Naar zee
Voordat we echt weg mochten moesten we nog een bezoekje bij de douane afleggen. Van onze ligplaats is het net om de hoek en Ingo, de kapitein, schuift het schip handig tegen de kade met behulp van een spring. Met zijn zessen attaqueren de douaneambtenaren, gekleed in vol ornaat het schip. De kapitein gaat van boord om de papieren te regelen. Eén van de mannen heeft een hond bij zich, een spaniël met een zachtaardig koppie. We vermoeden dat het de drugshond is die moet zoeken naar verboden waren. Ik neem niet aan dat de bewuste beambte zijn hondje alleen maar uitlaat op het schip. Al zou het best eens kunnen dat ie alleen maar voor de show mee is en dat het eigenlijk de hond van zijn tante is waar hij op moet passen. Vrolijk kwispelend loopt het beest met hem over de gangboorden naar de bemanning-verblijven. Als ik een foto van het koppel wil maken, wil de man dat niet, tenzij ik alleen de hond op de prent zet. Het verblijf op het schip wordt gerekt en de leider van het clubje, vraag om een privé gesprekje binnen. Al snel is duidelijk dat er wat substantieels verwacht wordt eer we kunnen vertrekken. Onze kapitein weet dat dit gebruikelijk is en geeft de man een ( een niet erg dure)mobiele telefoon, als beloning voor de ‘geleverde prestaties’. De anderen mogen dat niet merken. De beambte bij de loopplank, die van iemand te horen kreeg dat ik de scheepsarts ben, vroeg me medicijnen voor zijn koortslip en zijn familie. Ik zei dat ik dat niet mocht doen, in mijn beste Spaans. Ik zit te schrijven op het bankje aan bakboord. Ik het westen gaat de zon onder en de wolken worden oranje gekleurd als in een schilderij van Turner. Er staat een lekker windje en we varen met zo’n 7 knopen onder vol tuig noordwaarts. Er zitten veel veren in de lucht. Ik hoop dat het geen voorteken is van harde wind. Vanmorgen sprak ik een Zweed die met zijn Halberg Rassy in de haven ligt. Hij vond het gek dat we nu al noordwaarts gingen varen. Het vaarseizoen voor deze contreien begint pas in mei. Hij voorspelde ons veel wind maar voegde daar direct aan toe dat we wel een groot schip hebben, dus misschien zou het wel lukken. Pas een paar minuten later in het gesprek zag ik dat hij een lijn in zijn hand die hij op de lier gewikkeld had. Zijn vrouw bleek boven in de mast te hangen, ik neem aan vrijwillig want af en toe klonk een commando van boven. Het bootsmanstoeltje waar ze in hing gaf haar de mogelijkheid om één en ander in de masttop te repareren. Terwijl we zo prettig met elkaar spraken liet de man zijn vrouw beetje bij beetje zakken telkens als er weer een kreet van boven kwam.
Bij het afscheid, heb ik haar, terwijl ze inmiddels halverwege de mast hing, vrolijk toegewuifd en ben teruggekeerd naar ons schip.
Toch wel apart om nu gedurende 10-11 dagen geen land meer te zien.
Vanaf Cuba varen we zo hoog mogelijk aan de wind naar het noord-oosten langs de kust van Florida. De hoop is dat de wind nog wat naar het zuid-oosten gaat draaien.
Vanmiddag was er een overboord oefening, waarbij iedereen zo snel mogelijk met zwemvest aan op het middendek moet staan.
Inmiddels zijn er ook netten gehangen boven de zeereling opdat niemand zomaar over boord kan slaan. Prima extra beveiligen, die hier aan boord zeer serieus genomen worden.
Categorie: Reizen
We gaan varen.
Een dag voor vertrek
Er is besloten dat we pas woensdag gaan varen . De boordapotheek moet bijgewerkt en geordend worden. Een hele klus, waarbij ik hulp krijg van één van de matrozen. Best goed, want dan weet ik ook wat er is.
Het meest lastige is om de namen van de 30 leerlingen in te prenten. Dat kost me nu meer moeite dan vroeger. Ik zal vragen of ik het smoelenboek kan krijgen.
Morgen hopen we dat alles klaar is voor de reis naar Bermuda. De wind is niet gunstig en er staan nog veel hoge golven, de resten van een diepe depressie noordelijk van ons. Met het schip kunnen we niet te dicht naar Florida toe, omdat daar lastige Amerikaantjes in grote boten op je loeren. Zeker als je van Cuba komt. Een koers door de Bahama’s valt af doordat er veel ondieptes zijn en de kaarten niet allemaal betrouwbaar zijn. Daar moeten we dus ten westen langs.
Onze zoon Jeroen heeft zijn taak als eerste stuurman er op zitten en slaapt de komende dagen aan de wal in een casa particularis, een soort bed en breakfast. Iedereen is hier gek van Cubaanse sigaren, Jeroen gaat ook op zoek naar een goede deal. Op de zwarte markt is wel wat te regelen. Een sigaar die hier 1 dollar kost, moet in Nederland wel het 30-voudige kosten. Ik zie mezelf ze niet meer roken al moet je het wel een keer geproefd hebben. Misschien komt hij morgen nog even langs.
Ik begin wel zin te krijgen om uit te varen. De kapitein is een bekwame prettige vent. Wederzijds respect doet veel goeds en dat is voor de omgang erg prettig. Inmiddels ben ik meerdere keren bevraagd voor diverse medische zaken waar ik uiteraard niet over kan vertellen. We leven hier op een klein dorp, elke uitspraak of geuite mening wordt direct door gebriefd.
De komende 2 weken heb ik geen internet, dus misschien morgen nog een blogje. Maar dan is het even op.
Ik ga nu slapen. In Nederland liggen jullie al 5-6 uur te pitten, tenzij je aan slapeloosheid lijdt.
Gegroet zij u allen.
Foto’s: lekker windje langs de kust en Jeroen wordt uitgezwaaid.
Havana
De taxi waarmee me ons met 5 man hebben ingeperst is oud, heel oud, de deurkrukken ontbreken en de voorbankleuning wordt met een fietsketting over eind gehouden. Van veiligheidsgordels hebben ze op Cuba nog geen weet. Met samengeknepen billen en veel schietgebedjes dat deze doodskist op wielen zonder brokken de stad bereikt bewonderen we al datgene dat in ons blikveld komt. Overal vervallen en in lang vervlogen tijden ooit wel eens geschilderde huizen domineren het stedelijk aanzien. het zijn nog steeds mooie gevels in koloniale stijl, het liefst met een paar zuilen voor de deur en een paar balkonnetjes. Nu lijken de huizen op het punt om verlaten te worden. Menig huis zou in Nederland het predikaat onbewoonbare woning met glans verkregen hebben. Omdat in principe alles van de staat is maakt Nnemand zich druk over het onderhoud van een pand. De staat kan het ook niet schelen, wat de mensen ermee doen. Het falen van het communisme komt hier wel heel erg pregnant tot uiting. Een lichtpuntje is dat de mensen erg vriendelijk zijn en niet echt ongelukkig lijken. De mensen krijgen een vast loon van 18 dollar per maand. Daarnaast krijgen ze bonnen om rijst en ander voedsel te kopen. de zwarte handel tiert hier welig. Sinds kort mogen ze wel wat neveninkomsten creëren, en wat niet mag wordt illegaal bij elkaar gescharreld. Gezondheidszorg en educatie zijn gratis.
Vanochtend is de ambassade-detaché op het schip geweest, die uitleg gaf over haar taak op Cuba. Ze vertelde uitgebreid over hoe het met Cuba gaat de laatste jaren. Er zijn sinds Raoul president is toch wel aardig wat hervormingen op gang gekomen. Raoul is veel pragmatischer dan Fidel en lijkt de positie van Cuba in de wereld te willen verbeteren.
Cuba is een dictatuur en dat is in strijd met democratie zoals we die in Nederland kennen.
Vandaag wordt er veel geklust omdat we morgen – overmorgen vertrekken. Jeroen had gisteren koorts en voelde zich rot, maar vandaag lijkt hij weer wat beter. Inmiddels al een aantal consulten gegeven. Op de onderstaande foto’ s een paar impressies van Havana.
Naar en op Cuba
Langs een smal trapje daal ik verder het schip in. Het ziet er wat ouderwets uit, gelige lampjes en bruine leuningen met aan het eind een koperen knop. Bij het passeren van de mensen die naar boven gaan, bekijk ik de gezichten en zie dat ze nog jong zijn. Een glimlach en een knikje geven een vertrouwd gevoel. Dan sta ik opeens in het motorruim, waar een paar mannen bezig zijn met de motor. Het lijkt me een kleine motor voor zo’n groot zeilschip, en ik zie hoe de mannen met een ketting proberen de motor op te starten. Verbaasd sta ik te kijken en vraag me af waarom er geen startaccu gebruikt wordt. Mijn zoon en ik lopen verder en komen in een grote ruimte waar allemaal beelden staan. Jeroen zegt dat er een beeldhouwgroep aan het werk is geweest, maar dat de cursus nu afgelopen is. Even later zijn we in de stuurhut en kijken uit over de zee. In de verte zie ik een paar visserscheepjes op de tintelende turkooise zee. Een oude dame gaat op een sofa in de stuurhut zitten, als was ze van plan om naar een voorstelling te gaan kijken.
Dan word ik wreed gewekt door de wekker. Ik droomde al op het schip te zijn.
5.45 uur staan we op na een korte katterige nacht. De gebruikelijke ochtendrituelen doen ons op aarde komen voordat we zeulend de zware reistas in de auto zetten en op weg gaan naar Schiphol. De reis loopt gesmeerd, geen files of oponthoud. We zijn mooi op tijd.
Een lastig moment, afscheid nemen. Tenslotte zie ik mijn lief zo’n 6 weken niet meer. Ik beloof te sms’en en te mailen. De grote reistas waar we van dachten dat die ideaal was, blijkt bij het inchecken te zwaar. Ik wordt gedwongen een extra tas kopen, zodat de inhoud over twee stuks bagage verdeeld wordt. Opnieuw naar de incheckbalie krijg ik toestemming om de bagage af te geven. Wat vervreemd loop ik nog even lang alle luxe die me maar matig kan bekoren. Al die mensen die in zich zelf gekeerd langs je heen schuiven, op weg naar de gate of zoekend naar iets wat ze denken nodig te hebben. Ik troost me met een kopje koffie. Hoe anders zijn mijn buren die op dit vroege tijdstip al aan de sushi met champagne zitten. Het nieuwe geld pakt even uit. Op dit moment vliegen we boven een van de zuidelijke staten van Amerika. De route naar Cuba is niet rechtstreeks maar gaat over New York door midden Amerika naar het zuiden. Mogelijk om uit veiligheidsoverwegingen minder lang over open zee te hoeven vliegen. Mijn buurvrouw komt uit Zweden en is op weg naar haar aanstaande die op Cuba woont. Ze heeft lang geslapen, de vlucht van Stockholm naar Amsterdam was een voorafje dat ze nog moest verteren. Inmiddels vormen er zich in het vliegtuig staande groepjes mensen die het lange zitten beu zijn. Nog 1 1/2 uur en dan landen we in Havana. Ben benieuwd of ik met al die medicijnen voor de boordapotheek zonder kleerscheuren door de douane kom.
Ik ben aan boord, de douane heeft me na een grondig onderzoek doorgelaten. Op de foto gezet en meerdere malen gecontroleerd zit ik hier buiten onder een zeiltje met een harde wind uit het noorden te wachten op het avondeten. Jeroen heeft me het hele schip laten zien. De kinderen zijn aan de wal en komen pas morgen terug. Het stukje Cuba dat ik zag tijdens een wilde rit in een aftandse Lada, die bijna door zijn veren is gezakt, doet me erg denken aan een oostblokland als Slowakije. De vegetatie klopt dan weer niet want dat is meer Spaans. Van een grote motorboot in de buurt stelen we met toestemming internet.
Ik krijg trek op dit tijdstip. De klok wijst 8 uur aan , maar voor het gevoel ben ik nog op om 2 uur na middernacht.
Hersenspinsels en mooi weer
25-28 ° C en alleen ’s avonds een sweater, schrijft onze zoon Jeroen. Cuba is aangenamer qua temperatuur dan de zuidelijke Carieb. Als het allemaal meezit staat er een welkomscommitée op het vliegveld. Ik verwacht minstens een taxirit per Dodge uit 1954 naar de haven. Het lijkt erop dat ik een tweede taak ga krijgen, behalve scheeparts zijn, krijg ik ook een taak in de wacht van 8 tot 12 uur en van 20 tot 24 uur. Dat wordt dus geen duimen draaien of relaxed op het zonnedek naar de dolfijntjes kijken.
Het voorbereiden spits zich nu toe op de laatste aankopen van zonnebrandmelk tot het kijken of de onderbroeken die ik mee wil nog voldoende elastiek hebben. Onderweg zal wel een wasje gedaan moeten worden, want meer dat 7 hemdjes en onderbroeken wil ik niet meenemen. De Belgische methode om de onderbroek na twee dagen omgekeerd aan te trekken lokt me niet. Dus ik hoop wel dat er wat te wassen valt. Mijn hemdjes in een netje overboord zetten en dan hopen dat het weer schoon wordt is eveneens niet zo handig. Voordat je het weet, meent een dorade of een tonijn, dat het een lekker hapje is. Als ik die dorade er mee kan vangen heb ik er wel een hemd voor over. Waarschijnlijk moet er dan wel een haak in verstopt worden, die ik voordat ik hem weer schoon aantrek, verwijderd moet worden. Aan de haak geslagen worden in mijn eigen hemd lijkt me nu ook niet de bedoeling. Ik vraag me af of we nog haaien zullen zien. Van jongs af aan heb ik respect, zeg maar angst voor haaien. Het idee dat zo’n beest vanuit de diepte omhoog schiet en me in mijn grote teen bijt is mij een gruwel. Ik wordt dan ook meestal heel blij als ik me voorstel een kopje haaienvinnensoep te mogen eten. Die haai gaat mijn teen tenminste voorbij. Ze schijnen nuttig te zijn, lees ik in de vakbladen. Het zijn de stofzuigers van de zee die veel opruimwerkzaamheden verrichten in de dierenwereld, als het gaat om verzwakte en zieke meezwemmers.
Genoeg gefantaseerd, terug naar het hier en nu. Nog een paar dagen te gaan en dan stap ik op het vliegtuig. Ik laat mijn lief een aantal weken achter en hoop dat ik het aankan om haar zo lang te missen . Jullie horen nog van me.
Oeps
8 02 2013Naast me zit een man, eigenlijk eerder een mannetje, want hij is klein. Hij heeft iets met zijn linker hand. Later zie ik dat die hand kleiner is dan zijn rechter en dat hij hem ondersteunt. Het Cafe waar we in zitten dateert uit lang vervlogen tijden. Oude schilderijen en antieke prullaria versieren het etablissement. Dat we we hier in Brugge zijn neergestreken past niet in het verhaal van een scheepsarts. Ik zal uitleggen hoe het zit:Vóórdat duidelijk werd dat ik in februari op de Wylde Swan zou gaan meevaren, hadden we, om de winter te breken, een reisje naar Turkije afgesproken. Naar achteraf bleek was het wel wat dicht op elkaar. Één dag terug uit Turkije en dan het vliegtuig in naar Cuba. Maar ach, ik denk dan, het moet kunnen, we zijn nog jong en we willen ook eens wat anders. We stonden om 10 minuten voor zes op, het was nog stikdonker, de koffers stonden klaar. Ongeveer 1 1/2 uur rijden naar Schiphol om rond 10 uur het vliegtuig naar Antalya in Turkije te nemen. Die 1 1/2 bleek ruim 2 1/2 uur te zijn. Men was bezig de wegen bij de Coentunnel te herstructureren en dat kost tijd, ook voor ons. Tijdens het stroperig voortkruipen ontstond bij ons het vermoeden dat we misschien wel eens te laat zouden kunnen komen. Dat vermoeden bleek zich te transformeren tot een waarheid, toen we na het parkeren van onze auto en de gehaaste reis naar de vertrekhal, met onze koffertjes voor een reeds gesloten incheckbalie stonden. Allerlei pogingen tot een alternatieve weg naar het vliegtuig liepen op niets uit. Vanwege mijn onbehoorlijk aandringen en het aan de haren trekken van een grond-stewardes, zijn we met harde hand door de Schiphol-politie van het terrein verwijderd. Een telefoontje naar de reisorganisatie bleek eveneens geen soelaas te bieden, we zouden op eigen kosten een last minute naar Antalya kunnen boeken, waarop we dan voor € 100 extra door de reisorganisatie van het vliegveld naar het hotel gebracht zouden worden. Daar hadden we geen zin in.Ontgoocheld en verbijsterd stonden we met onze koffertjes op het parkeerterrein. Dat dit ons overkomt, terwijl ik toch meestal zo’n zorg tentoonspreid om niet te laat te komen en alles van te voren goed te plannen. Mijn anticipatie-neurose heeft me in de steek gelaten, terwijl ik er zo aan gehecht ben.Gelukkig heb ik een vrouw die minder last heeft van vooruitdenken en alles willen plannen.Zij zag er wel de voordelen van in, dat we nu ineens een extra week hebben ter voorbereiding op mijn reis naar het westen en weer terug. Wat ik eerder niet kon verkroppen zag zij als een nieuwe vrijheid om nog wat leuke andere dingen te doen.Eerst maar naar haar zus en man in Utrecht om af te reageren. Die zus is daar erg geschikt voor, zij ziet ook altijd wel weer een lichtpuntje in de duisternis. Een taart als troost met, volgens de bakkerse, kersen onder het schuim waar geen kersen in bleken te zitten, moest al het leed verzachten.Daar ontstond het idee om een paar dagen naar een stad te gaan. Mijn bokkenpruik en zelfverwijten waren inmiddels al wat weg gesmolten en na wat speuren op het internet vonden we een slaap-adresje in Brugge. Daarom zijn we nu in in Cafe de Vlissinghe, het oudste Cafe van de wereld volgens zeggen. Ik spreek het mannetje aan, hij legt me met zijn ronde Vlaamse tongval uit waar we nog meer naar toe moeten in Brugge. Zijn vrouw begint mee te praten en we zijn beide gecharmeerd van dit vriendelijke tweetal.Wat een onverwachte gebeurtenis al niet teweeg brengt. Het leven is vol van verrassingen en ik kreeg al weer een lesje in flexibel blijven.
Wat als ??? en nog wat
Wat als er iemand uit de mast valt en wat als iemand een blinde darmontsteking krijgt? En wat als er een epidemie aan boord uitbreekt? Dit zijn slechts een paar van de vele vragen die bij me opkomen. Ik besef, nu de reis dichterbij komt, dat mijn verantwoordelijkheid best groot is. Zoals ik al vermeldde, is mijn kennis over de diagnostiek best in orde. Eerder maak ik me zorgen over de beperkte mogelijkheden om in te grijpen. De boordapotheek bevat slechts het hoogst noodzakelijke, een medisch pakket samengesteld volgens internationale regels. Op advies van een collega huisarts en mijn apotheker neem ik een paar extra medicijnen mee naast de voorraad medicijnen die mee moeten als aanvulling. 40 kilo bagage mag ik als aspirant scheepsarts en “zeevarende met een monsterboekje” in het vliegtuig meenemen. De medicijnen worden verpakt met een pakbrief van de rederij, waarin staat wat er in zit en waar de medicijnen naar toe gaan. Dit alles om te voorkomen dat ik wegens drugshandel in een Cubaanse gevangenis beland en tot het communisme wordt bekeerd met behulp van beproefde hersenspoel-technieken. In Cuba moet ik eveneens een retour-ticket laten zien om te bewijzen dat ik het land weer verlaat. Wel enigszins merkwaardig, als je bedenkt dat er steeds meer Cubanen het land ontvluchten nu het ineens mag. Een buitenlander erbij lijkt me juist een welkome aanvulling op de bevolking of hebben ze misschien een bevolking-overschot in Cuba, waarbij een mindering van het aantal mensen eigenlijk de bedoeling is? Mijn zoon Jeroen zal Cuba, na zijn taak als stuurman te hebben afgerond, gedurende twee weken gaan verkennen. Een reisje waarop ik hem helaas niet kan vergezellen, omdat het schip 2 dagen later al weer vertrekt. Het gebied van de Bahama’s dat we vanaf Cuba doorkruisen is ondiep. Gisteren sprak ik een medewerker van een Duits cartografie bedrijf dat er vorig jaar metingen had gedaan en van Jurgens van de rederij hoorde ik dat ze de splinternieuwe kaarten net aan boord hadden gekregen. Volgens die Duitse medewerker is het gebied nog niet echt gedetailleerd in kaart gebracht. De grote scheepvaart vermijdt dit gebied meestal. Ingo en Adriaan nemen als respectievelijk kapitein en eerste stuurman de taak over van de huidige leiding. In Panama is er al een crew-wisseling geweest. Op Panama heeft het schip ruim 2 weken stil gelegen voor onderhoud en inslaan van proviand. De leerlingen zijn onder leiding van de leraren aan land gegaan voor een project in het binnenland. Wat dat precies inhoudt weet ik niet, maar hoop dat te horen als ik aan boord ben. Het is prettig dat de vorige scheepsarts van alle bemanningsleden, de leraren en de kinderen een medisch dossier heeft gemaakt, waarin ik kan nalezen wat er tot nu toe met een ieder is gebeurd op medisch vlak. Ik moet nog uitzoeken wat ik allemaal mee moet nemen aan kleding, schoeisel en verdere noodzakelijkheden.
In Nederland is het zo!
Voorbereiding 3
Voorbereiding op de reis
Het is al weer een tijdje geleden dat ik in functie was. Om als scheepsarts te functioneren heb ik gelukkig nog veel basiskennis paraat al merk ik dat ik qua medicatie-kennis wel wat mag bijspijkeren. Gesprekken met een bevriende huisarts en een apotheker hebben wat dat betreft veel opgeleverd naast de vele mogelijkheden op het internet om mijn kennis op te frissen. Behalve dat, heb ik op de spoedeisende hulp van het Antoniusziekenhuis een paar dagen mee gelopen om mijn diagnostische skills op te warmen. Wat me te wachten staat is onzeker en afgaande op wat ik te horen heb gekregen over wat er aan boord is qua medicatie en instrumentarium, zal ik me moeten voorbereiden op een taak met beperkte middelen. Gelukkig is er satellietcommunicatie aan boord zodat overleg met de radio-medische dienst aan de wal altijd mogelijk is. Het is te hopen dat ik dat niet nodig zal hebben. Het schip is een topzeil-schoener die naar ik begreep van mijn zoon Jeroen( hij is daar nu eerste stuurman)best wil lopen, 12 knopen snelheid zit er zeker in als het bij een gunstige wind niet meer is. Ik verheug me op de reis en hou jullie als er een internet verbinding is op de hoogte. Ik vertrek 16 februari naar Cuba, waar ik dan aanmonster.
voorjaarskriebels
Over zeilbootjes kan ik alleen maar spreken aan de hand van een bezoek aan Boot Holland en de HISWA. En daar heb ik niet veel nieuws over te vertellen, behalve dat ik daar een presentatie mocht geven in het zeiltheater over ons boek “Noorderzon, droomreis naar de Lofoten”.
Ons schip ligt nog steeds in de loods, klaar om weer te water te gaan. De jongens van de werf zijn al bezig met de andere schepen. De lente kriebelt ons in het emotie-brein. Kieviten legden hun eerste ei, scholeksters verklaren elkaar de liefde en bereiden zich voor een nest te bouwen en de eerste crocussen staan al in bloei.
We hadden besloten om ons schip te verkopen en ze ligt nu bijna een jaar te koop. Nu we er iets beter voorstaan, bekruipt ons de twijfel. Er waren wat lichamelijke ongemakken tijdens de laatste tochten. Kunnen we dat accepteren en kunnen we er oplossingen voor vinden? Doen we er wel goed aan om afscheid te nemen van onze beauty? Of is het toch verstandiger om de Nika nog een paar jaar te houden?
Eén ding is zeker, we gaan niet meer van die heel lange tochten maken. Dichter bij huis is het ook mooi. Wat genieten we alleen al van voor anker liggen op het Gaastmeer, van de vogelgeluiden, de stilte, het wijdse uitzicht over de weilanden, de altijd wisselende Nederlandse luchten, die het gevoel van ruimte nog meer versterken.
Vorige zomer heeft Nika het water niet gezien, haar blik op het water vanuit de loods was erg beperkt. En dat terwijl ze mooier is dan in tijden. Opnieuw gespoten, de opbouw vers in de lak en een set nieuwe voorzeilen, die de wind nog niet hebben mogen proeven.
Klaar voor het seizoen kunnen we het niet over ons hart verkrijgen, haar nog langer in ledigheid te laten rusten. ‘Navigare necesse est’, zei men vroeger, er moet gevaren worden( al was dat vroeger in een ander verband, onder de druk van voedseltekort).
Gesetteld in ons huis aan de Geeuwkade hebben we genoten van de winter. Op de schaats stappend vanuit onze voordeur, maakten we mooie tochtjes over de Geeuw, de Zwette en de Brekken. Al die mensen op het ijs stemt tot verbroedering, onderweg spreken wildvreemde mensen je aan. Wij vragen een ‘voorbij-schaatser’ hoe het ijs verder op is. Met de Waterpoort als stille getuige boven het ijs van de Kolk is het winters plaatje er één van lang vervlogen tijden. Peuters die op dubbele schaatsen achter een keukenstoel krabbelen, hun eerste pogingen om op het ijs vooruit te komen. Nieuw en niet van oude tijden zijn de moeders, vaders en opa’s en oma’s achter de kinderwagen op het ijs. Op de slecht sporende en heen en weer zwaaiende slee, voortgetrokken door paps, kraait zijn dochtertje van plezier terwijl mams enigszins bezorgd er achter aan schaatst.
Een elfstedentocht kwam er niet van, al werd er ijverig sneeuw geschoven om de baan vrij te maken voor de eventuele tocht.
Het was mooi , net als de ski-vakantie die er op volgde. Zonovergoten hellingen in de Franse Alpen en voldoende sneeuw. We waren met de hele familie op de ski’s, al was het voor het jongste kleinkind nog niet helemaal weggelegd om er van te genieten. Volgend jaar gaat het vast beter.
Als klap op de vuurpijl, bood onze oudste zoon ieder van ons een vliegtochtje van 20 minuten met een 2 persoons ultra-light vliegtuig aan. Met een noodgang skiet het vliegtuigje de helling af om zich daarna in de lucht te verheffen. De piloot, merkte droogjes op na de take-off, dat ik mijn ogen nu wel weer open mocht doen. Die waren al die tijd wel open gebleven, maar het juiste knopje indrukken van mijn fotocamera, om er een filmpje mee te maken lukte me helaas niet.
Wat een ervaring! Vlak over een besneeuwde bergkam scheren om daarna een 1000 meter kloof onder je te zien verschijnen. De piloot maakte een korte landing op een bergtop, gevolgd door een doorstart na een U-bocht. Een vaardigheid die hij moet hebben, omdat hij ook wordt ingezet bij reddingsoperaties in de bergen. Met de motor uit landt de deltavlieger op de helling vanwaar we eerder vertrokken.
Het is als je geen last van hoogtevrees hebt een aanrader om een keer mee te maken.
Maar nu eerst weer de ogen gericht op het zeilen. Hoe het gaat komen vertel ik over een paar weken.
















