Nog een weekje varen en naar de werf in Steenwijk

zwaluwtjes op de koffie in alle vroegte

Sinds dat we even thuis waren kriebelde het. We wilden weer aan boord. De verplichtingen achter ons laten. Wat is er mooier dan tegen de avond, als het licht minder wordt en de schemering zich aankondigt, over spiegelglad water het meer op te varen. Weinig boten doen dat, het pilsje of glas wijn lonkte te zeer, terwijl er zoveel landschappelijk moois aan je voorbij glijdt als je de moeite neemt om zo laat op de middag het water op te gaan. De vogels nemen weer uitbundig bezit van de omgeving. Ganzen in familieverband zoeken een rustige uithoek van het meer om de ervaringen van de dag uit te wisselen. Naarmate de zon, die nog af en toe achter een laaghangende wolkenpartij de laatste stralen op de weilanden en over het water strooit, verder naar de horizon afdaalt, wordt het stiller. Slechts het geluid van het water dat langs ons schip ruist en het zachte gebrom van de motor verstoren de rust die over het meer daalt. In de verte zien we een zeilboot die met het laatste zuchtje wind als een statige zwaan over het wateroppervlak glijdt. Geen haast, geen stress, alleen maar langzame voortgang. Ik heb eveneens de neiging om langzamer te varen, doelloos, alleen het varen is belangrijk, trage beweging in het moment.

Wanneer we om ons heen gaan kijken om een overnachtingsplek te zoeken is de betovering voorbij. De ervaring van het alomvattende verplaatst zich naar de focus van het gerichte.

We zijn inmiddels niet meer bij Sneek in de buurt. Via de Jeltesloot, de Koevorder en Lemmer voeren we naar de Friese Sluis, de poort naar de Noordoostpolder. Door middel van een ingewikkeld telefoontje met meerdere keuzemomenten, worden we na lang wachten 5 meter naar beneden geschut. De vaart naar Emmeloord is recht en door de rijkelijk met riet begroeide wallenkant en het brede vaarwater hypnotiserend eentonig, maar tegelijkertijd rustgevend.

Dankzij wonderlijke draaitijden moeten we lang wachten voor een brugopening bij Emmeloord en Marknesse. De sluis bij Marknesse blinkt uit in wachttijd en onduidelijkheid. Voor de sluis moet je net als bij de Friese sluis een telefoonnummer bellen, waarbij o.a. gevraagd wordt of je aan de binnenkant of de buitenkant van de sluis bent. Na heel lang nadenken en onze geografische kennis raadplegend kwamen we tot de conclusie dat mijn melding dat we van buiten naar binnen wilden niet klopte. We moesten de polder verlaten en dat betekent dat we in de sluis omhoog gaan, dus van binnen naar buiten. Bij nadere beschouwing waren de sluisdeuren zodanig geplaatst dat eventuele druk van het hoger gelegen water de deuren zou dichtdrukken, dus van ons uit gezien in het lagere deel met een knik naar buiten. Dat zagen we pas later.Als ik nu de keuze had gehad om te melden dat ik oostwaarts ging was dat makkelijker geweest. Misschien dat de provincie Flevoland er van uitgaat dat de meeste mensen de windroos niet kennen en geen benul hebben van noord, zuid, oost of west.

Vlak bij Kraggenburg vinden we een ligplaats aan een wat vervallen walbeschoeiing, onderdeel van de plaatselijke jachthaven. Omhuld door hoge loofbomen, wanen we ons in het buitenland op een afgelegen romantische stille plek, ver weg van alle verkeer en drukte. Wennend aan de mooie plek zien we vanuit de kuip twee kleine vogels voorbij schieten, ‘flitsen’ is een betere beschrijving. Geschokt zien we een afwisseling tussen lichtbruin en helder blauw in de vleugelslag. IJsvogels !! En dan ook nog twee tegelijk. De havenmeester die het havengeld kwam innen, vertelde me dat ze zelfs vlak bij de woonboot waar hij zijn domicilie heeft, zittend op de de veranda regelmatig het water oppervlak bespieden, gespitst op een onvoorzichtig visje dat zich aan de oppervlakte waagt.

Blokzijl

De volgende dag voeren we naar Blokzijl, dat vroeger direct aan zee lag. Aan de fraaie oude gevels te zien, was het een welvarend stadje. De brede kolk met in de dijk een keersluis-wand om het eventuele hoge water te keren was een veilige plek voor alles wat er aan scheepvaart afmeerde. In de sluis naar de Weerribben en het wat lager gelegen gebied van Giethoorn en de Beulaker, zakten we een halve meter. Het landschap volgt de lijnen van honderden jaren veenafgraving, een wirwar van smalle vaarten, open stukken water tussen deels open weiland en spaarzame verspreide bosjes loofhout.

Op de Beulaker, het meer waar de boeier van Nienke’s ouders in de zestiger jaren een tijdelijke ligplaats had, vinden we bij een van de eilandjes een rij palen waar we voor de nacht vastmaken. Het meer is leeg. Het vaarseizoen is voorbij. Slechts een enkel charterschip, meestal bemand met een ouder echtpaar of een groep mannen uit ons buurland genieten van het varen in dit oeroude nog ongerepte natuurgebied…..

Reuze pech en Reuzenpret

We waren alweer een halve week onderweg toen we het plan vatten om naar het evenement met de Reuzen in Leeuwarden te gaan. In de Prinsentuin lig je mooi, al hadden wij de pech onder een boom te liggen waar duiven op de takken een groepssessie ‘vrij kakken’ hadden georganiseerd.

Het was lastig om een plek te vinden en op het moment dat we bij de Noorderbrug de steven keerden om naar een open plekje terug te varen hoorden we een klap achter bij de schroef. Hard achteruitslaan lukte niet meer en stuurloos dreven we, dan wel stapvoets, maar toch met 11 ton, tegen een afgemeerde zalmschouw aan. ROMMEL in de SCHROEF! We herkenden het geluid…….. 4 jaar geleden gebeurde hetzelfde in de beurt van ter Apel op weg naar het Zuidlaardermeer.

De schade aan de zalmschouw was groter dan die van ons. In de achteruit, stationair en met de boegschroef sturend, kropen we naar de overkant, waar mensen klaarstonden om ons op te vangen. Er was juist een plek aan de wal vrij gekomen door het vertrek van een zeilboot.

Toen we Leeuwarden binnenvoeren, zagen we de brandweer met duikers een oefening houden. Op mijn fietsje ben ik er naar toe gesneld maar kreeg te horen dat ze vroeger wel rommel uit de schroef haalden, maar dat dat niet meer mocht. Regels. Onverwijld en teleurgesteld kwam ik weer bij ons schip, waar Nienke inmiddels de slachtoffers van de Zalmschouw had opgezocht om te kijken wat de schade was en hoe we dat met de verzekering zouden regelen.

Er is een ongeschreven wet dat als er iets onverwachts gebeurt, je er zeker van kunt zijn dat die gevolgd wordt door een tweede onverwachte gebeurtenis. Een groot zeilschip net terug uit Zweden, probeerde bij ons langszij te komen. Het bleken vrienden met hun Hutting 45 te zijn. Een aangename en wel heel toevallige verrassing. Wat verscheurd door deze twee gebeurtenissen en nog onthutst door de aanvaring probeerden we te bedenken wat we moesten doen. Dat er een duiker bij moest komen was duidelijk. In deze drukte naar een werf gesleept moeten worden leek ons geen goede optie. Een professionele duiker uit Harlingen laten komen kost een vermogen. Overleg met de man van onze verzekering resulteerde in het advies eerst te kijken of er lokaal wat te regelen viel. Nienke kwam op het idee om iemand van de Sneeker duikclub te bellen. Die wist te vertellen dat er in Leeuwarden 3 duikclubs waren, waarvan na enige telefoontjes er één bleek te willen helpen. Nauwelijks een uur later waren twee jonge jongens samen met een begeleider, bezig hun duikpakken aan te trekken. Onder veel bekijks gingen ze te water en haalden met enige moeite een groot stuk bruin gerafeld plastic dekzeil naar boven. Onder gejuich van de omstanders werd de oorzaak van de ellende, het corpus delictum, uit het water gevist en op de kant geworpen. Na het starten van de motor bleek de schroef weer normaal te draaien en was het klepperende geluid van iets dat tegen de romp slaat, verdwenen.

Het Reuzenevenement van Royal de Luxe.

Op de eerste dag zagen we hoe één van de reuzen, een Duiker, bij de Verlaatbrug met een kraan uit het water werd gehesen. Op ingenieuze wijze werd hij aan een rijdende stellage bevestigd, waar meerdere mannen en vrouwen op klommen om de pop via touwen en katrollen te laten bewegen. Het reuzenmeisje werd bij het station opgetuigd en loopklaar gemaakt na een echte douche en een kledingwissel van badjurk naar een groene jurk. Dit alles onder het toeziend oog van een grote menigte mensen die voortdurend klapten.

De Reuzen passeerden ons op 50 meter afstand van de plek waar onze boot langs de kant lag.

De imposante Duiker van 11 meter, hangend aan de stellage en mechanisch als een marionet door de acrobaten bewogen, ‘liep’ met grote stappen tussen een dubbele haag van mensen door. Het Reuzen-meisje dat een andere route liep, wisselde van lopen naar steppen en rijden in een soort wagentje. De mechanische hond droeg bij toerbeurt kinderen uit het publiek op zijn rug, vrolijk kwispelend met zijn staart.

Grappig hoe makkelijk je ‘leven’ projecteert in deze grote poppen, zelfs als ze een ‘dutje’ doen. Een compliment voor de makers en bedenkers van deze straattheater-act in een voor de gelegenheid autoloos Leeuwarden. Autoloos, maar zinderend van leven door de duizenden mensen. Zou het een idee zijn om eens in de maand de auto’s in een stad uit te te bannen? Ik vond het wel wat hebben om in de ochtend, voordat het evenement begon, midden op een nog lege straat lopend, boodschappen te halen bij de Jumbo verder op……

Droogvallen á la carte en een wonderlijke bruiloft

Bij een kijkje over de dijk onthult de eb bij Termunterzijl twee steendammen wederzijds van de geul naar de buitenhaven van het dorp. In de haven vallen we niet echt droog maar zakken in een zachte prut die gelukkig niet stinkt.

Het Duitse wad is een aantrekkelijk gebied bij mooi weer, al zal menig doorgewinterde wadvaarder ook het voor- en najaar met zijn wisselvallige, soms ruige, weer van harte aanbevelen. De geulen en prielen zijn goed bebakend. Met een recente kaart en enig verstand van het getij is het varen op de Waddenzee niet moeilijker dan varen op het IJsselmeer.

We hebben, vermoed ik, een primeur door met een Pollard Coastliner droog te vallen op het Wad ten zuiden van Norderney in de buurt van het wantij. Toch wat anders als ongewild in de prut scheefzakken in een droogvallende haven. Op het internet vind je aanwijzingen waar je het beste kunt droogvallen zonder onverwachte verrassingen. Laten we wel wezen, het weer is bepalend. Met een harde wind uit de oost of de west wordt het bonkend rodeo dansen op het moment van droogvallen of weer loskomen. Met wat pech val je dan droog op harde zandgrond in plaats van zachte slib. Van onze zoon kregen we de tip om vlak voordat je merkt dat het schip zich wil nestelen de motor enige tijd hard in de achteruit te laten draaien waardoor er een sleuf ontstaat waar de kiel zich kan ingraven. Wij deden dat uiteraard ook, echter niet lang genoeg zodat we, toen het water verder zakte, als in een vertraagde film naar bakboord kantelden. 10-12 graden slagzij, schatten we. Net genoeg om af en toe je tenen te stoten of een kopje thee aan het wandelen te zien gaan. Omdat we ervoor kozen niet te lang droog te liggen bleef er rond de boot een enkel-diepe laag water staan. Na 3 uur droog liggen kwam de Nine Marit door het opkomende water van de vloed trots en ongeschonden achter haar anker overeind. Herrezen uit de scheefstand die best lastig was wanneer je door de boot probeerde te lopen.

Rondom ons waren meeuwen en andere wadvogels het slik aan het omploegen op zoek naar voedsel. Zieltogende oesters die hun schelpen niet op tijd gesloten hadden waren een verrukkelijke amuse voor het diner dat vooral bestaat uit half kapotte rottende kokkels, mosselen en ander min of meer eetbaar organisch materiaal. De oesters zagen er niet zo aantrekkelijk uit. Dat is meestal zo bij oesters in hun natuurlijke habitat. Waarschijnlijk zijn het Japanse oesters, immigranten die de Zeeuwse platte oesters hebben verdrongen. Nadat we weer vlot waren hebben we de boot naar dieper water verlegd waar we zacht deinend de nacht hebben doorgebracht. Dobberen achter de ‘spijker’ op het wad is een belevenis die ik moeilijk kan uitleggen. Mooi, prachtig, verstillend en nog meer superlatieven.

Inmiddels zijn we via Norderney, Greetsiel, een oud vissersdorp aan de Duitse wal tegenover Eemshaven, Termunterzijl en Groningen op weg naar het Lauwersmeer. Veel last van het aangekondigde noodweer hebben we niet gehad, al zijn we zowel in Greetsiel als Termunterzijl door de hitte bijna gaar gebakken.

In Termunterzijl, genietend van een biertje op het terras van de plaatselijke feestkroeg, bleek de tent afgehuurd te zijn voor de gasten van een bruiloft. Na 6 uur konden we ophoepelen. We zouden net opstappen toen we plotseling de bruid en de bruidegom het restaurant zagen uitwandelen. Zij, een fraaie slanke Aziatische bloem in het wit en hij, rechtstreeks van de Groningse klei, dikbuikig met een rode kop gelijkend op een bijna ontploffende aardappel. Een onwaarschijnlijk combinatie, waar we met ons vieren wat ontdaan van waren. Niet dat ik ook maar iets tegen een gemengd huwelijk heb, maar het contrast in uiterlijk tussen hen was te groot mede dankzij het geschatte leeftijdsverschil van zeker 30 jaar. Nu heb ik vaker last van het ontstaan van gedachten-spinsels dankzij mijn interesse in wat een mens beweegt. Hier ontsponnen zich een paar bedenkingen over de basis van de vers gestichte huwelijksband toen we zagen hoe de jonge bruid tijdens een intieme fotoshoot achter de gebeeldhouwde sluiswand haar rechterbeen ontblootte en tegen de dij van de bruidegom vleide. De erotiek spatte er af en ik vermoed dat het niet de bedoeling was dat wij, buiten het gezicht van de andere genodigden, dit schouwspel vanaf de steiger mochten zien.

In de avond op zoek naar de maansverduistering speurden we de hemel af aan de horizon waar zij op zou komen. Dat bleek niet eenvoudig.Toen we haar eindelijk zagen was het een vage roodachtige ronde vlek die al een flink eind boven de bomen was opgeklommen, vergezeld van de heldere planeet Mars die als een roodachtige stipje schuin onder de maan leek te hangen. Pas later vanuit de kuip aan boord zagen we de verduisterde maan in volle rode glorie met als apotheose de geleidelijke onthulling vanuit de schaduw tot een volledig witte volle maan…..

Baltrum

Op weg naar Baltrum over het wantij
Oostpunt Baltrum met zicht op Langeoog

Het eiland is zo klein dat je het te voet in 3-4 uur kunt rondlopen. De oostkant van het eiland is het interessantste deel qua natuur. Na een korte duinenrij kwamen met de vrienden waarmee we samen opvaren op een brede zandplaat met een haakvormige lagune die voor een groot deel droogvalt. Scholeksters, Sterntjes en Plevieren broeden er en foerageren er hun dagelijkse kost. Het eiland is behoorlijk ongerept en voor een groot deel Naturschutzgebiet.

Baltrum ligt dicht bij het vaste land en is bereikbaar voor walbewoners met de veerboot die slechts 2 keer per dag vaart afhankelijk van het tij. Voor fraaie oude huizen moet je hier niet zijn. De meeste gebouwen zijn vermoed ik pas in de tweede helft van de vorige eeuw gebouwd. Voor een charmantere uitstraling moet je naar Spiekeroog met zijn leuke straatjes en panden in een lommerrijke omgeving.

De wadzijde van Baltrum is buitendijks een paars- en grijskleurige lappendeken van bloeiende zoutminnende planten als Lamsoor en Zeealsum. Zeealsum werd vroeger gebruikt als wormafdrijvend middel en gedroogd als vulling in matrassen.

Slechts een enkele wandelaar of wandelpaar kruiste ons pad op weg naar de oostpunt.

Over het strand dat zich breed uitstrekt aan de noordoostelijke kant van het eiland liepen we weer naar het westen. Bij de lage waterstand waren een aantal zandbanken te zien die zich parallel aan de waterlijn in zee langwerpig uitstrekten. Het smalle gat tussen Baltrum en Langeoog lijkt bij rustig weer goed te bevaren dankzij een rij tonnen langs de geul. Een visserman voer er een stuk rustiger dan even te voren op zee, langzaam door. Ik denk dat het een lelijk stuk water is met grondzeeën bij harde noordwestelijke wind door de ondiepe zandbanken in het midden van het gat naast de bebakening. Het breed uitwaaierende strand werd overkoepeld door een helderblauwe lucht bekleed met honderden plukkerige schapenwolkjes. In de leegte van het strand klonk het klagende gejammer van een bedelend meeuwenjong en het opgewonden geschreeuw van enkele scholeksters. Pas veel verder naar het westen lagen een paar mensen in hun zelfgebouwde zandburchten te zonnen. De neiging om delen van het strand te kolonialiseren hebben de Duitse badgasten hier in ere gehouden.

Op de terugtocht door de duinen naar de haven vonden we lage struikjes met bramen waar we met onze vrienden van smulden.

In het dorp, de bewoonde wereld, werd ik geconfronteerd met een voorbijganger versierd met een tattoo die mijn fantasie op hol deed slaan. Het fenomeen tattoo beschreef ik eerder en ik kan het niet laten om me erover te verwonderen. Dit was een dame met een bijzonder exemplaar. Haar hele rechter been, dat er net als haar linker best mocht zijn, was versierd met een omhoog klimmende rank voorzien van bladeren. Door haar short kon ik niet precies zien wat het einddoel was van haar ‘klimop’. Nog merkwaardiger was dat ik de dame in kwestie herkende achter de toonbank van de lokale bakkerij aan de voortzetting van haar klimop tattoo op haar linker arm. Van mijn stuk gebracht bestelde ik bijna te veel broodjes gefascineerd door de vraag waar de klimop op haar lijf de kruising maakte van rechts naar links. Ja, het fenomeen Tattoo blijft een merkwaardig iets. Wat beoogt de drager een waarom juist deze tattoo op deze plaats? Is het alleen maar mode of is het een behoefte om de individuele eigenheid naar buiten te willen tonen?

Waarom zou je je lichaam in een eindig leven tot een schilderij van permanente tijdelijkheid willen maken? Een symbolisch dagboek ter lezing en zichtbaar voor de buitenwereld al naar gelang de mate van of ontkleding.

Het rustige warme weer gaan we gebruiken om op het wad te ankeren. De lichte zeewind, opgewekt door de opwarming van het vaste land is een aangename verkoeling op de middag.

Droogval-leed

Juist bij vallende nacht en vallend water

In mijn herinnering stond in Berg en Dal bij hotel Erica een huis als attractie voor zeeziekte-gevoelige types. Als oudere peuter heb ik daar mogelijk al mijn zeebenen gevormd, destijds nog onbewust van de latere implicaties als toekomstig bootjes-mens. Via een trap kwam je, van buiten gezien, een schijnbaar rechtop staand huis in. Zodra je binnen trad was alles scheef. De muren, de plafonds en de deuren leken volledig uit het lood te staan terwijl je het gevoel kreeg aan een evenwichtsstoornis te lijden. Lopend door deze attractie nam het gevoel dat er iets mis was met je alleen maar toe. Als na enige gewenning dat alles scheef is de misselijkheid wat afnam, was de rechtopstaande normale wereld een onwezenlijke ervaring bij het naar buiten komen.

In de haven van het Duitse Waddeneiland Juist beleefde ik deze deja-vue ervaring tijdens het vallende tij. De haven valt droog en niet zo’n beetje. Als de modder nu overal even zacht zou zijn, was er waarschijnlijk niets aan de hand. Een bootje nestelt zich meestal zachtjes en rechtop in het modderige slib. Ons bootje dus niet. Vermoedelijk heeft op deze ligplaats een smal, diepstekend schip gelegen waarbij hij een prettig geultje had geploegd. Brede Nine Marit vond tijdens het droogvallen geen steun aan haar bakboord zijde en ligt nu, scheef als geen ander schip in de haven, als een matrone op haar zij na een copieuze maaltijd uitgestrekt op een modderbed.

Terwijl ik dit schrijf hang ik scheef in de Nine Marit en heb moeite om niet van de bank te glijden. Nienke heeft uit voorzorg haar been om de tafelrand geklemd opdat ze niet ruggelings het glazenkastje aan de overkant in glijdt. In een poging me schrap te zetten drukken mijn tenen tegen de binnenkant van mijn schoenen alsof ze te klein zijn. Uiteraard hebben we de wijnflessen veilig aan de lage kant gezekerd. Evenals de basilicum en de zelfontbrandende lampjes van de Hema, die zo leuk oplichten in de schemering na een dagje zonlicht op hun deksel. We delibereren over hoe het moet bij het slapen gaan. Het opkomend water dat ons scheepje in een gezondere houding moet brengen zal zich pas rond 2 uur vannacht doen gelden. Aangezien ik aan de stuurboordzijde lig en Nienke links van mij, maak ik me geen zorgen. Nienke helaas des te meer omdat de bedrand aan haar linker zijde niet hoog is.

Misschien moeten we maar wakker blijven totdat we weer recht liggen. Nienke opperde nog de mogelijkheid om het gastenbed te gaan gebruiken. Maar daar heb ik bezwaar tegen gemaakt. Dat gastenbed is in gebruik als opslagruimte voor alles wat we teveel aan boord hebben. Met ons erbij wordt dat krap. Bovendien zitten er aan het voeteneinde kastjes waar we onze reserve wc-rollen gestouwd hebben. Voordat je het weet glijden we met onze voeten ongemerkt tussen de rollen en die zijn nog niet gebruikt.

De maan is halfvol en staat vanavond ook een een beetje scheef aan de hemel.

Er klinkt wat gepruttel uit de modder om het schip waarin afgedrukt het pootjes-spoor van een eend die verlekkerd bezig was het slijm op het slib af te lebberen.

Wij hebben overigens heerlijk gegeten. De stemming is opperbest….al missen we Bo….

Water

De laatste sluis die we in Duitsland bij Herbrum passeerden is oud. Vanuit de gehavende sluiswanden van baksteen drupten dunne straaltjes water de sluis in terwijl we langzaam met ons schip naar het niveau van de Eems zakten. Ik moest aan dat beeld denken nu we alweer ruim een week thuis zijn en Bo er niet meer is.

Het weer is zoals we ons voelen. Warm met af en toe een paar wolken die langzaam voorbij schuiven. De droogte blussen we met af en toe een stil tranen-buitje. Bo zit nog in mijn lijf. Een onbewuste aandrang tot actie, een impuls om op te staan en hem uit te laten. Fysiek voelbaar, maar direct gecorrigeerd door ‘het weten’ dat het niet meer hoeft. Een patroon dat ik moet afleren en vervangen voor iets nieuws. Wat was, is niet meer en wat komt ligt open.

Langzaamaan staan we ons toe om aan nieuwe mogelijkheden te denken. Zonder Bo zijn we minder gebonden, hoeven we hem niet in de auto achter te laten om snel een museum te bezoeken. Kunnen we langere tijd ankeren zonder het gedoe van de rubberboot te moeten opblazen. Kunnen we zomaar een vliegtuig nemen naar Madeira.

Afgelopen week liepen we de bekende wandelingen die we gewend waren met Bo te maken. We konden vlot doorlopen, op hem wachten was niet meer nodig. Hij nam meestal ruim de tijd om een zeer aantrekkelijk ruikende graspol uitvoerig te analyseren. Vooral aan het begin van een loopje, was alles hoogst interessant. Na verloop van tijd raakte zijn neus ‘vol’ en liep hij vlot mee. Thuis was het open doen van de koelkast het signaal voor Bo om, als uit het niets, naast je te staan, zijn ogen op jou gericht met een vragende blik van ‘Hah fijn, gaan we iets lekkers eten?’ Dat deed hij ook als hij net zijn dagelijkse maaltijd ophad.

We hebben deze week weer gevaren. Even het water op en een walletje in een verloren hoekje van het Sneekermeer opgezocht. Er waren ondanks het mooie weer weinig boten op het water. De vakantie was duidelijk nog niet begonnen. Op het water zijn schept rust en we genoten van de geluiden van het water, de vogels en het uitzicht over het meer.

De bruggenwachter van de Lemmerbrug bij de Waterpoort heeft het druk in het weekend. De kolk ligt vol met motorboten, zeilboten en sloepjes en het is een gaan en komen van doorgaande schepen naar IJlst of naar de oostkant van Sneek. De waterstad van Friesland op zijn best in deze zonrijke zomer. Voor ons huis ligt een motorboot met een Amerikaanse dame die in haar eentje ieder jaar gedurende 6 maanden met haar 12 meter lange schip door Europa vaart. Nu een paar dagen in Sneek, later deze zomer richting Frankrijk. Dan moet je wel lef hebben en niet bang zijn voor lastige situaties met sluizen en afmeren.

Ons schip ligt in haar box klaar om opnieuw te vertrekken. Alles behalve leeftocht is nog aan boord. Afhankelijk van het weer denken we volgende week te gaan varen. We zien wel waar naar toe……

Scheepshond Bo

Bo, ons dappere en volhardende teckel-mannetje en scheepsmaatje is niet meer. Gisteren hebben we hem laten gaan. Zijn ziekte was te ernstig en herstel was volgens de dierenarts niet mogelijk.

Op donderdag 28 juni zijn we versneld terug naar Sneek gevaren. Bo ging hard achteruit. Een tussenstop op het Lauwersmeer leek ons niet verstandig. De afspraak bij de dierenarts de volgende dag gaf veel duidelijkheid over de toestand van Bo. Ze constateerde dat hij een sterk vergroot hart had met twee grote klep-afwijkingen, waardoor er voortdurend bloed terugstroomde naar de longen en de buikorganen met als resultaat een toenemende benauwdheid door ophoping van steeds meer vocht. Op haar vraag ‘of hij nog wel een blije hond is’, moesten we erkennen dat dat voor een groot deel uit zijn gedrag niet meer blijkt. Tot voor kort zaaide hij nog twijfel over zijn toestand door ons ‘s avonds na het eten te verleiden tot een spelletje touwtrekken met het dekentje uit zijn mand, wat hem echter snel uitputte.

Zo ben je met elkaar aan het varen en zo ben je met een terminaal zieke hond weer thuis. Vóór het bezoek aan de dierenarts hadden we nog een beetje hoop dat het misschien nog wel een maand of twee goed zou kunnen gaan. Toch hebben we denk ik diep van binnen aangevoeld dat hij er ernstiger aan toe was als dat het soms leek.

Zijn eigenlijke baasje, Jeroen, die hem het grootste deel van zijn leven als scheepshond aan boord mee had op de klipper, was er de laatste dagen bij. We zijn alle drie erg verdrietig dat we afscheid van hem moesten nemen. Aan varen denken we even niet…

Bo is 14 jaar geworden en heeft een fantastisch mooi leven gehad. De Waddenzee, de eilanden en het bos waren geliefkoosde plekken waar hij helemaal los ging. Achter een stok of een bal aan rennen en hem, als hij er zin in had, voor je voeten neerleggen, opdat je hem opnieuw zou weggooien, was zijn lust en zijn leven. In konijnen en katten was hij niet geïnteresseerd. Van ophouden wist hij niet, altijd moeite met de grenzen die we hem oplegden. Door andere honden liet hij zich nooit intimideren, zo klein als hij was. De staart recht overeind, maar nooit als eerste agressief naar een ander. Met pups kon hij lief spelen en liet veel toe. Anderzijds kon hij heel arrogant een andere hond, die belangstelling voor hem toonde, negeren. Heel bijzonder voor een teckel was dat hij met het commando ‘naast’ zonder riem naast je bleef lopen, hetgeen Jeroen hem als pup geleerd heeft. Hij vergat dat commando wel snel als er ergens wat interessants te snuffelen viel. Plotseling de straat oversteken naar een andere hond deed hij nooit. Hij was een keurige op de stoep-hond, slechts gefocust op het geuren-nieuws van zijn soortgenoten.

Nu is hij niet meer. In zijn eigen mandje en in zijn karakteristieke slaaphouding, hebben we hem naar het crematorium gebracht.

Aan varen denken we even niet……

Bo 15-05-2004 2-07-2018

Steigerpraat en het Dortmund-Emskanaal

Bemestings-troepen op het sluisterrein

 

Het is stil op het Dortmund-Emskanaal. De grijze lucht weerspiegelt zich in het licht rimpelend wateroppervlak tot een glanzend zijden kleed. Donkergroen bebladerde bomen buigen hun stammen beschermend over het kanaal. Een enkele bloeiende lindeboom onderbreekt de donkere haag met zijn tere wit-gele bloesem. Af en toe zijn er doorkijkjes naar meestal lager gelegen open velden of landbouw grond. De variatie aan bloemen en planten langs het kanaal is minder divers dan die van het Mittellandkanaal. We kunnen slechts weinig bijzondere planten ontdekken tussen het riet, het gras en de lage struiken.

De sluismeesters zijn ons goed gezind. Zelfs voor onze twee motorboten worden de sluisdeuren vlot geopend en krijgen we groen licht om de sluis binnen te varen. We lijken haast zwevend, slechts begeleid door de zachte brom van onze motor, onder bruggen door te varen, waar auto’s met veel lawaai voortrazen, te haastig trachtend de tijd meester te blijven. Nergens hoeft de mast naar beneden want de meeste bruggen zijn hoger dan 4 meter.

Het weer knapt op. Er zijn weer soldatenbroeken in het grijs te ontdekken. Af en en toe worden we verrast met een vlek zonlicht.

We hoopten een mooie plek langs het kanaal te vinden. Volgens de pilot, zouden er twee aanlegplekken zijn voor motorboten vlak na de sluis bij Meppen. Inderdaad, twee roestige steigers, waar onze motorboten langszij opgepropt en blootgesteld aan langsvarende beroepsvaart met veel inschikkelijkheid eventueel zouden kunnen liggen. Dat hebben we maar niet gedaan. Even na Meppen doken we een oude zijarm van de Eems in, waar we aan het eind in het doodlopende stuk een kleine jachthaven vonden en keurig opgevangen werden door een vrolijk babbelende havenmeester. €14 per nacht, stroom, water en douche inbegrepen, evenals een ondiepte waar je voor moet uitkijken als je de haven weer verlaat. De oude Eems-arm zag er wat spookachtig uit, boomstammen in het water en struiken die vanaf de oever ver over het modderachtige water reikten. Alsof in een mangrovebos vermoedde ik ieder moment krokodillen het water in te zien glijden vanaf verborgen plekken in het struweel aan de kant. Volgens Nienke houden krokodillen niet van de kou en komen ze in Nederland niet zo vaak voor. Maar je weet nooit, waren er laatst niet een paar roofdieren uit een dierentuin ontsnapt?

Aan het steigertje afgemeerd, raakten we weldra in gesprek met twee plat pratende Duitsers. Eigenlijk leek het meer op Nederduits of iets dergelijks. Ze vroegen op welke werf onze motorboot gemaakt was. Pollard uit Steenwijk kenden ze wel, goeie boten en dit model vonden ze mooier dan al dat moderne. Minder waren ze te spreken over de oude arm van de Eems waar hun jachthaven aan gesitueerd is. Te ondiep en de Behörde verdomt het om de arm uit te diepen: ’Naturschütz’. De haven ligt inderdaad in een fraai stuk natuur achteraf. De steigers zijn aan vernieuwing toe, maar daar is geen geld voor sinds vorig jaar het toiletgebouw vernieuwd is. Met het resultaat van creatief knutselwerk zijn de steigers nog best functioneel te noemen. Gemaakt van lege aan elkaar gekoppelde blauwe vaten met een stuk ijzeren zendmast horizontaal erop bevestigd en daar bovenop een paar stalen antislip-roosters uit een donatie van de plaatselijke langlaufclub voor ouderen in Meppen. Mooi toch? Kortom, nieuwe steigers nodig?Hoezo?

Nu vraag ik me af of dat dezelfde man is die steeds met een zak afval over de steiger loopt. De eerste keer groette hij me vriendelijk, de tweede en derde keer niet meer. Zou er iets anders in de afvalzak zitten? Of is het steeds een andere man? Misschien moet ik beter opletten. Ik zou hem kunnen vragen wat er in de zak zit. Of zal ik eerst maar eens kijken of het wel dezelfde man is? Zo zie je maar, er is onderweg van alles te beleven…..

P.S. De man kwam weer langs, zonder afvalzak. Met een rood hoofd keek hij me aan. Wat zou dat nou weer betekenen….

Het weer slaat om en door de sluis van Anderten

Varend op het Mittellandkanaal zien we in de verte voor ons hoe donkergrijze wolken zich samen pakken. Een zwaargebouwde man in het zwart met handschoenen zonder vingers staat aan de kant heftig te zwaaien. Hij gebaart dat we afstand van de wal moeten houden, er ligt een zojuist omgevallen boom in het water. Het waait als de pieten. Bladeren en takjes van de bomen belanden op ons schip terwijl de vlagerige wind ons pesterig opzij probeert te drukken. Het aloude spreekwoord’ eerst de wind dan de regen, laat maar staan het kan er tegen’ geldt vandaag niet. Onder de heftige bui neemt de wind alleen maar toe. Bakken met water striemen het dak van de Nine Marit, de ruitenwissers draaien nerveus in hun hoogste stand. Het weer is omgeslagen. Het was voorspeld. Nog geen uur geleden werden we bij een zonnetje achter een doorschijnend verenkleed van lichte bewolking uitgeleide gedaan door de rode wouw die ons gisteren in de de haven van Bortfeld verwelkomde. Nu is hij weg en schuilt waarschijnlijk ergens onder het bladerdak van een boom voor de bui.

Achteloos scheurt een Duitse gestroomlijnde plastic racedoos ons voorbij. Zijn hekgolven die tussen de stalen wanden van het kanaal heen en weer stuiteren laten ons minutenlang ‘nagenieten’ van heftige turbulente waterkolken in alle richtingen. Mijn gebaren zijn snelheid aan te passen werden weggewuifd, alsof hij haast had. Toen wij bij de sluis arriveerden moest hij net als wij wachten voor de sluis van Anderten en zelfs langer. Persoonlijk vind ik wachten voor een sluis niet zo erg, maar het moet niet te lang duren. Dat die racedoos-idioot met haast nu extra lang moest wachten deed me deugd. Enig leedvermaak is mij niet vreemd.

De wind was nog steeds vlagerig en vooral ook hard als hij vanonder een wolk aantrekt tot 30-35 knopen. Door de sluismeester waren we naar de aanlegplaats voor sportboten gedirigeerd. Geen lekkere plek met deze wind die daar dwars op ons inblaast. Alle ballen die we hebben hingen tussen de wal en het schip. Het gewicht van 2 schepen(onze vrienden lagen met hun schip buiten op) en de druk van de wind vervormden de fenders tot geplette worsten alsof ze overreden waren door een stoomwals. Als het zo blijft waaien wordt het lastig hier aan lager wal weg te varen. De zon liet zich weer zien en de wind nam gelukkig wat af. Na 2 3/4 uur mochten we achter 2 dikke jongens de sluis in met 4 motorboten en een Poolse zeilboot met gestreken mast. De zeilboot was iets te snel, waardoor hij voor ons dwars in de sluis kwam te liggen omdat het binnenvaartschip zijn schroef nog niet had uit gezet. De haastige racedoos lag schuin aan stuurboord voor ons in de sluis. Ik kon het niet nalaten de schipper aan te spreken op zijn vaargedrag. Ik vroeg hem waarom hij het nodig vond zo hard langs ons kleinere schepen te scheuren. Het antwoord was dat hij op tijd de sluis wilde halen. Dat wilden wij ook, ‘open deur’ zou ik zeggen. Op mijn vraag of hij zich bewust was van de enorme hekgolf die hij produceerde met de racedoos, haalde hij zijn schouders op en bestudeerde nadenkend de punten van zijn bootschoenen. Ik zei dat ik het niet verwachtte van een ‘echte Duitse motorbootvaarder’ om hem daarmee moreel aan te spreken. Uiteraard dacht ik het tegenovergestelde, het was eerder een bevestiging van mijn ervaring met Duitse motorbootvaarders voor een sluis in Nederland, die vaak proberen voor te kruipen. Grappig dat ik in Duitsland wel zo’n reprimande luid roepend over het water durf te geven. Thuis ligt dat niet zo in mijn aard. Misschien omdat ik de man nooit meer zal ontmoeten? In ieder geval het kwam aan, hij voer zeer rustig de sluis uit en een vlak stuk water achter zich latend.

Het bleef verder droog. De wind denderde voort, recht op de kop. Wij lekker binnen en een klassiek muziekje aan. Het geplande plekje aan het kanaal bleek aan lager wal te liggen zodat we pas 7 km verder een geschikte ligplaats konden vinden. Het waait nog steeds, de geïmproviseerde maaltijd was heerlijk. Straks lekker slapen…..

Hebewerk Lüneburg

Voor het Hebewerk bij Lüneburg werden we gesommeerd aan de hoge stalen kade te wachten tot we aan de beurt waren om naar boven gehesen te worden. Bo moest plassen en een steile trap naar boven is de enige weg naar het gras. Nienke is het handigste om met hem in een draagtas naar boven en naar beneden te klimmen. Met de rits van de tas vrijwel dicht, Bo zijn kop steekt er alleen nog uit, en de draagriem van de tas om haar nek, heeft Nienke twee handen vrij om over de ladder naar boven en naar beneden te klimmen. Dezelfde truc hadden we al eerder beproefd toegepast in Fedderwardersiel.

Met meerdere vrachtschepen liggen we voor het Lüneburger Hebewerk te wachten, het heftuig dat ons 38 meter in een aan twee zijden afsluitbaar zwembad omhoog moet hijsen. Met een lengte van 100 meter is de bak waar we met zijn allen in moeten niet erg lang. Een binnenvaartschip is al gauw 80 meter, soms bijna 100 meter. Bij die laatste kunnen wij er niet meer bij. Irritant om te zien hoe lang het duurt voor dat de bak, boven aan de andere kant, leeg is en weer gevuld wordt vanaf het kanaal boven. Één binnenvaartschip per keer dat omhoog en omlaag gaat. Je zou er haast stress van krijgen. Daarom hebben we de paella maar vast opgezet. Het zal er wel op neer komen dat de paella net klaar is als we het zwembad beneden mogen invaren. We hebben goed zicht op het Hebewerk. De marifoon houdt ons en alle wachtenden regelmatig via soms onverstaanbare beroepstaal op de hoogte, waarbij hij tussentijds een soort knal-scheten laat als de Atis wordt doorgestuurd.

3 1/2 uur hebben we gewacht tot we mee mochten. Bij de melding van de’ hebewachter’ dat we konden opstomen naar de bak, hebben we zonder een glas wijn ( tijdens het varen drinken we geen alcohol) de inmiddels gare maar wel erg hete paella zo snel mogelijk tussen de brandblaren naar binnen geschoven.

Het blijft een klein feestje om op deze wijze verheven te worden, met je schip een halve Domtoren van Utrecht omhoog in een zwembad aan kabels. De zwaar getatoeëerde Duitse schipper met een groot anker op zijn T-shirt en zijn vrouw moesten zich met hun 3.20 meter brede schip tussen onze Nederlandse schepen in drukken. Hij maakte driftig foto’s van de indrukwekkende machinerie om ons heen en bekeek kritisch het resultaat op zijn camera terwijl ik hem op de foto zetten. Zijn vrouw was zo vriendelijk voor me te poseren met een bordje tekst die de schipper voor zijn stuurwiel had geplaatst. Om zijn vrouw gerust te stellen, neem ik aan.

De hijs naar het hoger gelegen kanaal verliep gesmeerd. In een luttel aantal minuten waren we boven en werd het zwembad aan de waterzijde geopend.

Het is al laat als we uiteindelijk afmeren aan een ‘Sportboot Liegestelle’ aan het kanaal.

Varen op het kanaal is geen straf. Het landschap is prachtig en regelmatig worden we vergast op een zwarte of een rode Wouw met hun typische gevorkte staart. Een enkele zwaan, midden in de vaart denkt ons op afstand nog klein en neemt een aanvalshouding aan. Als we dichterbij komen ziet hij in dat dat niet reëel is en maakt statige en vooral langzaam plaats. Met drie motorboten varen we naar Bodenteich, een plaatsje waar we de nacht kunnen doorbrengen maar waar we ook goed boodschappen kunnen doen….