This is the post excerpt.
Paddestoelen

Op de Schaopedobbe bij Elsloo is de paarse kleur van de bloeiende heide die we een paar weken geleden nog zagen op de Lünenburger heide verdwenen en veranderd in een diepbruine kleur. De droogte van de laatste tijd heeft een deel van de heideplanten geen goed gedaan. Verspreid tussen de bruine heide planten staan pollen heldergroen kraaiheide die het blijkbaar gered hebben. Opvallend is wel dat de dobbe, de waterplas, nog redelijk gevuld is met water.
We zien maar weinig paddestoelen, slechts een enkele aardappelbovist naast het pad. Bovisten kunnen zo lekker ontploffen als ze rijp zijn waarbij ze een wolk zwart stuifmeel uitblazen als je er op trapt. Een alleenstaande parasolzwam die ik fotografeerde stond er fraai bij. Een andere was al aangevreten. Ze zijn eetbaar, al heb ik me er nooit aan gewaagd. Te makkelijk zijn ze te verwarren met de soms licht giftige knolparasolzwam en de zeer zeldzame giftige groenspoorparasolzwam. Van beide kun je behoorlijk gaan braken en aan de diarree geraken.

De groene knolamaniet is zo’n beetje de giftigste paddestoel ter wereld, de gladde hoed en de groene kleur zou je al moeten waarschuwen er van af te blijven.

Als knul van 16-17 jaar woonde ik met mijn ouders en broer in Hattem bij het bos ten zuiden van het dorp. Ik ontdekte dat er paddestoelen stonden, met mooie donkerbruine gladde hoeden en ruige stelen die lichter van kleur waren. De onderkant van de hoed had geen lamellen maar zag eruit als een spons met kleine gaatjes. Als je er op drukte werd de spons een beetje blauwig groen. Ik heb het hier over de kastanjeboleet. Na wat speuren in een boek over paddestoelen ontdekte ik dat ze meestal eetbaar waren. Het bekende eekhoorntjesbrood dat er anders uitziet zou het lekkerste zijn maar die vond ik daar niet. Er is maar één boleet die je beter niet kunt eten. De satansboleet is niet extreem giftig maar je kunt er behoorlijk misselijk en ziek van worden met braken en diarree. Hij heeft meestal een onregelmatig gevormde witgrijzige hoed en de onderkant is roodachtig. De heksenboleet lijkt meer op de kastanjeboleet. Hij heeft eveneens een donkerbruine hoed, maar anders dan van de kastanjeboleet is de steel roodachtig en is hij eveneens niet giftig.
Al jong geïnteresseerd in alles wat eetbaar is, heb ik een aantal van die kastanjeboleten geplukt en meegenomen naar huis. Omdat ik geen idee had, hoe je die moest bereiden, heb ik ze na schoonmaken onder de ogen van mijn enigermate bezorgde moeder in een pan gemikt met wat water. Het resultaat oogde niet alleen smerig, het smaakte als een stoofpot glibberige slakken in eigen slijm. Pas jaren later ontdekte ik dat je deze paddestoelen in grote stukken op hoog vuur moet bakken of pas kunt gebruiken na een droog proces, geweekt in een stoofpotje met vlees. Wat de smaak betreft geef ik de voorkeur aan gedroogde stukken eekhoorntjesbrood, beter bekend onder de Italiaanse naam ‘porcini’. Lekker als toevoeging in een stoofpot na ze eerst te hebben geweekt. Verse porcini zijn bijna nooit te koop in Nederland. In Frankrijk en Italië liggen ze in het seizoen gewoon op de markt.






In Hattem, gaat het verhaal, dat een gezelschap aan de zelfgezochte paddestoelen begon in een feestmaal met wild. Voor de zekerheid had de gastheer de hond er wat van gegeven, die, nadat ze er lekker van gesmikkeld had, zich tevreden in haar mand nestelde. Gerustgesteld ging het gezelschap na de borrel ter tafel om al dat heerlijks tot zich te nemen. Tijdens het toetje begon de hond onrustig te bewegen en te piepen. Het gezelschap, bestaande uit meerdere personen, verontrust door het gedrag van de hond, heeft zich toen naar het ziekenhuis gespoed, waar allen een maagspoeling ondergingen met een slang door de keel tot in de maag. Het is bepaald niet plezierig om kokhalzend een tuinslang door te slikken om vergiftiging of erger te voorkomen.
Bij terugkomst in huis bleek de hond bevallen van enkele schattige puppy’s…..
Op campingplaats de Kale Duinen is het goed toeven, nog één dag mooi weer. Onze trip naar het Teutoburgerwoud en Twente krijgt een waardig afscheid in dit fraaie landschap van het Drents Friese Wold.
De paddestoelen die we bij de Lidl in Duitsland kochten waren cantharellen, erg lekker, gebakken in wat boter eventueel met wat spek door de pasta….

(Behalve de foto van de parasolzwam die ik laat zien zijn de foto’s van de andere paddestoelen van het internet geplukt.)

Regenachtig weer, Museumweer

De Eider
25 augustus
We dachten in de buurt van Tönning een mooie plek te hebben gevonden, maar het bleek een modderige plek tussen de bomen te zijn, pal voor de voordeur van de zijingang van een – op het plaatje mooi ogend – groot landhuis met een breed gazon. Op dat mooie gazon mochten we niet staan. Daarom zijn we haastig weer vertrokken.
Bij de Eider, de rivier die we jaren geleden met vrienden stroomafwaarts bevoeren, vonden we een gratis camperplek, vlak bij het dorpje Lunden. Het stond er vol, maar achter bij het hek was nog plek. Via een pad liepen we zo naar de vervallen steiger, die vroeger diende als platform voor badgasten of zwemfanaten. Dit deel van de Eider is getijdewater, en het verschil tussen eb en vloed bedraagt zo’n twee tot drie meter. Destijds lagen we met ons zeilschip in de haven van Tönning bij eb vrijwel droog, vast in de modder. De naastliggende dijk was het domein van koeien, jonge stiertjes en jonge dames, die nog nauwelijks interesse in elkaar toonden.
26 augustus
Vandaar reden we naar Seebüll, waar we het museum van Emil Nolde bezochten. Vijftien jaar geleden waren we er ook al. Het complex is behoorlijk gemoderniseerd. De tuin bij het oude woonhuis is een bloemenfestijn.






Het is opmerkelijk dat in de film over deze schilder zijn naziverleden niet meer ondergeschoffeld wordt, zoals dat vroeger gebeurde. Dat roept de discussie op of je een kunstenaar die prachtig werk maakte, maar fout was in de oorlog, wel een podium mag geven in de vorm van een museum. Zelf heeft hij nooit toegegeven dat hij fout zat met zijn antisemitische gedachtegoed. Toen Hitler zijn werk tot ‘entarte Kunst’ liet verklaren, nam hij alsnog geen afstand van het nazisme. Zijn aquarellen zijn prachtig: het kleurgebruik is verfrissend en modern.






Na de middag reden we naar Rudbøl, een plaatsje net over de grens in Denemarken. Het landschap imponeert door leegte, weinig bomen en kleuren van geel tot oker en bruin. De Waddenzee ligt op loopafstand van het museum. De camping oogde verwaarloosd, en de prijs voor een overnachting was veel te hoog. Toch gaf de optie voor een lange warme douche, om je haar en onderbroeken te wassen, de doorslag. We hadden weinig zin om nog naar iets anders te zoeken.
27 augustus
Ribe
Volgens de gidsen moesten we Ribe bezoeken: een oude stad die via een riviertje verbonden is met de Waddenzee en ooit een belangrijke haven was. Aardig, maar veel te toeristisch naar mijn smaak. De romaanse kerk met muurschilderingen en gebrandschilderde ramen van Carl-Henning Pedersen – die behoorde tot de Cobra-groep, net als Appel, Corneille, Constant en Asger Jorn – was het bezoek meer dan waard.






28 augustus
Vlak na de middag parkeerde een camper vlak naast ons met drie gillende kinderen. De jongste was het niet eens met zijn ouders en deed er luid krijsend een schepje bovenop. Voor ons een reden om toch maar eerder weg te gaan, en dat deden we.
Aangekomen in Herning had ik bijna 112 gebeld, omdat er naast de parkeerplaats in de buurt van het museum dat we wilden bezoeken een UFO was geland. Het bleek een kunstwerk te zijn met een naam: Elia.

Voor de trap van dit buitenaards ogende ronde zwarte geval staat een kar met het opschrift Nordic Sub, een duikbedrijf. Wat moet een duiker in deze merkwaardige halve zwarte bol met vier schoorstenen? Zit er misschien water in? Het ontgaat me wat de kunstenaar met dit zwarte object bedoelt. Ik mis een bordje ernaast. Wikipedia beschrijft het kunstwerk als een symbool voor de verbinding tussen hemel en aarde. Imposant, dat wel. Je gaat erover nadenken wat erin zit als het geen water is.
Naast het grote parkeerterrein waar we staan, ligt aan de andere kant van de weg een dependance van de universiteit van Aarhus. Het museum van Carl-Henning Pedersen en zijn vrouw Else Alfelt, en het Heart Herning Museum of Contemporary Art liggen ernaast en tegenover. De campus is groot. De verschillende disciplines zitten in los van elkaar staande witte gebouwen, allemaal in dezelfde stijl. Je krijgt de indruk van een witte stad. Iets oostelijker vinden we een groot rond veld met tientallen beelden van verschillende kunstenaars. In de miezerige regen hebben we er maar een paar van goed bekeken.
Het te verwachten onweer en de bakken met regen moeten nog komen of zijn langs ons heen geglipt. Slechts twee campers wagen het om hier de nacht door te brengen, waarvan wij er één zijn.
29 augustus
De schilderijen van Carl-Henning Pedersen ogen consequent als visioenen van een getormenteerde mens, met grote energie geschilderd in woeste kleuren. Daarentegen zijn de schilderijen van zijn vrouw Else Alfelt meer geïnspireerd door de natuur en geometrisch gerangschikte patronen. Gefascineerd, maar ook wat geschokt, verlieten we het museum van deze twee veelmakers op het doek.






In het landhuis in zuid Frankrijk dat het echtpaar van Karel Appel had gekocht om er een aantal jaren te werken, werd 40 jaar later een schat aan zo’n 1000 werken op zolder gevonden, opgerold in papier, deels aangetast door lekkage van het dak.
Het museum aan de overkant, het Heart Herning Museum of Contemporary Art, is op zichzelf al een architectonisch boeiend gebouw. De expositie was een mengeling van werk van meerdere kunstenaars, meest van conceptuele aard. Je moet ervan houden; ik kom niet verder dan een glimlach of verwondering over het idee.

Ostfriesische avonturen
Onder de lindeboom, naast twee Duitse campers, vragen we ons af of het wel slim is hier te blijven staan. Lag er op de auto naast ons huis in de Stationsstraat niet vaak een laagje plakkerige honing van de lindebloesem? Zou het niet handig zijn om even te kijken of de boom misschien nog in bloei is? Stomme aanname, in de tweede helft van augustus. Lindebomen bloeien niet in augustus. De bloesems zijn inmiddels zaadjes en tikken op het dak van de camper in de vlagerige wind.

De gratis plek voor campers in Leer bevalt ons wel. Onze eerste stop op weg naar Denemarken ligt midden in de stad, vlak bij het oude centrum. Jaren terug meerden we samen met onze vrienden van de Sierd Hiddes met de Ninemarit af in de haven, nadat we vanaf de Eems via een sluis de stad waren ingevaren. Vreemd om nu vanaf het land de stad binnengereden te zijn.




De buren naast ons, een oude schipper en een jongere man, van wie ik niet weet wat hij doet of deed, waren bezig koffie te zetten. Op de ouderwetse manier: losse gemalen koffie in de koppen en daar kokend water op gieten. Mijn opmerking dat er Kuchen bij hoort, werd prompt beloond met het aanbieden van een amandelkoek, die ik beleefd afsloeg. Door hun platte Duits en mijn slechte gehoor kon ik hen slecht verstaan. De schipper — één prominente voortand in zijn mond onder een overhangende gelige snor — kwam uit Kappeln, aan de rivier de Schlei, aan de oostkant van Sleeswijk-Holstein, waar we ooit met de Ninemarit een nacht hebben gelegen. “Drei Tage” mocht je hier in Leer gratis staan, zei de schipper, maar als het er dertig waren, was het ook goed.



Leer heeft een verrassend aardige Altstadt met allerlei leuke winkeltjes. De meeste Duitsers zaten op het moment dat we er langsliepen driftig op de terrassen aan de Kaffee und Kuchen, zoals het hoort in dit deel van Duitsland. De zwarte Ostfriesische Tee wordt hier geserveerd met een klont kandij en melk, al denk ik dat deze drank het tegenwoordig heeft verloren van de koffie. Om half vijf sluiten de winkels, tijd voor Sonnabend. Het weekend is begonnen.
Kuierend door het stadje kom je uit bij een heuse boulevard langs het brede water ten zuiden van de Altstadt. Oude schepen, deels aftands, sieren de wallenkant. Bomen, hoog op de steile aarden wal, overkoepelen de smalle steiger verderop langs het water, waarachter oude panden uit de 16de eeuw oprijzen.
In het Borromäus Krankenhaus in Leer was ik na mijn junior-coschap, in de zomer van 1973, artsassistent. Er was indertijd een groot tekort aan artsen in Duitsland, en vanuit de universiteit in Groningen waren studenten — ook als ze nog niet klaar waren met hun studie — welkom om de verantwoordelijkheid voor een afdeling op zich te nemen. Ik heb daar in korte tijd praktisch en theoretisch veel geleerd, tot en met het onder begeleiding doen van blindedarmoperaties en poliklinische ingrepen.
23 augustus
Lekker geslapen, een rustige nacht. Thee, ontbijt, koffie en op weg. Ik geniet van het rijden. Alles oké, diesel getankt, geen rare rammeltjes, alles werkt, motor zoemt op de achtergrond. Maar dan… Een bocht naar links, een schuivend geluid… Die la, ja dezelfde la, die ons eerder plaagde, schuift naar buiten met een harde klik. Nadat we gestopt waren op een vluchtstrook, bleek hij, net als eerder onderweg bij Saarbrücken, te weigeren om terug in zijn hok te schuiven. Op geen enkele manier krijgen we beweging in de la, en na veel onhandige pogingen geven we het op en fixeren de uitgeschoven la met een stuk elastiek.
Het is zondag en bijna alles is dicht, Ruhetag. Bij Oldenburg vonden we een Hymer-dealer. Mijn temerige frustratie bederft de wandeling met Nienke rond het meertje vlakbij de begraafplaats, ondanks de vele nieuwe grafzerken die opgewekt liggen te stralen met daarop vrolijk gekleurde bloemen. Nu maar afwachten of de mensen van de garage ons maandag kunnen helpen. We staan met onze camper pal voor het hek van het terrein — gratis, dat wel — samen met nog zes andere campers. Mogelijk met vergelijkbare problemen. Met wat voor problemen? Geen idee.

24 augustus
Met zijn tweeën verschijnen medewerkers van Fassbinder Caravaning bij de camper, en binnen een minuut is de la eruit en de diagnose gesteld. De linker geleider is kapot. Helaas is het niet duidelijk hoe lang het duurt om een nieuwe te bestellen. Een derde man komt, haalt de geleider eruit, verwijdert het stopsysteem en zet de la er weer in. We kunnen hem nu gebruiken. Terug in Nederland zullen we een nieuwe rail moeten bestellen. Ze willen geen geld voor de klus. Top service!
Over secundaire wegen rijden we naar Wischhafen, waar we aansluiten in de wachtrij om met de veerpont over de Elbe naar Glückstadt te varen. Het was een lange rij, en ik denk dat we er bijna een uur stonden voordat we aan boord mochten. Er varen vier veerponten die continu heen en weer varen in een stak schema. Leuk om mee te maken hoe we de Elbe dwars oversteken — de rivier waarover we meerdere malen voeren met onze motorboot, op weg naar Hamburg.






Het plekje waar we de nacht willen doorbrengen ligt wat verstopt achter een grote scheepswerf: een klein haventje aan de Stör, een zijriviertje van de Elbe. Er zijn zes plekken voor een camper, toiletten, douche en een jolige havenmeester van dik in de tachtig. Terwijl ik op afstand toekeek, fluisterde hij Nienke in (ik hoorde het achteraf) dat hij naar de sauna ging en dat ze wel mee mocht. In zijn als huiskamer ingerichte havenkantoor stond een pot met een gleuf waarin we een donatie mochten doen in plaats van havengeld, waarna we een verhaal te horen kregen over zijn laarzen met ijzeren neuzen, die een buurvrouw voor hem uit Nederland had meegebracht. Erg sterk en geschikt om er een schop mee uit te delen.



Het is hier stil, het water in de Stör is gezakt, laagwater. Er klinken wat kikkers achter ons en een enkele vogel begroet de schemering…
‘t Bildt

Het was heet de afgelopen periode. In huis was het koel. Echt lang op pad met de camper zijn we niet geweest, maar eind vorige week, met minder heet weer in het vooruitzicht, was de verlokking groot om een paar dagen te camperen.
Zo langzamerhand raken we bedreven in het weggaan. De basale zaken liggen klaar in de camper, en kleding, toiletspullen en leeftocht zijn vlot ingepakt. Lastiger is, waar willen we dan daartoe? We willen niet ver rijden, maar wel een totaal andere omgeving. Meestal kozen we voor Drenthe of een zuidelijker locatie in Nederland. In noordwest Friesland, ‘t Bildt, hadden we nooit met de camper gestaan. Noordelijk van Franeker leek ons niet aantrekkelijk. De voorstelling die we hadden was er een van grote vlaktes weidelandschap en polders met wat armoedige spaarzame saaie dorpen. Geïntrigeerd door de opmerkingen en ervaringen van camperaars over plekken ten noorden en noordwesten van Franeker besloten we naar de Brinkhoeve in Wier te gaan(https://www.debrinkhoeve.com/). Een minicamping met theeschenkerij. Dat wat je nodig hebt is er. Wat je erbij krijgt is leuk, zoals een schaduwrijke plek onder hoge bomen en een paar struiken met zwarte bessen en rode bessen vlak bij onze camperplek. Nienke heeft van de zwarte bessen een heerlijke jam gemaakt. De theetuin met zitjes zit in de middag vol met fietsers die er thee drinken of een biertje. De ontvangst op het camperdeel was vriendelijk met uitvoerige uitleg. Op de door ons gekozen plek waren het niet de muggen die je hier plagen, maar enkele brutale vliegen. Af en toe probeerde een slimme jongen via een spleet in de hor-deur binnen te sluipen . Nienke oefende haar kunstje om met een glas de vlieg liefdevol uit de tent te verwijderen. De vlieg die het glaasje weigerde als tijdelijke verhuisdoos te zien, kreeg alsnog te maken met een ferme tik van de vliegenmepper.

Het dorp Wier is maar klein. De kerk is vaak gerestaureerd maar bevat veel onderdelen uit de 12e eeuw. De familie Lauta had een grote State nabij het dorp die door boze boeren in de fik is gestoken en afgebrand in 1748. De toenmalige bewoner is met de schrik vrijgekomen door zich in het riet van de slotgracht te verstoppen. Het waren roerige tijden in de 18e eeuw, grote ongelijkheid, honger en armoede onder de mensen. Op het oude terrein waar de Lautastate heeft gestaan heeft het dorp een astronomische uitkijkpost gemaakt om de sterrenhemel te bekijken, een ‘nachttuin’. We liepen er naartoe, een mooie plek op een hoge bult tussen de bomen met een astronomische beeldplaat die nodig wat restauratie behoeft.



De volgende dag reden we op onze fietsjes naar het noorden tot aan de zeedijk bij restaurant de Zwarte Haan( waar je fantastisch kunt lunchen of dineren. Verse zee-producten en biologische kost uit de buurt). Het valt ons op dat het landschap doorspekt is met bossages rond boerderijen of met boompartijen verspreid in het land. Misschien wel omdat het er altijd waait vanuit zee. Gek genoeg nog niet vol geplant met windmolens. We zagen diverse gewassen op stroken land afgewisseld met stroken wilde bloemen. Het is er vlak. Smalle langgerekte verhogingen in het land van west naar oost geven aan dat het ingepolderd land is, gewonnen op de zee. Al rond 1500 zijn de eerste polders gecreëerd. De zeedijken zijn in de eeuwen erna steeds verder opgehoogd. Oude resten van rivieren en slenken vanuit de Middelzee, die zich van zuid naar noord door heel Friesland uitstrekte, lopen nog steeds naar de dijken langs de Waddenzee. Op verschillen plaatsen staan nog sluizen en gemalen bij zee of verder het land in, zoals bij Oude Bildtzijl. De verbindingswateren naar het achterland en de steden werden in stand gehouden voor het vervoer van vis en landbouwproducten. De grond van de polders bestaat uit oude zeeklei, vruchtbare grond voor allerlei gewassen.



Berltsum( Berlicum) lag vóór 1500 aan zee, op een terp( of wier). Je merkt dat het dorp hoger ligt als je er binnen fietst. De merkwaardige koepelkerk die we even van binnen bekeken, bepaalt het dorpsbeeld.

Van het Hemmema park in het noordoostelijk deel van het dorp waren we meer onder de indruk. Het park ligt bij de plek waar vroeger buitendijks op een terp de Hemmemastate stond, die in 1747 is afgebroken. Een pad in het park leidt je langs bessenstruiken en bomen van oude fruitboomrassen naar een vijver met een groot zeebaken op een heuvel, waarmee de relatie met de zeevaart en het wonen op een terp wordt gesymboliseerd. De hoogstam- fruitbomen( 70 jaar oude bomen) staan op rabatten(ikkers), eeuwenlang de manier van ontwateren rondom Berltsum.



Met de camper reden we later op de dag langs een landschapskunstwerk bij de dijk van Oosterbierum. Een ‘Dijk van een Wijf’, een ontwerp van Nienke Brokke. We zagen oudere foto’s waarop de vormen van het kunstwerk zichtbaar zijn. Daar is nu niet veel meer van over. Het lijkt nu meer op een ‘Lijk van een Wijf’. Weer en wind hebben het kunstwerk zwaar toegetakeld. Behalve dat, heeft de tijdelijk aangebrachte beplanting een deel van de vorm gemaskeerd en teniet gedaan. De huidige aanblik van het werk zou een tussenfase van een proces zijn. Na afbranden van de beplanting en het opnieuw inzaaien met lage begroeiing zou de vorm moeten terugbrengen. We moeten er volgend jaar maar weer eens gaan kijken. Op zich een indrukwekkend project, op een oude vuilstort, zo probeer je er wat van te maken.


‘t Bildt, jong land, aan de zee ontworsteld door mensenhand. Slikwerkers die 500 jaar geleden met slechts een schop en een kruiwagen een wal tegen de zee wisten op te werpen .


dijksteen 1570



Route des Crêtes, kaas en terug naar huis



Vanaf Auberge du Haag zijn we naar het noorden gereden over de route des Crêtes. Een rechtstreeksere weg naar het dal en Munster sloegen we over en kozen voor de omweg langs het ski-oord van de Kastelberg enkele kilometers naar het noorden. Genietend van de prachtige vergezichten en af en toe verstoord door de tegemoet komende eng scheurende motoren die de route eerder zien als een racecircuit. Scheef hangend, nemen ze soms nogal krap de bochten, waar wij met onze camper proberen zo goed mogelijk rechts te houden, om ze niet frontaal op de motorkap te krijgen. Het viel ons op dat het traject toeristischer werd naarmate we noordelijker kwamen. Hier en daar zagen we de palen van skiliften in de weidehellingen staan. Nu, in de zomer, is de weide het domein van de in het vorige blog beschreven Vosgiennes, de bergkoeien met hun gevarieerde zwart-wit getekende flanken als bewegende schilderijtjes in het groene landschap.


Eenmaal afgeslagen van de route des Crêtes daalden we geleidelijk af naar het dal van Munster en Colmar. Een lange afdaling met talloze bochten door een voortdurend wisselende omgeving met rotsachtige steile wanden en bossen. Munster leek een interessant plaatsje, maar we maakten de keus om eerst de camping even voorbij Munster te gaan opzoeken. In Gunsbach vonden we ‘Camping Le Beau Rivage’ aan de Fecht, een riviertje dan vanuit de bergen door het dal richting Colmar stroomt. We hadden in de camping de keus om zelf een plek te zoeken. Dicht bij het klaterende riviertje vonden we een schaduwrijke plek onder de bomen. Het was nog steeds erg warm, de lucht vochtig en klam vanwege het naderende onweer. Het idee om met de fietsjes naar Munster te rijden kwam er niet van, omdat bij het boodschappen doen bleek dat mijn eovolt fietsje niet deed wat hij moet doen. Iets met de elektrische ondersteuning, waardoor ik het gevoel had in een schommelstoel te fietsen en telkens schoksgewijze duwtjes kreeg.
Het uiterst vriendelijke en zorgzame echtpaar van de camping had bij de receptie een kleine eetgelegenheid. De man maakte voor ons twee heerlijke verse flammkuchen, geserveerd met een salade en een glas cremant d’Alsace. Toen in de middag daarvoor de elektriciteit uitviel bij de camper kwam de man op zijn Solex het mankement fixen.




Het voorspelde onweer en de regen met windvlagen zorgde voor een dikke laag naaldboom-bloemknoppen op alles, wat ons deed besluiten om naar een meer open plek te verhuizen. Het weer zou in de komende dagen verder verslechteren. Daarom besloten we om eerder richting huis te gaan. Dat Nienke ooit als 16 jarig meisje als au pair in Obernai een maand op Franse kindjes had gepast maakte de keus voor een tussenstop gemakkelijk. Obernai is een toeristische plek. Het oude deel van het stadje is deels ommuurd. Wandelend naar het centrum werden we verleid om een stukje kaas te proeven aangeboden door een charmante dame die bij de voordeur van de kaaswinkel stond. Kaas als wagenwielen die in de winkel onder de naam Tomme uitgestald lagen. Als kaasliefhebber en prijsbewuste consument vroeg ik wat die zeer lekkere kaas dan wel kostte. Ik hoorde ‘16 euro per kilo’ en dacht ‘dat is niet duur’. Het bleek’ 60 euro per kilo’ (sic) te zijn. De melding dat je het niet hebt verstaan is wel wat gênant om botweg te zeggen dat je de kaas dan toch maar niet wil kopen, nadat ik eerst had aangegeven hem heel erg lekker te vinden. Het dunste stukje dat de charmante dame op mijn aandringen nog heel had kunnen afsnijden, bleek 22 euro te kosten, maar ja, dan heb je ook wat….De meeste Tomme komt uit de Franse Alpen, uit de Savoie. Ik vond hem qua smaak lijken op een oudere Comté kaas uit de Jura, ook erg lekker…..
Waar Nienke in Obernai au pair was hebben niet meer kunnen achterhalen. Leuk plaatsje om even te bezoeken al waren op maandag veel winkels dicht.



De volgende stop was Ahrweiler langs de Ahr een riviertje dat heeft huisgehouden in het Ahrdal tijdens een verwoestende overstroming in 2021. Nog steeds zijn de gevolgen te zien. Het leuke volledig ommuurde vestingstadje met vele vakwerkhuizen en de mooie st. Laurentiuskerk vonden we zeker de moeite waard.



Buien onderweg naar Sneek hebben de camper voorgewassen. In Steenwijk heeft ze nog een shampoo nabehandeling gekregen. Ze glimt weer en mag voorlopig even rusten op de veemarkt achter ons huis…

Over een rotspad en mooie koeien

Het leek gemakkelijk. Een slingerend pad omhoog in de richting van de top. Links en rechts een weide op rotsachtige bodem, meer naar rechts een bos, waar het pad naar afboog. Vanaf Ferme Auberge du Haag keken we omhoog naar de top van de Grand Ballon (Vogezen,1424 m). Die wandeling moesten we maken. Misschien een halfuur, misschien wat langer maar vast te doen voor onze benen. Ik dacht nog even we moeten de stokken mee, maar dat idee liet ik varen onder het mom ‘het valt wel mee’. Wel de stevige wandelschoenen aan en een flesje water in de rugzak voor het geval we dorst krijgen. Een stevige wind uit het oosten maakte het wat kil, maar de zon scheen. De warmte van de zon verzachtte de kilte van de wind. Eenmaal de bocht in het pad over de weide voorbij, kwamen in een wonderlijk en beetje sprookjesachtig bos. Alle bomen die zich kronkelend omhoog werkten met een nogal gesloten bladerdak waren bedekt met wit gekleurde plakkaten van een mos dat we niet kennen. Samen met het spaarzame zonlicht dat tussen de bladeren wist door te dringen ontstond het beeld als waren de stammen bedekt met de huid van een Afrikaanse wilde hond, witte vlekken op een donkere achtergrond. Misschien was dat wel tekenend voor het gevoel dat me overviel, iets van dreiging en ongemakkelijkheid. Steeds verder omhoog lopend verlieten we het bos en verwonderden we ons over het uitzicht, waarbij we in de verte, in zuidoostelijke richting iets van besneeuwde toppen meenden te zien, maar het konden ook de witte wolken zijn van het naderende slechte weer van de volgende dag. Diep in het dal zag je het laatste stuk van de Route des Crètes, de weg die zich kronkelend verloor in de lager gelegen bossen. De Route des Crètes is een hoog door de toppen van de Vogezen slingerende weg van noord naar zuid, waarvan we later een stuk mochten verkennen toen we naar Munster bij Colmar reden.

Het zo makkelijk begaanbare pad veranderde vrij abrupt in een rotsachtige pad met de nodige uitdagingen. Nienke, veel soepeler en zekerder in haar bewegingen dan ik, ging me voor. Links liep de helling steil omhoog en rechts was er alleen maar een afgrond. Nu heb ik dan wel geen hoogte vrees, maar helemaal lekker voelde het niet, me bewust dat een misstap te veel naar rechts me kennis zou laten maken met een hard en waarschijnlijk gevoelig stuk berg en een niet zo leuke afloop. De te overbruggen stukken rotsgesteentes waar ik gedacht werd mijn voeten op te zetten, lagen soms wat ver uit elkaar, wat de balans niet bepaald bevorderde. Af en toe een handje hulp van Nienke was dan ook erg aangenaam. Langzaam ploeterden we verder naar boven en zagen geleidelijk de top met het bolvormige radarstation links van ons boven op de top verschijnen. Een man, gewapend met stokken (van die mooie, in rood aluminium, inschuifbaar met kurken handvaten) kwam ons tegemoet op weg naar beneden, even later gevolgd door een jong gezin, dat eveneens, onderwijl grappen makend, het pad naar beneden nam. Het uitzicht op de top was adembenemend. Er staat een lelijk monument met een beeld ter nagedachtenis aan de oorlog. De futuristische witte bol staat nog iets hoger op de top.






De weg naar beneden over de oostelijk flank was winderig maar veel gemakkelijker te begaan. Onderweg kwamen we meerdere toeristen van onbestemde leeftijd tegen. Niet bepaald van goed schoeisel voorzien voor een bergpad met losse stukken steen. Ze vroegen ons puffend en zwetend; ’ hoe ver het nog was?’. Al was het pad best goed te belopen, 150 meter steil omhoog vanaf de parkeerplaats bij het hotel op de oostelijke flank van de berg is voor een ongetraind mens op leeftijd geen sinecure. Voor ons een heerlijk vervolg van de wandeling naar beneden en later over een vlak geitenpaadje tussen de bomen door.
Auberge du Haag deed ons denken aan zo’n herberg hoog in de bergen van Italië of Zwitserland. Het eten zou er geweldig zijn maar was het helaas niet. Afgezien van het voorgerecht dat lekker was, had de kok zijn dag niet. Hij verknalde het biologische vlees van een Vogezenkoe (la Vache Vosgienne) door het te lang op de grill te laten liggen.






Die Vogezenkoe ziet er met zijn egaal zwarte flanken die naar de rug overgaan in zwarte stippen en een spierwitte vacht langs de ruggengraat schitterend uit. Haar kop is meestal wit met daarop zwarte vlekken en is getooid met twee flinke hoorns. Echt wat je noemt bergkoeien, kleiner dan de Hollandse koe. Ze zijn bekend om hun melk, waarvan het naar verse koeienvlaaien stinkende Munster-kaasje wordt gemaakt. Een kaasje dat in staat is de lucht in je koelkast tot die van een koeienstal te laten geuren.

De Vogezen is een oud gebergte, een behoorlijk afgesleten granieten ‘blokgebergte’ dat van zijn evenknie, het Zwarte Woud in Duitsland gescheiden wordt door het dal van de Rijn. Verder naar het zuiden gaat het over in de Jura, grenzend aan Zwitserland dat deels bestaat uit kalksteen. Aan de flanken van het Jura gebergte worden wel wat fossielen gevonden, maar voor de fossielen van de grote dinosauriërs uit het naar de Jura genoemde tijdperk moet je elders zijn in de wereld. Het was een feest om door dit afwisselende landschap met de camper te rijden, met steile hellingen, meren, rotsachtige weggetjes slingerend tussen de bomen of over bredere wegen langs kale gedeeltes met prachtige uitzichten. Een gebied om naar terug te keren…..

Ruisende beekjes in de Vogezen

Het is hier goed toeven in de schaduw onder de bomen. We zijn wat verder afgezakt naar het zuiden en het kille natte weer heeft plaatsgemaakt voor tropische hitte, als gezegd goed uit te houden met af en toe een verkoelend windje. Saint Avold heeft in het noordelijk deel van het stadje een campingcar-park-plaats. Eenvoudig met alles wat je nodig hebt. Het is een keten die voor ongeveer €15 per dag een veilige plek aanbiedt. Met de app krijg je toegang als er plaats is. De plekken worden vaak bezocht als doorgangsplek, heel geschikt om de volgende dag weer verder te reizen. Met onze fietsjes deden we boodschappen bij de Carrefour. Bij het zoeken naar geschikte camperplaatsen op internet vliegen de mbtjes uit je telefoon als zwaluwen uitwaaierend over het water. Extra gigabytes bij kopen bij je provider is een dure grap. Daarom dit jaar de oplossing die onze zoon Jeroen ons gaf concreet gemaakt. Hij schaftte voor ons een mifirouter aan waar een datasimkaart in komt. In Frankrijk krijg je een datasimkaart met 80 gigabytes voor €17.99 per maand. Opzegbaar per maand. Een heel wat betere deal dan €17.50 voor 5 gigabytes extra wanneer je eigen bundel is opgebruikt. De man in de SFR-winkel heeft alles voor me geïnstalleerd en getest. Niet meer afhankelijk van slecht internet op de campings maar nu een eigen hot spot.
Het is opvallend hoeveel campers honden mee hebben. Soms hebben mensen in de camper wel drie honden. Ooit zagen we een camper waaruit 7-8 honden uit tevoorschijn kwamen; een Belg die van zijn camper een kennel had gemaakt. Gisteren dacht ik, er is vast een hondenshow in de buurt, op deze Camperplek zag ik meer honden dan er campers waren. Een gezellige kwispelende roedel honden die elkaar regelmatig vrolijk toeblafte. Dat er bovendien een prachtig bos vlakbij was kan ook een reden zijn. Eerste pinksterdag lokte veel mensen naar het bos, om te wandelen maar vooral ook om hard te lopen of iets wat erop lijkt, zich afbeulend omdat het moet of puur omdat het lekker is.
Een beetje bezorgd dat alle camperplekken tijdens de pinksterdagen vol geboekt waren zijn we hier nog een extra dag gebleven…..

Op Pinkstermaandag, wat verder naar het zuiden, zijn we aanbeland in de Vogezen. Vlakbij Gerardmer ligt het meer Longemer. Camping la Vologne ligt aan het beekje ‘de Vologne’ dat afwatert in Longemer. Toen we op maandag in de hitte langs het meer reden richting de camping zagen we druk badderende families met kinderen. Tweede Pinksterdag is ook in Frankrijk een vrije dag. De woensdag erna, toen we met onze fietsjes naar Gerardmer reden voor wat boodschappen, waren het meer en de stranden leeg. De prachtig gelegen camping waar we stonden is eenvoudig. Er mist een grijswater afvoer. We vonden de €15 voor een camperplek inclusief electra echt te laag voor wat er verder geboden wordt. Op een groot perceel vlak bij het kabbelende beekje stonden we in de schaduw van een lijsterbes en een berk die met hun jonge blaadjes de brandende zonnestralen filterden. Aan weerszijden van de camping rijzen steile hellingen bedekt met kaarsrechte dennen op, wat ons een prettig omhullend gevoel gaf. Een kleurrijk vinkje bezocht regelmatig ons veldje om vervolgens in de lijsterbes uitvoerig zijn vinkenslag te laten horen. Meesjes speelden haasje over op de takken van de berk. Het lukte aardig om alleen maar ‘ te zijn’ in deze prachtige omgeving, genietend van al het kleine dat groots blijkt te zijn…






Drie dagen prachtig gestaan en gewandeld. We besloten om weer op pad te gaan, hogerop in de Vogezen. Na een partijtje slingeren door haarspeldbochten vonden we bij het stuwmeer Lac de Kruth-Wildenstein een plek aan een beekje dat ons vrolijk kabbelend toefluisterde. Mooie plek met vrij uitzicht naar het noorden in de schaduw van de bomen, totdat een ouder echtpaar hun bejaarde camper vlak voor onze neus parkeerde met de zijdeur naar onze zijdeur toe omdat mevrouw het geruis van de beek niet kan verdragen en lijdt aan slapeloosheid volgens haar man. Van elkaars privacy respecteren heeft zij mogelijk nooit gehoord terwijl de man zich verontschuldigend stilletjes naar ons toewendde met wat gebaren en woorden in het Frans die ik niet verstond. Met een verbeten bitse blik rende de vrouw rond de camper om te kijken of ze nu goed stonden; ‘Nee nog niet goed, er moet nog een blok onder het rechter voorwiel’ commandeerde ze haar man. Een zelf gefabriceerd oprijblok van gestapelde plankjes deed zijn werk, waardoor de spatlappen bij de achterwielen in het grind hingen, twee meter vanaf de beek. Mogelijk is ze ook bang om met haar hoofd naar beneden te slapen. Het moet gezegd, we hebben rustig buiten kunnen eten, het gordijn in de zijdeur was dicht en storende geluiden bleven uit, mevrouw liet zich niet meer zien…






Libramont was geen ‘bon ton‘

Alles vastzetten, kijken of de laden binnen in de camper goed zijn gesloten, elektriciteit loskoppelen, de isolatiemat over de voorruit opruimen, de toiletcassette legen en omspoelen. De blokken onder de wielen weghalen door een stukje naar achteren te rijden. De blokken opruimen en dan naar de plek rijden voor het lozen van het grijze water. Zo ben je wel even bezig als je wil vertrekken. Het lijkt haast op de voorbereiding als je met je schip een woelig zee’tje op gaat. Voordeel, je schip ligt in het water niet op blokken.
Dat we zuidwaarts willen rijden ligt voor de hand nu het hier in het noorden blijft kwakkelen, al lijkt het erop dat voorlopig zowat heel Frankrijk last heeft van het wisselvallige weer. Eenmaal aangekomen bij de Camperplaats die we op het oog hadden, bleek het dezelfde Camperplaats te zijn waar we vorig jaar na een kortstondige monstering besloten direct weer weg te gaan. Totaal vergeten dat we er eerder waren. Destijds woeien de kraaien uit de bomen naast de Camperplaats en het eindeloos gedoe met het toegang krijgen via een app hadden we ook blijkbaar verdrongen. Het gedoe ging nu vlot na het intoetsen van een paar cijfertjes. Het dorp Libramont met een Lidl op 1,5 km is nu niet wat je je voorstelt van een leuk oud plaatsje. Met de spierpijn in de benen van de mooie wandeling gisteren, was de gang naar de boodschappen die we meenden nodig te hebben niet om blij van te worden. Een lange saaie weg met langsrazend verkeer en een stoep met bepleisterde gaten. De terugweg omhoog met een tas vol leeftocht wekte in mij een drang op om stevig door te stappen als om te bewijzen dat ik de spierpijn er wel uit kon lopen.

We staan nu goed voor de nacht, dachten we, tot de elektriciteit ermee ophield, bij alle campers, zomaar, gratis. Uit de campers verschenen allemaal mannetjes van wie we niet wisten dat ze er in zaten. Niemand had er zin in gehad om stoeltjes buiten te zetten vanwege de kou, dus leek het een dooie boel. De stroomuitval bracht leven in de brouwerij. Een stoere Belg belde naar de Camperplaatsclub. Er zou iemand komen, maar het kon best wel wat langer duren, ik dacht zelf ‘vast heel wat langer’…. Welke monteur heeft zin om op zaterdagavond zijn televisie- avond te missen, zittend op de bank met een Belgisch biertje in de hand, kijkend naar het songfestival?
De plek waar we stonden leek goed voor een nacht, maar het feit dat we vorig jaar vlot rechtsomkeer maakten had ons moeten waarschuwen, er is hier echt iets mis bij de donkere bosrand van Libramont…. De volgende ochtend, zondag, had de monteur uiteraard nog steeds geen zin en was niet gekomen. Alles bleef uitgevallen, niet alleen de stroom deed het niet, ook alle elektronica bij de sanitair-kolom en de waterkraan deden het niet. De slagboom was van schrik rechtop gaan staan, waarvan meerdere campers gebruik maakten om er schielijk vandoor te gaan. Wij dus ook. In de middag kregen we toen we al weer onderweg waren een e-mail dat we voor de volgende 24 uur nog wel moesten bijbetalen, omdat ze aannamen dat we nog een dag bleven. Wij hadden immers nog niet uitgecheckt voor de afgesproken tijd …..een boze mail in het Frans, door Nienke opgesteld, hebben we die middag als protest verzonden.
Dat de watermeter knipperend aangaf dat de watertank leeg was, die volgens mij niet leeg kon zijn en bij inspectie niet volledig leeg was, zorgde voor nog meer ongenoegen. Doorspitten van de handleiding leverde slechts het advies om naar de dealer te gaan. Zou de stroom uitval er iets mee te maken hebben? Moeten we nu nog langs de dealer, en waar dan? Toen we boodschappen onderweg wilden doen gingen de deuren van de supermarkt om 12 uur voor onze neus dicht, geen boodschappen op zondag na 12 uur in deze supermarkt.

Het is duidelijk, met de Camperplaats in Libramont is iets erg mis, zo mis dat het nawerkte in al onze acties nadien. De kou en de nattigheid en het vooruitzicht dat het de komende dagen niet veel beter zou worden, en een gasvoorraad die verder was geslonken dan we wensten, deed ons besluiten om maar weer naar Nederland te gaan. Gas bijvullen in Frankrijk is geen sinecure en lukt vaak niet goed of je moet een extra gasfles kopen of huren. De dichtstbijzijnde Hymerdealer was in Nederland en gas bijvullen kan goed in Heerlen. Na in Limburg een paar vergeefse pogingen om een plek te vinden en langdurig gehinderd te zijn door een stilstaande file bij Maastricht, waren we welkom op camping de Grensheuvel, bij Noorbeek. Daar konden we enigszins wat afkoelen van de opgelopen ergernissen. Als er iets tegenzit volgt er meer dat tegenzit….
Bij het water vullen op de camping deed de watermeter het weer……



Stavelot

De friterie in Stavelot oogde wel aardig, net als de twee jonge meiden achter de toonbank. We dachten maar eens makkelijk te doen. Frites met stoverij, een salade uit eigen koelkast en als voorafje een paar mini loempiaatjes. Voor dat eerste en dat laatste moest ik wel de deur uit. Over de onregelmatige opbollende kasseien, van de Camperplaats langs de Amblève, het straatje omhoog naar de friterie aan de hoofdstraat bij de abdij. Bewust lopen en oppassen dat je niet struikelt. Het hele stadje is geplaveid met deze struikelmoppen, grote en kleine, soms in kunstige boogvormen bestraat. Stavelot oogt wat verlopen in het oude centrum. De abdij daarentegen ziet er prachtig uit met vóór het gebouw de archeologische opgegraven resten van de oude abdij die in de 11e eeuw werd gebouwd. De Camperplaats staat naast de begraafplaats, wat een rustig gevoel geeft, weinig storend leven te bespeuren.
Maar terug naar de friterie. De schone meiden, van wat dichterbij bekeken, bleken de nodige kunstgrepen op hun uiterlijk te hebben toegepast. Afgezien van het nodige ijzerwerk in wenkbrauwen, neus, lippen en mogelijk nog andere aan het zicht onttrokken lichaamsdelen, zag ik zwarte aangeplakte wimpers met het formaat van een zonnescherm onder zwartgeverfde wenkbrauwen. Lastig als je naar boven wilt kijken om te zien of het gaat regenen. Op mijn vraag of één van hen ook Nederlands sprak kreeg ik een bevestigend ja. Bij haar vraag wat ik wilde bestellen sprak ze een soort Nederlands dat een gehoorgestoorde als ik nog net kon identificeren als een menselijke taal, maar begrijpen deed ik het nauwelijks. De frites met stoverij in een bakje die ik meende te hebben besteld bleek bij het vooraf afrekenen drie keer zo duur te zijn dan ik verwachtte. Ze had begrepen dat ik een volledige maaltijd wilde. Het probleem werd na wat heen en weer gepraat toch opgelost. Inmiddels was de rij wachtende mensen achter mij aangegroeid. Er ontstond een levendige conversatie tussen een echtpaar en de meiden waarbij vol trots de baby in een draagmand omhoog werd gehouden, zodat iedereen een blik in de mand kon werpen. Ondertussen werd mijn bestelling achteloos en naar mijn mening zonder interesse, laat staan zorgzaam toebereid. Ingepakt in een dubbele laag papier en verpakt in een papieren zak stond ik twee tellen later weer buiten. Terug over de kasseien met af en toe een noodzakelijk sprongetje om mijn balans te bewaren. Weer bij de Camperplaats en de camper aangekomen had Nienke de tafel feestelijk gedekt. Een mooie salade stond al klaar. De frites met stoverij was redelijk van smaak ondanks dat er in de knapperigheid van de frites de nodige slapte was opgetreden. De loempiaatjes hadden duidelijk te kort in de frituur gelegen en vertoonden dezelfde bleke slapte als de frites. Het extra bakje frites, dat me was geadviseerd erbij te nemen omdat het misschien te weinig was, hebben we maar toevertrouwd aan de poubelle.

De bezichtiging van de abdij konden we niet overslaan. Nadat we ijverig en met veel moeite de audioapp werkzaam hadden, werden we op een nogal chaotische wijze voorgelicht over de geschiedenis van de abdij. Op knoppen duwend en cijfertjes invullend werden we door een Vlaams sprekende dame op onze mobieltjes rondgeleid in de kloostergangen.
De eerste monniken, Benedictijnen, vestigden zich in Stavelot in de 7e eeuw. Er werd eerst een kleine abdij gebouwd. Pas veel later de grotere, waarvan nu de archeologische resten zijn te zien. Het huidige gebouw dateert uit de late 19e eeuw en is in deze eeuw gerenoveerd. De geschiedenis van de abdij bestaat uit een mengsel van steeds weerkerende machtswisselingen en periodes van neergang en opbloei. Het was vroeger niet anders dan nu. We waren niet erg onder de indruk van de opzet van het museum en wat er over de geschiedenis van de abdij te zien was.
De tijdelijke tentoonstelling van de Japanse prentkunstenaars Hokusai en Hiroshige maakte meer indruk(18e en 19e eeuws). De vrouwenportretten van Utamaro(18e eeuw) en ook de prenten van Hokusai waren rond de eeuwwisseling van 1900 inspiratiebronnen voor vele westerse schilders, waaronder Vincent van Gogh.






De wandeling in de middag langs de Amblève inclusief een steil bospad omhoog was ‘la cerise sur le gâteau’ van de dag….

We hebben 2 dagen bijgeboekt op deze prima Camperplaats. Het weer is nog erg wisselvallig en het voelt ijzig in de wind. Met ons elektrisch kacheltje en gratis stroom, besparen we op het gas…..en er is hier nog meer te ontdekken.
Lentekriebels, varen en koud op weg.

De pen heeft best lang in de la gelegen. Veel inspiratie om te schrijven had ik niet. Maar sinds kort begint het weer te kriebelen met het camperleven. Als stimulans: 3 dagen naar Twente met zoon en schoondochter en hun camper was al een aangename ervaring. Fietsen en wandelen in fris ontluikende groen, heuvels op en af, tussen de karakteristieke boerderijen met deels uit hout bestaande voorgevels, meestal naast een door bos omzoomd weiland, of akker. Er werd druk gras gemaaid en gehooid en op de akkers piepten de eerste groene steeltjes getooid met een enkel blad omhoog uit de rijen donkere aardestroken.
In de afgelopen maanden is de camper verlost van nog wat kleine mankementen, een lekkende kraan in de badkamer en een accu die in de opslag te snel leegliep. Wat er aan spullen in de camper lag hebben we nog eens aan een kritische blik onderworpen. Is dat ding in de bergruimte nu echt nodig, of is het misschien toch wel praktisch om mee te nemen? Welk dekbed gaat mee, het dekbed voor de herfst voor als het kouder wordt, of toch maar niet, omdat het vast te warm wordt? Beslissingen nemen over allerhande kleine zaken, die bij gemis groot blijken te zijn…
Vaste plannen voor de geplande 6 weken hebben we niet. Dus eerst maar gewoon wegrijden uit Sneek. In het hoofd dolen gedachten aan oude stadjes, mooie wandelgebieden, bergen, natuur en kleinschalige camperplaatsen. En niet te minachten; supermarkten, lokale bakkers, een leuk restaurantje of een terras onderweg.
In Sneek hebben we Koningsdag en 5 mei achter de rug. Tegen de achtergrond van het wereldgebeuren probeer ik me wat op afstand te houden van alle narigheden, me al te bewust van hoe zeer het me raakt en me somber kan maken. Alles los laten en me geen zorgen maken zal ik nooit leren, al weet ik dat invloed hebben op dat wat in groter verband om me heen het leven bepaald, niet meer is als een kruimeltje suiker toevoegen aan het bakken van de taart.
Milieutechnisch zou je kunnen zeggen dat op stap gaan met de camper, voorzien van een set zonnepanelen die de stroom behoefte dekt, minder schadelijk is dan in een huis wonen, dat verwarmd wordt met gas en veel elektriciteit gebruikt. Of dat echt klopt weet ik niet, ik hoop van wel. In ieder geval gaan we dankzij de ‘in grote wijsheid handelende’ president in het westen, door de oorlog met Iran meer geld uitgeven voor een litertje diesel. Verre reizen en veel diesel verstoken zit er dit jaar niet in, maar het is een meevaller voor moeder aarde.
Dordrecht is een mooie oude stad en het bezoek aan het Dordts Museum ( tentoonstelling van Turner) de moeite waard.

Een oud plan hebben we opgevat om naar Dordrecht te gaan en van daar met de waterbus naar Rotterdam varen om het museum Fenix te bezoeken. Ooit waren we er met onze Friendship en de Friendship van vrienden op doorreis naar Zeeland. Wachtend op een opening van de brug voor ons zeilschip aten we met onze twee vrienden een geïmproviseerde risotto, aan boord. Jaren later bezochten we de binnenstad. Samen met andere vrienden lagen we in de haven met 2 motorboten.





Staand op de Camperplaats bij de Westergoot-haven, was de verleiding om weer even te varen groot. Met de snelle waterbus waren we in een uur in Rotterdam. Afmeren aan de kade bij de Erasmusbrug en dan op onze fietsjes naar Fenix. Het gebouw is een indrukwekkend staaltje architectuur dat het meest lijkt op een in wonderlijke kronkels getordeerd slakkenhuis van glas en glimmend roestvrij staal. Het museum belicht het al eeuwen, en ik denk, nog veel langer bestaande fenomeen van migratie. Kunstwerken van diverse kunstenaars uit de hele wereld staan verspreid in een grote hal op de eerste verdieping. Op de begane grond zijn twee indrukwekkende zalen. Een zaal met honderden koffers, waar bij enkele koffers via het scannen van een label met een audiotoestel een kort persoonlijk verhaal wordt verteld alsof het verhaal afkomstig is van de eigenaar van de koffer. De andere zaal hangt vol met indrukwekkende foto’s van migranten en vluchtelingen; soms mansgroot.




Het was mooi weer in Dordrecht. De nacht en de dag erna sloeg het weer om, van zonnig naar nattig en koud.
Van Dordrecht koersten we in zuidoostelijke richting België in over slecht onderhouden wegen. De gaten in de weg produceerden in de camper een orkestraal geluid van rammelende huisraad. In de Belgische Kempen verdwaalden we. Geschikte plekken om onze camper en ons zelf een aangenaam verblijf te gunnen bleken lastig te vinden. Te winderig, te drassig, te lawaaierig of met een te onaantrekkelijk uitzicht om er in de regen binnen in de camper een dag door te brengen. Uiteindelijk belandden we op een omheind weiland bij de Gruitroderheide tussen een paar ezels, die onze camper wellustig gebruikten als wand om eens lekker tegen aan te schurken. Het gewiebel van ons rijdend huisje weet ik aanvankelijk aan de wind, maar die lag al een poosje….. De avond valt, het is koud en winderig, de komende dagen zullen niet veel aangenamer weer opleveren. Het is stil. Twee ezels staan naast onze camper in de luwte onder de eikenbomen, een derde ligt een paar meter verder op de grond. Slapen ezels ook staande? Hun oren draaien voortdurend ondanks hun gesloten oren, waakzaam….
