Van Fedderwardersiel over de Jade naar Bremerhaven.
Dat hadden we nog niet eerder gedaan, droogvallen met de Nine Marit. Eigenlijk wisten we niet dat het zou gebeuren totdat we in de haven van Fedderwardersiel zomaar scheef lagen. Dat de kleine roeibootjes aan de andere kant van de steiger allang op het slik waren droog gevallen had ons moeten waarschuwen. Omdat de steiger scheef ging liggen op de plaat, merkten we dat de ballen tussen de steiger en ons schip wel erg plat werden. Dat ze met een knal hadden kunnen knappen zou me niet hebben verbaast. Met een buurman en zijn vrouw en wij zelf hebben we een poosje vruchteloos tegen de Nine Marit staan drukken. 11 ton vast in de modder druk je niet even weg, al waren we met meerdere mensen geweest. De rest van de fenders die we nog hebben voor het geval dat, en dat was nu het geval, hebben we zo goed mogelijk tussen de andere ballen gepropt om de krachten op het schip te verdelen. Niet dat dat veel hielp maar je moet wat, om je bezit van schade te vrijwaren. Die schade hebben we niet gekregen, de ballen hebben het gehouden.
Toen het water weg was, dat heb je bij eb, bleken we op een bult te liggen. Een maf gezicht, Nine Marit op een bedje van zand en modder, als een pasja op een poef. Hoofdschuddend en inwendig mezelf op de kop gevend dat ik, die altijd haast neurotisch probeer vooruit te denken, dit niet heb voorzien. Het hele gebied waar we door voeren, de Jadebusen, de boezem van de Jade, is vergeven van de droog vallende platen en banken, met of zonder slik, dat je schoeisel zo lekker vastzuigt en weigert los te laten zo gauw je een poging waagt er in te gaan lopen.
Het woord ‘droogvallen’ houdt me bezig. Wat valt er eigenlijk droog? Het schip is van onder toch nat en wat valt er te vallen. We hadden niet eens in de gaten dat we vielen, het was meer droog zakken, of misschien moet ik zeggen nat zakken tot dat we droog liggen, na enige tijd dan. Want droog gevallen zijn kun je dit niet noemen. En als je zelf valt als het droog is, is dat dan ook droog-vallen? En val je nat als het regent?
De volgende dag zouden we na het nachtelijke hoogwater opnieuw nat zakken tot droogte. De wekker op 7 uur gezet, stond ik even later, ongewassen en ongeschoren, met mijn kont tegen de zeereling, die is bij ons heel wat steviger, dan op de meeste zeilboten, Nine Marit een duwtje te geven, zodat ze bij het ‘droogvallen’ een gepaste afstand tot de scherpe rand van de drijfsteiger zou houden. Dat klusje heeft me 3/4 uur bezig gehouden. Dat er naast de ligplaats ook nog eens fors gespuid werd met veel warreling in het water rond de ligplaats heeft er zeker mee te maken dat ik nu enig ongemak ervaar bij het zitten. Voldoening gaf het wel. Ons schip heeft zich bij die tweede droogval-manoeuvre met zachte schokjes en rechtop op de bult neergevlijd. Nine Marit blij, ik blij en niet te vergeten Nienke blij, die lekker in bed is blijven liggen, nadat ze Bo ‘s nachts nog een keer had uitgelaten.
Bo moet vaker plassen, bij voorkeur op de wal. Bij een verschil van bijna 4 meter tussen eb en vloed, is het bij laag water lastig om de kade te beklimmen langs de soms gladde stalen trap.
Met een teckel onder de arm en slecht één hand over om je aan de ladder vast te houden is het een hachelijk avontuur. We hebben daar dus wat op gevonden. Bo gaat in de draagtas van Ikea voorzien van een schouderband, rits vrijwel dicht, koppie eruit, schouderband om de nek van Nienke, inderdaad Nienke, die dan met twee handen aan de sporten de trap op klimt waar ik boven het pakketje aanpak en Bo verlos uit zijn verpakking. Hij doet dan direct een lange plas, het liefst vlak bij mijn voeten.
Het is warm, Bo heeft het er moeilijk mee, zijn jas kan niet uit en zweten kunnen hondjes niet. Hij drinkt veel, dus ook veel plassen. Misschien komt het ook wel omdat we denken dat hij toch wat onder de leden heeft nu hij een stuk ouder is. Na het eten wil hij nog wel het spelletje doen, wie het hardste aan zijn dekentje kan trekken. Hij heeft nog altijd de fanatieke instelling om altijd maar te willen doorgaan. Zeker nu met de hitte van de dag, houdt hij het niet lang vol en gaat dan hijgend, de tong uit de bek naast zijn mandje liggen.
Het was warm, broeierig warm. Eindelijk hebben we wat regen gehad, een verkoeling die welkom is.
De voorspelde onweersbuien zijn niet tot ontwikkeling gekomen.
We liggen na wederom een schitterende tocht over het wantij in de haven van Bremerhaven. Een moderne, goed geoutilleerde haven, waar we mooi beschut liggen….

Het eiland Spiekeroog dat we slechts kort aandeden is een parel waar we qua natuur nog te weinig van hebben gezien. Gezien het gunstige weer en de vooruitzichten hebben we ervoor gekozen om verder te varen en eerst de vaste wal op te zoeken met als doel Horumersiel en later Bremerhaven aan de Weser. Een Duits echtpaar op leeftijd, behulpzaam en belangstellend, wees ons nadrukkelijk op de uitstekende mogelijkheid om in etappes over het wad verder naar het oosten te varen, een alternatieve route naar de Elbe via Bremerhaven. Het lijkt een goed advies.
De Duitse bocht maakt zijn reputatie van windgat waar. De wind fluit door de masten en de steiger die door een dikke houten dukdalf met kunststof-rollen op zijn plaats wordt gehouden kreunt en kraakt. De ergste kreun-kraak heb ik gesmoord door wat afwasmiddel tussen de paal en de rollen te spuiten. Bij hoog water in de aan de oostzijde deels droogvallende haven schommelen we aangenaam door bescheiden golven, die vriendelijk tegen de boot klotsen.
Haven Langeoog bij nacht
Toen we gisteren wilden vertrekken vanaf Norderney, en het moment van vertrek naderde, werden we beide steeds onrustiger. Kijkend naar een paar schepen die met de stroom mee tegen de wind in naar het oosten probeerden te boksen, benam ons de lust om te vertrekken. Beaufort 5 uit het oosten zag er niet aangenaam uit. Nu hadden we in Denemarken ook wel eens met een windje 5 op groter water gevaren, maar comfortabel is het niet met onze motorboot. Om weer een paar uur als in een wasmachine op en neer te klotsen was niet waar we naar taalden.
Het was een schitterende tocht van Delfzijl naar Norderney. Een vlakke zee, een beetje heiig, weinig andere schepen en een tevreden grommende motor onder de vloer. Voor de ingang van de haven van Norderney was het kruipen tegen de doorzettende ebstroom in. De allerlaatste open box mogen we volgens een behulpzame havenmeester op de steiger gebruiken ondanks dat er een bordje ‘besetzt’ hangt. We laten ons dat niet twee keer zeggen, want het is stampvol in de haven van Norderney. Allemaal Pinksteren-eiland-minnaars, die in grote getale vanaf het vaste land de oversteek hebben gewaagd. Op de vrijdag ervoor waren de meeste boten er al. Grote scheurijzers, elegante zeilschepen en krap bemeten motorbootjes bevolkt door jongeren.


We zijn weer onderweg. Het ‘At the Watergate festival’ in Sneek is afgelopen. Het was een festival dat we niet hadden willen missen. Zo’n 6000 kinderen van 13-19 jaar uit meerdere Europese landen speelden op verschillende podia, zowel klassieke als moderne muziek, gedurende 2 dagen in Sneek en plaatsen in Sûd West Fryslân. De opening en het slotconcert van het festival stonden als een huis, goed georganiseerd met muziek en dans van hoge kwaliteit. De sfeer gedurende de dagen was gemoedelijk en er waren nauwelijks incidenten. Muziekmakers lijken prettige mensen.

