseerde risotto, aan boord. Jaren later bezochten we de binnenstad. Samen met andere vrienden lagen we in de haven met 2 motorboten.

Staand op de Camperplaats bij de Westergoot-haven, was de verleiding om weer even te varen groot. Met de snelle waterbus waren we in een uur in Rotterdam. Afmeren aan de kade bij de Erasmusbrug en dan op onze fietsjes naar Fenix. Het gebouw is een indrukwekkend staaltje architectuur dat het meest lijkt op een in wonderlijke kronkels getordeerd slakkenhuis van glas en glimmend roestvrij staal. Het museum belicht het al eeuwen, en ik denk, nog veel langer bestaande fenomeen van migratie. Kunstwerken van diverse kunstenaars uit de hele wereld staan verspreid in een grote hal op de eerste verdieping. Op de begane grond zijn twee indrukwekkende zalen. Een zaal met honderden koffers, waar bij enkele koffers via het scannen van een label met een audiotoestel een kort persoonlijk verhaal wordt verteld alsof het verhaal afkomstig is van de eigenaar van de koffer. De andere zaal hangt vol met indrukwekkende foto’s van migranten en vluchtelingen; soms mansgroot.

Het was mooi weer in Dordrecht. De nacht en de dag erna sloeg het weer om, van zonnig naar nattig en koud.

Van Dordrecht koersten we in zuidoostelijke richting België in over slecht onderhouden wegen. De gaten in de weg produceerden in de camper een orkestraal geluid van rammelende huisraad. In de Belgische Kempen verdwaalden we. Geschikte plekken om onze camper en ons zelf een aangenaam verblijf te gunnen bleken lastig te vinden. Te winderig, te drassig, te lawaaierig of met een te onaantrekkelijk uitzicht om er in de regen binnen in de camper een dag door te brengen. Uiteindelijk belandden we op een omheind weiland bij de Gruitroderheide tussen een paar ezels, die onze camper wellustig gebruikten als wand om eens lekker tegen aan te schurken. Het gewiebel van ons rijdend huisje weet ik aanvankelijk aan de wind, maar die lag al een poosje….. De avond valt, het is koud en winderig, de komende dagen zullen niet veel aangenamer weer opleveren. Het is stil. Twee ezels staan naast onze camper in de luwte onder de eikenbomen, een derde ligt een paar meter verder op de grond. Slapen ezels ook staande? Hun oren draaien voortdurend ondanks hun gesloten oren, waakzaam….