Over een rotspad en mooie koeien

Het pad omhoog naar de Grand Ballon

Het leek gemakkelijk. Een slingerend pad omhoog in de richting van de top. Links en rechts een weide op rotsachtige bodem, meer naar rechts een bos, waar het pad naar afboog. Vanaf Ferme Auberge du Haag keken we omhoog naar de top van de Grand Ballon (Vogezen,1424 m). Die wandeling moesten we maken. Misschien een halfuur, misschien wat langer maar vast te doen voor onze benen. Ik dacht nog even we moeten de stokken mee, maar dat idee liet ik varen onder het mom ‘het valt wel mee’. Wel de stevige wandelschoenen aan en een flesje water in de rugzak voor het geval we dorst krijgen. Een stevige wind uit het oosten maakte het wat kil, maar de zon scheen. De warmte van de zon verzachtte de kilte van de wind. Eenmaal de bocht in het pad over de weide voorbij, kwamen in een wonderlijk en beetje sprookjesachtig bos. Alle bomen die zich kronkelend omhoog werkten met een nogal gesloten bladerdak waren bedekt met wit gekleurde plakkaten van een mos dat we niet kennen. Samen met het spaarzame zonlicht dat tussen de bladeren wist door te dringen ontstond het beeld als waren de stammen bedekt met de huid van een Afrikaanse wilde hond, witte vlekken op een donkere achtergrond. Misschien was dat wel tekenend voor het gevoel dat me overviel, iets van dreiging en ongemakkelijkheid. Steeds verder omhoog lopend verlieten we het bos en verwonderden we ons over het uitzicht, waarbij we in de verte, in zuidoostelijke richting iets van besneeuwde toppen meenden te zien, maar het konden ook de witte wolken zijn van het naderende slechte weer van de volgende dag. Diep in het dal zag je het laatste stuk van de Route des Crètes, de weg die zich kronkelend verloor in de lager gelegen bossen. De Route des Crètes is een hoog door de toppen van de Vogezen slingerende weg van noord naar zuid, waarvan we later een stuk mochten verkennen toen we naar Munster bij Colmar reden.

Onderweg door het bos

Het zo makkelijk begaanbare pad veranderde vrij abrupt in een rotsachtige pad met de nodige uitdagingen. Nienke, veel soepeler en zekerder in haar bewegingen dan ik, ging me voor. Links liep de helling steil omhoog en rechts was er alleen maar een afgrond. Nu heb ik dan wel geen hoogte vrees, maar helemaal lekker voelde het niet, me bewust dat een misstap te veel naar rechts me kennis zou laten maken met een hard en waarschijnlijk gevoelig stuk berg en een niet zo leuke afloop. De te overbruggen stukken rotsgesteentes waar ik gedacht werd mijn voeten op te zetten, lagen soms wat ver uit elkaar, wat de balans niet bepaald bevorderde. Af en toe een handje hulp van Nienke was dan ook erg aangenaam. Langzaam ploeterden we verder naar boven en zagen geleidelijk de top met het bolvormige radarstation links van ons boven op de top verschijnen. Een man, gewapend met stokken (van die mooie, in rood aluminium, inschuifbaar met kurken handvaten) kwam ons tegemoet op weg naar beneden, even later gevolgd door een jong gezin, dat eveneens, onderwijl grappen makend, het pad naar beneden nam. Het uitzicht op de top was adembenemend. Er staat een lelijk monument met een beeld ter nagedachtenis aan de oorlog. De futuristische witte bol staat nog iets hoger op de top.

De weg naar beneden over de oostelijk flank was winderig maar veel gemakkelijker te begaan. Onderweg kwamen we meerdere toeristen van onbestemde leeftijd tegen. Niet bepaald van goed schoeisel voorzien voor een bergpad met losse stukken steen. Ze vroegen ons puffend en zwetend; ’ hoe ver het nog was?’. Al was het pad best goed te belopen, 150 meter steil omhoog vanaf de parkeerplaats bij het hotel op de oostelijke flank van de berg is voor een ongetraind mens op leeftijd geen sinecure. Voor ons een heerlijk vervolg van de wandeling naar beneden en later over een vlak geitenpaadje tussen de bomen door.

Auberge du Haag deed ons denken aan zo’n herberg hoog in de bergen van Italië of Zwitserland. Het eten zou er geweldig zijn maar was het helaas niet. Afgezien van het voorgerecht dat lekker was, had de kok zijn dag niet. Hij verknalde het biologische vlees van een Vogezenkoe (la Vache Vosgienne) door het te lang op de grill te laten liggen.

Die Vogezenkoe ziet er met zijn egaal zwarte flanken die naar de rug overgaan in zwarte stippen en een spierwitte vacht langs de ruggengraat schitterend uit. Haar kop is meestal wit met daarop zwarte vlekken en is getooid met twee flinke hoorns. Echt wat je noemt bergkoeien, kleiner dan de Hollandse koe. Ze zijn bekend om hun melk, waarvan het naar verse koeienvlaaien stinkende Munster-kaasje wordt gemaakt. Een kaasje dat in staat is de lucht in je koelkast tot die van een koeienstal te laten geuren.

Vosgienne

De Vogezen is een oud gebergte, een behoorlijk afgesleten granieten ‘blokgebergte’ dat van zijn evenknie, het Zwarte Woud in Duitsland gescheiden wordt door het dal van de Rijn. Verder naar het zuiden gaat het over in de Jura, grenzend aan Zwitserland dat deels bestaat uit kalksteen. Aan de flanken van het Jura gebergte worden wel wat fossielen gevonden, maar voor de fossielen van de grote dinosauriërs uit het naar de Jura genoemde tijdperk moet je elders zijn in de wereld. Het was een feest om door dit afwisselende landschap met de camper te rijden, met steile hellingen, meren, rotsachtige weggetjes slingerend tussen de bomen of over bredere wegen langs kale gedeeltes met prachtige uitzichten. Een gebied om naar terug te keren…..

En je kunt er in de winter skiën

Onbekend's avatar

Auteur: Rob en Nienke Peters

Gepensioneerd echtpaar dat met respectievelijk hun zeilschip en hun motorboot voer naar bij voorkeur Noordelijke bestemmingen, Oostzee en de binnenlandse wateren van Europa. Sinds de verkoop van de motorboot, eind 2023, maken ze per Camper reizen door Europa.

Plaats een reactie