Langzaam Noordwaarts over een gladde zee

De Flensburgfjord uitvarend zie je Sønderborg aan bakboord liggen. Ons volgende reisdoel. Het is ideaal motorboot-weer. Een hogedrukgebied bezorgt ons koude nachten en warm zonnig weer overdag. En dat lijkt zo een tijd te blijven. Warmte voor de botten. Het is niet druk op het water, te weinig wind voor de zeilers. De zee oogt glad en het wateroppervlak wordt slechts af en toe verstoord door de hekgolf van een snelle motorboot die op afstand langs ons heen stuift.

Vis in de houdgreep aan de kade van Sønderborg

Denemarken vanaf het water toont een afwisselend landschap in de vorm van glooiende heuvels al dan niet bedekt met jong graan, een enkel groepje bomen, en steile afgekalfde zandkliffen waar de kust het wateroppervlak raakt. In Sønderborg lig je lekker onrustig aan de kade met uitzicht op de grote klapbrug waar zeilboten, die er door willen, rondjes varen tot hij opengaat. Flanerende kadelopers blikken in onze kuip, waar wij, gezeten op onze campingstoelen, proberen een lunch te verorberen. Een enkeling blijft staan voor een nadere inspectie. Wat wij op onze boterham hebben boeit blijkbaar mateloos, en wordt uitgebreid van commentaar voorzien. Gelukkig verstaan we geen Deens.

Bij Dyvig, daar waar we naar stuurboord gingen om te ankeren

Een zijarm van het Dyvigfjord, door onze vrienden gespot als optie om te ankeren, bleek een gouden plek. Met 4 andere scheepjes hebben we in alle rust de nacht, dobberend aan de ketting doorgebracht. Van de luidruchtig feestvierende schepen verderop in het fjord bij het hotel hadden we hier geen last.

De volgende morgen werden we bij het uitvaren van het fjord vergezeld door meerdere klassieke 12 meter- klasse zeilschepen. Prachtig gelijnde schepen, de bemanningen in gelijksoortig gekleurde zeilpakken, driftig de zeilen aan het hijsen terwijl er nauwelijks wind stond. Een wedstrijd bij een aarzelend opkomend briesje. Het zag er mooi uit. Ons schip gleed die dag wederom over een vlakke tamme zee. Met de stuurautomaat aan, op groot water, is het goed toeven op de Nine Marit, zij doet het werk, wij beschouwen het landschap en houden een oog op de koers van andere schepen en die van ons.

12 meter klasse

Assens, een havenstad op Funen biedt een uitstekende jachthaven. Met de gratis leenfietsen peddelden we een stuk langs de kust naar het zuiden, terwijl onze been-spieren af en toe behoorlijk protesteerden als er weer een heuvel beklommen moest worden. Velden met Rogge en Tarwe wisselen elkaar af, waarbij een enkele klaproos parmantig boven het graan uittorent. Een kleurige toets in het geelgroene- en blauwachtige koren.

We fietsen door een wijds glooiend akkerlandschap dooraderd met coulissen struikgewas, groepjes bomen en prachtige oude boerderijen. Na een bocht in de weg werden we verrast door een kasteel in de vorm van een bovenmaats geel geschilderd herenhuis tussen eeuwenoude eiken en beuken. Het stallen-complex dat zich in U-vorm aan de overkant van de weg uitstrekte leek het ideale speelveld voor een middeleeuws toernooi.

Het kasteel, ik ben de naam vergeten.

Om terug te fietsen naar Assens moesten we helaas gebruik maken van een stuk route langs een drukke autoweg. Fietsen langs de autoweg over een autoband-brede vluchtstrook is een geliefde bezigheid van de Denen. Dat die vluchtstrook soms overgaat in een grindpaadje met een opstaand randje maakte het gevoel van veilig fietsen er voor ons niet beter op. In ieder geval, dat moet gezegd, veel Deense fietsers dragen een helm, waar wij in Nederland nog steeds van vinden dat je er voor gek mee fietst. De gemiddelde Deense autorijder wijkt ruim uit voor fietsers op de snelweg, zelfs als er een dubbele streep midden op de weg staat. Vervelend dat er soms ook tegenliggers zijn, waarbij die uitwijk-manouvre een ‘wel-niet- keuzemoment- is. Vervelend ook voor al die wielrijders, die liever niet geschampt willen worden door een verkeerde keuze van een langsrazende auto. Het is met ons goed gegaan op de leenfietsen van de haven. Goed voor de benen, goed voor de geest. Van varen alleen, hoe prettig ook, word je misschien ook wel wat lui…..

Middelfart, ons volgende reisdoel naar het noorden, was ons bekend als afstap-plek vanwaar je gemakkelijk met de trein of auto terug kunt rijden naar Nederland nadat we als opstappers waren mee gevaren op het schip van zeilvrienden. In de zuidelijke haven hebben we kortdurend afgemeerd voor een paar boodschappen en het zoeken van een gehoorwinkel waar mijn gerepareerde hoortoestel naar toe gestuurd kon worden. Van dat toestel was het draadje naar het oor gebroken, net toen we vertrokken uit Sneek en moest opgestuurd worden voor reparatie.

Bolwerk met toren in Fredericia

Zuidoostelijk van Middelfart ligt een langwerpige baai, waar het bij oostelijke wind goed ankeren is. Dat we er vastliepen door te veel naar de kant te gaan was stom. De kaart gaf de diepte goed aan. We waren te zeer geïmponeerd door de omgeving en te gretig om de ankerplek te bereiken waar onze vrienden al lagen. De Sund, de Snævringen, het smalle vaarwater naar het noorden langs Middelfart staat bekend om zijn landschappelijke schoonheid, maar ook om de sterke stroming, al dan niet zuid- of noordwaarts, afhankelijk van de heersende winden. Wij voeren noordwaarts bijna 3 knopen sneller dan onze kruissnelheid. Over de grond klokten we regelmatig een dikke 8 knopen.

Voorbij de Sund bleek de haven van Fredericia de enige optie te zijn voor een ligplaats. Een rock festival tussen Middelfart en Strib zorgde voor overvolle havens en een ritmische dreun die zich over de Sund voortplantte in onze richting.

De wind neemt toe uit het oosten en het wordt onrustig in de haven. De deining die de haven binnenloopt laat Nine Marit wild schokken aan haar landvasten in een ons toegewezen veel te grote box. We hebben geluk, een stuk kade komt voor de komende nacht vrij. Ze ligt geharnast met korte lijnen aan de vaste wal, als een prinses naast de grote jongens in de boxen…….

Onderweg langs oude boerderijen

Flensburg met een vleugje verleiding

Ze lag, op haar rug in een bikini met haar benen iets gespreid op het dekkleed van de snelle motorboot in de box vlakbij het toegangshek van de steiger, de zon aanbiddend met zoveel mogelijk oorbaar bloot. Haar ogen namen niet de moeite om te kijken toen we langs haar liepen. Zelf had ik moeite mijn blik op de steiger te houden. Alles ademde vlees van het niet eetbare soort. Het was niet eens dat de schoonheid er vanaf afspatte, eerder haar ongegeneerde houding in die open motorboot waar iedereen die er langs loopt naar binnen kon kijken.

Zo zag ze er niet uit, misschien wilde ze het wel.( foto geconstrueerd )

Onze vriend en mede-motorboot-vaarder, die door het hek van buiten naar binnen wilde, bemerkte dat de voorzorgsmaatregel die hij had genomen om weer naar zijn boot te kunnen terugkeren, in de vorm van een touwtje tussen het slot, verwijderd was door een voorbijganger. Hij stond voor een dicht hek. Zonder iets te hoeven zeggen was daar de voornoemde dame, die zei dat ze het hek wel even zou openen. Blijkbaar waren haar ogen plotseling helemaal open toen ze door had dat onze ongelukkige vriend voor het gesloten hek stond. Eenmaal door het hek, gaf ze hem te kennen ‘dat het op de steiger koud was en dat het in haar bootje een stuk warmer was’. Onze vriend enigszins in verwarring over wat ze bedoelde, koos ervoor na enige aarzeling, toch maar door te lopen.

Stadshafen van Flensburg

Flensburg is een merkwaardige smeltkroes van mensen. Behalve Duitsers zagen we Denen, Hollanders en andere buitenlanders. Vaak met een op de arm gedragen hond, bij voorkeur zo klein en pluizig dat je gaat twijfelen of het wel een hond is. Mocht je belangstelling tonen voor het schepsel, het heftige agressieve kefje houdt je wel af van een verkeerde conclusie. Ik meen ook veel vissers en zeelieden te zien, bruinverbrand, ankers en zeemeerminnen op borst en armen, peuk in de mond, blikje bier in de hand. Een bedelaar die alleen maar zit en zijn hond met treurige ogen naast hem als mede-lijder, is een straatbeeld dat ik in Sneek nog niet eerder zag. De vele winkels zijn de grootste attractie voor Denen van vlak over de grens. Winkels die een stuk goedkoper zijn dan in hun eigen land. Hun met keelklanken doorspekte Deens kan ik zelfs met mijn slechte oren herkennen terwijl ze ons passeren.

De terrassen
Flensburger boot

Flensburg was vroeger een bloeiende stad met veel handel en stond bekend om de rum die ze sinds de achttiende eeuw importeerden uit de Caribbean. De rum werd hier vermengd en nog een aantal jaren op houten vaten opgelegd voordat ze gebotteld werd. Het bekende Flensburger bier smaakt naar bier, maar ik vind het als niet-kenner niet bijzonder. Dan nog even over de jachthaven bij de stad, er kan gedoucht worden. Echter volgens een bijzonder concept. 25 eurocent per 15 seconden….een euro per minuut, net genoeg om één haar te wassen. Maatregelen in verband met de stijgende energie-prijzen.

Het is zondagmorgen. Aan weerszijden van het Fjord houden de kerkklokken een wedstrijd in het gelijktijdig produceren van donkere ronkende klokslagen over het water. Wie kan de ander overstemmen met het lokken van de beminde gelovigen?

Stadsgezicht

We varen het fjord uit, Flensburg achter ons latend. Vandaag is er wat wind, niet veel maar wel genoeg voor de zeilschepen om ons heen die met halve wind onze 5,5 knopen niet kunnen bijbenen. We genieten van het heuvelachtige landschap aan de Duitse en Deense kant. Op de grens van beide landen varen we richting Sønderborg, waar ik hoop een stommiteit te herstellen. We vergaten de magneet sleutel van de buitenboordmotor mee te nemen van huis.

Visser die naar buiten vaart

De wind blijft koud. Uit de wind is de warmte van de zon als massage voor kleumende lijven.…..

Het grote water op, van de Elbe naar de Oostzee

‘Door de sluis of wachten tot morgen’,was de keuze. Bij de nieuwe sluis van Otterndorf waren we wat laat. De ebstroom op de Elbe liep op zijn laatste liters naar zee. We konden nog geschut worden, maar of het lukken zou om door de ondieper wordende geul naar dieper water te varen, was onzeker. De beslissing lag voor de hand. We bleven voor de sluis liggen om te overnachten. Bovendien was er de volgende dag veel minder wind, een min voor de zeilers, en een plus voor ons.

Na een heerlijk rustige nacht, waren we er met 3 schepen klaar voor. Even na 8 uur mochten we de sluis invaren omdat er net een schip van buiten naar binnen was geschut. De sluis die helemaal opnieuw is gebouwd is een technisch hoogstandje. Opgenomen in de zeedijk en voorzien van 3 moderne verticale hefdeuren waarmee de sluis, verkleind of vergroot, gebruikt kan worden. Een minpuntje is dat het kolk-deel van de sluis aan de kant van de Elbe geen glijstangen, maar alleen bolders heeft. Het echtpaar op leeftijd, ze bewogen als stramme klazen door het gangboord, had de grootste moeite het schip bij de sluiswand te houden. Heftig de hekschroef en de boegschroef laten razen, hield het schip, dat slechts aan één sluis-bolder met 2 lijnen vast lag, nauwelijks op zijn plaats. Wij, ietsje jonger bejaard, hadden het makkelijk. Voor en achter vast aan de glijstangen, stegen we, dobberend op borrelende waterbellen, langzaam omhoog. Uiteindelijk voeren we zonder schade de sluis uit, evenals het echtpaar op leeftijd, dat verder zou varen richting Hamburg.

Eenmaal op het Elbe-water, veel rustiger dan de dag ervoor, kozen we ervoor om verder te varen langs de noordoever nadat we, zoals het hoort, de vaargeul recht overgestoken hadden. Brunsbüttel is met de vloedstroom mee vanaf Otterndorf in anderhalf uur te bevaren. Dankzij de wind uit het noorden was het een rustig tochtje. Van de grote jongens, de containerschepen en tankers op weg naar zee of omgekeerd, hadden we weinig last. Irritant zijn de af en aanstormende pilots, die er lol in hebben met hun gigantische hekgolven onze glazenkast te herorganiseren en alles wat we vergaten vast te zetten vliegles te geven.

De grote sluis was een makkie. De houten vlonders langs de sluiswanden, waartegen je stootwillen wegglijden in plaats van te willen stoten zijn tegenwoordig met metalen roosters bekleed. Prettig om niet adem-happend als een spartelende vis op de gladde plankieren te vallen bij het afstappen van je schip, zoals dat jaren geleden menigeen overkwam. Het gaat allemaal mooi langzaam en voor het zeilschip dat bij ons langszij had vastgemaakt, was de sluisprocedure een cadeautje en een sluisbabbel zo geboren.

Het haventje om de hoek bij de sluis in Brunsbüttel heeft ons voorzien van vers ‘Kein Trinkwasser’-water (volgens het opschrift bij de kraan). Als eigengereide Nederlanders hadden wij er zo onze gedachten over, zeker omdat bij een kleine proeverij er toch zeer smakelijk koel vers water uit die kraan kwam. Misschien was het opschrift wel bedoeld de lurkende en happende bezoekers (er was een soort Pinkster-markt met bier en zo), aan te moedigen om het bij dorst na Bratwursten en Backfisch vooral op ‘Bier’ te houden. Overigens, we zijn er na inname van de nodige liters water nog steeds niet ziek van geworden.

Kein Trinkwasser tanken in Brunsbüttel

Het is relaxed varen op het Noord-Oostzeekanaal. Alleen zodra een gigantisch varend pakhuis je tegemoet komt of oploopt is het zaak voldoende ruimte te geven en goed stuurboordwal te houden. Op 40 km vanaf Brunsbüttel vonden we in het Giselau-kanal een goede plek voor een nachtje over. Meerdere zeilschepen en motorboten kunnen er voor een nacht gratis afmeren voor de sluis. Ooit gingen we die sluis door en voeren we met vrienden in onze toenmalige zeilschepen via de Eider naar Helgoland.

Noord-Oostzeekanaal

Rendsburg is bij kilometerpaal 62 aan het NOZ-kanaal een ideale plek om snel boodschappen te doen. Met 10-11 km per uur voeren je daarna in 4 uur verder naar de sluis van Holtenau alwaar we vlot met z’n tweeën in de sluis werden geschut. Holtenau aan de kade bij de oude sluis bleek een prima plek om te overnachten. Tijdens een wandeling langs de oude kade aan de binnenkant van de sluis vond Nienke in het park een orchidee, een ‘Brede Orchis’. Niet bepaald een te verwachten habitat voor orchideeën.

NOZ kanaal( 2016,foto; met dank aan Ted Vermeulen )
In de sluis van Holtenau

Het is windstil, de Kieler Förde oogt als een gladde spiegel. De zon is net op, 6 uur in de ochtend maken we los van de kade. In de middag zou de wind fors toenemen. We varen net buiten de groene tonnen naar het noorden. De zon schildert een brede baan verblindend licht op het water. In de verte zien we de vuurtoren van Kiel en laten haar aan stuurboord liggen. De aantrekkende wind uit het westen vormt de lome deining om in een korte krullende golfslag. Het zicht is uitstekend, in de verte een enkel schip. De uitgezette koerslijn lijkt te kloppen met de werkelijkheid. Om zo te varen, wat wil je nog meer……

Wat we zoal meemaken….

Het gras op de dijk lijkt wel te leven, wuivend als het wapperende vacht van een hazewindhond in een fikse bries. Een Beaufort 3-4 met uitschieters. We liggen rustig achter de dijk, vrijwel uit de wind, twee aan twee met het schip van onze vrienden. We waren een beetje te laat om nog geschut te worden, aan de andere kant van de sluis had de eb al te veel Elbe-water weer naar zee gezogen. De indrukwekkende nieuwe sluis van Otterndorf draait pas weer op de volgende dag. Prima voor ons, omdat de volgende morgen de wind pas laat zijn kop gaat opsteken. Onze ervaring is dat het raar hobbelen is als je met een stevige wind uit het Noord-Westen en de daarbij horende buitel-golven op de wachtplaats voor plezierjachten vlak naast de sluis van Brunsbüttel, pas op de plaats moet maken.

Op het Küstenkanal

Vanuit het bruggen-verhaal naar Haren aan de Eems, waar ik door onoplettendheid een landvast in de sluis verspeelde, voeren we vlot door het Küstenkanal met een tussenstop in het Elisabethfehn-Kanal, waar we weer eens ervoeren hoe het is om als een lome karper door de prut te moeten ploegen. De wierpot bij de motor is dol op deze troebele smoothy van bladerresten en overleden insecten. Aan schoon water houdt ze een onnuttig gevoel over, alsof ze er niet toe doet. Neen, dan was het kanaal bij ter Apel dik feest. Nooit eerder was ze zo verwend. Zelfs de stalen buis van onder uit het schip naar de wierpot zat vol, potdicht. Van haar feestmaal ontnomen heb ik uiteindelijk de buis ook nog moeten schonen door met een stuk slang de rommel naar beneden te blazen, terug in het sop waar het zijn domicilie heeft. Het piepkleine haventje aan het Elisabethfehn-Kanal, eigenlijk alleen een wallenkant met steiger en een overdekt leugenbankje, wordt beheerd door een havenmeester die zich misschien wel bewust was van de ons toebedeelde sleur-tocht door de modder. Hij bekeek onze schepen, vroeg of we water en stroom nodig hadden (wat denk ik lastig was) en concludeerde bij onze ontkenning dat een tientje per schip voor de nacht ‘genügend’ was. Wij waren het ermee eens.

Oldenburg hebben we volgende dag links laten liggen en zijn als gevleugelden met de stroom mee de Hunte af geracet. Dat ging hard, maar niet zo hard als de volgende dag op de Weser, waar we af en toe een dikke 9 knopen over de grond liepen.

Elsfleth is een ‘altmodisch’ plaatsje aan de monding van de Hunte waar we aan een steiger in de buurt van het stationsgebouw hadden afgemeerd (er denderden regelmatig goederentreinen voorbij, die ik gelukkig dankzij mijn oren nauwelijks hoorde). Elsfleth zou ik graag uit mijn geheugen willen wissen, al heeft het plaatsje er zelf geen schuld aan. Het was mooi rustig weer, Nienke verwijderde de vliegen die verdronken waren in de dauw op het dak en het voorschip. Alles klaar voor een vlotte tocht over de Weser richting Bremerhafen. De ebstroom als duwtje in de rug mee. Met een wijde bocht stuurde ik het schip richting de Weser. In de verte zag ik slechts één binnenvaart schip onze kant op komen. Ik bekeek de zeekaart op tafel om nog even te kijken hoe we zouden varen. Dat was niet handig, want het binnenvaart schip bleek harder te varen dan ik dacht. Vanuit mijn ooghoek was het schip ineens wel erg dichtbij en via een snelle ruk aan het roer wist ik een aanvaring nog net te voorkomen. Mezelf vervloekend hoorde ik over de marifoon hoe de schipper me uitkafferde, ‘dieser verdamte Sportboot’ en dat hij had moeten uitwijken. Het is goed gegaan maar de schrik zat er goed in. Mijn zoon, kapitein op de grote zeilvaart, leerde me ooit een lesje tijdens het wisselen van de wacht aan boord van de Atlantis. Bij aankomst in de stuurhut keek ik eerst op de instrumenten, een actie die mijn zoon tot de uitspraak lokte: “Pa eerst om je heen kijken, daarna pas naar de instrumenten”. Aan die instrumenten voeg ik dan nu ook ‘kijken op de zeekaart’ toe. Regelmatig hoor ik inwendig nog die woedende stem over de marifoon die me van alles toewenste. Gelukkig niet in mijn slaap….

Vlak onder Bremerhafen ligt de monding van de Geeste, het riviertje dat ons binnendoor naar de Elbe moest brengen. Het eerste deel van de Geeste is getijdewater.

De Geeste

Als het water op de Weser met de ebstroom naar zee leegloopt doet dat het ook op de Geeste, zij het alleen vanaf de sluis even verder stroomopwaarts. Dat we met de ebstroom op de Geeste juist stroomopwaarts voeren en dat het met de minuut steeds ondieper werd was een puntje van zorg. Halverwege een paar uur moeten blijven hangen in het slib totdat de opkomende vloed ons zou verlossen, stond niet op het programma. Theoretisch moest het qua tijdstip lukken, praktisch ging het net goed ondanks dat we regelmatig, zorgvuldig de buitenbochten nemend, door de modder ploegden.

Door de modder
Het wordt wel erg ondiep

Na het sluisje, een erg smal sluisje, dat je bij het uitvaren een douche geeft vanaf de druipende verticale klep is er rust. Betrekkelijke rust, dat wel. Goed middenvaarwater houden met voldoende water onder de kiel, de wallenkanten zijn erg ondiep en met prikken bebakend. Het oeroude moeraslandschap aan beide zijden wordt slechts af en toe afgewisseld door een eenzame boerderij met een lap grasland, waar soms een paar koeien grazen. Terwijl we uit een smaller deel van de Geeste tussen de bomen het wijdse landschap weer binnen voeren zagen we vlak voor onze boeg majestueus een Rode Wouw een verkenningsrondje vliegen, daarbij zijn roodbruine verentooi, in al zijn kleurenpracht etalerend.

Het leven is goed en we genieten van al het natuurschoon en besluiten een dag voor het Pinksterweekend in het Kürort Bederkesa te blijven liggen

Bruggen,bruggen en bruggen

Zuidlaardermeer

Wakker geworden aan het Zuidlaardermeer kijk ik naar buiten en zie een groep boerenzwaluwen in korte bochten laag bij de grond zwenken, terwijl ze af en toe de grond lijken aan te raken. Het is stil op het meer, de wind is gaan liggen…..

De plek waar we met onze Nine Marit lagen is zo fraai dat een dag extra blijven liggen geen straf was. Tijdens de geplande tocht naar het Küstenkanal langs Stadskanaal, Ter Apel en Haren aan de Eems werden we gedwongen de zondagsrust van de brugwachters te respecteren. We waren verrukt over het stuk natuur achter de haven waar we tijdens een spannende wandeling door een rijk gevarieerd bos naar de vogelkijkhut liepen. De beloofde Witwangsterns lieten zich niet zien. Het schijnt hier aan het meer één van de weinige plekken in Nederland te zijn waar deze zeldzame vogels broeden.

De havenmeester liet ons ook nog filmpjes zien van een rondscharrelende bever op de smalle strook land vlak voor de haven. We herkenden hem direct als de man die ons hielp een in de schroef gevangen stuk dekzeil te verwijderen, een stuk plastic dat we als ongenode gast in de schroef mochten ‘verwelkomen’, toen we in 2014 met de Nine Marit vanuit Ter Apel naar het noorden voeren. Dat we morgen opnieuw die route gaan varen in omgekeerde volgorde levert ons de nodig ‘voorpret’ op. Op een herhaling van een ongenode gast van dat kaliber zitten we niet te wachten.

Ik ben benieuwd hoe het in konvooi varen deze keer zal bevallen. Een oneindig aantal bruggen worden gemeesterd door twee mannen op scooters. De ene man draait de brug open en de andere man draait hem na het passeren van het konvooi dicht. Dat ze daarbij ook van stuivertje verwisselen is om de arbeidsvreugde hoog te houden. De mannen zeiden destijds bij aankomst vlak bij het Zuidlaardermeer dat ze er veel langer over hadden gedaan. Een beetje doorvaren met een schip van 4.10 meter breed in een ondiepe vaart van 5-6 meter breed lukt niet echt. Door de zuiging wordt het varen kruipen en koers houden zwabberen. Een gedwongen meditatief reisje. Onthaasten als les in geduld …..

Klokslag 8 uur in de morgen op maandag, lagen we bij Kropswolde voor de eerste brug, alleen. Na een poosje wachten was hij er ineens. De brugwachter, geelgroen pak, zwarte grote helm motorbril op en een brede grijns. Een vriendelijke babbel waarin hij uitlegde hoe het zal gaan met dit ‘één- schip-konvooi’. Dat het eerste stuk het moeilijkste stuk was, vertelde hij ons pas later. Vooralsnog waren het de gerustellende woorden, “meneer en mevrouw, het komt goed, als U maar goed midvaart houdt”. Het ging goed, maar de ondiepe wallenkanten waren wel erg dichtbij de flanken van ons schip en de zuiging was gigantisch. Er was al eerder een schip vastgelopen.

Bij het sluisje kregen we uitleg waarbij hij ons vertelde tot waar hij onze begeleider bleef. Even later was er plotseling nog een geelgroene man op een scooter, zijn collega. Beurtelings scheurden ze, elkaar afwisselend, naar de volgende brug.

Er was feest in Kiel

Niet de breedte of diepte van het vaarwater bezorgde me een permanente staat van samengeknepen billen. Het waren de bruggen, in totaal bijna 50 stuks, die voor mijn gevoel vaak net te smal voor ons schip waren, zeker als je al zwabberend varend moet mikken tussen met ijzer of hout beklede betonnen bruggenhoofden. Het is knap dat Nienke dankzij haar stuurmanskunst geen brug heeft geraakt. Misschien ook wel door mijn angstige kreten ‘stuurboord of bakboord’ als ik, meestal ten onrechte, meende dat het niet goed ging. Zelf was ik minder handig en tikte met de hoek van het zwemplateau tegen een brug-balk. Ik moet bekennen aan de geelgroene en later de oranje mannen op scootertjes lag het niet. Het is vooral de stress om als een zwabberende half-dronken matroos na een kroegentocht door een smal steegje te moeten lopen en dan bang te zijn dat je pas gepoetste schoenen krassen zullen oplopen.

Eén van de 7 sluisjes

We hebben het in 2 dagen volbracht, van het Zuidlaardermeer naar Ter Apel. Ter Apel waar onze vrienden al lagen te wachten om samen een konvooi te vormen richting Duitsland en Denemarken……

Boot Holland

Deze week begon in het WTC in Leeuwarden Boot Holland( 8 t/m 12 maart 2023). De beurs voor de watersport liefhebber die zich wil verlustigen aan de ultieme motorboot of die ene zeilboot waarvan beweerd wordt dat hij nog beter zeilt dan je eigen scheepje. Of je nu op zoek bent naar een onderdeeltje voor je schip dat het tijdens de zomer begaf of dat je gewoon gezellig wat rondkijkt, er is vast wel wat te vinden dat het varensgezellen-hart doet kloppen.

Vroeg ochtendlicht op de Fluessen

Gisteren waren we er. Die zeilboten waren er niet. Wel een aantal nieuwe motorboten( veel minder) en (voor het eerst) een aantal ‘houseboten’, die het meest lijken op een varend tuinhuisje dat vanaf de veranda te besturen is. De hal waar in vroegere versies van deze beurs het sportieve element werd benadrukt was gesloten. Geen zeilplanken, surf spullen, kleine zeilboten, trailers of ander klein vaargenot. De andere hallen liggen vol met snelle racesloepen, tenders al dan niet uitgerust met een elektrische of met fossiele brandstof verspillende motor-aandrijving, poffertjes- en krokettenkramen en de van oudsher bekende stands met sierkussens, navigatie-spullen, boeken en verzekeringsmaatschappijen. Ik doe in deze opsomming waarschijnlijk vele stands te kort.

Het is wonderlijk om tussen al die stands door te lopen. Ik merk een soort onrust, bezorgd dat ik door de overvloed niet zie wat me eigenlijk interesseert of denk me te moeten interesseren.

De belangrijkste reden om de beurs te bezoeken was dat onze 20 jaar oude rubberboot te aftands was en eigenlijk te zwaar en te groot om aan boord te hebben. Voor een klein prijsje hebben we de kinderen van een broer van onze buren een plezier gedaan, met de voorwaarde dat mocht de boot binnen 3 maanden zinken, ze het geld zouden terug krijgen. Een rubberboot, ik blijf het een onding vinden, hebben we wel nodig met onze ambities af en toe te ankeren of een oversteek te maken en toch een extra veiligheidsmiddel bij de hand te hebben. Waarom een onding? Wel eens plaatsgenomen vanuit je schip in zo’n opgeblazen wiebelding, waarbij je het gevoel hebt op een verende trampoline te moeten gaan staan en op je stramme knieën te moeten zitten, op de bodem van de boot, om vervolgens voorzichtig te testen of dat dunne roeibankje dat nauwelijks vast zit op 2 rubberen strips beiderzijds op de tubes, je gewicht kan dragen? En misschien wel eens bijna een keer overboord gedonderd doordat je je eigen gewicht hebt onderschat en iets te ver je voet buiten het midden van de boot hebt gezet bij het instappen? Of gemerkt dat varen met dat ding( dinghy is m.i. een te eufemistische woord) een natte bedoeling is als er wat golfjes staan? Kortom, het is een noodzakelijk ding, maar niet mijn favoriete vervoersmiddel op het water.

Dus we hebben er weer een gekocht, kleiner( nog minder ruimte voor mijn benen), met veel dikkere tubes( zou stabieler zijn), sneller op te blazen, compacter op te bergen, betere pvc- kwaliteit en ook nog afgeprijsd. Ik moet dus tevreden zijn en dat ben ik. Nienke ook.

Na wat zoeken vonden we de KNRM stand en kochten daar onze jaarlijks te vernieuwen vlag voor in de mast.

Er is best veel te zien, en voor je het weet heb je toch weer iets gekocht waar je meent iets aan te hebben voor het komende vaarseizoen. Zoals het onderstaande handige dingetje op de foto. Om je aan vast te houden als je de waterlijn wilt poetsen terwijl je in het water ligt of om een ruit die je in zijn geheel wilt uitnemen tijdens een geplande inbraak in je schip.

Handig

Bezoek van de beurs kan nog t/m zondag 12 maart.

Rob en Nienke Peters

Bijna aan boord Nine Marit.

Wandelen tussen de bergen van het Lechtal

Zugspitse , Ehrwald

Nee, niet op het water. We zijn met een bus naar Oostenrijk, naar het Lechtal. Het is weer eens wat anders. We zijn ‘georganiseerd’ aan het wandelen in de sneeuw. We moeten ons voegen en ons aanpassen aan de groep, samen in de bus, samen eten, hetzelfde hotel, een beetje socialiseren, allemaal zaken die we niet erg gewend zijn. Gelukkig krijgen we veel vrijheden. Onze reisleidster, een voormalig binnenvaart-schipperse die met haar man de wateren in Nederland, België en Noord-Frankrijk bevoer, bestiert de groep met duidelijke instructies en veel gezag, zonder ons te betuttelen, prima mens. Afgezien van twee koppels die duidelijk jonger zijn, bestaat de groep van wandel-lustigen uit voornamelijk grijsgelokte ouderen die nog redelijk vlot ter been zijn, waaronder ondergetekende.

Bij Lermoos

De eerste kennismaking met een groepslid verliep verwarrend. In het trappenhuis van het hotel waar we de nacht vóór het vertrek met de bus verbleven, maakten we kennis met Tom. Dat we naar hetzelfde hotel in Oostenrijk zouden gaan, bleek pas nadat we erachter kwamen dat we een verschillende touroperator hadden maar wel naar het zelfde hotel in Stanzach gingen. De man oogde wat verstrooid en zijn goedige honden-ogen deden mij denken aan het beeld van een gepensioneerde professor in oude talen. Later ontdekten we bij navraag dat we het mis hadden. Hij was verpleger en later manusje van alles en boekhouder. Uiterlijk wil niet alles zeggen. Dat ik onze reisleidster aanvankelijk inschatte als directrice van een autobanden-bedrijf bleek ook al niet te kloppen.

Tom’s vrouw bleek een vasthoudend type. Terwijl wij op de gang in ons hotel in Stanzach, voor de deur van onze kamer stonden, de handen vol met jassen, wandelstokken en een fles witte wijn in een koeler, die dreigde weg te glippen van onder mijn arm, hield zij (haar man Tom kende haar al langer en liep schielijk weg) een uitgebreid betoog over de genoegens van het gebied waar we nu waren. Kennelijk had zij niet door dat we popelden om onze kamer binnen te gaan. Eveneens moest ze kwijt dat ze slecht ter been was en eigenlijk helemaal niet mee kon wandelen. En omdat ze binnenkort een nieuwe knie zou krijgen, had ze zich in de Konditorei in een stadje verderop van een stempelkaart voorzien, om er iedere dag Kaffee mit Kuchen te gaan eten, met haar man. Toen ze ook nog ging vertellen hoe goedkoop het was om met de trein naar Oostenrijk te gaan en hoe goed het hotel wel niet was, wist ik schoorvoetend uit te brengen dat de wijn me uit de armen begon te glippen en dat we erge dorst hadden, waarop ze inzag dat verdere aanbevelingen aan ons niet besteed waren en in de voetsporen van haar man afdroop naar hun kamer. Terloops deelde ze met een grote grijns nog even mee dat ze morgen de bank gingen beroven…..

Gisteravond, bij het diner, waren we beide even in shock, ik iets anders dan Nienke, maar dat heeft meer te maken met een verschillende kijk op gender. Het meisje dat ons vroeg wat we bij het eten wilden drinken was nieuw en stond plots in volle glorie bij onze tafel. Ook zij was net als de andere serveersters in een wit Tiroler niemendalletje gekleed, zij het met wat minder tierelantijntjes aan haar kostuum. Terwijl ze enigszins voorover staand probeerde op te schrijven wat we wilden, etaleerde ze haar ronde, nogal bleke borsten, losjes hangend in haar hangmat-topje. Per ongeluk bestelde ik bijna 2 glazen bier voor mezelf. Het meisje was extra schattig door de twee roodharige vlechten die beiderzijds parmantig uit haar hoofd naar buiten hingen. Om het één en ander meer pit te geven, wat ik nauwelijks nodig vond, had ze haar ogen extra zwart omlijst en haar donkerrode lippen geaccentueerd met een nog wat donkerder lijntje, waardoor ze van kunststof leken te zijn gemaakt. Het huidige schoonheidsideaal met veel make-up en aangezette, soms getatoeëerde wenkbrauwen kan me niet bekoren, evenals het toenemend gebruik om je huid, als een soort levend behang, met exotische bloemmotieven, Chinese spreuken of religieuze symbolen te versieren.

Lermoos

Het is een mooi rustig gebied waar wij vertoeven. Wandelen is hier de corebusiness. In de zomer ook een prima gebied voor een fietstocht . Lermoos en Ehrwald zijn de bekendere plaatsen niet ver van hier, waar in de winter veel wordt gelanglauft en gewandeld aan de voet van de Zugspitze.

Door een bos naar de Filsalpsee

We troffen het met het weer in het eerste deel van de week. De uitgezette routes zijn over het algemeen goed voor wandelen geprepareerd en elke dag worden we met de bus naar het begin van de wandeling gebracht, heel luxueus. Het is best aardig dat behalve de reisleidster ook de buschauffeur op deze reis meeloopt, van wie ik, volgens een medewandelaar, gezien zijn uiterlijk wel een broer kon zijn. Aan het begin van iedere dag wordt duidelijk afgesproken om na de wandeling op een bepaalde tijd weer bij de bus te zijn voor de terugtocht naar het hotel.

Vandaag en morgen valt er poedersneeuw en is het zicht beperkt. Het lopen in de bergen is heerlijk. Zelfs met sneeuw. We lopen verder dan we dachten aan te kunnen, nog twee dagen…..

Waterval bij Tanheim

Niet naar Schier, wel naar Terschelling

Lauwersmeer

We worden steeds meer twijfelaars en beslissingen lijken we steeds meer te laten afhangen van wat zich voordoet in het moment. Vanaf het Lauwersmeer maakten we meerdere overwegingen om naar Schiermonnikoog te varen op het laatste moment ongedaan, omdat de wind-voorspelling ons bij nader inzien niet aanstond. De actuele wind varieerde de laatste dagen tussen Bf 4 en Bf 6 in de vlagen. We hebben de afspraak dat we met onze motorboot niet op zee uitvaren boven een windsterkte Bf 4.

De kleine steiger

Dus…. We liggen uiterst comfortabel op een prachtige plek vlak bij het Lauwersmeer aan een kleine steiger, hogerwal, beschut tegen de oostenwind. Om ons heen boerenzwaluwen, een enkele zwaan en een paar Sternen die traag wiekend op de wind af een toe een duik in het water maken om een visje te verschalken. Gisteren zag Nienke een ijsvogel vlak bij ons schip die vanaf een paal naar een visje dook en hem op een steiger doodde door hem met zijn kop tegen de planken te slaan. Met de vis in zijn snavel was hij weg, zijn naam, de ‘blauwe flits’, eer bewijzend. Ons plekje aan het Dokkumerdiep bood een prachtig uitzicht over het landschap rond het Lauwersmeer en nodigde uit tot een wandeling richting een uitzichttoren van Corten-staal in aanbouw. Een keur aan schepen in soorten en maten schoof de hele dag aan ons voorbij. Op weg naar ons plekje zagen we gisteren een kleine zeilboot onder voltuig met ballonfok voor de wind vanuit Zoutkamp aan komen varen. Ze voeren recht op het eiland af, waar wij met ons schip net achter vandaan kwamen. Er moest van koers worden veranderd, rechtdoor varen was geen optie. Slingerend in de vlagen was het niet duidelijk of ze ons of het eiland tot doelwit hadden gekozen. Wij kozen ervoor om hen, zoals een motorboot betaamd, de ruimte te geven. Na ons nauwelijks te hebben ontweken, besloot de bemanning, voortrazend op de achterlijke wind, om het eiland toch maar niet als doelwit te verkiezen. Gijpen was de enige optie en dat deden ze met verve, ze sloegen bijna om. Één van de twee stoere mannen van middelbare leeftijd, sloeg overboord maar wist zich nog net vast te houden bij het roer van het schip, dat zich weer had opgericht en verder voer. We zagen hem weer aan boord klimmen, waarna ze met een bakstag-wind over de andere boeg, slingerend in de harde vlagerige wind, verder voeren. De zeilvoering aanpassen in de zin van een rif zetten en een gewone fok in plaats van de ballonfok, kwam blijkbaar niet in hun op.

Daags tevoren lagen we in het Stropersgaatje, een beetje lagerwal, waar we twee merkwaardige bootjes zagen. Minitrimarans met trapaandrijving en een dunne mast met zeil. Echt hard ging het niet ondanks de stevige bries en even laten zagen we dat één van de twee zonder mast vleugellam rond dobberde. Hij werd geholpen door zijn maatje in de andere trimaran. Een harde windvlaag was net iets te veel voor de iele cocktailprikker- mast.

Klein maar fijn

Nu we besloten hadden niet naar Schier te varen, maakten we een plan B. Eerst maar door de Dokkumer Ee naar Dokkum. Vandaar naar Leeuwarden, een filmpje pakken en vervolgens naar Franeker en Harlingen om wellicht bij beter weer een oversteek naar Terschelling te maken.

Dokkum en Leeuwarden kennen we al redelijk. Franeker was verrassend, in die zin dat we er ooit wel waren om het Planetarium te bezoeken of om naar een schitterend optreden van Toots Tielemans in de Korenbeurs te gaan. Het stadje verder bekijken kwam er niet van. Nu dus wel. De vele indrukwekkende oude panden in deze oude universiteitsstad zijn beslist de moeite waard om te bekijken. Het Martena museum, opgetrokken in grote gele en rode kloostermoppen imponeert in de hoofdstraat. Het museum was helaas gesloten maar de grote tuin erachter met prachtige grote bomen is altijd open. Bloeiende herfsttijloos( Colchicum autumnale) vond een mooie plek rond de wortels van een grote mij onbekende boom met een ruwe boomschors en kleine bladeren.

Herfsttijloos

Als je niet bang bent om je boot in de herfst onder de gevallen bladeren te krijgen is de jachthaven vlak bij het centrum een fraaie plek om je schip te stallen en het stadje te verkennen. Water en stroom zijn inbegrepen bij het havengeld dat vele malen goedkoper is dan dat van de Noorderhaven in Harlingen.

Franeker jachthaven vlak bij het centrum
In de sluis stoere zeekajaks op weg naar Terschelling

Het tij was de volgende dag gunstig en de wind zwak tot matig. Rond half twaalf, een uur na hoog water Harlingen lieten we ons schutten in de kleine zeesluis van de Tjerk Hiddes sluis. Beste tijd om naar Terschelling te vertrekken zou eigenlijk 2 uur na hoogwater zijn. We waren iets te vroeg voor de oversteek. Naast het hoofdvaarwater bij de Pollendam en ook verderop liggen gele tonnen waar een “vaarpad” voor de recreatie-vaart is gecreëerd. Daar varen resulteert in iets minder heftig geschommel als er een snelboot langs stuift. In de smalle stukken van het vaarwater is het niet verkeerd om voortdurend achteropkomend verkeer in de gaten te houden.

Een klassieker de Holland bij de Pollendam

De Meep zat nog stikvol met water en tegen de stroom invaren deed onze snelheid over de grond flink inzakken. Onderweg zagen we dat veel schepen de route kozen over het Schuitengat. Het Schuitengat is tegenwoordig zelfs bij laag water goed te bevaren, hoorden we achteraf. Op de terugweg hebben we die route verkozen boven die over de Meep.

Terschelling; Wat zal ik erover zeggen, een feestje: het was de volgende dag mooi weer. We maakten een herfstige wandeling door de bossen, de duinen en over het strand. Onderweg vonden we op meerdere plekken Cranberries tussen de Kraaiheide.

Zonsondergang bij de Walvis op Terschelling
Terug naar Harlingen in de avond

In verband met de te verwachten windstilte en veel meer wind de volgende dag, vertrokken we op dezelfde dag laat in de middag met opkomend tij weer naar Harlingen. De zonsondergang stuurboord achter ons leverde plaatjes voor een kalender. Het was rustig op het water, de veerboten schoven op afstand in de verte langs en net voor donker liepen we de Zuiderhaven van Harlingen binnen. Met wat stuurmanskunst en oplettend werk van Nienke vonden we een vrije plek helemaal achterin de jachthaven…

Bij Grou, de maan komt op.

Sneekermeer en een ontploffing

Statenjacht

Stevige wind uit het westen, de golfjes beginnen kopjes te krijgen. Voor anker liggend tussen schepen in allerlei formaten vormen we een schepenhaag langs de uitgelegde oranje boeien die het wedstrijdveld begrenzen. Op het schip van onze vrienden wachten we tot het skûtsjesilen op het meer zal beginnen. Het geluid van sloepjes en speedbootjes die een plekje zoeken tussen de reeds voor anker liggende schepen klinkt ons, als het gezoem van wespen boven een slagroomtaart, in de oren.

In het woelige water gieren de schepen van links naar rechts op hun ankerkettingen door de vlagerige wind. Regelmatig moet er aan de ankerkettingen gesjord worden om ruimte te scheppen en vrij te blijven van een ander schip. Een lemmeraak die een kleiner schip toestond langszij te komen slaat van haar anker af en ankert een stuk verderop opnieuw, hopend dat het anker nu wel houdt. Sommige kleinere schepen lijken met hun ankerpogingen slecht voorbereid als het gaat om hun ankergerei. Vaak mist de ketting als voorloop of is de ankerlijn te kort waardoor menige ankerpoging mislukt. Sloepen, op zoek naar een ankerplek, varen kriskras tussen de andere boten die al voor anker liggen, nauwelijks acht slaand op ankerlijnen. Een man alleen in een grote sloep presteerde het zijn anker uit te gooien vlak naast het schip van onze vrienden om vervolgens zijwaarts gierend op de wind bijna tegen onze zijkant aan te knallen. In een poging dit laatste te voorkomen gaf de man hard gas vooruit. Terwijl hij over zijn eigen ankerlijn voer, belandde hij vervolgens in de ankerlijn van de boot van onze vrienden. Met vermanende woorden en technische aanwijzingen probeerde onze vriend de schipper te bewegen niet verdere stommiteiten te begaan en schade te voorkomen. Het is een wonder dat de ankerlijnen niet in zijn schroef zijn gedraaid. Hij wist uiteindelijk zijn anker weer binnen te halen en weg te varen. Een aantal meters verderop regelde hij een ‘langszijtje’ bij mensen die hij blijkbaar kende.

Over de wedstrijd zelf kan ik kort zijn, de wind zwakte af en echt spannend werd het niet. De skûtsjes voeren hun verplichte rondjes en Langweer verraste Lemmer door bij Terherne te winnen. Inmiddels een week verder is Lemmer dit jaar overall winnaar geworden en heeft nu de hitte ons de komende dagen in de greep.

Skûtsjesilen

De Sneekweek is afgelopen en de rust is weergekeerd, althans de kermis is weg en de stad heeft de meeste van haar muziekpodia verwijderd. De feestgangers zijn vertrokken, het bier is op. Afgezien van de vlootschouw aan het het begin van de Sneekweek proberen we zoveel mogelijk de rest van de Sneekweek te vermijden en zorgen we ervoor dat we elders zijn, ver weg van het feest- gedruis. Het biertje of het glas wijn smaakt ons beter buiten de massaliteit van groepen feestende jongeren. Ik gun het hun van harte en het lijkt erop dat een en ander dit jaar goed is verlopen zonder al te vervelende incidenten door de uitstekende organisatie en voorzorgsmaatregelen. Sneek kan er wat van. De horeca heeft goede zaken gedaan. De terrassen zijn weer wat leger en de winkels open voor die toeristen die Sneek buiten de Sneekweek ook weten te waarderen…….

Het was warm, erg warm, de laatste dagen en we hebben ons teruggetrokken in ons koele huis. Nine Marit ligt onder dak in de loods van de Domp, even rust. Op zo’n warme dag wordt een mens wat sloom, ik ook. Het telefoontje van vrienden aan boord van hun schip op het Küstenkanal in Duitsland was enerzijds wat alarmerend maar ook een kans voor mij op wat ‘beweging in de tent’.

Het gebeurde onverwacht, een knal onder in het voorschip. Bij het binnen varen van de haven dacht onze vriend, de schipper, ergens onderwater tegen aan te zijn gevaren. De knal bleek een andere oorzaak te hebben. De boegschroef deed het niet meer en het begon doordringend naar zuur te ruiken in het schip. Bij onderzoek bleek een accu ontploft te zijn. Één van de twee accu’s die voor in de boeg voor de stroomtoevoer naar de boegschroef moest zorgen. Dit overkwam onze vrienden op hun schip in Duitsland en ze konden best een helpende hand gebruiken in de sluizen onderweg naar Nederland. Nienke bracht me naar Dörpen en ik stapte aan boord bij onze vrienden.

Zonder boegschroef varen met een vele meters lang motorschip was vroeger voor ervaren schippers normaal en ze konden dat ook goed. Gewend aan- en verwend met- die propeller vóór in de punt en hem dan opeens niet meer kunnen gebruiken is wel even iets anders om mee geconfronteerd te worden. Met een hoog vrijboord en wind op je flank is wegvaren vanaf de lagerwal-steiger met alleen een schroef achter je kont, iets wat je moet weten of hebben afgekeken van ervaren beroepsschippers op grote binnenvaartschepen. In de spring achteruit varen, gas eraf, spring los en in de vooruit gas erop, roer een paar slagen naar de wal en een flinke dikke bal op de kont van het schip. Meestal lukt dat redelijk, als het schip van achteren breed genoeg is.

We hadden het geluk om tijdens de tocht van Duitsland naar Delfzijl in- en bij- de sluizen van de Ems niet veel last te hebben van harde zijwind. In Delfzijl zijn ze op een scheepswerf goed verder geholpen bij het herstellen van de schade. Nienke haalde me de volgende dag op.

Het is nog steeds warm, heel warm……

Op de Eems. foto van Aad Trompert

Thuis en een bijzondere gebeurtenis

Op die laatste bloedhete dag zaten we in de schaduw achter ons appartement. Plotseling zag Nienke verder op het parkeerterrein bij een auto iets zwarts en het bewoog af en toe. Dichterbij gekomen zagen we dat het een vogel was. We dachten dat hij stervende was. Mogelijk ergens tegenop gevlogen? Zijn familieleden zwenkten en buitelden als acrobaten hoog boven ons, op jacht naar insecten die ze in de vlucht met opengesperde bek probeerden te verschalken. Gierzwaluwen! Het slachtoffer op de grond was duidelijk van hetzelfde soort. Een volwassen vogel, naar het leek, witte bef onder de snavel en de vleugels steken voorbij de staartveren. Mannetje of vrouwtje is niet te bepalen op het uiterlijk.

Gierzwaluw

We waren bezorgd om hem aan te raken, hij kon immers ziek zijn en op dat moment wisten we nog niet dat gierzwaluwen geen vogelgriep krijgen( dat vertelde de mevrouw van de dierenambulance die we later belden ). Hem nu al uit zijn lijden verlossen met ether of een klap van een schop leek ons wat voorbarig. Voorzichtig hebben we het diertje in een plastic opbergdoos met een natte handdoek gezet en op advies van de mevrouw van de dierenambulance met een vochtig wattenstaafje wat druppels water laten drinken. Misschien was deze Gierzwaluw uitgedroogd of bevangen door de hitte. Langzamerhand bewoog hij zijn kopje wat meer en knipperde met zijn bolle oogjes, alsof hij bijkwam uit een coma.

Een poging hem te laten drinken

We hebben hem een paar uur rust gegund en pas later op de avond zijn we met hem naar een grasveldje gelopen waar we probeerden hem aan het vliegen te krijgen. Het moet een vreemd gezicht zijn geweest hoe twee mensen om de beurt een zwart ding in de lucht gooiden als was het een papieren vliegtuigje of een spelletje Jeu de boule. Onhandig met zijn vleugels wapperend wist het beestje hoogstens 10-15 meter te overbruggen alvorens in het gras een zachte landing te maken waarbij hij soms op zijn rug met zijn kleine klauwtjes omhoog stilletjes bleef liggen tot we hem weer oppakten. Hij was niet in staat om zijn min of meer opgedrongen vliegles op eigen kracht door te zetten in een vlucht naar hogere luchtlagen, waar zijn maatjes hun aanwezigheid hoog in de lucht luid gierend deelden. We hebben hem daarom maar weer in de doos gezet, met een extra bakje water, waar hij overigens niet van dronk.

De volgend morgen leek onze gierzwaluw, we hadden inmiddels al een innige band met hem opgebouwd, een stuk fitter en alerter. Hij draaide zijn koppie soepel rond en keek ons belangstellend aan, misschien wel met de gedachte ‘heb je misschien iets lekkerders voor me dat een drupje water?’ ‘Een lekkere vlieg of mug, een vette spin is ook prima?’ We hebben hem zijn vlieglessen nog maar eens gegeven, hij kwam wel verder, maar nog steeds vloog hij naar beneden en niet naar boven, de verkeerde kant op, daar waar het gras een einde maakte aan zijn vliegpoging.

Vraag wat te doen? De vogelopvang! Waar zit die in Friesland? Het internet bood uitkomst. Ureterp, de ‘Fugelhelling!’ Daar is ons vriendje nu, samen met inmiddels 80( ja, 80) andere Gierzwaluwen, die in deze week zijn binnen gebracht. Van die 80 Gierzwaluwen zijn de meeste jonge Gierzwaluwen, die nog niet goed kunnen vliegen en te snel door de hitte het nest hebben verlaten. Als deze hete dagen een week eerder waren geweest had mogelijk een dubbele hoeveelheid jonge gierzwaluwen het nest( te vroeg) verlaten. Dit is ongeveer de tijd dat de jongen bijna zo ver zijn om uit te vliegen. ‘Onze’ vogel was volgens de man achter de balie inderdaad een volwassen exemplaar. Te licht, maar had zo te zien niets gebroken. ‘Mogelijk ergens tegen aan gevlogen en een hersenschudding opgelopen’, opperde hij. Nu krijgt hij insecten uit de diepvries om aan te sterken, waarna, eenmaal op gewicht, de vlieglessen opnieuw gestart zullen worden.

Een klap met de schop of een toevallig voorbij komende kat heeft hij overleefd. Nu alleen nog maar afwachten of hij zal herstellen…..

Ik leef nog wel!