Norderney party

Het was een schitterende tocht van Delfzijl naar Norderney. Een vlakke zee, een beetje heiig, weinig andere schepen en een tevreden grommende motor onder de vloer. Voor de ingang van de haven van Norderney was het kruipen tegen de doorzettende ebstroom in. De allerlaatste open box mogen we volgens een behulpzame havenmeester op de steiger gebruiken ondanks dat er een bordje ‘besetzt’ hangt. We laten ons dat niet twee keer zeggen, want het is stampvol in de haven van Norderney. Allemaal Pinksteren-eiland-minnaars, die in grote getale vanaf het vaste land de oversteek hebben gewaagd. Op de vrijdag ervoor waren de meeste boten er al. Grote scheurijzers, elegante zeilschepen en krap bemeten motorbootjes bevolkt door jongeren.

Van de bewoners op de kleine motorboten die het meest lijken op een flinke badkuip met opbouw, aangedreven door buitenboordmotoren van soms meer dan 100 pk, staan de resten van hun drinkgelag de avond tevoren op de steiger. Bij een wonderlijk opdrukkertje, die scheef achterover hangt vanwege zijn overmaatse buitenboordmotor, staan welgeteld 7, 5 liter weggooi frisch vom Fass bierblikken op de steiger. Het is stil op de middag, er beweegt niets.

Na de avondwandeling met Nienke en Bo is er in een aantal bootjes weer wat beweging waarneembaar. De stilte is verbroken, misschien is men wakker geworden uit een langdurige alcoholische verdoving. Tersluiks naar binnen kijkend bij een van de bootjes merk ik dat een aantal jongeren nu aan de Bacardi-Cola zijn begonnen, de mix-verhouding ken ik niet, al zag ik een jongeman iets doorzichtigs scheutig in een plastic beker gooien alvorens er cola bij te schenken, voor de kleur neem ik aan. Iedereen lijkt nog nuchter.

De buurvrouw, in glanzend lichtgevend blauw michelin-mannetjes jas stapt met een zuur gezicht aan boord van het zeilschip in de box naast ons. Even later komt de buurman, ik denk haar man, sloffend aanlopen met een even zuur gezicht. Waarschijnlijk hebben ze afgesproken voorlopig niet meer met elkaar te praten of is de Norderneyer Scholle mit Krabben in het Hafenrestaurant verkeerd gevallen.

De haven van Norderney wordt gedomineerd door grijze loodsen voor opslag of handelsdoeleinden. Niet direct de meest aantrekkelijk aanblik. Een lange muur is als troost voor de voorbijganger versierd met een Mesdag-achtig panorama van al datgene wat men in de buurt kan bekijken of liever moet zien te vermijden.

De Frisia rederij van Norderney, een soort Doeksen maar dan groter, heeft meer dan 10 schepen onder haar hoede, waarvan we er onderweg meerdere zagen. Terwijl wij braaf langs de prikken voeren op het wantij, kruisten voor onze boeg 2 grote veerboten dwars over het wad, niet eens bang om vast te lopen bij de reeds intredende eb. Ik zou wel eens willen weten hoeveel diepgang die schepen hebben.

Mijn zoon die jarenlang de Waddenzee bevoer als schipper, had ook van die neigingen om bij hoog water stukjes af te snijden of dwars over een plaat te varen. Nuchter zei hij dan, “als je maar zorgt dat alleen te doen bij opkomend tij. Niets aan de hand toch?”. Zijn aanmoediging om met de Nine Marit ook maar eens te gaan droogvallen zit nog in het vat. Enige aarzeling om iets nieuws te proberen is mij niet vreemd. Blijft ze op haar dooskiel staan, en krijg we schade als ze omvalt? Of moet ik tijdens het droogvallen een tijdje de schroef laten draaien zodra we vast zitten, om het zand onder de scheg weg te spoelen? Het lijkt me wel spannend. De crabber die we in het begin van ons zeil-leven bezaten, viel goed droog, een beetje scheef. Ze bonkte nogal bij het loskomen als er golven stonden. Alsof er iemand met een moker tegen de bodem beukt. Geen idee hoe dat bij ons stalen bootje zal zijn. Een uitdaging die we hopelijk deze zomer een keer kunnen beleven.

Inmiddels is het steigerfeest begonnen, een dof boemende techno-dreun in uptempo dringt door tot in onze kajuit en dat terwijl we net willen gaan pitten……..

P.S. We hebben goed geslapen, de techno dreun is geleidelijk gesmoord.

Keurige jongeren, die Duitsers.

3 mannen, een peuter, een motorboot en een tjalk

Scheef over stuurboord hangend als een lekkend en bijna gezonken schip stuift een motorbootje met 3 mannen en een kind( hij is 3 jaar, horen we later) vanaf het Eemskanaal de bocht om in de richting van de sluis naar Appingedam. Met gebaren maak ik aanvankelijk de mannen duidelijk dat wij niet van plan zijn door de sluis te gaan maar hier blijven liggen en dat zij de sluis moeten oproepen, als ze erdoor willen.

De mannen, gekleed in camouflage pakken alsof ze op jacht gaan, de klep van de pet diep in de ogen, roepen dat ze geen marifoon hebben. Ik bied aan om voor hen de sluis op te roepen. Net voor sluitingstijd wordt de sluis nog voor hen gedraaid.

Het motorbootje ziet er uit of het een paar jaar onder water heeft gelegen. Groen bemanteld maar met, volgens de roerganger, daaronder nog een ‘uitstekende witte verflaag’. Aan de aangroei te zien zou het me niet verbazen dat er een mosselcultuur op de romp is gekweekt.

De motor loopt en de man aan het roer vertelt trots dat hij hem na een jaar weer aan de praat heeft gekregen. De dynamo had kuren en inderdaad het scheepje had wel wat onderhoud nodig.

Terwijl twee van de mannen met de peuter naar de sluis lopen om daar te kijken hoe het water stijgt in de sluiskolk, vertelde een van de mannen, hij knoopte net zijn gulp dicht, dat ze uit Oude Pekela kwamen en nu op weg zijn naar Hallum in Friesland, nog best een eindje varen.

Vanavond gaat dat niet meer lukken, vandaar dat er bij vrienden in Appingedam gepit gaat worden. Het is een vrolijk stel en ze bedanken ons uitvoerig terwijl ze al waggelend de sluis in varen.

Nauwelijks is er weer rust aan het walletje, waar we overigens op de terugtocht vanuit Duitsland vorig jaar ook een nachtje lagen, of er komt een oude tjalk de hoek om, de mast gestreken, slechts bemand door de schipper. Hij wil hier ook een nachtje slapen. Handig maakt hij gebruik van een achterspring om de kop van het schip bij de wal te krijgen. Eenmaal vast gemaakt wordt onder luid geratel de mast met een elektrische lier rechtop gezet. Het klinkt alsof een ijscoboer, manisch en continu zijn bel rinkelend onze aandacht probeert te trekken.

Het mag, een nachtje liggen op de wachtplek voor de Groevesluis. We hebben het voor de zekerheid even gevraagd over de marifoon aan Post Appingedam, de marifooncentrale voor dit deel van het druk bevaren kanaal.

Morgen varen we naar de buitenhaven van Delfzijl. Daar kijken we hoe het weer zich gaat ontwikkelen …..

P.S. Twee laat gearriveerde Duitse motorboten hebben hun landvasten aan de tjalk achter ons vast geknoopt. Achter ons en niet naast ons, gelukkig ….

Als hondjes oud worden

We zijn weer onderweg. Het ‘At the Watergate festival’ in Sneek is afgelopen. Het was een festival dat we niet hadden willen missen. Zo’n 6000 kinderen van 13-19 jaar uit meerdere Europese landen speelden op verschillende podia, zowel klassieke als moderne muziek, gedurende 2 dagen in Sneek en plaatsen in Sûd West Fryslân. De opening en het slotconcert van het festival stonden als een huis, goed georganiseerd met muziek en dans van hoge kwaliteit. De sfeer gedurende de dagen was gemoedelijk en er waren nauwelijks incidenten. Muziekmakers lijken prettige mensen.

Weer aan boord zijn opent nieuwe perspectieven. Frankrijk als reisdoel staat in de ijskast. Ik legde dat uit in de vorige blog. We opteren voor de Duitse wadden, waar we al keutelend afhankelijk van weer en wind naar toe varen.

Bo, onze teckel stelt ons voor een probleem. Het gaat minder goed met hem. Voor zover we het kunnen beoordelen heeft hij een beginnende ziekte van Cushing. Niet direct een gevaarlijke ziekte, maar wel een langzaam verergerende kwaal waar oorzakelijk alleen met operaties wat aan te doen is. Nu hij sinds gisteren 14 jaar is geworden willen we hem niet belasten met allerlei ingewikkeld onderzoek of operaties. Symptomatisch zijn de verschijnselen afhankelijk van de locatie van de tumor(en) soms te onderdrukken met medicijnen, die echter forse bijwerkingen kunnen hebben en waarvan de dosering nogal nauw afgestemd moet worden. Niet iets waar we, nu we onderweg zijn, praktisch gezien gelukkig mee zijn. Omdat Bo onder de verschijnselen van de ziekte nog niet erg lijkt te lijden, wagen we het erop, na uitvoerig overleg met de dierenarts, eerst toch maar verder te varen. We houden er rekening mee dat we misschien vervroegd terug moeten.

Gisteren verraste hij ons met zijn nog steeds uitstekend functionerend reukvermogen.

Terwijl we net aan een walletje afgemeerd hadden, ergens mooi achter een bosje uit de wind, en Bo aan land hadden gezet voor een plas, waren we hem plotseling kwijt. Op roepen reageert hij altijd al slecht, zeker als er iets interessants te snuffelen valt. Dus dat we op ons roepen geen gehoor kregen verbaasde ons dan ook niet. Naast de strook gemaaid gras op de wal lag een groot veld met hoog riet. Na enig speuren vonden we hem fanatiek knagend aan een grotendeels van Serranoham ontdane varkenspoot. Zo’n hele varkenspoot, die je rond de kerstdagen kunt kopen om er zelf het vlees van af te snijden, fraai opgebaard in een houten stellage en geleverd met een vlijmscherp mes. Voor Bo een interessant item, zeker in het kader van zijn Cushing, waarbij, behalve de andere symptomen, de eetlust toeneemt met het vorderen van de ziekte. Geschrokken en walgend heb ik het bot tussen duim en wijsvinger opgepakt en in de container, 20 meter verder op, gemikt. De varensgasten die de ham hadden genuttigd waren zeker te bezopen of te beroerd om 20 meter naar de container te lopen en daar de varkenspoot in te gooien.

Achteraf denk ik, ‘waarom mocht hij niet verder knagen’? De poot lag er vast nog niet zo lang want het rottingsproces was nog niet zo ver gevorderd, aan de lucht van het overblijfsel te ruiken. Sorry Bo.

Bo heeft er geen dysenterie aan over gehouden. Zou me wat moois zijn met dat wat hij al heeft.

En wat sneu is, die vondst was op deze dag haast een prima verjaardagscadeau geweest als ik het hem niet had afgenomen. Gelukkig is Bo niet haatdragend en een extra snack maakte veel goed.

Tijdelijk hebben we een paar koudere dagen met flink wat wind uit het noorden.

De plannen zijn aangepast en morgen varen we een stukje verder richting het Lauwersmeer, ons favoriete meer als tussenstation naar het wad of naar Groningen. Dat we nu eindelijk die zeearend eens mogen spotten. Er zou daar een broedend paar zitten…..

Een ‘Sleepje over Zee’

Nauwelijks hadden we in alle vroegte de steiger op West-Terschelling de kont van het schip getoond of we zagen een heftig zwaaiende blonde vrouw die op het eind van een steiger wanhopig onze aandacht probeerde te trekken. Of we hun konden helpen met een ‘sleepje’ naar Harlingen. Ze hebben een tros in de schroef van hun zeilboot gekregen en kunnen de motor niet gebruiken. De wind was zuid-oostelijk, voor een deel van de reis stik in de wind (en slechts Bf. 2-3) op het smalle stuk bij de Blauwe Slenk. Ze waren bang dat ze het niet zouden redden zonder hulp van hun motor. Wij overlegden druk. We hadden er niet direct zin in, maar toen we hoorden dat het een licht schip van 11 meter is met een ophaalbaar midzwaard, besloten we, vooral ook omdat er weinig wind stond, de ongelukkigen te helpen. De wanhoops-tranen werden acuut verruild voor vreugde-tranen. Terwijl Nienke de supertros met rekvermogen ( een gouden tip van onze skipper zoon) uit de bakskist tevoorschijn toverde stuurde ik de Nine Marit met haar kont naar de steiger, waar de opvarenden met hun vleugellamme schip afgemeerd lagen. Omdat wij net als zij geen tros in de schroef wilden hebben, hebben we onze supertros van hand tot hand aangereikt. Van hun kregen we van hand tot hand een tweede tros. Beide trossen hebben we als een spruit vanaf ons zwemplateau naar de boeg van hun zeilboot belegd.

Toen was het vort met de geit. De vloed kwam op en we moesten er een stuk tegen in naar het Schuitengat, dat tegenwoordig weer te bevaren is en keurig betond is. Zelfs met laag water staat er ruim 1.60 meter water. De minst gelode diepte is 3,00 meter t.o.v. NAP. Wonder boven wonder liep het sleep-theater als een trein op rails. Slecht 2 keer werden we door elkaar gerammeld door de hekgolf van een voorbijrazende motorboot en de snelboot vanaf Terschelling.

Ondanks dat het te slepen schip haar midzwaard had opgetrokken, was van slingeren nauwelijks sprake. Als een trouw jong eendje hobbelde ze achter ons aan, aangelijnd, dat wel. Regelmatig controleerden we op beide schepen de trossen. Via de communicatie over marifoon kanaal 77 hielden we elkaar op de hoogte van het reilen en zeilen( nou ja) op beide schepen. Halverwege het traject even voorbij de Meep toen we het Pannegat indraaiden, liepen we al slepend en met de stroom mee, 7,5 knopen, terwijl ons motortje slechts 1600 toeren draaide. Ik ben trots op ‘sleepboot Nine Marit’.

Bij de Pollendam begon ik wat spook-zeehonden op de vaarweg te zien. Hoe moet dat straks in de haven? We overlegden en ieder voorstel dat volgde op een eerder voorstel leek een beter voorstel. We besloten in de haven, wanneer we de veerboot-terminal voorbij waren, de trossen wat in te halen en slechts op één tros naar de sluis te varen. De Tjerk Hiddes sluis hadden we gemeld dat we al slepend naar binnen wilden. We vroegen om de kleine sluis en kregen die ook. Toen we stapvoets aan kwamen varen, stonden de sluisdeuren al open en werd de brug geopend. Langzaam voeren we de sluis in, de tros vrijwel helemaal ingehaald. Met de schipper van de zeilboot die de tros in zijn hand hield en Nienke die op het zwemplateau de boeg naar de kant duwde, wisten zij de zeilboot, ondanks ons schroefwater, naar de touwen aan de sluiswand te dirigeren. Wij maakten een paar meter verder ook vast. Het sluizen ging verder gladjes. Vlak na de Koningsbrug namen we afscheid. Zo voeren we nooit eerder over de Waddenzee. Het geeft een voldaan gevoel dat het sleep-avontuur zonder schade is verlopen.

Inmiddels liggen we, zonnetje in de kuip, ergens in de buurt van Eernewoude uit te hijgen van een spannend maar leuk dagje varen…..

Hindernissen op de Franse waterwegen en een nieuwe zonnebril voor ons schip

Laat het niet waar zijn. We hoorden van vrienden die met hun schip onderweg zijn over de Maas richting Frankrijk dat in het Franse deel van de Maas 2 sluizen geblokkerd zijn. De oostelijke toegang naar Fransenland is dus voorlopig gesloten. De andere opties om naar het zuiden te varen zijn langs de kust van België of via Vlaanderen, al zijn daar in mei ook stremmingen op het Canal du Nord. Dus wij stellen onze plannen bij en gaan eerst een paar weken de andere kant op. De eilanden en de zee, het Nederlandse en het Duitse wad zijn bij goed weer zeker zo aantrekkelijk. Zo langzamerhand is alles aan boord gecheckt. Alle electronica doet het, er zijn nieuwe digitale kaarten( O-Charts) geinstalleerd van de wadden, Nederlandse en Belgische kust. Pc Navigo is geüpdatet.

Nine Marit heeft als een Gooise vrouw een zonnebril op haar hoofd gekregen, iets verder naar achteren als de meeste zonnebrillen op de hoofden van vrouwen die hun dure merkbril willen showen. Maar het moet gezegd het staat haar goed. De bimini voegt iets toe waardoor ons schip completer lijkt. De kuip komt in de schaduw en geeft het gevoel alsof je op een veranda zit. Een schommelstoel is niet nodig, schommelen doet het schip zelf wel.

Er is een nadeel, het gekabbel van het schroefwater tijdens het varen klinkt harder en lijkt het meeste op het geluid van een klaterende fontein in de kasteelvijver of een lekkende goot tijdens een forse regenbui. Het zal wel moeten wennen als we varen met de bimini uitgeklapt. Hij is eenvoudig op te rollen, binnen een minuut ritsen we hem los en klappen we hem naar achteren. Een hoes er omheen tovert het geheel om in een qua afmetingen alleszins acceptabele donker-grijze worst om de twee roestvrij-stalen buizen.

Van de week hebben we alles aan boord bekeken. Wat weg kon is weg, wat vies was is weer schoon. De kelder in de kuip haalden we leeg en ruimden we op. De fietsjes zijn gecontroleerd en de banden zijn opgepompt. De voorraadkast blijkt vol te staan met blikken bonen, bonen die we vorig jaar dachten te eten. Dat wordt de eerste weken een inhaalslag maken, een winderige dieet. Gelukkig siert Bo regelmatig de luchtkwaliteit met zijn bijdrage zodat die van ons minder opvalt.

Het weer is omgeslagen, de dikke jassen hangen opnieuw voor het grijpen aan de kapstok. Omdat we beide last hebben van te veel kou of teveel warmte, is het altijd weer lastig om een keuze te maken uit wat we aan kleding meenemen. De proviand is een minder groot probleem, behalve voor het noodzakelijk basisvoedsel, zoals wijn, noten, en kaas, zullen we meestal de plaatselijke supermarkten frequenteren voor de overige leeftocht zoals aardappels, groente en en ander vullend voedsel.

We plannen rond Koningsdag te vertrekken al lokt het wisselvallige weer niet erg.

We zien wel, we hebben geen haast, en we hoeven nergens op tijd te zijn…..

De oude niet zo ideale situatie. Een mooie foto van de nieuwe bimini hebben jullie tegoed.

Voorjaar 2018

“Wat ik zie is de werkelijkheid niet, verwondering is er des te meer naarmate ik ouder word”.

Haast plotseling is de lente aangebroken, de koude is bijna verdreven. Alleen de ochtend is nog fris. De zon kan pas laat in de middag de kilte overwinnen. Het water van de Geeuw is koud. Vochtige lucht vormt ‘s morgens nevelige sluiers boven het wateroppervlak. Wanneer ik Bo uitlaat, zingt een lijster een veelkleurig lied, een loflied aan zijn toekomstig vrouwtje. Meestal zit hij hoog in een boom waar ik hem tussen de takken met moeite onderscheid.

Ik realiseer me dat de winter nu echt voorbij is en dat de tijd aanbreekt dat we met ons schip voor langere tijd weer het water op gaan. De plannen om dit jaar naar het zuiden te varen in plaats van naar de Oostzee, voelde wat ongemakkelijk en lastig, alsof we een patroon doorbreken en ontrouw zijn geworden aan onze favoriete noordelijke reisbestemmingen. De honderden sluizen die ons te wachten staan, moeten ons niet weerhouden van de geneugten van het Franse landschap, de dorpjes en de ongetwijfeld lekkere leeftocht die de Franse plattelands markten ons zal bieden. Vroeger gingen we met veel plezier met onze zonen kamperen in dit fraaie land. Was het niet heerlijk om met de tent of met de camper over allerlei binnenwegen te rijden, niet wetend waar we zouden landen en niet wetend wat ons te wachten stond. Toen het reizen over land ingeruild werd voor reizen met een zeilboot was de koers meer naar het noorden gericht, aanvankelijk de Nederlandse en Duitse Wadden en later stukken over zee naar Denemarken en verder naar Zweden en Noorwegen. Met de Nine Marit hebben we ontdekt dat we er ook mee over zee konden varen, al was het vaak een puzzel om slecht weer te vermijden. Golven van opzij vindt een motorboot niet prettig. Daar waar je met een zeilboot in een zijdelings golfpatroon de steun van het zeil hebt, is varen met een motorboot eerder een kermisattractie die niet te lang moet duren. Het afgelopen jaar zijn we dan ook door het wisselvallige weer en een aanhoudende depressie-trein uit het westen op de Oostzee bij Denemarken naar binnenwater gevlucht bij Lübeck aan de Duitse kust.

Dit jaar varen we zuidwaarts. Een nieuwe ervaring met onze motorboot naar Frankrijk. We hebben ons goed ingelezen en veel contact gezocht met kennissen en vrienden die daar al eens waren.

Eigenlijk zijn er 3 opties om naar het zuiden te varen. Een oostelijk route, een midden-westelijke route en een route langs de kust van België over zee naar de monding van de Somme of de Seine. Waarschijnlijk kiezen we eerst voor de oostelijke route. De route terug naar Nederland weten we nog niet, al zou een stukje over zee langs de Belgische kust me wel aanspreken. We zien wel.

Eenmaal in Frankrijk begint het sluisje nemen pas echt. Vooral in de kanalen waar de nodige hoogteverschillen genomen moeten worden zijn de opeenvolgende sluizen alsof je in processie twee stappen vooruit loopt en dat weer even stil moet staan. 60 sluizen in een kanaal of gekanaliseerd riviertje is niet vreemd. Een goede oefening in onthaasten. We hoorden dat er regelmatig storingen zijn, een sluisdeur die het begeeft of een sluiswand die wegens gebrek aan onderhoud, instort. In Frankrijk schijnt men het adagio aan te hangen: we bouwen min of meer zoals we vermoeden dat het gebouw een tijdje stand houdt, maar aan onderhoud doen we niets. Als het gebouwde op den duur problemen geeft of op instorten staat bouwen we gewoon iets nieuws. De ‘fraaie’ oude, charmante en antieke dorpen, zo ‘echt Frans’, zijn daar een mooi voorbeeld van.

Ik verheug me er op. Leert het me om het imperfecte te accepteren en de schoonheid van het oude en afgeleefde te zien? Misschien is slechts verwondering voldoende….

Thuis en keutelen in Friesland

Best wel vreemd om na 10 weken weer even thuis te zijn. ‘s Morgens wakker worden, enigszins gedesoriënteerd omdat ik geen patrijspoort voor mijn neus zie, maar een dicht gordijn voor een raam. Het huis lijkt groter, en ik hoor de bel van de Lemmerbrug die de slagbomen sluit. Bo heeft de bank als ‘eigenlijk verboden’ slaapplek weer ingenomen. Ligt blijkbaar lekkerder dan zijn mandje. Hij kan hier met een aanloopje wel op springen, op de boot lukt hem dat niet.
Een periode niet thuis zijn heeft ook nadelen. De verwarmingsketel gaf er de brui aan, geen warm water, code 3L. Wat speuren op het internet leverde de betekenis, de ventilator is kapot.
Het telefoontje naar de installateur was voldoende voor een razendsnelle reparatie.
Nine Marit ligt tijdelijk op haar ligplaats in de Domp. We hebben er nog niet genoeg van. We willen nog een paar weken varen. De meeste spullen liggen nog aan boord. Een rondje AH is het enige wat ontbreekt. Tijdens de Sneekweek willen we liever weg zijn, te veel drukte in de stad en een drukke kermis om de hoek.
Volgens de geleerde meteorologen blijft het kwakkelen met het weer, al vind ik hun pessimisme niet altijd terecht. Het is lekker Hollands weer, en die enkele bui is best verfrissend.
Voor onze deur is er al van alles in gang gezet in verband met de Sneekweek. De lampjes en vlaggetjes zijn opgehangen langs de kade. Een jaarlijks project van de buurtbewoners aan de Geeuwkade, die gezamenlijk met veel vernuft en handigheid er iets moois van maken. Op de vrijdag wordt de Kolk bij de Waterpoort schoongeveegd. Er mogen geen pleziervaartuigen meer afmeren. De opening van de de Sneekweek vraagt ruim baan voor de vlootschouw en het vuurwerk dat midden in de Kolk wordt afgestoken.

Voor ons huis dendert de wind met harde vlagen over het water. Er staan zelfs kopjes op de golven in de Geeuw. De takken van de bomen langs de kade proberen de wind te trotseren door ver door te buigen, alsof ze een knieval maken voor het geweld hun aangedaan.
Vanmiddag zou de wind wat afnemen. De laatste boodschappen zijn gedaan, Bo heeft zijn loopje gehad en zijn hoopje gedaan. Rond 2 uur stappen we weer aan boord. We tanken vers water en verlaten de Domp, onze thuishaven in Sneek. Via de Houkesloot varen we naar het Sneekermeer, dat er wat verlaten bij ligt. De enkele zeilboten, die we zien varen zwaar gereefd of alleen met een fok. We merken weinig van de harde wind, die ons nu van achteren op de hek zit. Naarmate we dichter bij Terhorne komen worden de golven hoger, maar ze hinderen ons nauwelijks. Dat merkten we ook in Denemarken, achteropkomende golven hebben weinig invloed op ons schip. Het is alsof we op een soepel galopperend paard langs de branding rennen.
Achter een grote tanker varen we de langgerekte openstaande sluis in waar we een vreemde ervaring hebben. We kunnen de boot nauwelijks op koers houden, en de grote tanker voor ons lijkt er eveneens last van te hebben. Terwijl ze langzaam moet varen in de sluis, dreigt ze weg te draaien naar bakboord. Ik zie haar af en toe gas geven, en dat lijkt bij ons ook te werken. Door de harde zuidwestenwind en de versmalling van het vaarwater bij de sluis van Terhorne, wordt het water vanuit het Sneekermeer opgestuwd. Dat betekent stroming op de kont! Met geringe vaart is dat lastig sturen met te weinig druk op je roer. Opzij kijkend zie ik kleine draaikolken langs de beschoeiing. Inderdaad, het stroomt er stevig. Bij een echte zuidwesterstorm zullen de sluisdeuren dan ook gesloten worden, om het achterland te beschermen tegen het oprukkende water vanuit die grote Sneeker waterbak.

Op de Paenster Ie bij Grou liggen een paar skûtsjes voor anker, vergezeld van grote moederschepen. Klaar voor de openings-wedstrijd van het grote Friese zeilevenement, het Skûtsje Silen. De Sneeker Pan deed het vorig jaar goed, maar de concurrentie is groot. Als het meezit zien we morgen een stuk van de wedstrijd.
En dat hebben we gedaan. Voor anker op de Peanster Ie hadden we de boei waar later gegijpt moest worden voor onze neus en zagen de start van de wedstrijd. Bft 4 liet ons onrustig gieren op het anker. Een waarscheepje met 4 jongeren naast ons wilde wel vriendjes met ons worden en probeerde ons regelmatig een kusje te geven, wat we als strenge ouderen uiteraard niet prettig vonden. Een poging om haar dan maar langszij te nemen in een vaste omhelzing bleek eveneens geen goede oplossing, toen de skûtsjes voorbij scheurden en de nodige golven produceerden. Schade wisten we te voorkomen door vanaf beide boten met de handen uitgestrekt een veilige afstand te creëren in onze lat relatie. Hoe de wedstrijd is afgelopen weten we niet, we vertrokken voortijdig naar ons plekje in de buurt van Eernewoude.
Vandaag was het weer ons goed gezind, moge het zo blijven!!!

Weer in Nederland en hoe het was

Ver weg nog, dendert Donar met de wielen van zijn bokkenwagen over de hemel kasseien. De mooie cumulus wolken met wit uitpuilende bolle koppen zijn aan de onderkant grijs geworden en hebben zich steeds meer aaneen gesloten. Af en toe valt er een bui. De wind laat zich in de vlagen horen door het aanzwellende geruis van de bladeren in het bosje op het eiland. De zon laat zich alleen nog zien in de spaarzame openingen tussen de wolken. Het is stil op het Lauwersmeer. Een straaljager verstoort de geluiden van de watervogels om ons heen. We liggen op een schitterende plek in het Stropersgaatje. Ondanks de aanwezigheid van een aantal motorboten en twee zeilschepen die dit walletje hebben opgezocht, is het opmerkelijk stil om ons heen. Alsof we met zijn allen onder de indruk zijn van het aankomende onweer.
Na een voorspoedige en snelle reis vanuit Duitsland over het Dortmund-Eems kanaal en de Eems liggen we zomaar weer in Nederland.
Denemarken verraste ons, net als vorig jaar met zijn eilandelijke en rijke natuur. Al moesten we vaak in een haven blijven liggen vanwege de harde wind. Wij, motorboot-vaarders, houden niet van harde wind en hoge golven. Tot drie keer toe werden we, ondanks dat we dachten de weersomstandigheden goed ingeschat te hebben, getrakteerd op een wild golven-patroon bij twee kapen en een keer tussen twee eilanden. Door te gaan zigzaggen konden we het effect van de zijdelings inkomende golven tussen de eilanden Fejø en Femø enigszins opvangen. Bij de kapen onder Bagenkop en bij Gedser was dat lastiger, omdat er niet een duidelijke richting in de aanrollende golven te herkennen was. Goed vasthouden, handdoeken in de kastjes op het servies en de glazen en vooral rustig doorgaan was het enige wat ons te doen stond. Terugkeren was een optie, maar het vooruitzicht in rustiger vaarwater te komen was aanlokkelijker. Al moet ik bekennen dat we daar wel eens een verschillende mening over hadden. Denemarken is een prachtige zeil- en vaargebied. Dat we het dit jaar niet zo troffen met het weer is pech. Ook in Nederland was het niet zo geweldig hebben we begrepen. Onze plannen om naar Zweden te gaan hebben we moeten loslaten. Jammer, maar uiteindelijk de juiste beslissing. Op een windarme dag, een weergat, hebben we de oversteek van Nysted naar Fehmarn gemaakt( waar we overigens ook een paar dagen verwaaid lagen). Uiteindelijk was nog een klein stukje over open zee nodig om Lübeck te bereiken. Een gouden keus, zoals je vast hebt gelezen in vorige blogs. Vanuit Lübeck over het Elbe-Lübeck kanaal en het Elbe-Seiten-kanaal naar het Mittelland-kanaal en de Dortmund-Eems-kanaal was, behalve het eerste deel, was het bekend terrein. Ervaringen van een andere orde, maar zeker niet minder interessant. We namen meer tijd en hebben genoten van de prachtige omgeving en de kanalen zelf.
Nu ik naar buiten kijk zie ik dat de boot wederom in de wasstraat ligt. Ze is in geen weken zo schoon geplensd. Van hagel zijn we tot nu toe verschoond gebleven. Het is een rare zomer. Al die regenbuien hebben nog een voordeel, de muggen verdrinken in de regendruppels. Met Bo gaat het goed. Zo gauw we aan land zijn staat hij, na een snelle plas, verwachtingsvol klaar voor een spelletje met de bal. Hij overschat zijn uithoudingsvermogen en staat dan na de nodige runs, tong uit de bek, te hijgen als een paard na een cross-country. Een dompelbad vanaf het zwemplateau om af te koelen wordt dankbaar aanvaard, een uitvinding van Nienke.
De zomer is nog niet voorbij, het zou stabieler weer worden, volgende week nog naar een eiland? We kunnen het niet laten, het zout trekt altijd weer….

Over walmende Scheepsmotoren en vuil ‘Trinkwasser’


Terwijl het wereldgebeuren zich volstrekt onvoorspelbaar ontrolt glijden wij zacht zoemend over een rimpelloos Dortmund-Emskanaal. De ‘Alter Ego’, een oud geklonken vrachtschip met een tjoek-tjoek motor die afschuwelijk walmde en stonk, lieten we, wijs geworden, een kilometer of wat voor ons varen. Het schip passeren was geen optie omdat de sluizen de beroepsvaart altijd voor laat gaan. Dus sukkelden we met een snelheid van 7-8 km per uur achter hem aan. Kanaal varen is soms geduldig varen, vooral als er veel beroepsvaart voor je uit vaart. De sluizen op dit kanaal zijn gemaakt voor schepen tot 80-85 meter. Bij de grotere sluizen passen er maximaal twee van die jongens in een sluis. Dan blijft er geen ruimte over voor twee ‘sportboten’ van 12 meter. De meeste mazzel heb je als er geen grote schepen dezelfde kant op gaan en veel schepen je tegemoet varen, in dit geval omhoog in de sluis,‘zur Berg’. In de lege sluis wordt je dan snel naar beneden geschut omdat er aan de dalkant een volgend groot schip staat te trappelen om de ‘berg’ te beklimmen, 4-7 meter omhoog. Vandaag hadden we die mazzel. De Alter Ego was in alle vroegte vertrokken. Hij had gisteren, vlak na de laatste sluis, net als wij, een walletje opgezocht om te overnachten. Gelukkig aan de overkant met de wind uit de goede hoek. Zijn rokende generator bleef de hele nacht draaien op waarschijnlijk dezelfde stinkende, walmende brandstof als die van zijn motor. Het leek wel een varend destructiebedrijf. Niet al te vroeg uit de veren heeft zo zijn voordelen als sportboot-vaargast.  Vrij baan en niet achtervolgd, voeren we met een kleine 6 knopen van sluis tot sluis. 12 sluizen te gaan van het kruispunt Mittellandkanal-Dortmund-Emskanal naar de zeesluis bij Herbrum. 

Een lifter aan boord, ze was blauw met zwart, een mooie juffer

In de jachthaven van Haren(D) maakten we de tweede stop. De havenmeester was erg boos. We namen te veel plaats in op de langssteiger. Tijdens de middag en avond zou de haven vollopen met grote jachten die veel ruimte nodig zouden hebben. Wij moesten ons dus rap verplaatsen naar een lege box aan de andere kant van de steiger. Met wat gehannes en ontstemde blikken op een motorboot die eveneens moest verkassen hebben we ruimte gecreëerd voor de te verwachten mega-jachten. Die grote jachten zijn niet gekomen. Ik denk dat de havenmeester lijdt aan het ‘mega-jachten-verwachtings-syndroom’. Een bekend obsessief syndroom bij de iets oudere havenmeesters van armlastige, minder goed onderhouden jachthavens (zie het uitvoerige artikel in Het vakblad ‘Psychiatrie Vandaag’, nummer 8, augustus 1963, Drs.Claude Hommel).

Bij de kranen op de steigers staan borden dat het water geen drinkwater is. Nu is dat vaak een waarschuwing om de legionellabacterie geen kans te geven in je drinkwatertank een legioen te vormen. Als echte Hollander stoor ik me daar niet aan en laat het water, verspillend, een tijdje doorlopen buiten de boot tot het koud wordt. Die legionellabacterie heeft een pest aan koude. Werd ik nou bijna voor mijn zonde gestraft. Het water uit de kraan met het bordje ‘Kein Trinkwasser’ blijkt inderdaad geen drinkwater te zijn. Het is volgens een oudere man op de steiger, naar eigen zeggen de ex-havenmeester van deze haven, water uit de plomp, uit de Eems, om de boten af te spuiten van het vieze Eemswater. Eemswater van verderop, denk ik, want hier lijkt het alleen wat modderig. De ex-havenmeester ziet er zelf wat morsig uit, zijn kale schedel is bedekt met pigmentvlekken, het gestreepte hemd met opgerolde mouwen hangt scheef in zijn broek. Hij beweerde de ‘betere havenmeester’ te zijn geweest. Hij wist de nodige verwarring te stichten door aan een nieuwkomer een totaal ander advies te geven over de te nemen ligplaats dan de echte havenmeester. Die twee zullen elkaar wel niet erg liggen. Het hemd van de echte havenmeester hing ook enigszins buitenboord. Uit jaloezie, om te pesten? Maar goed, ik ben dus wel ontsnapt aan het per ongeluk vullen van onze drinkwatertank met modderig Eemswater. En dat dankzij luisteren naar de ‘betere havenmeester’.

Er wordt raar weer verwacht. Erg warm weer gevolgd door onweer, regen, hagel en windstoten. 

We zien wel, voorlopig liggen we hier goed…..

Wilde bloemen, geplukt langs het kanaal

Braunschweig en het Mittellandkanal


Bakken met hemelwater worden over de Nine Marit uitgestort. Alsof ze nog niet schoon genoeg is na de regen van vannacht. Op de Wetterwarnung App van de Deutsche Wetter Dienst(mooie App) waarschuwen ze voor nog meer heftige regenbuien met windstoten. We zitten dan wel droog, we moeten door de wapperende ruitenwissers en de regengordijnen ons best doen om nog iets van het kanaal te zien. Drie dagen geleden vonden we een mooi haventje iets voorbij Braunschweig. Een privé haven die ook plaats heeft voor gasten. Bortfeld is een meertje, ontstaan door afgraving van kieselstenen, een oud grindgat. Er omheen zijn huizen gebouwd die voor het grootste deel energie-neutraal zijn. Via aardwarmte worden de woningen verwarmd. De toegang tot de haven en het meertje verloopt via een ‘Hollandse ophaalbrug’ die op afstand bediend wordt door de havenmeester. Eerst bellen, dan voorzichtig tussen de  flankerende meerpalen de brug door die volgens ons niet veel breder is dan 5.30 meter. Net genoeg voor ons schip met de ballen aan beide kant buitenboord.  De ontvangst is meer dan hartelijk. Omdat we in de middag nog naar het Herzog Anton museum in Braunschweig wilden gaan, stelde de Havenmeester voor om ons naar de bushalte 3 km verderop te brengen. Hij gaf ons meteen maar 4 buskaartjes van een strippenkaart en een uitdraai van de vertrektijden van de bus. Hij zou ons ook weer ophalen aan het eind van de middag als we hem bij vertrek uit Braunschweig zouden bellen.De megalomane kunstverzamelaar Herzog Anton Ulrich heeft het hele museum bij elkaar verzameld. Ten koste van het Hertogdom en haar ingezetenen, die door het moeten betalen van hoge belastingen de hobby van de hertog moesten bekostigen. Aan het eind van zijn leven, begin 1700 was het geld op, met als bijkomende ‘schade’ dat er nu in dit museum een paar Rembrandt‘s, een Vermeer, een Ferdinand Bol en vele Hollandse, Italiaanse en Franse Meesters hangen. Bovendien is er een gigantische collectie aan 17e eeuwse beelden, porselein, meubilair, en Chinese-Japanse kunst te zien. Het grote door Rembrandt geschilderde doek van een eenvoudige familie, hing onlangs nog op de overzichtstentoonstelling van werk van de Late Rembrandt in het Rijksmuseum in Amsterdam. Een aparte zaal was ingericht met tekeningen van kunstenaars uit alle tijden, waaronder een tekening van een hondje dat onlangs is toegeschreven aan Rembrandt. Dus kom je ooit in Braunschweig, of all places, mis dit rijke Museum niet. 

Ook een familie in Braunschweig

Ten zuiden van de lijn Braunschweig- Magdenburg ligt in midden Duitsland het Harzgebergte, een plek om nader te onderzoeken, maar dan niet met ons schip. 

Nu we besloten hebben om niet alleen maar zo snel mogelijk het Mittellandkanal af te jakkeren, ontdekken we naast de rijkdom aan wilde planten op de oevers, dat er mooie natuur en leuke stadjes en dorpen te ontdekken zijn. De bodem van dit gebied aan de noord-rand van het Harzgebergte is sterk kalkhoudend (eigenlijk varen we door een oude tropische zee).Te zien aan de soort planten die er voorkomen maar ook aan de industrieën die zich hebben gevestigd. Kalk als bestanddeel voor bouwmaterialen. Nienke vond Wilde Peen, de oerwortel, vol met provitamine A en een Vitamine B, net als de gekweekte oranje wortels die we bij de groenteboer kopen. Ook vond ze de wilde Campanula, een kalk-minnend blauw klokje, dat vrij zeldzaam is evenals Scherpe Fijnstraal en Knoopkruid.  Het water van het Mittellandkanal is op sommige plekken melkachtig wit tot gelig. Alsof je vaart door een romige soep. Nu ik het toch over eten heb, de risotto met verse Kabeljauw(niet zelf gevangen) moet nog voorbereid worden. Ik ga aan de slag……  

P.S.

Recept: 

Risotto met Kabeljauw. Voor 2 personen

Maak alvast een bouillon van visfond of een visbouillon blokje, ruim een halve liter.

Een sjalot, een teentje knoflook, een kleine courgette en een punt paprika klein snijden.

Een kopje risotto rijst in 2 el olijfolie aan braden tot de rijst glazig wordt, en de groente toevoegen.

Afblussen met een flink glas witte droge wijn.

Roeren, en telkens bouillon toevoegen, als het geheel dreigt aan te bakken. Dit duurt ongeveer 20 minuten.

 Intussen twee mooie stukken kabeljauw met wat peper en zout (of bv cajunkruiden) bestrooien en bakken in wat roomboter. Het vrijkomende bakvocht, op het laatst bij de risotto doen en opdienen. Kabeljauw op de risotto geschikt.

Eventueel versieren met fijngehakte peterselie.

Eventueel een frisse salade erbij.

Eet smakelijk……