Noors fietsen en rotsje ontwijken



16-mei

Uiteindelijk zijn we niet met ons schip naar Stavanger gegaan. Op onze vouw-fietsjes, 14 km heen en 14 km terug, heuvel op en heuvel af, hebben we onze zitvlakken geteisterd en de beenspieren mishandeld. Omdat we de broekspijpen in de sokken hadden gedaan, om te voorkomen dat ze tussen ketting en tandwiel zouden geraken, hadden we veel bekijks en werden we door menige Noor of kind aan de hand van moeder, met verwondering aangekeken.
Het fietsen in Noorwegen is voor een Hollander op zijn minst vreemd te noemen.
Men rijdt er met de fiets op de voetpaden en trottoirs.
Dat betekent een voortdurend slalommen tussen voetgangers, moeders met kinderwagens, hobbelend over boomwortels, staande in de pedalen om de al geteisterde zitvlakken te ontzien.
De trottoirs hebben we dan ook snel omgedoopt tot “foetspaden”, een term die beter past bij het doel waarvoor ze gebruikt worden.
Nog iets opmerkelijks betreft de auto’s. Ze lijken allergisch voor alles wat loopt of fietst.
Je hoeft maar één schijnbeweging naar de weg te maken, als was je van plan om over te steken, of de aanstormende auto staat boven op de rem. Een waarlijk koddige observatie, die bij ons de neiging opriep om, ook als we dat niet van plan waren, toch even met het voorwiel die schijnbeweging te maken en dan te zien hoe de bestuurder(-ster) verwachtingsvol de auto tot stilstand brengt en ons beide aankijkt met een blik van “ En wat zijn we van plan?’.
Wij putten ons dan met velerlei gebaren uit, dat we niet van plan zijn om over te steken en vervolgen rustig onze weg. Voor een tijdje erg leuk als tijdverdrijf.
Ik vermoed dat er in Noorwegen hoge straffen staan op het aanrijden van overstekend wild, al staan ze bekend als grote jagers.
Stavanger is een redelijk grote stad met een prachtige vijver in het centrum, waar ook de kathedraal ligt die stamt uit de 11de- 12de eeuw. Een streng sober gebouwde kerk met een deels romaans en een deels vroeg gothisch stuk.
De preekstoel is 17 de eeuws , rijk gebeeldhouwd uit hout met diverse naïef aandoende figuren die in felle kleuren zijn geschilderd.
Wat we erg aardig vonden was het oude stadsdeel, aan de westzijde van de oude haven. De vrijwel volledig intacte houten, wit geschilderde en goed onderhouden huizen, geven een goed beeld van het oude Noorwegen in de steden. Veel houten huizen in de steden zijn ooit door brand verwoest.
Alleen Lillesand in het zuiden van Noorwegen is gevrijwaard gebleven van brand en nog vrijwel helemaal intact.
Met onze fietsjes steil naar boven rijden over de kasseien bleek een onmogelijkheid, dat konden onze beenspieren niet bolwerken ondanks de laagste versnelling.
Inmiddels zijn we met ons schip weer een stuk verder gekomen. Prachtig gezeild, bij een krachtige wind uit het noordwesten, twee lange slagen door een wijd stuk water boven Stavanger.

Bij het binnen varen van de haven van Skudeneshavn liepen we bijna vast op een paar kleine rots-eilandjes , vlak bij de kust, waar we dachten langs te moeten. Allebei kregen we een ongerust gevoel dat we niet goed zaten. Direct omgekeerd en na een paar vissers in een klein bootje geraadpleegd te hebben , bleek dat we meer naar het westen naar binnen moesten.
Eigenlijk stond het ook wel duidelijk in de kaart, maar verhoudingen inschatten tussen al deze eilandjes is lastig.
Als we beide ongerust worden en als zich dat uit in onenigheid tussen elkaar, blijkt dat een prima maatgever te zijn voor dat we moeten oppassen of dat we een foute route aan het nemen zijn.
Zo helpt geprikkeldheid ons langs de rotsen .
Morgen ( 17 mei ) is de Noorse nationale feestdag. Dan wordt het hier een vlaggen-festijn, met kanonschoten om 7 uur en een optocht naar het monument in het park. Alleen de bakker is open, verder is alles dicht.
Gisteren heeft het voor het eerst geregend sinds die mooie zonnige periode in Nederland en in Noorwegen . Vandaag is het zonnetje weer doorgebroken .

Noors ankeren en Tananger



11 mei

“Noors ankeren”

Het moest er een keer van komen: “We gaan Noors ankeren” !
Na wederom een schitterende windloze dag en wederom motor-varen vinden we een baai bij Sogndals-Stranda.
We hebben de genaker op gehad. Een hele prestatie om wijs te worden uit al die touwtjes die steeds net verkeerd zitten en om de slurf die rond het zeil zit omhoog te schuiven. Woorden als tack en clew die op de zeilhoeken staan blijken na raadplegen van ons scheepstermen-boek iets te betekenen als hals en schoothoek. Dat zijn ten minste wel woorden die we begrijpen.
Nou goed, we hebben hem omhoog gehad en hij stond er ook aardig bij, maar geen wind is ook voor een genaker een dodelijke optie. Voor de show hebben we de motor maar even bij gezet en dan lijkt het weer heel wat. De vaart van het schip deed de genaker opbollen als een ballonnetje in de wind. Leuk voor de mensen die ons voorbij zagen varen.
Na een half uurtje show hebben we de enorme lap maar weer gestreken en zijn een ervaring rijker, we weten nu tenminste hoe die omhoog gaat.
En dan is er het “Noors ankeren”.
Een prachtige plek is het . Een brede baai mooi beschut voor de westen wind. Even goed oppassen dat we niet op een rots varen , en dan kijken: “waar gaan we liggen”.
Ik zie een aantal ringen op de steile rotsen ,vlak voor ons.
We zien er tegen op maar het is niet anders , dit wordt Noors ankeren.
In Zweden heet het Zweeds ankeren en het komt erop neer dat je met de neus van het schip aan de rots vastmaakt , nadat je achter een hek-anker hebt uitgegooid.
Dan moet je wel het hek-anker klaar hebben liggen en dat hadden we niet.
Dat klaarmaken deden we: het hekanker aan de anker-lijn (die op een rol zit ) vast maken, en een eind van de kant met de wind in de rug het anker overboord donderen. Dat ging dus fout.
Het anker pakte niet. Het was me al gezegd , er moet ook een ketting aan als “voorloop”.
Nadat we de ketting ook gemonteerd hadden, lukte het wel.
Het hek-anker pakte.
Dan langzaam naar voren varen om een lijn aan de ring op de wal vast te maken.
En dat is een probleem.
Als je te hard naar voren gaat heb je een deuk in de boot. Het moet met beleid, veel heen en weer geschreeuw(ik ben wat doof) en correcties op de plaatsbepaling.
Nu hadden we een “handig ding” gekocht op de Hiswa om een lijn door een ring te halen.
De ring op de rots was echter te dik en het hele apparaat bleef aan de ring hangen , zonder het beoogde resultaat. Het geheel, stok met handig ding, zat muurvast. Na enig trekwerk had ik alleen nog een handvat in de hand.
Wat zo mooi leek aan de wal , getest op de spijl van een stoel, bleek in de praktijk volledig te mislukken.
Me vasthoudend aan het dunne touwtje, dat nog aan het handige ding vastzat, en achteruit roepend dat Nienke moest proberen het schip op zijn plaats te houden, probeerde ik net niet overboord vallend, met de pikhaak mijn fout te herstellen. Dat lukte , met een ferme ruk kwam het geheel los en waren we even ver als vóór de manoeuvre . Nienke hield zich in om niet in lachen uit te barsten.
Eén ding was prettig, we zaten achter nog vast.
Toen heb ik een landvast met een lus om een ijzeren paaltje kunnen frutselen( dat was het eerste idee van Nienke). De lijn een stukje gevierd en daar lagen we dan , Noors geankerd en Noors vast.
Een Duvel ( biertje) als beloning was precies wat we nodig hadden.

Nu liggen we in het laatste zonlicht op de kuipbanken uit te kijken over een prachtige plek, uitzicht op zee, tevreden over onze verrichtingen op deze enerverende, windstille, dag.
O, ja, niet te vergeten , we zagen meerdere dolfijnen, een donker soort, die ons op afstand passeerden. Eerst dachten we dat het haaien waren , maar dat leek in deze buurt niet echt waarschijnlijk.
De bij westenwind gevaarlijke klippen bij Lindesness en Lista hebben we motorend bij windstilte overwonnen en achter ons gelaten. Nog één gevaarlijk stuk naar Stavanger ligt nog voor ons.
Bij volledige windstilte lukt ons dat vast ook nog wel.

12 mei
Lekker geslapen . ’s morgen lagen we nog steeds goed Noors vast.
Het anker kwam met een flinke kluit Noors territorium los en werd schoongespoeld en afgeveegd op zijn plek aan de zeerailing vastgemaakt.
Vandaag was niet een dag als gisteren, het was niet windstil, maar de wind kwam wel uit de richting waar we naar toe wilden.
Dat betekent hobbelen, een kermisattractie is er niets bij.
’s Nachts was er blijkbaar een lagedruk-gebiedje ergens ten westen van ons , en dat leverde nogal wat “swell” op. Rechtstreeks vertaald zou het “zwelling” kunnen betekenen. Voor schippers betekent het “deining of golven” van (meestal)ver weg, waar het hard heeft gewaaid.
Wel , daar gingen we tegen in. Na 10 uur motorsailen, en na een gevaarlijk stuk kust ( je hebt er geen haventjes waar je bij slecht weer naar toe kunt) kwamen we aan in Tananger, niet Tanger in de buurt van Marocco, maar Tananger, dat wat noordelijker ligt.
Morgen gaan we naar Stavanger en dat is een mooi beginpunt voor de Noordse Fjorden. We zijn dat binnen de scheren, de eilanden, beschermd tegen de golven vanuit het westen.

We zijn erg blij met de reacties die we op het blog terug vonden, bedankt !!

In de haven van Tananger heb ik weer een internet-verbinding kunnen vinden, zodat we deze blog ook weer kunnen publiceren.
Rob en Nienke

De Overtocht



6 mei 2008

De overtocht

Op zaterdag 3 mei vertrekken we uit Harlingen. Het belooft mooi weer te worden. Voordien was er toch nog een vertraging te verteren. De plotter bleek de kaart van Noorwegen slechts deels weer te geven , de kustlijn leek meer op een afgebrokkelde muur omringd met water. Nader onderzoek en een halve nacht piekeren gaf de waarschijnlijke oplossing, de plotter was niet ingesteld op het juiste type kaart. Wat te doen op 30 april, Koninginnedag en de daarop volgende Hemelvaartsdag liggend in de haven van Harlingen?
De leverancier en de werf waren allebei niet te bereiken, en de vrijdag was voor veel bedrijven ook een vrije dag. En dan wil je weg.
Wat schetst onze verbazing, zittend in de kuip en kijkend naar de binnenkomende bootjes aan het eind van de middag, zie ik op een polyester jacht de verkoper van Sailtron, de man die me de apparatuur verkocht heeft ,binnen varen. Ik roep ‘Chris ,je komt als geroepen’.
Met zijn hulp en wat heen en weer gebel en ge-email wordt er een programma overgestuurd. Daarmee heeft goede Chris het probleem opgelost.
Vrijdagavond arriveert Nienke ’s zus die de overtocht zal meemaken.
Eindelijk, we kunnen vertrekken.
Er is weinig tot geen wind als we langs de Pollendam naar het zeegat tussen Vlieland en Terschelling varen. Motoren dus.
Dan wordt het toch nog even spannend omdat het bij het stukje afsteken in de Stortemelk ondieper bleek dan we hadden gedacht. Angstvallig de dieptemeter in de gaten houdend, scharrelen we met gelukkig nog steeds weinig wind over de Westergronden naar dieper water.
Het gaat goed en we sturen aan op de TE 1, een boei aan de rand van de grote scheepvaartroute langs de eilanden, waar de grote jongens varen.
Opnieuw ontstaat de discussie wat er nu bedoeld wordt met recht oversteken. De stroom zet je al naar gelang de richting van de vloed of de eb naar links of naar rechts als je oversteekt( of het moet net de kentering zijn). Niet recht oversteken kan resulteren in een zeer hoge boete.
We doen het maar zo goed mogelijk als we kunnen.
Eenmaal bevrijd van de twee “snelwegen” en later nog één, begint het te waaien en met een snelheid van 7-7 ½ knoop( ± 12 km per uur) snellen we onder vol tuig de avond en de nacht in.
Het is een fascinerende ervaring om zo met je eigen schip door de leegte te varen. Af en toe komen we schepen tegen die onze koers benaderen of kruisen.
En dan, we vermoedden al dat het ons kon overkomen, is er plotseling zeemist. Mist en wind een rare gewaarwording.
Een dikke deken valt over ons heen en we zien niets meer.
Dat bleef tot in de ochtend.
De radar en de electronische scheepsmelder( AIS) helpen ons om door de mist te kijken. Vooral de radar blijkt een geweldig hulpmiddel en al doende leren we ook hoe alle knopjes werken.
Het lukt steeds beter om de afstand tot de ons tegemoetkomende schepen, die ons te dicht dreigen te naderen, in te schatten.
De natte kou en de psychologische druk waren lastiger te hanteren. Extra warmte-kleding en fleece-dekentjes waren nauwelijks voldoende om warm te blijven en daar werden we wel wat katterig van.
Het slaapgebrek konden we goed compenseren doordat we een wacht-schema hadden waarbij we om de twee uur een uur de uitkijk hadden.
De volgende dag , zondag, was zo mogelijk een nog mooiere dag, een lekker windje uit het oosten en een ons verwarmend zonnetje uit het zuiden recht in de kuip.
We beginnen ons steeds beter te voelen en genieten van de wijdse zee, de lucht en de vogels die ons begeleiden. We zien Noordse stormvogels en een Jan van Gent.
De tweede nacht is veel minder koud en we voelen ons goed. Wel worden we weer door mist omhuld , maar op een totaal andere manier.
Tegen de ochtend doemen donkere wolken op, laag over de zee, die volkomen glad is geworden (de wind is gaan liggen en de motor bromt er weer vrolijk op los). Het lijkt wel of we door een vaag heuvellandschap varen met een spookachtige sfeer. Het licht van de zon dat gedurende de nacht ook in het noorden zichtbaar bleef vormde de achtergrond voor dit schouwspel. We zijn stil en onder de indruk totdat we wederom omhuld worden door de mist. Het is allemaal van een betoverende schoonheid .
Visserschepen gaan we uit de weg zodra we ze op de radar hebben gezien.
De zon komt op in velerlei kleuren , de zee is nog steeds glad.
In de ochtend van maandag zien we land, Noorwegen !
De aanloop wordt Mandal ,een plaatsje aan de zuidkust .
De dieptemeter en de plotter helpen ons langs de ondieptes naar het dorpje dat iets verder landinwaarts aan de rivier ligt.
12.30 uur meren we af aan de kade, 51 uren gevaren over een afstand van 315 mijl.
We zijn wat high en betreden Noorse bodem alsof we voor het eerst voet aan land zetten in een onbekend land.
Na enkele verbaasde Noorse voorbijgangers omhelsd en gekust te hebben, verkennen we het dorp en eten we een lekker zelfgemaakt potje met verse vis.
Daarna slapen we , al vroeg op bed, als 3 schaapjes op een bootje aan de wal.

de oversteek naar Noorwegen


1 mei en daar gaan we dan.

In Harlingen liggen we comfortabel in een box en morgen is het zover. We maken ons op om de grote oversteek te maken naar het meest zuidelijke deel van Noorwegen, naar het plaatsje Mandal.
De koningin heeft haar feestje in Makkum en Franeker gehad en we genieten in de kuip van het gehannes met schepen die een overnachtingsplek zoeken.
Morgen zal ik mijn eigen gehannes moeten laten zien, want we liggen een beetje klem en de draai zou wel eens lastig kunnen zijn.
Alle voorraden zijn nagelopen en geupdated. De watertank moet nog een beetje bijgevuld worden. De dieseltank is vol en we zijn niet meer zo bloednerveus.
De afstand naar Mandal is zo’n 320 zeemijl, dat is ongeveer 580 km. En daar gaan we ongeveer 2-3 dagen over doen als alles meezit.
Dat betekent dat we 2 nachten op zee doorbrengen.
Het weer lijkt gunstig en het ziet er niet naar uit dat het hard gaat waaien.
Ook in Noorwegen wordt beter weer verwacht.
Het moeilijkste stuk van de overtocht zit in het begin. We moeten 2 keer een trafic-lane oversteken , een strook zee waarbinnen de grote schepen, zoals containerschepen en vrachtvaarders, hun baantjes trekken naar het oosten of naar het westen.
Die schepen varen zomaar 50 km per uur, terwijl wij niet sneller varen dan 10- 12 km per uur.
Dus dat is oppassen geblazen. Bovendien moet je die traffic-lane recht oversteken. Je wordt in de gaten gehouden door de kustwacht. Scheef erover heen varen resulteert in een boete van € 1000 zoals er net in een zeilersblad stond.
Vandaag hebben we de koers uitgezet, hoe we moeten varen (als de wind dat toelaat).
Misschien moeten we onderweg de koers wel weer bijstellen.
Er zijn nogal wat booreilanden in de Noordzee waar je meestal ruim vandaan moet blijven.
Voor ons is dit de eerste keer dat we zo’n lange oversteek maken. Eerder gingen we naar Engeland en Denemarken, maar dat was maar 1 nachtje wakker blijven.
Ons plan B is om halverwege een tussenstop te maken in Thyboron in Denemarken.
Nu gaan we een wacht instellen en om de beurt slapen.
We zullen zien hoe het gaat.
Het volgende blog krijgen jullie hopelijk uit Noorwegen.
Rob en Nienke

P.S. de foto is van een tocht op het IJsselmeer

van Texel naar Hindeloopen

Over harde wind en voorbereiding.

Het was wel even heftig die oostenwind van de laatste dagen; we lagen op Texel in de haven van Oudeschild.
De oostenwind hield ons vast en tegen de steiger geklemd, met alle stootwillen aan de lage kant, lagen we enigszins rustig in het af en toe al te luide windgeraas.
Nu is windkracht 6-7 nog niet erg veel in de ogen van een echte zeeman, comfortabel is het niet.
We houden de stelregel aan om niet boven de windkracht 6 uit te varen als het niet moet. Dat betekende in ons geval rustig afwachten en met de fiets het eiland verkennen, lekker met de wind mee of je rot trappen ertegen in.
Nu hadden we een afspraak om op woensdag in Friesland te zijn en als het dan nog steeds hard waait , wat doe je dan?
We zijn toch gaan varen omdat de voorspelling was dat de wind zou afnemen.
Na onze zoon Jeroen z’n schip te hebben zien binnen varen en hem aan boord te hebben begroet, vertrokken we even later zelf uit de haven.
Het zeil gereefd en gehesen in de havenkom ( helemaal vlekkeloos ging dat niet) onder het oog van onze zoon, motor-zeilden we naar buiten.
Dan blijken een aantal handelingen nog niet klaar, landvasten die deels los liggen, een bakstaglijn die los raakt en van het schip wegwaait, een boei die ik net weet te ontwijken omdat ik even mijn aandacht niet bij het sturen had ( het stroomt er hard vóór Oudeschild en je wordt hard opzij weggezet), en de kluiver (het voorste zeil) die ongewenst uitrolt omdat de oprollijn losraakte.
Maar we redden het met de nodige verwensingen over de begane fouten en krijgen het schip onder controle. De wind blijkt harder dan we dachten , door de vaart van het schip en de stroom tegen de wind in, meten we meer dan windkracht 6 op de meter.
Het werd een ruig tochtje , het schip doet het geweldig. De tweede helft van de tocht moet de motor bij omdat de wind dan pal tegen is. Een kleine 4 uur later komen we in het donker aan in Kornwerderzand. De brug en de sluis staan al open en we kunnen er zo in varen.
Eenmaal aan de IJsselmeerkant besluiten we door te varen naar Hindeloopen. De wind is nog steeds oost en het is een heldere nacht. Varen in donker is makkelijker dan je denkt.
Dat wordt een genoeglijk tochtje, de kaart en de plotter helpen ons langs de tonnen en tegen 12 uur ’s nachts naderen we de lichtboeien van Workum en Hindeloopen.
Nog even goed opletten en even later maken we vast op een mooie plek in de haven.
Afstanden schatten is lastig bij het aanleggen in het donker maar we krijgen gelukkig hulp van een medezeiler die blijkbaar nog niet sliep.
Moe maar voldaan. Een ervaring rijker en een les geleerd.

naar Texel

Als we ons opmaken om uit de haven van den Oever te vertrekken, neemt even de spanning toe.
Hoe komen we hier weg, hoe zorg ik ervoor dat we geen kras oplopen?
Net zo iets als wanneer je in een huis op de vlakte woont en hoort dat de wind steeds harder gaat waaien; zullen de dakpannen blijven liggen of zal de perenboom blijven staan?
De sluis nemen we zonder veel problemen, al had ik beter een stukje verder kunnen doorvaren, om voor en achterlijn beter te spreiden.
Eenmaal klaar en hijgend van het werk aan de zeilen die gehesen moeten worden en de stootwillen en de landvasten die opgeborgen moeten worden , valt er wat van ons af.
Het schip nestelt zich in de wind en het water dat langs het schip stroomt begint vrolijk te bruisen. We zeilen, en krijgen weer aandacht voor de omgeving. Een vissersschip in de verte dat zijn baantjes trekt, een eenzame meeuw die speurend het kielzog van de boot bekijkt op al wat omhoog dwarrelt in het water.
In de verte liggen twee klippers op de droogvallende plaat. Onze zoon belde ons dat we maar even moesten zwaaien want hij lag daar met de Poseidon en een collegaschip.

Bij den Helder ligt de kustwacht op de loer, klaar om een rubberboot met een 6-tal in het zwart geklede stoere mannen te lanceren die je boot enteren op zoek naar drugs en andere verboden waren.
Op weg van IImuiden naar Makkum werden we vorig jaar aangehouden door zo’n rubberboot.
We zaten net aan de kapucijners met spek en augurken, terwijl de stuurautomaat zijn werk deed.
Uiterst correct werd ons gevraagd waar we vandaan kwamen en waar we naar toe gingen.
Imponerend waren ze wel, die mannen, de autoriteit die ze uitstralen, met de snelle rubberboot die behendig langszij werd gemanoeuvreerd. Gerustgesteld door ons betrouwbaar voorkomen en de juiste antwoorden onzerzijds, waren ze even snel weer weg als dat ze kwamen.

Bij aankomst in Oudeschild leggen we eerst aan op de verkeerde plek, geholpen door een even tevoren aangekomen echtpaar met een ongeveer even grote boot. Even later besluiten we toch ergens anders te gaan liggen, aan een langsteiger met de kop van het schip meer in de wind.
Daar ligt een schip vol stoere mannen, die zoals je kunt verwachten geen poot uitstaken om een lijntje aan te nemen. Heeft dat met gezichtsverlies te maken of hopen ze dat er iets mis gaat?
Wij liggen goed en zijn tevreden, de wind op de kop en we zitten lekker in de zon achter de sprayhood in de luwte van de wind.

Het leven is opeens heel eenvoudig , we genieten .

P.S.
Een verrassende reactie van A.P.
We wensen jullie ook een fantastische reis toe, met jullie schip naar de Middellandse zee.
Een emailadres zou prettig zijn om persoonlijk te kunnen reageren.

Rob en Nienke

kurk en nog zo wat



Over het verwijderen van een kurk uit de fles en nog zo wat.

Ruim een week zijn we nu onderweg.
Wat is het lastig om je los te maken van datgene wat er al was.
Het beleven van het hier en nu wordt vertroebeld door alles wat je vasthoudt van wat voorbij is en door onze bezorgdheid voor wat er kan komen.
Het is moeilijk om steeds weer afscheid te nemen van een mooie plek waar we geankerd hebben of waar we een gezellige avond met vrienden hebben gehad.
Het lot van de varensgezel is om aan te komen en weer te vertrekken.
Toch helpt het om gewoon te weer te varen. Het varen brengt ons weer in het moment en confronteert ons met wat we willen, onderweg zijn en onszelf en de natuur ontmoeten.
Het leven lijkt ook langzamer te gaan, eindelijk is er meer rust.
Zelfs iets banaals en routinematigs als jezelf wassen en scheren krijgt door het hebben van de tijd een nieuwe betekenis.
Het verwijderen van een afgebroken stuk kurk uit de halfvolle whisky-fles wordt een project dat met liefde en zorgzame aandacht wordt uitgevoerd.
Men neme daarvoor een instrument ( zie foto).
Ooit kocht ik het ding op de HISWA, in mijn voortdurende drang om voldoende gereedschap te hebben ( ik ben van huis uit helemaal niet handig en denk dat als je maar het juiste gereedschap hebt het technisch probleem meestal op te lossen is).
Toen ik het voor het eerst zag dacht ik dat het een instrument was voor een medische toepassing.
Een KNO arts of een Gynecoloog zouden er misschien wel wat mee kunnen.
De verkoper van de stand legde me uit dat het ding door monteurs wordt gebruikt voor het opvissen van een moertje of een schroefje dat ze tijdens het werk ontglipt is en op een moeilijk bereikbare plek is terecht gekomen.
Omdat het ding maar € 2.50 kostte kon ik de verleiding om het te kopen niet weerstaan.
Mijn onhandigheid kennende leek met dit heel handig. Het ding ligt voor het grijpen naast onze kooi , omdat het nergens verder in een laatje past.
En jawel daar kwam het ding zowaar van pas.
Met wat gefriemel was de afgebroken kurk uit de whisky-fles , uit de diepte op gedregd. Na deze succesvolle bevalling hebben we ,’volledig’ onder de indruk van mijn handigheid, de whisky gezeefd en nog een glaasje gedronken.
Vandaag en morgen liggen we nog in Medemblik, waar we ons gaan verdiepen in de Noorse zeekaarten, die zo gedetailleerd zijn dat we bij voorbaat al angstig worden hoe we in godsnaam tussen al die rotsen door moeten varen. In de praktijk schijnt het mee te vallen, maar opletten wordt het zeker.
Rotsen hebben één voordeel, ze wandelen niet weg zoals zandbanken dat wel doen.
Veel van de Noorse kaarten stammen nog uit het begin van de 20 e eeuw en zijn in al die jaren nooit veranderd, behalve dat ze een moderner jasje( kleuren) hebben gekregen.
De combinatie van goed gebruik maken van onze ogen, de marifoon, kaart, plotter en het gedrag van andere schepen die het gebied kennen, zal ons hopelijk de goede weg wijzen.
Over de plotter zal ik in een later verslag nog wel wat vertellen.
Rob

Onderweg en in Sneek

7 april 2008.

Het is zo ver, we zijn onderweg.
Vorige week vrijdag hebben we de sleutel van de tijdelijke vakantiewoning afgegeven en nu is er alleen het schip.
Het was wel even wennen, het matras is harder dan we dachten en de koude wind deed onze spieren verstijven.
De eerste nacht hebben we na een prachtig zeiltochtje over het Ijsselmeer doorgebracht op het Gaastmeer , voor anker , mooi beschut achter een bosje tegen de koude noorderwind. Het licht van de ochtend betoverde het meer en ons. Een tweetal meerkoeten ruzieden of waren bezig met een nogal aggressief getint liefdesspel. In de vroege ochtend is de lucht vervuld van vogelgeluiden.
Na het ontbijt met de kachel aan, zijn we verder gevaren richting Sneek. Veel cumuluswolken maar we houden het droog.
Wat is Friesland toch mooi, het riet nog goudgeel, het donkere water, de al heel groene weilanden, de wallekanten die lijken te bewegen door onze hekgolf.
Nika glijdt rustig op haar gemak door het water, haast moeiteloos een grote V trekkend. Het water heeft nog een stroperige kwaliteit als of haar beweeglijkheid nog op gang moet komen.
Onderweg zien we steeds meer schepen, velen nog vers uit de winterstalling, vaak met gestreken mast. Een enkel binnevaartschip passeert ons hoog optornend , haast dreigend.
Na een 3 tal uren bereiken we Sneek en vinden een mooi plekje aan de wal.
Hier blijven we aantal dagen liggen er is nog van alles te doen. Onze auto halen we op uit Makkum, om mobiel te blijven en nog een paar boodschappen in Leeuwarden en Amsterdam te doen.
Zondag vierden we de 4 de verjaardag van onze oudste kleinzoon. De step voor zijn verjaardag hadden we aan boord meegenomen.
Deze week nog een paar klusjes doen en vrienden bezoeken.
Volgende week gaan we weer verder met het verslag.

Op 3 april gaan we aan boord

Ze ligt erin!! Nika ligt in het water, haar mast wuift zachtjes in de wind.

Op 3 april moeten we de vakantiewoning in Makkum verlaten en gaan we voor een 1/2 jaar aan boord.

Het komt nu wel heel snel dichterbij. Toch nog wat trouble met de electronica, maar daar waren we al voor gewaarschuwd.
De nieuwe plotter onder de sprayhood wil niet luisteren naar zijn grote broer binnen.
Volgende week zal iemand van Sailtron  ter plekke de zaak  opnieuw installeren . De kaarten van C-map zijn aangeschaft en zullen we in de plotter installeren .
We weten nu wel waar we naar toe willen, de reisplannen zijn wat uitgekristalliseerd. IJs en weder dienende zal de eerste aanloophaven Kristiansand in Noorwegen zijn. Vandaar zijn we van plan in langere tochten naar het noorden te gaan langs de westkust van Noorwegen.
we willen proberen naar de Lofoten te gaan en dan langzaam terug met veel stops in die op plaatjes prachtige fjorden.
Ik denk  dat we er verstandig aan doen om er niet te snel naar toe te gaan i.v.m. het weer. dus april en begin mei nog  een rondje Nederland  en dan bij goed weer de oversteek maken naar het Noorden.
Deze week wordt een week van vaak op de Nika zijn voor de logistiek en de afronding van dat wat technisch nog moet gebeuren.
Een ankerlijn op rol aan de hekstoel monteren. 
Bij goed weer de zeilen aanslaan. Welk gereedschap moet mee? Hoeveel gasflessen kunnen we stouwen( in Noorwegen hebben ze een ander systeem)? Een Wifi antenne zoeken  en testen( voor het geval we in een haven een hotspot of een open internet-verbinding kunnen vinden) .
De wetterbox testen en de firmware updaten.
Na lang wikken en wegen hebben hebben we voor de wetterbox gekozen om op de hoogte te zijn van de weerontwikkelingen. Eigenlijk is het een soort uitgeklede SSB ontvanger die op een aantal vaste frequenties de weerberichten en meteo-kaartjes , uitgezonden door de Duitse Wetterdienst en een engels weerstation( Northwood) worden uitgezonden, keurig ontvangt en opslaat, en dat zonder telefoontikken of andere kosten. De gegevens kan ik dan op ons Macbookje uitlezen.
De meeste andere systemen werken via het internet en dat is niet overal beschikbaar en bovendien via een telefoonverbinding in het buitenland een kostbare aangelegenheid.
voor vandaag zijn jullie weer wat ‘bijgepraat’.
het voorjaar komt eraan!

verdere voorbereidingen en wat overpeinzingen


er valt nog veel te regelen, telkens komen we weer op andere ideeën, terwijl we de  bewaarde jaargangen van de “zeilen” doorwerken. wat interessant is  scheuren we uit en doen het in een verzamelmap.

hoe zat het ook al weer met die navigatielichten van andere schepen? je hebt het ooit wel geleerd, maar ik merk dat de kennis ook weer snel wegzakt.
toegankelijkheid van informatie is dan steeds het toverwoord.
we worden af en toe best nerveus als we ons realiseren wat er allemaal nog moet gebeuren. overal lijstjes en een boekje met wat we nog moeten aanschaffen. waar gaan we nog achteraan op de beurs in Leeuwarden?
maar er zijn ook dagen waarop we wat relativerender zijn en denken zo iets als ‘we zien wel’.
het proces van loslaten van alles wat we tot nu toe als vast beschouwden is ingrijpender dan we dachten, maar het schept wel een nieuwe beweging, een nieuwe kijk op onze werkelijkheid.
het lezen van alle ervaringen van anderen die ons voor gingen is een enorme steun, al worden we ook wel eens bang van de rampverhalen die je leest.
een artikel van een familie die zomaar zonder ervaring gewoon vertrok met een standaard Bavaria, die het goed ging en onderweg leerden van wat ze tegenkwamen   (een soort on the job training) geeft je ook weer een andere kijk op ons eigen vertrek.
het idee niet alles te kunnen controleren is een uitstekende oefening om om te gaan met dat wat er is. voorbereiding is goed, maar overcontrole slaat dood.
ik heb bewondering voor mensen die vanuit hun innerlijk evenwicht omgaan met dat wat er op hun afkomt en er het beste van maken, terwijl ze tegelijkertijd hun optimisme bewaren.
de dag van vertrek komt naderbij en we krijgen er steeds meer zin in.