Onder de lindeboom, naast twee Duitse campers, vragen we ons af of het wel slim is hier te blijven staan. Lag er op de auto naast ons huis in de Stationsstraat niet vaak een laagje plakkerige honing van de lindebloesem? Zou het niet handig zijn om even te kijken of de boom misschien nog in bloei is? Stomme aanname, in de tweede helft van augustus. Lindebomen bloeien niet in augustus. De bloesems zijn inmiddels zaadjes en tikken op het dak van de camper in de vlagerige wind.

De gratis plek voor campers in Leer bevalt ons wel. Onze eerste stop op weg naar Denemarken ligt midden in de stad, vlak bij het oude centrum. Jaren terug meerden we samen met onze vrienden van de Sierd Hiddes met de Ninemarit af in de haven, nadat we vanaf de Eems via een sluis de stad waren ingevaren. Vreemd om nu vanaf het land de stad binnengereden te zijn.




De buren naast ons, een oude schipper en een jongere man, van wie ik niet weet wat hij doet of deed, waren bezig koffie te zetten. Op de ouderwetse manier: losse gemalen koffie in de koppen en daar kokend water op gieten. Mijn opmerking dat er Kuchen bij hoort, werd prompt beloond met het aanbieden van een amandelkoek, die ik beleefd afsloeg. Door hun platte Duits en mijn slechte gehoor kon ik hen slecht verstaan. De schipper — één prominente voortand in zijn mond onder een overhangende gelige snor — kwam uit Kappeln, aan de rivier de Schlei, aan de oostkant van Sleeswijk-Holstein, waar we ooit met de Ninemarit een nacht hebben gelegen. “Drei Tage” mocht je hier in Leer gratis staan, zei de schipper, maar als het er dertig waren, was het ook goed.



Leer heeft een verrassend aardige Altstadt met allerlei leuke winkeltjes. De meeste Duitsers zaten op het moment dat we er langsliepen driftig op de terrassen aan de Kaffee und Kuchen, zoals het hoort in dit deel van Duitsland. De zwarte Ostfriesische Tee wordt hier geserveerd met een klont kandij en melk, al denk ik dat deze drank het tegenwoordig heeft verloren van de koffie. Om half vijf sluiten de winkels, tijd voor Sonnabend. Het weekend is begonnen.
Kuierend door het stadje kom je uit bij een heuse boulevard langs het brede water ten zuiden van de Altstadt. Oude schepen, deels aftands, sieren de wallenkant. Bomen, hoog op de steile aarden wal, overkoepelen de smalle steiger verderop langs het water, waarachter oude panden uit de 16de eeuw oprijzen.
In het Borromäus Krankenhaus in Leer was ik na mijn junior-coschap, in de zomer van 1973, artsassistent. Er was indertijd een groot tekort aan artsen in Duitsland, en vanuit de universiteit in Groningen waren studenten — ook als ze nog niet klaar waren met hun studie — welkom om de verantwoordelijkheid voor een afdeling op zich te nemen. Ik heb daar in korte tijd praktisch en theoretisch veel geleerd, tot en met het onder begeleiding doen van blindedarmoperaties en poliklinische ingrepen.
23 augustus
Lekker geslapen, een rustige nacht. Thee, ontbijt, koffie en op weg. Ik geniet van het rijden. Alles oké, diesel getankt, geen rare rammeltjes, alles werkt, motor zoemt op de achtergrond. Maar dan… Een bocht naar links, een schuivend geluid… Die la, ja dezelfde la, die ons eerder plaagde, schuift naar buiten met een harde klik. Nadat we gestopt waren op een vluchtstrook, bleek hij, net als eerder onderweg bij Saarbrücken, te weigeren om terug in zijn hok te schuiven. Op geen enkele manier krijgen we beweging in de la, en na veel onhandige pogingen geven we het op en fixeren de uitgeschoven la met een stuk elastiek.
Het is zondag en bijna alles is dicht, Ruhetag. Bij Oldenburg vonden we een Hymer-dealer. Mijn temerige frustratie bederft de wandeling met Nienke rond het meertje vlakbij de begraafplaats, ondanks de vele nieuwe grafzerken die opgewekt liggen te stralen met daarop vrolijk gekleurde bloemen. Nu maar afwachten of de mensen van de garage ons maandag kunnen helpen. We staan met onze camper pal voor het hek van het terrein — gratis, dat wel — samen met nog zes andere campers. Mogelijk met vergelijkbare problemen. Met wat voor problemen? Geen idee.

24 augustus
Met zijn tweeën verschijnen medewerkers van Fassbinder Caravaning bij de camper, en binnen een minuut is de la eruit en de diagnose gesteld. De linker geleider is kapot. Helaas is het niet duidelijk hoe lang het duurt om een nieuwe te bestellen. Een derde man komt, haalt de geleider eruit, verwijdert het stopsysteem en zet de la er weer in. We kunnen hem nu gebruiken. Terug in Nederland zullen we een nieuwe rail moeten bestellen. Ze willen geen geld voor de klus. Top service!
Over secundaire wegen rijden we naar Wischhafen, waar we aansluiten in de wachtrij om met de veerpont over de Elbe naar Glückstadt te varen. Het was een lange rij, en ik denk dat we er bijna een uur stonden voordat we aan boord mochten. Er varen vier veerponten die continu heen en weer varen in een stak schema. Leuk om mee te maken hoe we de Elbe dwars oversteken — de rivier waarover we meerdere malen voeren met onze motorboot, op weg naar Hamburg.






Het plekje waar we de nacht willen doorbrengen ligt wat verstopt achter een grote scheepswerf: een klein haventje aan de Stör, een zijriviertje van de Elbe. Er zijn zes plekken voor een camper, toiletten, douche en een jolige havenmeester van dik in de tachtig. Terwijl ik op afstand toekeek, fluisterde hij Nienke in (ik hoorde het achteraf) dat hij naar de sauna ging en dat ze wel mee mocht. In zijn als huiskamer ingerichte havenkantoor stond een pot met een gleuf waarin we een donatie mochten doen in plaats van havengeld, waarna we een verhaal te horen kregen over zijn laarzen met ijzeren neuzen, die een buurvrouw voor hem uit Nederland had meegebracht. Erg sterk en geschikt om er een schop mee uit te delen.



Het is hier stil, het water in de Stör is gezakt, laagwater. Er klinken wat kikkers achter ons en een enkele vogel begroet de schemering…