Vriendelijke Fransen, ‘plat du jour’ en vlierbloesem likeur.

Meillonnas

Sophia en David zijn hardwerkende beheerders, voortdurend zien we ze bezig met klussen op het kampeerterrein ‘la Raza’ bij het plaatsje Meillonnas, een prachtig gerestaureerd oud dorp in de buurt van Bourg-en-Bresse, dicht bij het meest zuidelijke puntje van de Jura. We hebben een nachtje bijgeboekt, de plek is goed en vandaag heeft Nienke de was gedaan. Het idee naar Galicië verder te reizen hebben we losgelaten gezien de verwachtte hitte in midden en zuid Frankrijk. Onder de indruk van wat we gezien hebben van de Jura, zijn we langzamer naar het zuiden getrokken en hebben we de oversteek naar het zuidwesten van Frankrijk uitgesteld. Het beviel ons goed, al die kleine dorpen en al dat natuurschoon, de rust, de heuvels en de bergen. In een grote stad zijn we eigenlijk niet geweest, Enschede was de grootste stad en die ligt niet in Frankrijk. We hadden grappige ontmoetingen met Fransen, Duitsers en zelfs af en toe Nederlanders. We zijn een maand onderweg en hebben voor ons gevoel veel meegemaakt. We waren op plekken die we nooit eerder bezocht hebben. Het rijden met de camper is een feest, vooral op al die slingerende D-wegen langs verlaten dorpjes waar ogenschijnlijk niets gebeurt. Heerlijk om geen vastliggend vooropgezet plan te hebben of tijdsdruk te ervaren. Met een plan B en een plan C op de achtergrond valt er steeds wel wat aardigs op ons pad te vinden. Vóórdat we hier in la Raza kwamen, troffen we een plek die we hadden uitgezocht, waar we het snel over eens waren dat dit niets was. Een slagboom met een betaalzuil, waar het leek alsof je behalve je naam ook je geboorteplaats, je strafblad en je gender moest invullen. Achter een kaal stuk grond lag een voetbalveld, volledig verlaten, geen voetbal te zien, met aan de Camperplaats grenzend een begraafplaats, naast de grijswater afvoerplek. Hoe wil je het hebben.

Auberge Le Revermont

Plan B, door Nienke gevonden en in werking gezet, liet ons na een half uurtje slingeren zomaar aankomen op dit paradijsje van Sophia en David. De volgende dag opperden we het idee om naar het dorp Meillonnas te wandelen en daar de ‘plat du jour’ te nemen in Auberge Le Revermont. Mooie wandeling bergaf over een landweg, 3 km. Het bleek een gewild restaurant te zijn, een ontmoetingspunt en eetgelegenheid voor de locale werkmannen en vrouwen in de streek. We waren er voor 12 uur en zagen hoe de chef en de vrouw bezig waren de tafels te dekken op het terras. Even na 12 liep het terras vol met de stamgasten die alsof de klok erop gelijk stond, plotseling allemaal opdoemden uit busjes en dienstauto’s. Wij, als toevallige toeristen waren met nog een paar buitenlanders zwaar in de minderheid. Het ‘menu du jour’, bestond uit een uitgebreid salade buffet, zelf op te scheppen achter in de Auberge. De vitrine lag vol met de meest heerlijke waren, o.a. verse paté, rauwe ham, bonen met garnalen, aardappel salade met Comté , asperges in kruidensaus en barata met pesto. Een halve liter rode wijn stond al klaar op tafel naast een liter water met ijs. Het hoofdgerecht, aan tafel geserveerd bestond uit een groot bord met een soort gehakt met groenten onder een laag puree die met een gegratineerde laag kaas was bedekt, vergezeld van een romige wijnsaus. Dit om de illusie van een lichte lunch te ontkrachten.

Een sinaasappelcake met frambozensaus voor Nienke en een warme chocoladecake vormde het dessert, plus ‘un café’ toe. De werkmannen hadden met deze volumineuze plat du jour geen moeite en keuvelden er lustig op los. Het was erg lekker maar veel te veel voor onze middag-magen. En met die volle magen moesten we ook nog terug lopen, de heuvel op. Gelukkig was er eerst nog een kerk, om te bezichtigen. Een mooie kerk volgens een oude dame die ons een foldertje gaf. Een kerkje met fresco’s van uitzonderlijke kwaliteit uit de tijd van de renaissance, Giotto waardig. Wel behoorlijk beschadigd door een idioot in de 19e eeuw die wit gepleisterde muren mooier vond. Die fresco overblijfselen hebben we al uitbuikend bekeken.

‘s Avonds aten we simpel, een tosti, een cracker en wat fromage blanc, meer kregen we er niet in. Conclusie, zo’n ‘plat du jour’ als lunch, erg leuk voor een keer, maar niet te vaak. Onbegrijpelijk dat dit kan voor €17 all in.

Terug bij de camper was een bolbuikige Fransman, kort van stuk, bezig vlierbloesem-trossen van de boom te knippen, wat hem maar amper lukte. De trossen zaten te hoog, en ik bood aan om hem te helpen. Rap Frans pratend legde hij me uit dat hij er likeur van ging maken, witte wijn, nog wat alcohol erbij en ‘du sucre’. Ik verstond 40 uur laten trekken, maar dat was fout, moest zijn 40 dagen, op zijn minst. Glunderend kwam hij me later een halve fles van een eerdere lichting brengen ter dégustation. We mochten alles houden. Hem uitvoerig bedankend hebben we het inmiddels wat bruin geworden drankje na voorzichtig proeven buiten het zicht van de gulle gever onder de heg gemikt, die door de droogte van de laatste tijd best wat vocht kon gebruiken. De lege fles hebben we bij het verlaten van de camping de volgende dag aan de glasbak toevertrouwd. Leuke ontmoetingen en wat zijn ze hartelijk, die Fransen op het platteland…..

Meillonnas

Kaas

De blog is het beste te lezen op de website, ninemarit.blog, klik op de link boven in de e-mail.

Ze is een en al vriendelijkheid, Juliette spreek goed Engels en weet ons zeker meer dan een half uur alles te vertellen over kaas. In het moderne kaasmuseum van Poligny, wordt de Comté van alle kanten belicht. Een kaas als een wagenwiel met geschiedenis. In de 13e eeuw begon men met het fructifiëren, of kaasmaken( ik zou zeggen ‘met het opvrolijken van de melk tot kaas’) van de melk op coöperatieve basis. Van meerdere boerderijen in een terroir, een gebied met een straal van niet meer dan 25 km wordt dagelijks de melk verzameld en naar de kaasmakerij gebracht. Deze kaasmakerijen worden fruitières genoemd. Op de flanken van de bergen in de Jura eten de koeien gretig van het gras en de kruiden. Het grootste deel van de koeien is het Montbéliarde ras en die lijken enigszins op Roodbont IJsselvee.

Je m’apelle Belle

De kalk bodem zorgt voor een grote diversiteit aan planten en kruiden. Dat proef je terug in de Comté kaas. Nadat Juliette na onze rondgang door het museum ons uitvoerig vertelde wat we vast in het museum hadden gemist, kwam een plankje op tafel met voor ieder 2 stukjes kaas. We mochten er eerst alleen maar naar kijken, met de vraag welke kaas de jongste was en welke de oudste. Een instinker, terwijl we er nog niet eens aan hadden geroken. Ik had het fout en Nienke had het goed, de gele kleur zegt niets over de leeftijd, maar over de hoeveelheid caroteen in de melk. We zagen even later de witte puntjes in de oudere kaas. Tyrosine kristallen, een aminozuur, dat zich vormt als de kaas ouder wordt.Toen we eindelijk de kaas onder onze neus mochten houden, kwam de vraag, ‘wat ruik je?’. Het eerste wat in me opkwam was ‘kaas’, niet erg onwaarschijnlijk. Nienke, de betere snuffelaar van ons twee, dacht iets van ‘melk’,animale geuren en iets zurigs te ruiken. Pas later konden we bij de oudere kaas wat meer nuances ruiken die zweemden naar niet voor de hand liggende geuren, zoals noten, walnoten en honing. Er wordt jonge kaas verkocht van 3-6 maanden oud en belegen of bijna oude kaas van 12-16 maanden of zelfs stokoude kaas van 36-64 maanden. Van die laatste kaas ga je waarschijnlijk hyperventileren. Wij vonden de kaas van 15 maanden het lekkerste. Naarmate de kaas ouder wordt, wordt de smaak complexer en komen er steeds meer smaakvarianten.Per terroir kan dat zelfs verschillen. Overigens is de Comté kaas een van de minst zoute kazen, iets wat je niet zou denken als je het rijke smaakpalet proeft. Kortom, de dégustation van kaas gaat niet anders dan die van wijn. Kaas en wijn zijn tenslotte een vorstelijke combinatie.

Een paar kaasjes uit de jura
Montbéliarde koeien

Dat we bij ons loopje in de middag per ongeluk ook nog bij een wijndomein met een proeverij terecht kwamen was wel heel toevallig en dat zonder onze neus te gebruiken. Jura wijnen zijn, tenminste de wijnen die we op dit domein mochten proeven, niet onze favoriet, hoe aardig ook de jonge vrouw was die ons de wijn liet proeven. De witte wijn smaakte erg strak, met een bittertje. De iets oudere wijn, leek meer op een beendroge manzanilla sherry. De rode wijn leek qua kleur meer op een rosé, had weinig neus en smaakte eveneens hard. Ruige wijnen waar je van moet houden. Bij de lunch hadden we in het aardige dorp Poligny een fles Cremant de Jura gekocht, die best lekker was, maar ook in de mond iets te droog bleef hangen. Hij was beter te pruimen dan de witte wijn op de proeverij.

We zijn onder de indruk van de streek, steile rotswanden, verweerde kalksteen rotsen, en op het grasveld van de camping ontdekte Nienke een bloeiende Ruige Weegbree, die in Nederland op de rode lijst van zeldzame planten staat. De baas van de camping is er vanmiddag met zijn grasmaaier zonder te blozen overheen gereden….

Baum les Messieurs, de camping

De volgende dag reden we over hogere delen van de Jura met uitgestrekte wilde graslanden waar de koeien de melk produceren voor de kaas, om daarna vrij plotseling scherp af te dalen in een diepe kloof. In doodlopende kloven, reculées, ontspringt vaak een beek of riviertje tussen de rotsen vanuit ondergrondse grotten of meren in het kalkhoudende gesteente. Zo is er ook een reculée bij Baume les Messieurs. We vonden er een mooie campingplek en maakten van daaruit een wandeling in de reculée naar de grotten en de waterval ( Cascade des Tufs). Op de campingplaats staan we naast het riviertje de Seille tussen loodrechte wanden van de kloof. Het geeft een omhullend gevoel dat mooi congrueert met de relaxte sfeer op de campingplaats.

Inmiddels zijn er steeds meer buscampers, caravans en campers gearriveerd maar het voelt niet overvol, en het is aardig om te zien hoe iedereen zijn eigen plekje inneemt en omtovert tot een privé paradijsje. De bomen tornen in vele groentinten hoog op tegen de kalkstenen steile wanden van de kloof, voor zolang als hun wortels nog vat hebben op de ondergrond. Niet vreemd dat ik al mijmerend me realiseer dat er in dit gebied Dinosaurussen hebben rondgelopen en dat er in de zee die hier vroeger was Ichtiosaurussen zwommen die zich dik vraten aan alles wat er aan levend rondzwemmend eiwit te verschalken was. Later hebben hier vast ook mensen geleefd in de talloze grotten op veilige hoogte in de kalksteenrotsen. Het plaatsje Baum les Messieurs ligt op ongeveer 450 meter boven de zeespiegel, de steile wanden van de kloof reiken nog eens 250 meter hoger. In de avond wordt het nu snel frisser. Om me heen zie ik dat mensen hun stoelen en tafeltjes opbergen voor het invallen van het nacht.Tijd om je terug te trekken in je woonmobiel. Net zoals nomaden dat vroeger en nu nog op sommige plekken in de wereld altijd doen….

Deurtjes en raampjes

De Wielewaal

Camping des Huttes

Om de foto’s beter te zien of uit te vergroten, klikken op ninemarit.blog, in de e-mail.

Tijdens het schoonmaken van het gootsteentje in de keuken ging er iets los in het binnenwerk van de afvoer en hadden we een waterbadje in de lade eronder . Bij inspectie hing de siphon los. Na veel geklungel en misplaatst optimisme bleek de afvoer dusdanig inwendig beschadigd dat we tot de enige overblijvende conclusie kwamen; hier is door ons geen eer aan te behalen. Een Hymer dealer in Saarbrücken heeft het binnenwerk en de aansluiting vervangen. Nauwelijks weer onderweg naar de beoogde camperplek in Frankrijk, bleek de onderste lade onder het aanrechtje open te staan en verdomde het om nog gesloten te worden. Drukken, duwen, demonteren, de lade eruit, de lade er weer in, niets bracht de lade ertoe om zich naar zijn rustplek te laten verplaatsen. Inmiddels was het te laat om terug te gaan naar de garage. Plan B; in de buurt van Saarbrücken een andere plek zoeken en dan morgen opnieuw naar de garage. We stonden op een mooie plek maar mijn humeur was er niet op vooruit gegaan. Een Duitse buurman, die te hulp schoot wist er, zwoegend en zwetend als een marathonloper, ook geen raad mee, de lade bleef hardnekkig weigeren dicht te gaan en bleef steken op 10 cm voor de ingang. Op het diepste punt van mijn sombere stemming kwam een Nederlander op de camperplaats zeggen dat hij eenzelfde camper heeft en vroeg ons, uitgerekend nu, hoe die bevalt, en dat terwijl Nienke een Wielewaal hoorde in het bos achter ons. ‘Dudeljo, dudeljo klinkt zijn lied…’. Zuur en zoet, smaken die meestal goed samen gaan, maar vandaag even niet. Breed van stof doorpratend over alle geweldige eigenschappen van zijn eigen identieke camper, kon ik maar nauwelijks de inhoud van zijn relaas aanhoren en koste het me moeite zijn woordenstroom in een soort van ‘aftaaien man’ om te buigen. Het is maar klein leed. Er een punt achter zetten en vrolijk doorgaan lukte me pas na een hapje en een glas en net als Nienke pogen de Wielewaal te horen…..

De volgende morgen stonden we vroeg op vanwege de ons zelf opgelegde opdracht om toch maar weer terug te gaan naar de garage in Saarbrücken, een half uur rijden. Bij het wegrijden van de Camperplaats zag ik voor het eerst van mijn leven een Wielewaal, hij vloog schuin voor de camper weg, als wilde hij ons met zijn verschijnen troosten en een voorspoedige dag toewensen.

Foto, Met dank aan de vogelbescherming

Toen we aankwamen bij de garage en een plek zochten om te parkeren, werden we gezien door de monteur die ons hielp met het gootsteentje. Hij bood direct aan om te kijken wat hij kon, nadat we hadden uitgelegd wat er mis was. “Een kapotte geleidingsrail onder de lade, moet eigenlijk vernieuwd worden, bestellen duurt 2-3 weken, maar ik zal kijken of ik iets kan doen”. En dat deed hij. Voorlopig doet de lade weer wat hij moet doen, maar vervanging van de rail wordt aangeraden. Van gemaakte kosten wilde hij niets weten, wij waren opgelucht en blij.

Op weg naar de Camperplaats in Wangenbourg- Engenthal, reden we door een afwisselend landschap deels over hoogvlaktes en deels door valleien met steile beboste hellingen en stille dorpjes. Vanuit de Vogezen kwamen we de Elzas binnen, dat zich uitstrekt langs de oostelijke grens met Duitsland en Zwitserland. Achteraf merkten we dat we een route hadden gereden die staat beschreven in het boek ‘Omwegen in Frankrijk’ geschreven door Martijn Joosse , bekend van zijn artikelen over reizen in Frankrijk op zijn website ‘Frankrijk Puur’. Mooie alternatieven voor de snelle tolwegen als je meer van Frankrijk wilt zien en geen haast hebt.

In Wangenbourg staat een kasteelruïne uit de 13e eeuw. Vanuit de campingplaats des Huttes liepen we er in 20 minuten naar toe. De resten getuigen van het enorme knappe bouwen in die tijd met de meest eenvoudige hulpmiddelen.

Het is een waar wandelparadijs, we zien regelmatig met rugzakken bepakte wandelaars, loerend op een kaart of op de iPhone voor de juiste route.

Het is stil op de Camperplaats,we staan er alleen met onze camper. Omringd door het geluid van krekels en vogels denk ik aan de Wielewaal, zullen we hem ooit nog een keer zien?….

Over pasgeboren babydruifjes, supermarkten en boot-camperaars.

Bij de Dhron-monding in de Moesel

Staan we zomaar tussen de wijnstokken aan de Dhron, die hier uitmondt in de Moesel. De druiventrossen zijn net geboren en verschuilen zich onder de heldergroene jonge bladeren van de wijnstokken. Tientallen druifjes zo groot als speldeknoppen fraai samengebald aan een dun groen steeltje dat nog eigenwijs omhoog wijst.

Wijn in de maak

De Piesporter Moselwein die hier om de hoek bij Neumagen-Dhron geproduceerd wordt bestaat vooral uit wijn van de Rieslingdruif die hier op de leisteen-bodem goed gedijt. De met Leisteen dakpannen bedekte huizen in deze streek doen de bodem eer aan.(Neumagen-Dhron heette in de Romeinse tijd “Noviomagus Trevirorum”, en dat is taalkundig verwant aan de naam van Nijmegen, dat in de Romeinse tijd “Ulpia Noviomagus Batavorum” heette.)

Het oude imago van het zoete witte moeselwijntje van mindere kwaliteit is al lang terzijde geschoven zowel in Duitsland als in de rest van de wereld. Het frisse minerale en droge karakter van deze wijn zal niet iedereen bekoren. De wijn die we tot nu toe dronken was met de hitte van de laatste dagen niet bepaald onaangenaam.


Het is een feest om weer eens rond te sneupen in een Duitse supermarkt en te zien wat er allemaal anders is en spannende nieuwe eetwaren te kopen en te proeven. Met een risico… dat lekker lijkende sausje uit een fles hebben we na de eerste proeve weg gemikt, oneetbaar met een vieze bijsmaak. Veel van wat er te koop is heeft het predikaat ‘bio’, meer dan in Nederland. Kippetjes hebben het volgens de meeste opschriften biologisch goed in Duitsland. Dat ze ook uiteindelijk de pan in gaan wordt hen vast niet van te voren verteld. Blij wordt je van het brood dat ze hier bakken, meestal van zuurdesem en een mix van granen in allerlei mooi klinkende streeknamen. Knapperige korst en dagenlang vers. Een aanslag op je gebit maar wel lekker met een stuk echte boerenkaas uit Nederland.

De Duitsers zijn erg vriendelijk en behulpzaam, al moet ik zeggen dat de kassa-mevrouwen in de supermarkt soms heel sacherijnig kijken. Betalen met geld heeft de voorkeur, zodat je na de aankoop blijft zitten met een handvol één-cent munten die we in Nederland al jaren geleden hebben afgeschaft. Kartezahlung, betalen met je bankpas, blijft een nog te nieuwerwetse uitvinding, al doen de meeste supermarkten en benzinestation daar niet meer moeilijk over. Betalen voor de camperplek gaat nog meestal contant of met munten. De envelop met inhoud in de brievenbus bij afwezigheid van de beheerder blijft als overdracht van gemaakte schuld gewenst en zal voorlopig favoriet blijven. Heeft ook wel wat sympathieks….

Naast ons staat een camper gesierd met ankers, zeesterren, zeilbootjes en een vuurtoren. Het kan haast niet anders dan dat het een ex-watersporter is, die van zijn boot een camper heeft gemaakt.

De overbuurman op de Camperplaats heeft nog een zeilschip, een zelfgebouwde Van der Stadt van 9 m, maar hij vaart er niet veel meer mee. Samen met zijn vrouw wisselen ze zeilschip en camper af ’. Ik sprak met hem en zijn vrouw over hun zeereisjes; Noordzee, IJsselmeer, een paar keer naar Engeland. Het valt me op dat er meerdere bootjes-mensen zijn, die na jaren op het water mede vanwege leeftijd en ouder worden overstappen op een rijdend over land-bootje, krapper, technisch ingewikkelder, maar wel comfortabel met een luifel tegen de zon en bij gemis van een mast een los opvouwbaar droogrek voor de was. De ‘garage’ in de kont van de camper moet groot genoeg zijn voor de fietsjes, die liefst elektrische ondersteuning hebben vanwege de golven in het landschap. Op zee heb je meestal geen last van muggen, op het land wel. Dus alles moet ‘behort’zijn, niets ergers dan een zoemende mug bij je oor, tenzij je doof bent zoals ik. Tja, en dan uiteraard het probleem van het gemak, het toilet. Niet dus lekker laten weglopen in het ruime sop. De poep- en grijswatertank van een zeilschip waarin alles verdwijnt is onmetelijk groot en vlakbij( voorlopig nog wel), in tegenstelling tot die van een camper. De camper heeft er twee, één voor de p en de p, en een tweede voor het grijze water, het afval-water zonder de coli-bacterieren. Beide moet je liefst regelmatig legen en dat is niet altijd makkelijk. Niet iedere camperplek heeft een ‘entsorgungsplatz’. Soms moet je omwegen maken om al je producten netjes kwijt te geraken. Maar ja, er is mee te leven en mobiel zijn op plekken waar je met je bootje nooit zult aanleggen is toch wel een leuke toevoeging…..

Dit beeld ( een replica) stelt een Romeins grafmonument voor, bekend als het “Weinschiff von Neumagen” 2de eeuw na Chr.

vertrekken en oude herinneringen

Leuke oude scheepjes

 Het is druk met al die scheepsbewegingen op het water van de Kolk bij de Waterpoort van Sneek. Het valt me op dat veel van de schepen steeds groter zijn, groter zowel in horizontale als verticale richting. Ook dit jaar is ze er weer, een gigantisch wit varende flatgebouw onder Zwitserse vlag, van het type “Saint Tropez aan de kade en bijna nooit varen, met een in het wit gestoken bemanning die voortdurend bezig is de boot te poetsen”.

Saint Tropez, dat schip in het midden lijkt er op

En “ de Zwitser” ligt aan de overkant in de Kolk. Op dit schip geen mannen in witte uniformen en haar eigenaar is eveneens niet vaak te spotten. Conclusie, hij heeft vast familie in Sneek en is daardoor vaak op de koffie en niet op zijn schip. Dat het schip hier vaak meer dan een week ligt, betekent ook vast dat hij heel erg gesteld is op zijn familie. Of zijn er andere redenen? Als ik verder fantaseer denk ik bijvoorbeeld aan de mogelijkheid van het hebben van een onecht kind dat hij van zijn vrouw één keer per jaar mag bezoeken, maar dan ook één keer per jaar en niet vaker. Of misschien rouwt zijn vrouw omdat hun lievelingskat hier in de Kolk van de loopplank in het water is gevallen en het niet heeft gered…..

Bootjes kijken vind ik nog steeds leuk, al krijgen campers onderweg steeds meer aandacht. 

De plannen om naar het zuiden te gaan zijn nog niet erg vast omschreven. De mogelijkheden zijn ruim aanwezig. Doelen vastleggen druist in tegen het gevoel per dag vrij te kunnen bepalen waar we ons op richten, hoe de pet staat, hoe het weer zal zijn. Ook wel lastig omdat er dan dagen zijn dat het niet meezit, Camperplaats vol, harde wind en dikke buien, of er is in het aanbevolen charmante dorp alles dicht vanwege een feestdag. Het blijft gelukkig leuk om op avontuur te zijn, terecht te komen op onverwachte plekken, de schoonheid van het lokale, het gewone te mogen ervaren.

Voor het vertrek heb ik de voorruit van de camper van stof en plantenresten ontdaan. Alles is ingepakt, de checklist afgevinkt, bandenspanning gecontroleerd. Klaar om te vertrekken. De eerste rit was naar vrienden in de buurt van Deventer waar we hun nieuwe huis in aanbouw konden bewonderen. Van hen kregen we tips voor onderweg en documentatie over het gebied waar we hopen langer te verblijven. Daarna lieten we ons verleiden onze zoon en schoondochter, die met hun camper net over de grens in Duitsland stonden, te bezoeken. Een prachtplek midden in de natuur. Kampvuur, BBQ en nog een verrassingsbezoek van kleinzoons met vriendinnen. 

Haselünne

Maar niets loopt altijd voorspoedig. De rugblessure die Nienke opliep bij ons bezoek aan Limburg, waar ze hielp bij het losduwen van de camper die ik in de gladde lössklei had geparkeerd, bleek weer op te spelen en bezorgde haar tijdens het rijden in de camper veel pijn. Waarschijnlijk ook door de manuele therapie die ze eerder in de week had ondergaan. Advies van de therapeut: paar dagen rust en even aankijken. 

Nu staan we in Enschede op een kleine maar zeer verzorgde camperplek in het oosten van de stad, waar ik 50 jaar geleden mijn co-schappen deed, Nienke in Groningen afstudeerde en onze zoon Jeroen ter wereld bracht in ziekenhuis Ziekenzorg. Nostalgie met een randje pijn in het heden. 

Noodzakelijke rustplek op de Hammiehoeve

Een mooie gelegenheid om een ontmoeting te hebben met een oude dierbare collega en enig lief en leed te delen. Een middag door het centrum van Enschede lopen was  voor mij niet bepaald een feest van herkenning, veel nieuwbouw, winkels van grote ketens en slechts weinig oude panden die mij konden bekoren. Ik realiseer me dat ik destijds ook weinig heb gezien van het centrum omdat ik meestal in het ziekenhuis was of moest studeren. Nienke was zwanger en studeerde af in Groningen. De geboorte van Jeroen viel midden in mijn co-schappen. Het co-schap ‘Verloskunde en Gynaecologie’ had ik nog niet gehad. De begeleiding van de zwangerschap lieten we over aan een verloskundige, tot ongenoegen van de gynaecoloog, die vond dat de vrouw van een Co als gebruikelijk moest bevallen bij de gynaecoloog van het ziekenhuis. We wilden graag een zo natuurlijk mogelijke bevalling, zonder allerlei technische handelingen. Toen de weeën waren begonnen en Nienke het gevoel kreeg dat ze moest poepen, constateerde ik, onervaren als ik was en onhandig tastend, iets ronds daar beneden en zei dat we misschien maar beter naar de verloskamer konden gaan ( We woonden met nog 2 andere studenten vlak naast het ziekenhuis in een riante villa). Op een stoel in de lift ving Nienke nog een wee op, waarop ze eenmaal op de verloskamer na onderzoek direct mocht persen. Jeroen werd met een knip geboren, bijna twee weken te laat, maar eenmaal begonnen aan zijn tocht naar buiten( Nienke had pas 4 uur weeën gehad) was er geen houden aan, nieuwsgierig naar hoe de wereld er buiten uitzag, een eigenschap die zijn hele verdere leven zal kenmerken. 

Het is bewolkt en de wind blaast koud uit het noorden. Nog niet bepaald aangenaam weer. Er is rust in de camper.  Op het terrein bij het sanitairgebouw scharrelen kippen rond, duiven koeren op het dak. Achter het gebouw horen we hoe de mannetjeskalkoen met zijn blobbelende klokgeluiden de vrouwtjes probeert te imponeren….

Lopen of wandelen en landschappelijke genoegens

Noorbeek

Bij iedere stap, verandert de blik op de omgeving, de bomen, de hagen langs de weg, de wolken. Dichtbij snel, ver weg langzaam. De beleving van de tijd verandert mee tijdens het lopen. Iedere stap tikt de tijd weg, lost hem op. Slechts de ervaring van mijn bewegen vertelt iets over de mate van inspanning en de moeite die ik doe tijdens het lopen. In de vorm van wandelen krijgt lopen een extra dimensie, wandelen is meer dan lopen. Wandelen verbreedt de ervaring. Door te wandelen in een mooie omgeving, wordt ik door de omgeving gedragen. Wandelen in een stad, zuigt na enige tijd aan mij, de overvloed aan indrukken zijn vaak te divers en te overweldigend. Ik kan aanvankelijk genieten van het aanschouwen van mooie gebouwen, grappige winkeltjes met een eigen signatuur, een plein, steegjes om in te verdwalen. Zo gauw de aandacht ook in beslag wordt genomen door druk verkeer, haastige mensen, kijken zonder te zien en te moeten uitkijken waar je loopt, ontglipt me de energie die ik aanvankelijk aan het begin van de stadswandeling nog had. Iets vergelijkbaars ervoeren we allebei in het museum. Een te grote veelheid aan indrukken. Er is teveel om te bekijken, waardoor het bekijken en ervaren van de kunstwerken verwordt tot een energie- slurpende exercitie, die in feite bedoeld is als een voedende ervaring. Minder bekijken en je beperken tot wat je wil zien is dan ook een aanbeveling van ervaringsdeskundigen.

Best merkwaardig dat we een wandeling in een divers landschap beide vrijwel altijd als voedend ervaren, ook wanneer het er fysiek op aankomt over steile weggetjes omhoog of lastige afdalingen over een smal met stenen bezaaid pad. Bij het ouder worden lijken we beiden gevoeliger te worden voor indrukken. We zijn zinniger als het gaat om wat er visueel op ons afkomt. De neiging om dan maar snel te oordelen over wat er te zien is lijkt een zelf-beschermende functie te hebben. In het Bonnefanten museum in Maastricht waren er zalen met kunstwerken van meerdere beeldende kunstenaars tegelijk in een ruimte. De meestal conceptuele werken verschilden nogal van elkaar, waarbij de beschrijving en bedoeling van het werk meer duidelijkheid bood dan de kunstwerken zelf. De bijbehorende of toegedachte emotie of mening voor de beschouwer sloeg bij ons meestal niet aan. In een poging er iets van te begrijpen werden we er alleen maar doodmoe van. Misschien was dat ook de bedoeling…. De bankjes in de filmzaal waren een prettig toevluchtsoord voor de opkomende rugpijn en de vermoeide voeten. Wat we erg mooi vonden was het werk van een Poolse Roma kunstenares Matgorzata Miga-Tas. Ze maakte van door Roma mensen gedragen kleding grote wandkleden met figuratieve motieven. Prachtig van kleur met een lading van trotsheid over een verguisd en verworpen volk.

Zo al wandelend was het de volgende dagen een feest om de omgeving van Mheer en Noorbeek te ontdekken. Het Margraten plateau wordt door verschillen beken doorsneden. Beken die in de loop der tijden diepe dalen hebben uitgeslepen met steile beboste hellingen.

Het is nog vroeg, maar op de hellingen aan de zonzijde en de begroeide kanten van de holle wegen beginnen Maarts viooltje, Bosanemoon, Bosaardbei, Speenkruid en Maagdenpalm hun bloemblaadjes te ontvouwen.

De bomen, nog zonder blad, steken met hun stam en takken contrasterend af tegen de wolken boven het plateau waar we af en toe de veldleeuweriken hoorden. Het landschap is dooraderd met meidoorn-hagen die als lange treinen door de nog kale landerijen slingeren. De hagen zijn aan hun bovenzijde afgesnoeid waardoor er een ‘strakheid’ ontstaat, hoewel kunstmatig, maar ook rustgevend voor het oog. Met de zon die af en toe door de wolken piept, is de kleurenpracht van het landschap ondanks dat het nog nauwelijks lente is al heftig aanwezig. Op veel plekken zien we dat de bodem wordt bemest op de ouderwetse manier, koeienpoep met stro, gewoon over het land uitgestrooid. Noorbeek en Mheer zijn 2 typische Zuid-Limburgse dorpen met een aantal vakwerkhuizen, boerderijen met een binnenplaats en een indrukwekkend kasteel. We wandelen zonder veel mensen tegen te komen, al vermoed ik dat dat later in het seizoen anders zal zijn. Het ontbreek er hier niet aan horeca bedrijven. Overal zijn er rustpunten om je culinair te laten verwennen. De Limburgse vlaai lieten we ons smaken…..

Mooi weer en een nieuwe ervaring

Veessen aan de IJssel

Het begon rustig. De camper heeft zijn beurt gehad, de apk is in tweede instantie goedgekeurd door het nieuwe achterlicht en langzaam kwam de lust om weer op stap te gaan opborrelen uit een toch wel natte en kille winter. 2 weken weg van huis, de ogen gericht op een zuidelijke koers vonden we onze weg naar Zuid-Limburg en een beetje over de grens in België. De stops die we maakten, Veessen aan de IJssel en camping Bos en Heide bij Well waren respectievelijk verrassend en vertrouwd.

De camperplek bij de haven van Veessen was een prettige ontdekking en gaf ons het gevoel toch nog even bootjes-mensen te zijn. De Maasduinen in Noord-Limburg blijven ons verbazen. Haar uitgestrektheid, de afwisselende vegetatie, moerassen en heuvels, het is allemaal van een ongekende schoonheid.

Maasduinen

Maar we wilden verder naar het zuiden, ‘het buitenland proeven’, Frans praten, op een terrasje een glas drinken en dat moest wel met al dat mooie weer in het verschiet.

Ik heb behalve met wijn ook iets met abdij-biertjes al hoeft het bidden behorend bij de productie ervan nu niet zo nodig. Dus op naar de Abdij van Val Dieu. In plaats van de serene rust met biddende monniken in de kloostergangen werden we vergast op een krioelende menigte toeristen die zich op het terras van de ommuurde cour naast de basiliek tegoed deden aan een ‘plat du jour’ vergezeld van uiteraard een wijd bierglas met Val Dieu bier. Na de aankoop van een paar flesjes bier hebben we de abdij ontvlucht. Het idee om er nog een nachtje te blijven op de gratis parkeerplaats naast de Abdij hebben we los gelaten, ons nog niet bewust wat ons te wachten stond.

Val Dieu

Het is altijd goed om een plan B te hebben. Verblind door de belofte van een gratis camperplek naast een de plek waar hemels bier wordt gebrouwen, waren we zomaar verschoond van een goede ‘plan B slaapplek’. We moesten op zoek en dat bleek niet eenvoudig in dit nog prille jaargetijde. Veel campings en camperplaatsen gaan pas in april open.

De Voerstreek blinkt uit in het hebben van smalle holle weggetjes met overhangende bomen waar ik, af en toe de billen-samenknijpend, onze camper door heen moest wurmen. We hadden op de app ‘park4night’ na heel veel vergeefs zoeken eindelijk een ‘ plek’ gevonden. Een boerderij met kippen en een paar camperplaatsen. Aan de weg was een klein restaurantje. Na veel slingerwegen in westelijke richting kwamen we inderdaad bij een boerderij met grote loodsen. Op een groot bord stond ‘Camping’. Eronder met iets grotere letters stond nog een tekst ; ‘Abattoir’, kippenslachterij. Als hypocriete flexitariërs zijn we schielijk omgedraaid om in oostelijke richting onze zoektocht voort te zetten.

Inmiddels was de middag al flink op zijn einde en plan B bleek niet veel alternatieven te hebben. De beste plek leek een camperplaats in Kelmis. Die was vol, alle plaatsen bezet en vinnig blaffende keffertjes onderstreepten dat luidkeels. Uiteindelijk vonden we, moe gestreden, een parkeerplaats zonder voorzieningen naast de kerk van La Chapelle, een slaperig verlaten dorpje iets ten noorden van Kelmis. Een voorbijganger, die zijn hondje uitliet, vertelde dat het dorp leeg liep omdat er niemand meer werk had. Hij woonde hier in het Duits sprekende deel van België. In het enige restaurant van het dorp( er zaten nog 2 mensen behalve wij )stond niet veel meer op het menu dan een schnitzel met frites en nog wat onduidelijks. Het werd de schnitzel, blij werden we er niet van.

Goed geslapen. De volgende morgen hebben we samen een prima croissantje gegeten van de plaatselijke bakker, waarna een wandeling in de omgeving ons humeur wat opfriste.

Overwegende dat het mooie voorspelde weer verder naar het zuiden geen meerwaarde gaf, zijn we terug naar Zuid-Limburg gereden naar een camperplek aan de Geul. Die camping was wel open. Het “Zinkviooltje”,een fraaie camping met terrassen. De eigenaresse waarschuwde ons nog om met de camper niet vast te komen zitten op de zachte leemgrond en dat bleek te kloppen, we zaten vrijwel direct vast, scheef, op het bovenste terras. De wielen tolden rond in het gras en groeven zich gretig in de spekgladde Limburgse klei. Het woord Zinkviooltje (een heel schattig zeldzaam bloempje) heeft in haar naam het woord zink en zinken in de Limburgse klei wilden de wielen wel. We stonden niet goed, de neus van de camper tegen een wal en achter weinig ruimte om terug te draaien naar het grindpad. Al snel kwamen er adviezen van mede camperaars. Matten voor de wielen, vooruit-achteruit wiegelen, duwen, trekhaak installeren, tractor erbij, of gewoon laten staan en scheef slapen voor lief nemen. Alsnog blokken onder de wielen op deze ondergrond plaatsen, het zou niet lukken. Onze zoon met telefonisch advies op afstand, meelevend, kon niet veel doen, behalve dat we het trekoog uiteindelijk met zijn aanwijzingen, onder de vloer in een geheime ruimte wisten te vinden.

Bijna verlost

We hebben hem niet gebruikt. Met pure duwkracht van medecamperaars en Nienke, terwijl ik achter het stuur de camper uit de leemval probeerde te rijden, zijn we toch losgekomen en staan nu op het grindpad, na nog een tweede keer scheef hangend vast zitten op het gras van een terras lager.

Veel afgekalfde stukken van vorig jaar en mistletoe in de bomen

De zon schijnt. De vogels, gedreven door lentekriebels, laten zich horen in een veelkleurig concert. Het wordt vast een mooie dag…..

Belgische Ardennen

In de buurt van boerderij de Kolke

Met Carol King op de achtergrond overdenk ik de laatste 3 dagen.

Het is altijd weer een beetje gedoe, weggaan en alles regelen voordat je uiteindelijk de motor van de camper kunt starten. En dan, net onderweg, die terugkerende gedachten, ‘hebben we niets vergeten, verwarming laag gezet, schuurtje op slot, mutsje voor de kou en de wind, zonnebril mee, postbus leeg gemaakt, buren gewaarschuwd’? Eenmaal onderweg is er de twijfel waar we de eerste nacht zullen overnachten. Zoon en schoondochter nog even een tip gevraagd, maar uiteindelijk naar een plek bij een boerderij gegaan, waar we eerder naar tevredenheid stonden. Eenmaal op de plek volgt het ritueel, uitstappen en rondkijken. Waar gaan we staan, niet te modderig? Hoe kunnen we het beste de koude wind vermijden, om toch nog even buiten te kunnen zitten,want buiten zitten hoort er bij als je campert op een buitenplaats ergens op het wilde platteland, ook als je bijna bevriest.

Mosterdzaad in bloei

We stonden aan de rand van een veld met bloeiende mosterdplanten, de blaadjes kun je eten, lekker in de sla, al hadden we genoeg ervan geproefd tijdens de wandeling die we later maakten. Het bos waardoor we liepen, in de buurt van Gietelo en Empe, riep herinneringen op bij Nienke, die er destijds vanwege bezoek aan haar moeder in Empe, vaak een wandeling maakt met onze teckel Chrimmle. Ze, de hond, had er een handje van achter alles aan te rennen wat maar bewoog of rook naar wild, waardoor ze soms langere tijd foetsie was, volledig in beslag genomen door haar jachtinstinct.

De volgende dag was een regendag, prima om een lekker stuk te rijden in de camper. Het plan was België, Durbuy, nooit eerder bezocht maar aantrekkelijk door de wat Engels klinkende naam. Door de regen over slechte Belgische wegen, slalommend om rotondes die tegenwoordig favoriet zijn bij de wegregelaars. Het tweede stuk na Luik reed Nienke. Onbekende wegen, soms zo smal langs afzettingen bij wegwerkzaamheden dat ik, naast haar zittend, dacht dat een kras op de camper niet onwaarschijnlijk zou zijn. Ik heb de neiging tot verdriet en irritatie van mijn lief om corrigerende opmerkingen te roepen. Meestal lukt het me aardig om dat binnensmonds te houden, maar soms is het me te veel en dat is niet fijn voor haar. Om een en ander toe te dekken richt ik dan snel haar aandacht op de mooie kleuren van de bomen, die links en rechts in de velden staan, voor de goede vrede. Het was ook wel een lastig stuk weg en ik had het niet beter gedaan. We zijn krasloos en veilig op de camperplaats in Durbuy aanbeland. Een fraaie plek aan de Ourthe, een snelstromende rivier waar in het voorjaar wordt geraft, ofwel met 6 man en/of vrouw in een rubberboot stuiterend door stroomversnellingen denderen, voor de kick.

Durbuy

Durbuy blijkt op het eerste gezicht een aantrekkelijk stadje. De huizen opgetrokken in grijs Belgisch hardsteen zien er aardig uit en dat vinden de toeristen ook. Nogal veel toeristen. In de smalle straatjes wemelt het van de restaurantjes en Vlaamse schoolkinderen, die een lijst bij zich hadden met afbeeldingen van een ‘rode fiets’ en andere kenmerken, een puzzeltocht met hindernissen zoals bleek toen meerdere kinderen ons vroegen of we de ‘rode fiets’ hadden gezien, in het Engels, totdat ze door kregen dat we Nederlanders waren. We moesten het antwoord als net gearriveerde onwetende toeristen steeds weer schuldig blijven. Het advies een locale stedeling te vragen was kennelijk niet meegevallen. Na een tijdje voor een slagerij met hammen en bakken paté te hebben gestaan en in de vitrine hadden gezien welke exorbitante prijzen ervoor werden gevraagd, zijn we naar onze camper terug gelopen om ons te goed te doen aan een flesje bubbels met een toastje potjes-paté uit de koelkast en een kaasje. De bubbles waren erg actief. In de camper rijden maakt de belletjes wild, zodat we bij het openen slechts de tweede helft konden genieten, de eerste helft belande bruisend in het gras.

Het was een prachtige ochtend, de volgende dag. Vroeg uit de veren, en al snel op pad langs een uitgestippelde route langs de Ourthe. Het valt opnieuw op, hoe snel het water in de rivier stroomt. Een sprintje om het bij te houden resulteerde geschat op ongeveer 9-10 km per uur. Dat we vrij snel daarna nog ruim 100 meter omhoog een steile klim moesten doen hadden we niet ingecalculeerd. Het uitzicht was grandioos, de kleuren van de bomen in het lage zonlicht een palet van rood, geel en bleekgroen. De groepjes kinderen die we onderweg tegenkwamen hadden de opdracht op kompas hun weg te zoeken, maar begrepen niet waar we het over hadden toen we vroegen of ze de ‘rode fiets’ hadden gevonden, blijkbaar een groep scholieren van een andere school.

Rond het middaguur waren we terug bij de camper. Voor vertrek de vuilwatertank legen, de poeptank legen en schoon water bij tanken. We trakteerden ons op een lunch in een kasteel bij een spiritueel centrum van de Krishna beweging, iets wat ons deed denken aan jonge mensen met oranje jurken, kaalgeschoren hoofden, die zingend door Amsterdam liepen. Niets van dit alles op dit centrum, maar wel erg lekker gegeten.

Radhadesh

Daarna ging alles minder voorspoedig, de plekken die we hadden gepland om de nacht door te brengen bleken gesloten te zijn. Na meerdere kilometers over hobbelige slecht onderhouden wegen te hebben gekard, de Belgen zijn dol op gaten in de wegen, soms leek het wel een maanlandschap met al die kraters in de weg, vonden we een plek boven op een heuvel, in het zonnetje met uitzicht over het Ourthedal. Een beetje winderig maar prima voor een nachtje. De lijvige breed-buikige boer had ons al gespot via zijn camera op de schuur, en stond even later na onze aankomst bij de camper om €20 in ontvangst te nemen en vroeg in rap Frans of we één of twee weken wilden blijven. Gelukkig verstond ik het enigszins en zei wat schuchter dat we maar ‘un nuit’ zouden blijven. ‘Of we dan misschien nog hout wilden stoken á cinq euro?’ Maar dat hebben we maar afgeslagen….

Camperleven

Trier

Eigenlijk is er niets veranderd, je schip tussen te krappe palen schuiven of de camper tussen twee andere campers duwen terwijl de ruimte net te krap is. Allebei heel lastig, zeker in het donker. Met uitzicht op de overkant van het pad, wij staan prima, zien we die te krappe open plek. Likkebaardend komen steeds weer campers langs die denken eindelijk in deze overvolle camperplaats laat in de avond nog een plekje te vinden voordat ze morgen weer verder trekken. De doorgangs-camperplaats in Trier is een geliefkoosde plek, al moesten we wel even slikken bij het zien van zoveel campers op een kluitje tussen de bomen. We proberen dit steeds te vermijden, dit soort van massa-knuffelen langs een rivier dicht bij de stad en de bakker.

Een sluisje bij Fontenoy in het canal des Vosges. Zo’n sluisje waar er honderden van zijn in Frankrijk, maar waarvan we nooit gebruik hebben gemaakt tijdens onze vaartochtjes meer naar het noorden.

Eerder op de dag hadden we een plek op het oog in een klein dorpje bij de kerk. Zag er wel redelijk uit toen we er waren, slechts enkele plekken om te staan en nog helemaal leeg. Dat het redelijk leek werd snel ondermijnd door de klokkentoren die ieder kwartier met een donderende slag liet horen hoe laat het was. De slag op het uur hebben we niet afgewacht. Toen we wegreden stond er nog een vrachtwagentje met een vreemd nummerbord waarvan de achterdeur wijd open stond. In de gauwigheid zagen we dat de wagen vol geladen was met stukken vlees verpakt in vacuum gezogen plastic. Echt smakelijk zag het er niet uit en het had allemaal ook een beetje een crimineel tintje in onze ogen. Hun uitnodiging of we iets wilde eten hebben we maar afgeslagen en zijn toen doorgereden naar deze plek in Trier. Voor het eerst dus op een overvolle massacamping, uit nood want we wilden Trier ook nog zien voordat we verder naar het Noorden zouden rijden.

Camperen in Trier

Aan Trier kleeft een herinnering over een schoolreis vanuit mijn middelbare schooltijd in Zwolle. Ik had net mijn rijbewijs, en mocht één van de beide VW-busjes rijden omdat de biologieleraar alleen maar kon motorrijden. Het andere busje werd gereden door de natuurkundeleraar. De openstaande deur van zijn geparkeerde busje ( hij deed een middagslaapje op de voorbank) werd uit zijn verband gelopen door een paar koeien die naar de stal gebracht moesten worden. Het busje stond in de weg en dus ook de deur. Het gehuurde busje waar ik met 8 medeleerlingen in reed had een gebrek, een spontaan verworven gebrek.Onderweg brak de gaskabel van de motor die bij dit busje achterin zit. Met een touwtje door het achterraam en instructie als ‘gas…en gas los…. ‘ aan de jongen die achterin zat wisten we de auto naar de garage te loodsen. We waren er na verloop van tijd zo bedreven in, dat de garagehouder eerst niet wilde geloven dat de kabel kapot was, toen we met zwier de garage binnen reden.

Rondlopend op de camperplaats word je regelmatig toegekeft door ondermaatse kleine kuthondjes( ze worden steeds kleiner), die ongetwijfeld in je broekspijpen hangen als ze niet aangelijnd zouden zijn. Gelukkig zitten hun potige eigenaren gekluisterd aan hun biertje en spelen rummikub of poetsen de motorkap van hun camper glimmend.

Wat smaken die tomaten hier anders. Gekocht van een mannetje in een bus die op vrijdag de camping bezoekt met groenten en kruideniers- waren.

Etensgeuren, van lekker tot smerig, walmen als onzichtbare mistflarden tussen de bomen door. Je ruikt ze maar je ziet ze niet.

Ons diner was een beetje geïmproviseerd, nadat ik de orichetti in de pan met water had gegooid ontdekte ik in de koelkast de pasta die we eigenlijk hadden zullen eten. Terwijl ik even goed om me heen keek, Nienke niet in het zicht, heb ik de orichetti uit de pan gevist en vervangen met de pasta die me wat lekkerder leek. Het sausje dat Ik erbij maakte van allerlei restjes had het meeste weg van een onvoltooide kleurrijke legpuzzel, ik heb Nienke maar niet verteld wat er allemaal inzat. De Parmezaanse kaas en de basilicum maakten het enigszins goed. Ach, het kan ook niet altijd haute cuisine zijn…..