Oldenburg, een wel wat verkeerde inschatting en de Weser op

Het Küstenkanal is een groene corridor, een tunnel met af en toe een flauwe bocht. Niet het meest inspirerende stuk water. Nadat we met veel gas, maar tergend langzaam een binnenvaartschip hadden gepasseerd zagen we dat het schip achter ons in een verwijd deel van het kanaal ging aanleggen. Hadden we hem opgeroepen was deze spannende manoeuvre niet nodig geweest. Zelfs met veel PK’s is het lastig om in een kanaal een groot binnenvaartschip voorbij te varen, met de beperkingen van de eigen rompsnelheid en de zuiging van het relatief ondiepe water moet je ook nog over de boeggolf van het te passeren schip, alsof je een heuvel beklimt met je schip.

De sluis bij Oldenburg is op zondag na 12 uur in de middag dicht tot maandagochtend 5 uur.

We brachten de avond en de nacht door langszij een splinternieuwe Linssen met 2 vriendelijke Duitsers. De volgende ochtend nadat de beroepsvaarders van hun voorrang gebruik hadden gemaakt werden wij, onze vrienden en nog een paar ‘Kleinfahrzeuge’ 3 meter naar beneden gesluisd. We kwamen weer op getijdenwater. Omdat we richting Bremen wilden hebben we in de jachthaven afgemeerd, wachtend op afgaand water over de Hunte.

(Foto met toestemming)

Zijn prominente buik volgend, waggelde een in het zwart gestoken man over de steiger naar ons toe. Nadat hij een half opgerookte peuk tevoorschijn had getoverd en in de brand had gezet maakte hij aanstalten om met ons een praatje te maken. Volgens zijn zeggen is hij de havenmeester van de haven achter de sluis. Volgens ons was hij op dit vroege uur in kennelijke staat en dreigde hij op de wiebelige steiger voortdurend om te donderen. Gefascineerd keken we toe hoe hij steeds dichter naar de rand van de steiger achterwaarts stommelde, terwijl we elkaar stilzwijgend polsten wie hem bij een tewaterlating zou redden. Op zijn t-shirt prijkte een groot doodshoofd met daaronder de tekst ‘St. Pauli’, dat volgens mij de naam van een bekende kerk is. De combinatie van beeld en tekst begreep ik niet. Met de smeulende peuk in zijn mondhoek legde hij uit dat de tekst slaat op een voetbalclub, waar hij fan van is. Het logo, de doodskop, belooft niet veel goeds voor de eventuele tegenstanders. Hij was gisteren met zijn boot uit Bremerhaven gekomen en was nu op weg naar huis. Inmiddels was er Nienke en onze vriendin twijfel ontstaan of de kennelijke staat wel was wat het leek. Zijn wiebelige gang en een linker arm die er wat merkwaardig bij hing logenstrafte onze eerdere indruk. Een doorgemaakte CVA, een hersenbloeding, was een betere verklaring voor zijn gedrag.

De Hunte is het riviertje dat van Oldenburg in de Weser leegloopt. Meegesleurd op de ebstroom liep het hard stroomafwaarts waarbij we het zo hadden uitgerekend dat we bij de kentering bij de Weser kwamen. Eenmaal op de Weser is het prettig om stroom mee te krijgen. Einddoel van de dag was het stadje Vegesack, een volgens de pilot ‘romantisch plaatsje’ aan de noordoever van de Weser, westelijk van Bremen. Zo gauw we afgemeerd waren aan de steiger van de haven van Vegesack en we om ons heen keken vonden we er geen sack aan. Het haventje wordt omzoomd door hoge kades (Spundwände) en er valt van die romantische ‘Kneipen am hafen’ weinig te zien. Midden in de havenkom, liggen een aantal oude schepen, het maritiem museum voorstellend. De haven-meesteres, haar bootje lag achter ons, is een schat. Zeer behulpzaam en uitvoerig vertelde ze wat we konden verwachten. De loopbrug waar je met je schip onderdoor moet is slechts 1.90 m hoog bij hoogwater. Een telefoontje naar de havenmeester en ze maakt hem open. Toen we anderhalf uur voor hoogwater vertrokken om een staartje van de vloedstroom mee te pakken, zwaaide ze ons vrolijk uit na het openen van de brug.

A. Von Humboldt in Bremen aan de kade

De Eems op

Dit was ooit een spoorbrug voor het treintje van Groningen naar Leer, en wat is die Eems modderig!

We planden een snelle tocht van Delfzijl naar Norderney om vervolgens een dag later door te willen stomen buitenom de eilanden naar Cuxhaven. Het weer leek een aantal dagen mooi rustig te worden voor een buitengaatse tocht, een zuidwesten wind van 2-3 BF die later naar het westen zou draaien. De avond voor ons geplande vertrek hebben toch nog maar even het weerbericht van de KNMI en de Duitse Wetterdienst bekeken. Anders dan op eerdere weerberichten zag ik dat de wind noord-west zou worden met een windsterkte van mogelijk 4-5 Bf vanuit het noordelijke deel van de Duitse Bocht. Van het woordje ‘mogelijk’ word ik wat onrustig, bovendien zou het wisselvallige weer ‘mogelijk’ aanhouden voor de week erna. Dagen vast liggen op Norderney en eventueel moeten kiezen voor een langdurige en lastige tocht over het wad vonden we niet aantrekkelijk. Het beste alternatief leek ons om de Eems op te varen en het Küstenkanal te nemen naar Oldenburg en Bremerhaven. Die optie hebben we dus maar genomen en zijn nu onderweg.

Het deel van de Eems tot aan de eerste sluis is best aardig qua landschap. Glooiend met een afwisseling tussen boompartijen en landbouwgrond. Langs de drooggevallen wallenkanten van de Eems zien we honderden grauwe ganzen, eenden en klein spul dat we van afstand niet kunnen determineren. Dankzij het opkomende tij scheuren we met 16-18 km per uur, 9 knopen, de Eems op. Een nadeel van dit deel Eems is het modderige water. Ons pas gepoetste schip ziet eruit als een varken die zich in de modder heeft gerold. Hebben we haar eens een keer goed in de Seapower-wax gezet, hecht de modder zich als een geel-beige vlekken-deken op haar romp. Die modder zou er toch gewoon moeten afglijden na een waxbeurt? Heeft iemand een beter advies om de romp mee te poetsen?

Bij de sluis moesten we lang wachten. De sluis is 165 meter lang, net te kort voor 2 binnenvaartschepen als ze beide 86 meter lang zijn. Mazzel voor ons om uiteindelijk achter zo’n schip de sluis in te kruipen. Na de eerste sluis, de Herbrum sluis, wordt het landschap anders. We zien meer bomen en minder landbouw grond langs het kanaal dat inmiddels niet meer Eems heet maar Dortmund-Emskanal. De stroom op het kanaal is te verwaarlozen. Afhankelijk van de hoeveelheid gevallen regen stroomt het meestal niet harder dan 1/2-1 km per uur. De tweede sluis die we naderden opende zich voor ons terwijl we aan kwamen varen. Er waren geen grote schepen die lagen te wachten. Binnenvaartschippers plannen de passage van de sluizen goed. Meestal komen ze in groepen stroomopwaarts of stroomafwaarts. Stroomafwaarts varen ze na de sluis het liefst met de stroom mee naar Delfzijl.

We liggen bij Dörpen aan het Küstenkanal, mooi beschut in de jachthaven vlak na de sluis. Prima plek. Een wandeling in de omgeving doet ons belanden in een woest stuk bos, overwoekerd met bramenstruiken en brandnetels. Het leek aanvankelijk zo’n aardig pad in de richting van de haven. We zagen door de bomen ons schip liggen. Ons schoeisel en de daarin aanwezige lichaamsdelen waren er niet blij mee. Vooral omdat ondergetekende, optimistisch geworden vanwege het zonnetje, open sandalen meende te moeten dragen met begrijpelijke gevolgen van dien.

We merken dat het weer verandert. Bij aankomst in de haven was de wind zuidwest, inmiddels is hij gedraaid naar het noordwesten. Het werd snel killer, te koud om lang buiten te blijven zitten.

We zijn aardig gewend aan het bootleven. Af te toe worstelen we met wat we moeten aantrekken, kleren uit, kleren aan, truien er bij, jas aan, sokken aan, sokken uit….

Uitbundige vogelconcerten in de vroege ochtend en tegen de avond klinken ons aangenaam in de oren. Er wordt onderling flink gecommuniceerd tussen onze gevederde vrienden. Het geluid van de vlagerige wind in de bomen is over gegaan in een nauwelijks hoorbaar fluisteren, al moet ik bekennen dat dat voor mij meer van horen zeggen is…….

De beroemde bootgebakjes met een kopje nespresso

Vrijstad in Groningen

Vanuit de Oosterhaven in Groningen ben je zo maar in het centrum van de stad. Dat we in de avond na het eten de kuierlatten namen in een totaal andere richting en op een bijzondere plek geraakten was toeval. Lopend langs het Eemskanaal naar het oosten kwamen we langs een stuk bos. Een hek versperde de toegang tot een plek die me deed denken aan vrijstad Christiania in Kopenhagen. De locatie, een stuk bescheidener van omvang dan in Kopenhagen, oogt authentieker en rommeliger, zoals we dat kennen uit de tijd van de Hippies die een vergeten bouwterrein hebben gekraakt en ingericht met oude caravans en tot woonplekken omgebouwde oude bussen. Nieuwsgierig loerden we door het hek, waarop een fleurig geklede vrouw naar ons toeliep en ons uitnodigde om een kijkje te komen nemen. Twee koters, slechts gekleed in een hesje en voor het gemak geen onderbroek, waren samen met een wat ouder kind van oude kussens een hut aan het maken. De vrouw wees ons aan waar ze woonde, een kleurig geschilderde stacaravan, waar binnen enkele lampjes brandden. Water hebben ze niet, dat moeten ze elders halen. Elektriciteit krijgen ze van de gemeente en daar wordt gewoon voor betaald. Hoe het met de riolering zit, hebben we niet gevraagd. In het door berenklauwen overwoekerde terrein een plekje zoeken voor een ongestoorde uit-de-broek-sessie lijkt me wat lastig.

De hele entourage, de rommel, de oude troep die ooit dienst heeft gedaan, maar nu ligt te verroesten, past op de een of andere manier in dit ruige stukje groen. Er gaat een soort natuurlijkheid vanuit, waar wij in de jaren 70 ook naar verlangden. Terug naar de natuur, weg van de civilisatie. We hebben in die tijd zelfs overwogen in Noorwegen ergens in een afgelegen gebied een huis te bouwen en er een simpel bestaan op te bouwen. Een beetje naïef en onrealistisch achteraf bekeken, want uiteindelijk zijn we gewoon brave aangepaste burgers geworden met een beroep, een huis en een auto. Misschien dat we daarom zo gecharmeerd waren van wat we daar zagen. Hier leven mensen, die gewoon doen wat hun zint, die tevreden zijn met een uiterst simpel leefpatroon in een geïsoleerde primitieve woonomgeving. De mensen die we spraken maakten geen gestresste indruk, en leken zich geen zorgen te maken over het wereldgebeuren om hen heen. “Het zit erin dat we hier weg moeten” zei een van hen. “ De gemeente wil het terrein gaan gebruiken om er huizen op te zetten sinds het bestemmingsplan is veranderd. “We zien wel wat er van komt”, was het laconieke antwoord. Op de terugtocht naar ons schip, hadden we het over het contrast tussen hun en ons leven en wat vrijheid eigenlijk betekent. Zijn wij meer vrij door alles wat we hebben en alles wat we ons kunnen permitteren? Feit blijft dat we, zij het in een andere vorm, een soort van vrijheid ervaren door onderweg te zijn, verrast door onverwachte ontmoetingen met mensen van verschillende pluimage op nooit eerder bezochte plekken…..

Over paling en bedrijfsuitjes te water

Plotseling stond hij voor me, bijna met één voet in het gangboord van ons schip, dat voor ons huis bij de Waterpoort lag. We waren aan het inpakken en bijna klaar om te vertrekken. “ Pondje warm gerookte paling?”, zei hij met een rood aangelopen bolle kop, wijzend op zijn fietstas waar een aantal langwerpige in aluminiumfolie gehulde pakjes uitstaken. Aarzelend keken we elkaar aan, overvallen door dit aantrekkelijke aanbod. “Wat kost de paling”, vroeg ik, beducht de hoofdprijs te moeten betalen en wat schuldbewust in de wetenschap de palingstand geweld aan te doen”. “€15”, en eraan toevoegend , “ze zijn in het IJsselmeer gevangen”, waarmee hij poogde om ons over de streep te trekken”. Me troostend met het idee dat ze al dood waren en ook nog gerookt, nam ik het pondje paling van hem aan. Hij weg, op zijn gammele, geroeste fietsje, waarvan hij, waarschijnlijk lollig bedoeld, zei dat hij de paling daarop niet had gevangen.

Het was wel gek dat hij wel erg snel weg was. Met de paling in mijn hand drong het langzaam tot me door dat het pondje wel een heel licht pondje was. In ons huishouden hebben we een weegschaal die ik vaak gebruik bij mijn experimenten in de keuken; ‘322 gram inclusief aluminiumfolie’. “verdomd, genept”. Als een haas sprintte ik in de richting waarheen ik dacht dat hij verdwenen was maar zag hem pas toen hij aan de andere kant van de kolk zijn waar aan de man probeerde te brengen. Haastig over de trappen van de Waterpoort stuiterend weet ik hem aan de andere kant staande te houden. Zijn al rode hoofd werd een soort diep paars, met vlekken, toen ik hem vertelde dat het pondje geen pondje was en of zijn weegschaal onlangs nog geijkt was. Hij was het met me eens dat het verschil van bijna 200 gram wel wat groot was en rukte uit zijn fietstas een pakje met één heel dikke paling, eveneens warm gerookt, die hij me, inmiddels iets minder rood, onder een zacht gestameld excuus overhandigde.

De palingen waren heerlijk, we hebben hen, door Nienke professioneel van hun jasje ontdaan, in de Beerenburg laten zwemmen.

Inmiddels zijn we nu echt onderweg. Op het Prinses Margriet kanaal voeren we achter 2 huur-bakken aan, duidelijk met een verse bemanning vertrokken uit thuishaven Grou gezien de zwabber-koers die gevaren werd. Een groep van uitsluitend mannen (het zijn bijna altijd alleen maar mannen) op weg naar een nadere verdieping in de kunst van het competitief bier drinken.

In het voorjaar en het najaar zien we in Friesland deze feest-drijfijzers vaak voorbij schuiven. Een bedrijfsuitje van een paar dagen op een huurschip, betaald door de baas, bier, gehaktballen en cholesterol-remmers inbegrepen. ‘Heren ondernemers, huur een boot voor uw personeel. Een uitgelezen optie voor teambuilding of als U iets te vieren hebt!’ ‘Friesland ontvangt U graag’….

We liggen bij Eernewoude aan een walletje. Lekker rustig in de luwte van het bos, Het miezert en het is grijs, het wordt morgen vast beter…..

Na een onrustig nachtje, we moesten weer even wennen aan het hardere matras, worden we gewekt met vogelgeluiden. De hond van de buren verderop huppelt swiepstaartend over het pas gemaaide gras. Zijn baasje volgt hem even later. Een herkenbaar patroon…..

Inmiddels zijn we aan het varen. Het Bergumermeer wordt breed belicht door een aarzelend zonnetje achter sluierbewolking. Vandaag is Groningen ons einddoel. Christa Beuker, de havenmeesteres van de Oosterhaven, zegt dat er plek is voor ons….

Wat er mis was en hoe het goed kwam

Toen we inspecterend om ons schip heen liepen zijn we wel geschrokken. In de loods waar ze nu nog ligt, droog en ontdaan van haar glibberige aanslag zagen we een aantal plekken waar de antifouling inclusief de onderlaag had losgelaten. Bij het roer in de buurt keek ik tegen kaal metaal. De rommel die we in Leeuwarden vorig jaar in de schroef hadden gekregen, had al rondslingerend de romp gegeseld en beschadigd. Jan Pollard stelde me gerust en zei dat een paar lagen met de juiste primer en daarover de antifouling, haar naakte plekken effectief zou bedekken. Een kapotte sluiting van de bakskist, een sluiting die in dit model niet meer gemaakt wordt, is fraai door William gelast, steviger dan hij ooit was. Handig dat ze bij de werf van alle markten thuis zijn. De gasslang is door een nieuwe vervangen en het systeem is afgeperst als controle op eventuele lekkage. Het poetsen en in de was zetten van de romp en de opbouw was een hele klus. We waren er 3 dagen, met tussenpozen, mee bezig, om de lamme armen wat rust te gunnen.

Nine Marit zal eind van de eerste week van mei volledig aangekleed en tot in de puntjes verzorgd weer te water gelaten worden. Het voelt wel lekker om straks weer te varen met de wetenschap dat ze helemaal in orde is en klaar voor een lange tocht op het water.

Aanvankelijk waren we wat ontstemd dat we niet eerder konden vertrekken. Maar zoals vaak, zijn verwachtingen niet de beste uitgangspunten voor een gezonde en meer accepterende levenshouding, het leven nemen zoals het komt en niet direct boos worden als iets anders loopt dan je verwacht.

De huidige weersomstandigheden zijn om het zacht uit te drukken miserabel. Als je in de ochtend je neus buiten de deur steekt, moet je uitkijken dat je niet onderkoeld raakt. De polaire wind doet ons huiveren. Teckel Bo zou zich, na een snelle plas, schielijk omgedraaid hebben om zich vervolgens in zijn warme mand op te rollen. Kortom, geen weer om in de kuip zonder dikke jas van het voorbijglijdend landschap te genieten.

Vrienden van ons haalden het motto van een ouder echtpaar aan. Beiden waren door de wol geverfde zeilers die duizenden mijlen voeren met hun schip. De laatste jaren hebben ze hun ambities om te varen wat bijgesteld; Het wordt ’F of F’, ofwel, ‘Friesland of Finland’, al naar gelang de omstandigheden. Daar sluiten we ons bij aan, mooi gezegd, al denk ik dat het in ons geval ‘ Z of Z’ wordt; ‘Zeeland of Zweden’, of misschien iets er tussen in.

Zoals we vroeger in onze vakantie een doel stelden om ergens, weer of geen weer, naar toe te varen om vervolgens op tijd weer terug te moeten gaan, zo hebben we nu de tijd om op een plek relaxed te verwijlen bij minder aangename weersgesteldheden.

Inmiddels regent het. Voor ons huis ligt in de Kolk bij de Waterpoort een schip met een Zwitserse vlag. De zoveelste Zwitser die hunkert naar ons platte, waterrijke Nederland. We zien ze hier vaak, met of zonder eigen schip. Van Herman Pollard hoorde ik dat er steeds meer belangstelling is voor een door hen gebouwd schip vanuit de Zwitserse Alpen. Van de bergen naar platland, het rijzen en dalen zat. Lekker plat glijden, met een bootje, over rustig water….

Wat is ons land toch mooi….

IJsseldelta

Uit het water

Gisteren kwam ze uit het water, Nine Marit. Haar onderkant werd schoongespoten. Ze mag opdrogen in de loods voordat ze een nieuwe laag antifouling krijgt. Ons schip heeft onderhoud en extra zorg nodig en dat moet professioneel gebeuren. In vertrouwde handen bij de Pollardboys. Altijd leuk als je erbij bent wanneer het schip uit het water wordt gehesen.

Nadat we haar voor de kraan hadden gelegd presteerde ik het om in het gangboord over de mat te te struikelen, waarbij ik mijn bril, geen touwtje eraan, verkreukelde en hem bijna het ruime sop liet kiezen. Hij bleef op de rand van de beschoeiing liggen, waar ik hem net nog kon pakken. Hoe ironisch, ik had hem net die ochtend bij de brillenman laten afstellen omdat hij me wat los op de kop zat. Een gelukje bij een ongelukje; een wenkbrauw dik, een schaafwond en een kromme bril, nog slechts geschikt om met één oog de wereld scherp te krijgen.

Jan manoeuvreerde de kraan handig in positie, de singles klaar om het schip in haar armen te nemen. Als een baby werd Nine Marit voorzichtig opgepakt en op haar kribbe neer gevleid. Heel precies bepaalde Jan waar de spanten van het schip liggen opdat ze goed ondersteund op de bok kwam te liggen. Mooi om te zien hoeveel vakmanschap er bij de Pollardboys aanwezig is om een schip veilig op de kant te zetten. Herman spoot ons schip schoon en al snel bleek dat ze toe is aan een nieuwe laag antifouling. De anodes zijn bedekt met schelpen, een erfenis van varen op het wad en op zee.

We bleken een visser beroofd te hebben van zijn vistuig. Er zit een vislijn om de aandrijf-as gewikkeld en er is een beschadiging aan het roer en de hak te zien waar het loodje van de vislijn zich rond-zwiepend heeft uitgeleefd op het metaal. Goed dat Nine Marit. Op de wal is gezet en dat we nu zien wat we eerder niet zagen. Onderweg naar huis belde Jan dat we ook een deukje in de kiel hadden opgelopen. Geen ernstig probleem, maar wel een teken dat we ergens onderweg iets hebben geraakt, een steen, een drempel in een sluis of een rotsachtige bodem.

We beseffen weer eens goed dat een boot een gebruiksvoorwerp is en dat ze na een aantal jaren varen behoefte heeft aan onderhoud en extra zorg. In mijn werkzame leven als arts heb ik me meermalen verbaasd over hoe sommige mensen hun lichaam misbruiken en verwaarlozen. Is het met de zorg voor materiële zaken niet net zo? Waren we vroeger ook niet zorgzamer ? Zouden wij een schip, ingenieus ontworpen en gebouwd door mensenhanden, eigenlijk niet een beetje moeten beschouwen als een levend wezen met een eigen karakter? Een wezen met aardige kanten, maar ook behept met nukken als ze niet goed behandeld wordt. We praten met ons schip, geven haar een klopje op de zeereling als ze ons weer veilig in een haven heeft gebracht. De motor die ik iedere dag inspecteer voordat we gaan varen, spreek ik vriendelijk toe ons te brengen waar we naar toe willen. Ik snap dat ik er de nodige energie in stop, maar vanzelfsprekend accepteren dat ze het goed doet, doe ik nooit. Het is de zorg om jezelf of je partner, als je afhankelijk bent van een ding dat je onderweg niet in de steek mag laten.

We vinden het normaal dat er leven is, een boom, een bloem, een dier, een mens. Een levend wezen dat zich opricht en zich ontwikkelt tegen de zwaartekracht in en ingaat tegen de wet van entropie, het altijd aanwezige proces van verval van alles tot enkelvoudige elementen.

Zou het kunnen zijn dat een mechanisch ding als een schip met al zijn ingewikkelde onderdelen als het eenmaal vaart eveneens onderhevig is aan een levend principe? Ik denk van niet, maar het is wel grappig dat er zowel voor ons zelf als voor de dingen om ons heen zoiets bestaat als de wet van Murphy, die zegt ‘dat als er iets mis gaat, gaat er meer mis’, een ervaring die ons mensen maar al te bekend voor komt. In hoeverre is onze visie op de zogenaamde levenloze materie correct?

We zijn blij met ons schip, ze draagt ons naar verre oorden, over het water, als een huis met uitkijk over een altijd wisselend landschap. Als de weersomstandigheden ons plagen, zitten we droog in ons varend huis. Nattigheid van boven, is even nat als het water van onder. Het deert ons niet ( behalve dan als we in de sluis tijdens een plensbui de lijntjes moeten vasthouden).

Ze ligt nu in de hal, achtergelaten in de handen van de mannen van de werf. Deze week nog op het droge, een week in de remise……

Augustus 218, Over het Duitse wad

Pasen

Foto gemaakt door Ellen Brouwer

Vroeger maakten we met Pasen zelf gekleurde eieren, in een pannetje water met van die zakjes kleurstof. Als er een barst in een ei zat bleek de kleurstof ook het wit versierd te hebben. Het zag er soms nogal onsmakelijk uit, maar tenminste 2 of 3 eieren eten hoorde er wel bij. Nu houden we het op paas-ochtend bij één ongekleurd ei, een geroosterde boterham, een beschuitje, een plak paasbrood met spijs, jus d’orange en thee.( overigens in een ei zit, in tegenstelling tot wat men vroeger dacht, een cholesterol verlagende stof.) Misschien wat karig zou je denken, maar als je de locatie beziet waar we dit bescheiden paas-ontbijt savoureerden zou je hart een vreugde- dansje maken. Uitkijkend over het water van de Zwarte Wouden bij Koudum, aan boord van de Nine Marit, zonnetje in de kuip met slechts het geluid van een paar kleine karekieten in het riet achter ons, genoten we van het bijzonder fraaie Paas-weer. De karekieten verwisselden stuivertje tussen de riethalmen terwijl ze hun karakteristieke geluid uitbundig ten gehore brachten. De kleine vogeltjes waren duidelijk bezig met de spannende voorbereiding op het leggen van hun eitjes.

Friesland is een uniek vaargebied. Er zijn nog veel plekken waar je ongestoord met je schip kunt liggen. Friesland heeft de Marrekrite, een stichting die met hulp van vele vrijwilligers, overal aanlegplekken creëert en sinds kort ook meerboeien heeft gelegd op plekken beschut tegen de wind achter een eiland of een wat hogere wallenkant. Wie in Friesland gebruikt maakt van zo’n aanlegplek loopt de kans benaderd te worden door een Marrekrite vrijwilliger die je een Marrekrite-vlag wil verkopen. Het geld van de verkoop van de vlaggen wordt door de stichting geïnvesteerd in onderhoud en de aanleg van nieuwe steigers.

Het Heegermeer en de Fluessen is een geliefkoosd vaargebied voor veel varend erfgoed, liefdevol gerestaureerde zeilpramen, tjotters, friesche jachten, boeiers, schouwtjes, schokkers en lemmeraken.

Het was rustig op het water, het mooie weer heeft veel bootbezitters die hun schip nog niet klaar hadden overvallen. Met spijt zullen ze vanaf de wal over het water hebben gekeken hoe de vroege vogels hun voor waren.

Ons schip doet het goed. De motor bromt mooi. Het nieuwe Tekdek vloertje in de kuip voelt prettig aan de voeten. De vlag staat fraai te wapperen aan de spiegel. Het is heerlijk om aan boord te zijn. De compacte entourage van je varende huis in contrast met een voortdurend wisselend wijds landschap om je heen. De klussen die komende week op de Pollardwerf in Steenwijk gedaan moeten worden zijn te overzien.

Tot twee maal toe kwamen we de Brasseur van Hendrik en Ellen Brouwer tegen. Blijkbaar hebben ze Friesland vanuit het zuiden als vaargebied ontdekt. Ellen maakte twee foto’s van ons schip terwijl ze ons eerder, dan wij hen, wist te spotten. Ellen maakt prachtige reisverslagen, rijk geïllustreerd, waarvan ze hoop ik dit jaar wederom een aantal op de site zal plaatsen.

De Nine Marit ligt weer even in de box in Sneek. Thuis moet er nog van alles voorbereid worden.

De weg om voor langere tijd met een boot te vertrekken is langer dan die om er mee thuis te komen.

Als eerder gezegd, dit jaar plannen we wederom naar het Noorden te gaan. De Oostzee blijft favoriet. We zijn gezegend met veel plichten-vrije tijd, de gunst van het niet meer te hoeven werken.

Last but not least, ‘A gentleman never sails windwards’, al geldt dat niet helemaal voor een motorboot…..

Waarin we het binnenland boven Malaga verkennen

Antequera

Voorzichtig, elke stap tastend, dalen we de steile met losse leistenen bezaaide helling af. Het heeft sinds ruim een week niet meer geregend en de bodem is kurkdroog.Taai, diepgeworteld grijsgroen onkruid groeit langs het pad dat zich ondanks de droogte in leven weet te houden. Bergwandelen is toch wat anders dan lopen over het strand bij de haven van Vlieland. Ik merk dat het neerzetten van mijn voeten alle aandacht vereist. De hellingen hier bij Comares, het dorp boven op de berg, zijn zo steil dat je al lopend voortdurend zijdelings in een afgrond kijkt. De paden zijn niet meer dan een halve meter breed en bezaaid met los gesteente, amandelschillen en rotte olijven. De vegetatie is heel divers. We vinden wilde rozemarijn, thijm en allerlei planten die in Nederland alleen te koop zijn bij de bloemist.

Vandaag, na de boodschappen in het dal, kreeg ik de geest om een taartje te bakken, een notentaart met karamel. Het recept vond ik op het internet. Nu kun je niet verwachten dat de keuken-outillage in een vakantiehuis compleet is. Na enig zoeken vond ik een plastic schaal die kon doorgaan voor een soort van beslagkom. Merkwaardig was wel dat er in het midden van de kom een verhoging zat, maar daar kwam ik pas achter toen de suiker, het meel, de boter en het ei er al in zaten. Stevig knedend, de boter in kleine stukjes, vond ik het geheel wel erg plakkerig worden. Bij nadere inspectie bleek zich onder de kom meel met suiker te hebben opgehoopt. Er zaten gaatjes in de kom, die dus geen kom was. Het bleek een deksel voor een magnetron te zijn. Overigens, de taart is goed gelukt. Het recept vind je op de AH site of YouTube.

Inmiddels hebben we de omgeving al wat beter leren kennen. Een tocht de binnenlanden in, richting Antequera, was een regelrechte adembenemende kermisattractie. De steile B-weggetjes zijn een flinke uitdaging. Deels zijn ze bedekt met geribbeld beton, deels bestaan ze slechts uit rotsachtige zandbodem en soms zijn ze voorzien van een glad stuk asfalt, dat aan de bermzijde griezelig is afgebrokkeld. Dit in tegenstelling tot de grotere wegen, die fraai aangelegd zijn en van een uitstekende asfaltlaag zijn voorzien. Slingerend over deze B-wegen (onze TomTom negeert nadrukkelijk hun bestaan) zien we de fraaiste vergezichten over dit onwerkelijk aandoende landschap. Regelmatig denk ik aan de panorama’s uit de film ‘ Lord of the Rings’. Donkere wolken-schaduwen over imposante dreigende bergtoppen van graniet en afgesleten kalksteen.

Antequera, dat ten noorden van Malaga ligt, heeft een fraai oud stadscentrum en staat bekend om zijn vele kerken, die in de jaren van de Moorse overheersing in het uiterste zuiden, juist daar massaal zijn opgericht. Het startpunt van de reconquista van het zuiden van Spanje. De troepen van Ferdinand de eerste, wisten de laatste Moren te verdrijven in de tweede helft van de 15e eeuw met Antequera als belangrijkste uitvalsbasis voor de herovering van Granada, het laatste Moorse bolwerk.

Wat is het aardig om onderweg een stop te maken in een dorp of stadje en daar een kopje koffie, een café solo, te bestellen in een bar aan een plein waar oude mannen staat te filosoferen over hun bestaan. In café los Patos werd Nienke aangesproken door een reeds vroeg in de ochtend in kennelijke staat verkerende oudere man. Hij was verbaasd over haar lengte en probeerde haar in zijn moedertaal duidelijk te maken dat het heel bijzonder was. Nienke antwoordde hem in een mix van Spaans en Nederlands,’ Spollands’ is misschien wel een aardige samentrekking. Met veel gebaren en nog een slok Spaanse brandy, was het hem helemaal duidelijk. Ze was te groot.

Na Antequera kregen we trek in eten en in Spanje krijg je trek rond 2 uur in de middag. Het werk zit erop en alle Spanjaarden gaan aan de lunch. Niet voor een lichte maaltijd, nee, dat wordt uitgebreid tafelen. Rond 14.30 stromen de restaurants vol, tenminste als je bekendheid als restaurant geniet onder de locals. Omdat we hoorden dat we het beste ons gerief buiten de stad konden zoeken, beklommen we onze Yaris en begaven we ons slingerend door het dal naar het zuiden, waar een hoge bergkam, El Torcal, voor ons oprees.

Het eerste restaurant dat we langs de weg tegenkwamen zinde ons niet, een paar blonde buitenlandse types nippend aan een biertje, en verder geen Spanjaard te bekennen. Doorrijden dus. Het tweede restaurant reden we aanvankelijk voorbij. In een flits zagen we dat er veel volk zat. Goed teken! Omdraaien dus en parkeren. Het terras was vol. Vriendelijk doch beslist werden we naar binnen verwezen, waar het kacheltje brandde en nog enkele tafeltjes vrij waren. Luid kletsend en heftig gebarend converseerde een kinderrijke Spaanse familie met elkaar, de tafel bedekt met drankjes en schaaltjes onbestemde kennelijk eetbare zaken. We lieten ons adviseren door de uiterst vriendelijke baas van het spul. Met drie vingers op zijn lippen en een zuigend geluid ried hij ons de costa’s(spareribs) en de conejo( konijn) aan, de beide gerechten vergezeld van patates frites. Meer was niet nodig, benadrukte hij. Uiteindelijk kwam het eten op tafel, ruim 5 kwartier later. Het was ook erg druk in de herberg. Toen wij het eten kregen stond nog steeds een rij mensen te wachten op een beschikbare tafel. Dit moest wel een heel speciaal restaurant zijn. Voor Spanjaarden dan, want we vonden de voor ons gezette specialiteit van het huis niet om te zuigen. Het konijn leed waarschijnlijk aan anorexie. Wat er nog aan vlees aan de botjes zat was verdronken in olijfolie en de costa’s, de varkens-ribbetjes waren eveneens verzopen. Al moet ik zeggen dat wat er aan vlees aan de botjes hing best redelijk te eten was. Het was door de tsunami aan olie dat het niet in de smaak viel. Nienke is voorlopig vlees-vegetariër geworden, voorlopig, ik overweeg het. ….

De zelf bereidde paella met vis en garnalen, thuis klaargemaakt in de avond van de volgende dag was super….

De bergen in bij Malaga

 

img_3360

Beste allemaal,

Een bericht vanuit het diepe zuiden.

In Malaga schijnt de zon, het is hier 18 graden en we kijken uit over de bergen vanuit een huis dat op 600 meter hoogte ligt. Ons schip, de Nine-Marit, ligt in Sneek uit te rusten in haar box, winterklaar, bestand tegen regen, sneeuw en vorst.

Het is aardig voor ons om even met iets heel anders bezig te zijn. Gedurende een maand hebben we ons verschanst in een huis tegen de steile hellingen van Comares, een dorp dat als een adelaarsnest op een bergtop in de buurt van Malaga ligt.

De reis er naar toe vanaf de kustweg was een belevenis. Via een kronkelende steile weg langs de flanken van de bergen reden we vanaf zee-niveau omhoog het binnenland in. Achterom kijken was geen optie, de focus was gericht naar voren, waarbij je in iedere bocht verwachtte een local tegemoet te komen die veel harder rijdt, omdat hij de regio op zijn duimpje kent. Volgens de routebeschrijving op papier, de TomTom maakt hier foutjes, moesten we boven in het dorp door een poort naast een blauwe garagedeur een weggetje zoeken dat naar beneden liep. Dat liep inderdaad naar beneden, steil naar beneden, het was alsof we ons naar beneden moesten storten. Aanvankelijk over een betonpad, maar al snel overgaand in een ruw rotspad dat het meest weg had van een rivierbedding vol bulten en kuilen. Stapvoets zochten we al hotsend onze weg, waarna we op het laatst nog een steil stuk omhoog reden om bij het huis te komen. Niet eerder hebben we per auto zo’n potentieel kamikaze pad bereden.

De volgende dag maakten we vanuit huis een alternatieve route, daarbij gingen we steil omhoog. De voorwielen hadden nauwelijks grip en sloegen af en toe door op losse stenen. We misten een afslag en kwamen uit op een pad bedekt met losse stenen dat uiteindelijk steeds steiler werd. De auto gleed scheef terug op het pad en dreigde zelfs over de rand te gaan. We zaten fout, goed fout. Toen maar achterwaarts terug onder het toeziend oog van Nienke. Terug naar een vlak stuk grond waar het pad abrupt eindigde in een loodrechte rotswand naar beneden. Het was niet iets om vrolijk van te worden. Nadat Nienke de situatie in ogenschouw had genomen heb ik onder begeleiding van haar wapperende armen de auto op een stukje grond, misschien iets groter dan een royale theedoek gedraaid met het zweet in mijn handen. Terug gereden naar de plek waar we de afslag gemist bleken te hebben en omhoog over het pad dat deels bedekt was met beton, steil naar boven. 35-40 graden omhoog terwijl je het pad nauwelijks kunt overzien. Om misselijk van te worden.

Eenmaal boven, hebben we samen een poosje staan bibberen naast de auto.

Varen op zee is veiliger.

De huiseigenaar zegt dat het went. De Spanjaarden van hier weten niet anders en hobbelen met hun bestelwagentjes als jonge geiten over dit soort rotspaden.Het klopt wel, de tweede en derde keer ging het al wat makkelijker en nu nemen we zelfs de tijd om van het uitzicht te genieten, de bergen, olijfbomen, geplant in regelmatige rijen, avocado-bomen en in de verte de Middellandse zee.

Beneden in het dorp aan de kust is een Lidl en nadat we deze geplunderd hadden, besloten we de lunch in een dorp in de bergen te gaan genieten, althans dat was de bedoeling. Het was druk in de kroeg. Mannen met petten en baarden, die elkaar met luid praten probeerden te overstemmen en rennende serveersters die met bordjes tapas en bladen met flesjes bier de clientèle trachtten te bedienen. En dat alles om 3 uur in de middag. We waren er stil van. We bestelden het menu van de dag (omdat het zaterdag was), €10 in plaats van €8. Een 3 gangen lunch, inclusief wijn. We hadden er geen idee van wat er ter tafel zou komen. De jongeman, baardje en opgeschoren slapen onder een wilde kuif, heel erg Spaans ,kon ons niet duidelijk maken wat het menu inhield. Het enige wat ik verstond was iets van soppa, soep en sepia, de zeekat, die zo mooi met inkt kan spuiten als hij in gevaar is. Nu ben ik geen liefhebber van inktvis als octopus en zeekat op mijn bordje. Katten en zee is m.i. sowieso geen goede combinatie. Met handen en voeten maakten we de jongeman duidelijk dat we niet erg enthousiast waren over het hoofdgerecht en of het ook iets anders kon zijn. Gesierd met een brede grijns en een opgestoken duim liep hij naar de keuken om de bestelling door te geven.

De salade en de soep waren o.k. Als resultaat van onbegrip en de wederzijdse taalbarrière zette de jongen alsnog twee borden met sepia-foetussen in kruimeldeeg en stopverf-patat voor ons op tafel. Om niet al te onbeleefd over te komen zijn we er maar aan begonnen, de specialiteit van de dag.

Zoals gebruikelijk in Spanje stond de tv aan en vertoonde een documentaire over de jacht. Tijdens de soep zagen we het neerknallen van een patrijs, tijdens het hoofdgerecht werden er nog twee patrijzen geschoten en bij het toetje vond de jager die een lokpatrijs in een kooitje in de struiken had gehangen het nodig om de volgende 3 patrijzen de dood in te jagen, waarna een tv-opname van heren aan de maaltijd met gebraden patrijs. Dat het eten bij ons niet helemaal in de smaak viel is misschien niet verwonderlijk. Gelukkig waren de sepiaatjes die ons als witte geitenogen aankeken deels onzichtbaar door het vettige kruimelige deeg-korstje. De slappe patat ter opsiering deed de deur van de al aangetaste eetlust dicht. We voelden geen aandrang om alles op te eten, het toetje was lekker, ondanks de patrijzen.

Voorlopig houden we het op zelf klaar gemaakt eten, van de Lidl en de plaatselijke supermercado. Hoe lekker is dat, om na een dag buiten in de zon, een eigen maaltijd te bereiden.

We wensen een ieder fijne feestdagen, gebraden patrijs?……

Een warme groet van ons twee,

Rob en Nienke Peters, van boord de Nine-Marit.

img_3382
amandelbloesem

Herfstige zaken

Toen het zonnetje nog scheen en wij aan de kant bewonderend toekeken

Als ik naar buiten kijk is de lucht grijs, egaal grijs, alsof er spoedig een druilerige motregen uit zal vallen. Voor de deur is een man bezig het zeil van zijn 7 meter zeilschip op te bergen. Het voor-lijk maakt hij los van de mast en trekt het onderlijk uit de sleuf van de giek. Het is snel klaar. Waarschijnlijk vaart hij zo dadelijk naar een plek waar het schip in de winter haar kiel te rusten mag leggen.

De bladeren zijn bijna van de bomen en het onberekenbare weer met af en toe harde wind zal spoedig de laatste bladeren van de takken verwijderen. Achter, op de parkeerplaats verzamelen de bladeren zich tot een berg bruin geritsel als zijn ze nog levend, in het doodlopende windgat van ons namiddag terras waar we onlangs nog bij mooi weer de late stralen van de zon plachten te genieten.

Nine Marit ligt op stal, droog onder een dak maar wel in het water. Ze blijft deze winter in het water. De meerkoeten, die haar zwemplateau voorheen als slaapplek en openbaar toilet gebruikten, hebben we het moeilijker gemaakt door de boot achterstevoren in de box te leggen. Inmiddels hebben we de boeg voorzien van horizontaal gespannen lijnen en een slinger vlaggen die in de wind wapperen. Zelfs het boeisel bleek een optie voor de meerkoeten om een nachtje te komen pitten met daarbij, voor ons als extra cadeautje achter latend, flinke kakhopen met poep-strepen op de neus van Nine Marit.

Komende weken moet ze winterklaar gemaakt worden. Een klus die zorgvuldig gedaan moet worden door een professional in verband met de verzekering. De keren dat ze afgelopen jaren in het water is gebleven is dat prima gegaan. Ondanks de stevige vorst hebben we geen problemen met bevroren afsluiters of geknapte leidingen gehad. Met compressielucht worden de waterleidingen leeg gespoten en daar waar water blijft staan antivries toegevoegd. De motor krijgt haar beurt, filters vernieuwd, een nieuwe impellor, motorolie ververst, antivries, en een algemene controle.

Nine Marit heeft wel wat geleden onder de tochten over zee. Het zoute water heeft op de grens van geverfd staal en roestvrijstaal de verf losgemaakt en de ondergrond aangetast. De les, om na een stuk varen over het zout de boot beter af te spoelen met zoet water, nemen we voortaan ter harte.

Wat doen we in de winter? Behalve thuis zijn hebben we dit jaar besloten om de winter voor een maand te ontvluchten. Zonder hond zijn we flexibeler en we hebben voor een maand een huis in Zuid Spanje gehuurd, een onderbreking van de winter, niet bepaald ons lievelings-seizoen.

De stormachtige wind van de laatste dagen is geluwd. Late, meest Duitse varensgasten schuiven met (te) grote huurbakken voorbij op de Geeuw. De zeilboot met kale mast en giek is vertrokken. De kade voor ons huis is leeg.

De stront-race en de beurtveer-race vanuit Workum zijn achter de rug. Volgens onze zoon, die als co-schipper meevoer in de beurtveer-race stond er de tweede dag op het Markermeer erg veel wind, waardoor ze langer hebben gewacht met vertrekken nadat ze verplicht een aantal rust-uren bij Durgerdam voor anker hadden gelegen.

Wat het resultaat voor de ‘Hollandia’ in de wedstrijd is, weet ik niet. Toen ik in de regen hun aankomst in Workum bijwoonde, zag ik een uitbundig vrolijke bemanning die zich de ankerslot goed liet smaken…..

De Hollandia vertrekt voor de beurtveer-race