In afwachting van het vertrek naar de Azoren

St George

Het was een leuk feestje. De leerlingen hebben het schip ingericht voor het bezoek van de Regina Maris en een aantal bemanningsleden van de Eye of the Wind en de Thor Heyerdahl. De Barbecue gloeide aan het begin van de avond, verdekt opgesteld, achter een container, mooi uit de wind. Onder in het schip flikkerde een veelkleurig licht en er klonken wanklanken en oergeluiden die iets als muziek moesten voorstellen. Er werd volop gedanst en iedereen leek het geweldig naar zijn zin te hebben. De keukenploeg had zich uitgesloofd gezien de prachtige buffet-tafel vol met allerlei lekkers. Op het achterschip van de Swan, heerste een gemoedelijke stemming, ‘crew meets crew’ en er werden veel ervaringen uitgewisseld.
Toch werd het geen nachtwerk, vóór het middernacht-klokje tikte, was er voor het grootste gedeelte opgeruimd en werd al het bezoek naar huis gestuurd. Lekker vast liggend aan de kade, stoorden we ons niet aan de stortregens en windvlagen die het schip geselden.
Vandaag is de storm op zijn hevigst. Op de teller haalt de wind hier in de beschutte baai regelmatig de 40 knopen. Ik vermoed dat het buiten op het grote water, nog wel wat harder blaast. We gaan niet eerder weg dan dat de wind is afgenomen. Maar te lang wachten met weggaan is niet handig, omdat er na de storm een windstilte-gebied op komst is dat we graag vóór blijven. ‘Its raining cats and dogs’, zeggen de Engelsen. Nu die heb ik niet gezien, die zitten waarschijnlijk binnen. Als er hier een bui overkomt, dan lijkt het op een wolkbreuk. De kade staat blank, waar ik verwacht binnenkort een roeiboot nodig te hebben om naar het stadje te gaan.
Uit de 6 sollicitaties voor de functie van assistent-scheepsarts, heb ik 3 leerlingen uitgekozen, die ik gedurende het volgende traject ga inwijden in de eerste beginselen van het artsenvak. Met de leraren heb ik eerst overlegd of hun schoolwerk niet zou lijden onder de extra lessen die ze nu van mij krijgen. Voor deze 3 mensen heb ik groen licht gekregen.
Ze hebben er erg veel zin in. Tijdens deze spoedcursus krijgen ze 3 onderwerpen voor hun kiezen: Anatomie, anamnese/onderzoek en praktische EHBO.
Een examen krijgen ze niet, maar het plan is dat ze wel een nep-slachtoffer krijgen tijdens een oefening, die gaat plaatsvinden ergens voor de aankomst op de Azoren. Voor de rol van slachtoffer moeten we nog een geschikte persoon vinden die goed kan toneelspelen. De tomatenketchup-voorraad zal zeker aangesproken worden.
Ik hoop uiteraard dat ons echte narigheid bespaard zal blijven. We willen allemaal gezond en veilig in IJmuiden aankomen.
Eerst nog een speelse dans over de ongetwijfeld hoge golven naar de Azoren, die prachtige eilanden, waar meestal het mooie weer voor Europa zijn geboortewieg heeft staan.

Hamilton-St. George Bios

Hamilton 5

Met de bus richting St. George, maar nu met helder weer en niet met een stortregen in het donker, rijden we over dezelfde weg die ik eergisteren reed. Alles lijkt nu wel vriendelijker. Naast me zit een donkere lady, fraai opgetut, bril met een gouden randje en kunstig beschilderde, puntige plaknagels, waarmee ze een moord zou kunnen plegen.
We gaan naar het BIOS een biologisch research center, gerund door Amerikanen. Daar aangekomen, lopen we over een campus met fraaie palmen en een oud koloniaal ogen hoofdgebouw. We worden vriendelijk ontvangen door één van de wetenschappelijk medewerkers. Zij gaat direct van start met haar presentatie, en laat ons een voedselketen ontwerpen aan de hand van een paar foto’s van verschillende zeedieren en plankton. Met haar levendige verhaal weet ze ons te boeien, en ik kom veel te weten, over het zeeleven rond Bermuda en dit geheimzinnige zeegebied, de Saragossazee. Het is nog steeds niet duidelijk waar onze paling in dit gebied zijn eitjes legt. De wetenschappelijk medewerkers bevragen elkaar voortdurend, als een running joke, of ze het al gevonden hebben. We krijgen een bijzonder dier te zien, dat leeft in de wier-plakkaten die drijven op de zee. Ze noemen het de Saragossa-vis. Het beest ziet er uit als een stukje zeewier, en heeft 2 waaierachtige poten, waarmee hij zich afzet in zijn omgeving. Eigenlijk zijn de blauwe oogjes het enige herkenbare dierlijke aan het beestje, dat niet groter is dan een duim.
Een paarse zeeëgel zet zich zelf met schelpfragmenten een hoed op ter bescherming tegen eventuele vijanden. Lijkt me wat overbodig, alsof de stekels al niet afschrikwekkend genoeg zijn.
Sinds de jaren 60 wordt er continu onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het zeewater. Er worden nieuwe soorten zeedieren ontdekt en de mate van vervuiling wordt bijgehouden. Op het laatst van haar verhaal laat ze ons nog een aantal vreemde zeewezens zien die je in je dromen of in het echt liever niet tegenkomt.
Na een gratis( inderdaad gratis, een unicum op Bermuda) kopje koffie in de kantine van het instituut en een genoeglijke babbel met een op leeftijd zijnde aimabele medewerkster, vertrekken we lopend naar St. George. Aan de kade liggen nu 4 tallships; de Regina Maris, de Eye in de Wind, de Thor Heyerdahl , en de Wylde Swan. We wachten op beter weer. Het waait als de pieten, er wordt 50 knopen wind gemeten in de vlagen. Verstandig als de kapiteins zijn, zullen we niet eerder vertrekken dan dat de depressie is overgewaaid. Ondanks de stormachtige wind en de heftige stortbuien oogt het water in de baai tussentijds als waren we aan de Middellandse zee.
Vanavond zal het zijn, een gemeenschappelijke barbecue met vier schepen. Het wordt nog uitgebreider dan we dachten.
Nog even geduld en dan gaan we. We zijn klaar voor de overtocht naar de Azoren.
Foto’s : van alles wat

Hamilton 4

College economie.

Vanochtend vroeg op. Ik mag mee naar het Hamilton college, alwaar we een les krijgen van Graig Simmons, professor in de economie.
Met ons allen stappen we in de bus. De chauffeuse, een donkere dame, heeft heur haar op een gekunstelde manier op haar hoofd geplakt, zodat het lijkt alsof ze haar spaarzame natte haar in een netje heeft gestopt. Ze rijdt als de beste in het drukke verkeer.
Op het college aangekomen, is het even zoeken waar we moeten zijn. We krijgen hulp van een vriendelijke leraar. Deze week hebben de studenten vrijaf, zodat het erg stil is op het terrein.
Voordat de prof ons zou verlichten, heeft de pas aangekomen leraar economie, Eerde, zijn kunsten vertoont, omdat we veel te vroeg ter plekke waren. Hij wist de leerlingen al snel tot nadenken te prikkelen. Hij is duidelijk gewend om met leerlingen om te gaan.
Professor Simmons blijkt een vlotte erg Amerikaanse no nonsens figuur gekleed in spijkerbroek en sweater lopend op veelkleurige sneakers.
De kern van zijn verhaal gaat al snel in de richting van zijn zorg om het milieu op dit rijke eiland. Bedrijven zijn door afwijkende belasting-regels tov. het vaste land in staat om goedkoop hun verzekeringen te regelen. Hij noemt dit captive insurance. Daarnaast wordt er hier veel herverzekerd, om risico’s te spreiden. Deze rijkdom gaat steeds meer gepaard met een belasting van het milieu, die niet bestraft wordt, waardoor het voor dit eiland een groot probleem aan het worden is. Verbranding van het meeste vuil is niet voldoende. Er blijft veel liggen dat schadelijk is voor het eiland, maar ook voor de omringende zee.
Min of meer vermanend maakt hij de leerlingen duidelijk dat je zo de volgende generatie opzadelt met de gevolgen van je consumerende gedrag.
Behalve zijn links gekleurde ideeën over het milieu, is zijn idee over armoede op Bermuda, erg Amerikaans. Je hebt het aan jezelf te wijten, en een percentage van 20 % armoede lijkt hij niet zo vreemd te vinden. Een sociaal netwerk, georganiseerd door de regering is er niet. De vele kerken leveren de zorg voor de armen en werklozen.
Toch zegt hij generaliserend ‘rich people are not nice’, they become selfish’.
Niet van zelfkritiek gespeend zegt hij: ‘here on Bermuda we were pirates in early days, now we are still pirates on a legal base’.
In de gesprekjes die ik later met enkele leerlingen had, kwam naar voren dat dit nieuw voor hen was. Het college heeft indruk gemaakt.
In mijn geliefkoosde rock Cafe komen een stel meiden binnen van het Duitse equivalent van school at sea. Ze liggen eveneens met hun schip op Bermuda, de Thor Heyerdahl. Ook zij zijn bloed-enthousiast over het school at sea project.
Morgen zullen zij zich bij ons voegen bij de barbecue. Het wordt een internationaal feestje.
Ik hoop dat de voorspelde storm geen wind in het eten gooit.
Foto’s:
Een schattig kindje komt in het cafe bij ons buurten, zich gelukkig niet bewust van dit alles wat ik hierboven beschreef. Het papiertje om een rietje wordt uitvoerig bestudeerd en losgepeuterd. Een stralende lach krijgen we cadeau.
De andere foto is van een man die wacht op de bus, een tukje is nooit weg.

De was en excursies

06 03 2013 Hamilton.
Vandaag een rustig dagje. Ik zit in een internetcafe met de naam Rock Island Cafe. Een verademing tussen al het gelikte horecagebeuren in Hamilton. Ik waan me hier in een Portugees Cafe, dichtbij de zee, waar een mix van goedgeklede zakenlui en wat artistieker geklede types de clientèle vormen.
Een aantal leerlingen hebben onder begeleiding van een leraar vrijaf. Ik kwam ze tegen in de stad. Ze hadden een ijsje gekocht waar ze zichtbaar van genoten.
Zojuist de wasserette bezocht. De man die bij de ingang stond ontfutselde mij doelgericht mijn zak met was, en stopte de inhoud in de machine. Of ik maar even wilde tekenen, en mijn telefoonnummer wilde opschrijven. Dat laatste ried ik hem ten sterkste af. Een telefoontje naar mij over een provider in Nederland zou hem wel eens een flinke duit kunnen kosten.
Over twee uurtjes kon ik terugkomen. En jawel, bij terugkomst is alles klaar. De was is keurig opgevouwen en ligt in stapels klaar om ingepakt te worden. Kostte me 27 dollar, maar ik heb nu wel een schone was voor de komende weken. Aan boord wordt ook gewassen volgens een schema. Je bent er dan wel een hele tijd mee bezig, vooral het drogen neemt veel tijd. Ik heb me dus maar de luxe gepermitteerd voor de snelle methode.
De economie-leraar is gisteren gearriveerd. Hij gaat de leerlingen ondersteunen met zijn kennis. Als ik zie wat ze allemaal in hun koppies moeten stouwen, krijg ik acuut medelijden met hen. Veel van de algebra, natuurkunde en scheikunde heb ik vroeger ook moeten verteren. Nu zou ik jammerlijk falen als mij een vraagstuk voorgeschoteld zou worden.
Ik weet niet hoe hun toetsen zijn verlopen, ik zie alleen dat ze er hard voor werken, er wordt serieus geblokt. Mooi om te zien hoe een ieder zo zijn eigen manier van werken heeft. De één heeft een koptelefoon op, de ander werkt liever buiten, ook als het kouder is. Weer een ander ligt op dek met het hoofd op een kussen en een boek of laptop in de handen. De leraren zijn voortdurend in de buurt voor toezicht en ondersteuning.
Ik heb respect voor deze vrouwen en mannen, die er voor zorgen dat alles gestroomlijnd verloopt. Morgen is er een excursie naar een school waar ze een les krijgen van een prof in de economie. Overmorgen gaan we vroeg in de ochtend met een bus naar het oceaan-onderzoekscentrum in de buurt van St. George. Daarna krijgen we een flinke wandeling voor de kiezen naar het stadje zelf, alwaar de Regina Maris ligt, het zusterschip. Het is de bedoeling om een barbecue te organiseren met de leerlingen van de Regina Maris. Intussen heeft de crew van de Wylde Swan getankt en het schip naar St. George gevaren, zodat we in de avond met een vol buikje weer aan boord kunnen gaan.
Het is bijna tijd voor de lunch, ik brei er een puntje aan.
Foto’s:
Het Cafe en een fraaie spreuk in de spiegel.

Hamilton 2

Slingerend als een dronken eend raggen we met de bus over de smalle weg naar St. George. De inzittenden, met name gekleurde mensen, komen waarschijnlijk van hun werk. Ik had het idee opgevat om in de avond een bezoekje te brengen aan mijn collega op het zusterschip, de Regina Maris , dat daar nu aan de kade ligt.
De buschauffeur moet ergens een verborgen doodswens hebben, want hij blijkt een hardnekkige voorkeur te hebben om aan de verkeerde kant van de weg te willen rijden. Opvallend is wel dat het ook voor de andere weggebruikers lijkt te gelden, zodat ik na enige tijd iets ontspanner in mijn stoeltje kan blijven zitten. De mensen die de bus binnenkomen, hebben een merkwaardige manier van betalen voor de rit. Naast de chauffeur staat een bovenmaatse spaarpot met bovenin een grote gleuf, waar het busgeld in gedeponeerd moet worden, als je geen kaartje hebt. Het valt me op dat een deel van de passagiers, slechts een ritueel gebaar boven de gleuf maken, alsof ze er wat ingooien. De chauffeur lijkt het niet te merken, een welwillend gebaar om de de minderbedeelden tegemoet te komen. ‘Zwartrijden’ krijgt hier wel een heel bijzondere betekenis.
Als het dan ook nog begint te stortregenen en de weg verandert in een waterweg begin ik hem weer te knijpen. Een tocht over de oceaan is heel wat minder stressvol, dan deze wildemansrit over de kronkelweg van Hamilton naar St. George. Links en rechts water spattend scheren we lang hoge muren en nemen slippend onduidelijke rotondes in een richting die ik niet gewend ben. Steeds meer inzittenden verlaten onderweg de bus, waarschijnlijk omdat ze het niet meer kunnen uithouden. Het is een wonder dat ik de rit tot de eindbestemming heb uitgezeten. Met knikkende knieën en het zweet tot in mijn bilnaad sleep ik mezelf naar de uitgang, me realiserend dat ik straks weer terug moet met de diezelfde bus.
Maar het was het waard, ik had een prima overleg met de collega scheepsarts van de Regina Maris. We hebben uitvoerig gesproken over onze taken aan boord en herinneringen opgehaald uit onze huisartsentijd.
De Regina Maris is een totaal ander schip, stoer, een wat gedateerd uiterlijk, maar zeer zeewaardig ogend. Een groot contrast met de moderne zakelijkheid en efficiëntie van de Wylde Swan. Leuk om de verschillen te zien.
Ik begrijp dat zij iets eerder willen vertrekken dan wij, maar het weer is uiteindelijk de bepalende factor.
05 03 2013
Het zonnetje schijnt, de kapitein repareert een afvoerbuis, en de leerlingen zijn aan het werk. Vandaag verwachten we een nieuwe leerkracht, die met ons meevaart gedurende de volgende oversteek. De bemanningsleden zijn al vroeg begonnen met klussen. De keuken ploeg van de dag bakt brood en bereidt de lunch en het avondeten voor. Vandaag is de dag voor de eerste excursie. Ik moet in de buurt van het schip blijven. Vanmiddag is het rustig aan boord.
Voor het volgende traject heb ik bedacht dat de leerlingen die er voor voelen een sollicitatie mogen doen naar de functie van assistent scheepsarts. Ik ga diegene die ik uitkies en aspiraties heeft later een medisch vak te kiezen, iedere dag wat basic vaardigheden leren, die van pas kunnen komen als hij/zij tijdens de ‘take-over’ mijn rol mag ‘overnemen’, uiteraard met mij op de achtergrond als coach.
Ik ben benieuwd wie zich aanmeldt.
Op de foto’s: de leraren(op de eerste foto met tussen hen in een leerling)

Hamilton

Naar Hamilton en aan de kade van Hamilton

We varen van St. George buitenom naar Hamilton de hoofdstad van Bermuda. Het is een rustig tochtje binnen de begrenzing van het buitenrif in zuidwestelijke richting aan de westkant van het eiland. In Hamilton krijgen de trainees een paar excursies waaronder een excursie naar een biologisch oceaan-onderzoekscentrum. Misschien mag ik wel mee.

Rond de 10 de maart is het vertrek gepland naar de Azoren, uiteraard afhankelijk van het weer, dat er nu in de vooruitzichten niet best uitziet. Misschien kunnen we achter een depressie aankruipen, gebruikmakend van de westelijke wind en meestal tijdelijk wat rustiger weer. De afstand naar de Azoren is lang, ongeveer 1400 zeemijl, zo’n 2400 km. Een groot stuk oceaan met niets dan water en geen mogelijkheid om even een ankertje uit te gooien. Voor mij het spannendste deel van de reis.
Gisteren heb ik meegedaan aan het berenspel. Het berenspel is een soort ontgroening voor de nieuwe mensen die aan boord zijn gekomen. Ik mag niet verklappen hoe het gaat, maar het komt er op neer, dat ik na het spel nu officieel een lid van de familie aan boord ben. Ik kan niet zeggen dat ik me nu heel anders voel, maar het was wel grappig en ik kreeg de mededeling dat het wel erg snel ging bij mij.
Vandaag weer een aantal kleine ongelukjes, een snee in een duim en nog een snee bij een duim. In pleisters plakken heb ik inmiddels wel een graad verdiend.
Hamilton oogt als een stadje in grote welstand, dure bungalows, grote business-gebouwen en veel dure winkels. Alles is duur hier, vaak tweemaal zo duur als in Nederland. Je moet hier niet arm zijn.
De ellende is dat er hier juist veel minder-bedeelden blijken rond te lopen. Het viel me direct op dat er haveloos geklede donkere mensen bij de haven en in de stad rondhangen; ‘Poverty in Paradise’. Soms fluistert iemand me toe of ik wat voor hem heb, alsof hij zich er voor geneert te moeten bedelen. In het plaatselijk museum kreeg ik te horen dat er inderdaad veel armoede is onder de zwarte bevolking. Het kost moeite om een baan te krijgen door de ook hier toegeslagen crisis. De hulp vanuit het gouvernement is niet voldoende en de schrijnende kloof tussen arm en rijk is alleen maar groter aan het worden.

Aan boord wordt deze dagen geklust door de bemanning, vallen en schoten worden gecontroleerd en zo nodig extra versterkt. Er is ook altijd wel wat te schuren en te schilderen, de zee is een letterlijke ijzervreter. Deze week moet er verse waar ingekocht worden; groente, fruit en sap en wat er nog zoal nodig is voor de komende overtocht.
De kapitein overlegd met één van de leraren wat er ingekocht moet worden. Ook moet er drinkwater en diesel getankt worden voor respectievelijk opvarenden en de motor.

In het museum zag ik zowaar een paar schilderijen van een Brit, ene William Chatwick, die volgens mij in de vroege jaren van de vorige eeuw, schilderijen van Van Gogh heeft gezien. De schilderstijl doet erg Goghiaans aan. Hij vond Bermuda denk ik een prettige plek, want de schilderijen die ik zag waren allemaal hier gemaakt.

De kids (dat mag ik eigenlijk niet meer zeggen) zijn ijverig aan het werk en krijgen voortdurend toetsen. Als ik het nu ook nog voor elkaar krijg dat ze tijdens de overtocht naar de Azoren wat netter worden in het opruimen, wordt het vast nog leuker. Vooral in de keuken waar ze beurtelings koken en telkens weer culinaire hoogstandjes scheppen, wil het er nog weleens wat chaotisch toegaan. Maar wat wil je met zoveel creativiteit aan boord. Als arts maak ik me wel eens zorgen over de acrobatische slapstick die ik zie als een leerling met een pan erwten van links naar rechts door de keuken schuift. Ik ben jaloers op hun behendigheid in het omzeilen van obstakels en de vanzelfsprekendheid waarmee alles steeds weer lukt. De mogelijke valpartijen die ik meen te voorspellen, maar niet gebeuren, zijn als spoken en beren die ik beter kan negeren.
Ik voel de verantwoordelijkheid om hen te wijzen op de mogelijke gevaren tijdens het varen, maar krijg ook de indruk dat dat al eerder gedurende de reis flink bij hen is ingepeperd. Op weg naar volwassenheid en verantwoordelijk gedrag moet het ook mogelijk zijn om een foutje te maken. Mijn zoon Jeroen is daar heel goed in, ik bedoel om een ander een fout te laten maken. Ik herinner me een tocht samen met hem op de Atlantis, een tallship, dat naar Nederland teruggebracht moest worden. We zaten in een verschillende wacht. Toen ik aan de beurt was en de stuurhut betrad, dook ik onmiddellijk met mijn neus in de instrumenten, nieuwsgierig als ik was naar onze positie. Mijn zoon liet het begaan, maar voegde er fijntjes aan toe ; ‘Pa, voortaan eerst om je heen kijken, dan pas de instrumenten’. Voorwaar een stichtende opmerking voor een zeeman on duty.
Bij de foto’s:
Afmeren
Aan kade
Ik vond een kroeg met dit bord waar wij morgen zeker naar toe gaan.
Een schilderij van William Chatwick

St. George

Bermuda.

Hier in de baai van St. George op Bermuda liggen we mooi beschut. Er staat een forse wind die hier minder hard lijkt dan op zee. Het turkoois-kleurige water van de baai wordt af en toe overschaduwd door donkere wolken. De witte daken van de villa’s schitteren in het zonlicht. Wat moet het een ontdekking geweest zijn toen het eerste schip in het begin van de 16e eeuw hier aankwam. Een volledig ongerept eiland midden in de oceaan, zonder een mens of een dier, behalve de vogels die hier een rustplaats vonden of hun eieren legden. Rond het eiland ligt het tegenwoordig bezaaid met honderden wrakken, het was in de tijd van primitieve navigatie middelen een gevaarlijke plek. Na de de ontdekking van het eiland in 1509 door kapitein Bermude, een Spanjaard, was het een hele tijd stil op het eiland. Pas in de 17 e eeuw kwamen de eerste kolonisten. Later kreeg Bermuda vooral strategische betekenis onder de Engelsen.
We worden met School at Sea rondgeleid door het stadje. Veel van wat we zien is geïmporteerd, bomen, planten, beesten en mensen. Er leven nu veel mensen die afstammeling zijn van de slaven die door de Engelsen hier zijn gebracht. De nog steeds Engelse kolonie heeft een eigen bestuur en is met name georiënteerd op Amerika. Het lokale geld is niet de pond maar de bermuda-dollar, die evenveel waard is als de Amerikaanse dollar. De mensen zijn hier bemiddeld en alles is hier duur. Bedrijven hebben hier een belastingvoordeel, waardoor er goed verdiend wordt op het eiland.
Gisteren kennis gemaakt met de lokale specialiteit, gebakken wahoo, een grote vis die wat lijkt op een grote makreel zonder strepen. Ze kunnen volgens Alfred Konrad, een Oostenrijker die de scepter zwaait over zijn gelijknamige restaurant, een gewicht van 20 kg hebben en zo’n 2.50 meter lang zijn.
Rond het eiland zijn veel soorten vis, die door de locale vissers worden gevangen en aan de restaurants worden geleverd.
In de zomermaanden wordt Bermuda frequent bezocht door cruise-schepen, die hun souvenierjagende schepelingen uitspugen om het eiland financieel te spekken.

Na de rondleiding in het dorp worden we vergast op een veroordeling en executie van een vrouw die aangeklaagd was voor roddel en kwaadsprekerij tegen haar echtgenoot.
In de kledij van 17 de eeuwse burgers wordt de arme vrouw door een aantal wetsdienaren op een stoel gezet. De stoel is op het eind van een wip gemonteerd, bedoeld om de kwaadsprekende dame in het water onder te dompelen als straf voor haar daden.
Wat aanvankelijk leek slechts een grapje te zijn bleek bittere ernst, toen ik samen met een viertal collegae gesommeerd werd de executie uit te voeren. Tot 6 maal werd de vrouw die aanvankelijk geen berouw toonde ondergedompeld in de zee. Een pretje dat ik bij deze zeewatertemperatuur, liever aan me voorbij zie gaan. Uiteindelijk mochten wij de executie afbreken, omdat ze smeekte op te houden, en berouw toonde.
Druipend van het water, vluchtte de dame in kwestie, nadien naar huis, diep vernederd en haar lesje geleerd, naar haar nederige stulpje.
We blijven nog een dag hier in St. George, daarna varen we, binnen het rif, naar Hamilton, de huidige hoofdstad. Daar krijgen de trainees nog een aantal excursies en opdrachten.

Foto: links de stuurman Adriaan en rechts kapitein Ingo

Here we come Bermuda

Met een snelheid over de grond van 10 knopen speren we richting Bermuda. We hopen morgen aan het begin van de avond aan te komen, vóór een depressie met harde wind.
Eindelijk dolfijnen gezien, de gewone grijze dolfijnen, die met een groep van wel 20 stuks op het schip komen afstuiven. Ze springen hoog boven de golven uit. Ze spelen even voor de boeg, maar hebben blijkbaar elders een afspraak of iets dergelijks, want ze zijn zo weer weg.
Op zee zijn heeft zo zijn voordelen, je wordt minder snel vies, smog is er niet en de zeelucht houdt je fris. Nadeel is dat alles vochtig wordt en door het zout slecht droogt.
Door het gehobbel van het schip merk ik dat ik, zonder er moeite voor te hoeven doen, mijn kleine rugspieren oefen waardoor ik veel minder last heb van de rug. Daarentegen is het een nadeel dat je sneller butsen en blauwe plekken oploopt door alle onverwachte bewegingen.
Er is geen krant, geen tv, maar wel veel gaande in dit kleine dorp op zee. De dagelijkse vergaderingen en communicatie onderling tussen crew, leraren en leerlingen is het smeermiddel om alles soepel te laten verlopen.
Morgen begint de takeover door de leerlingen. Zij moeten de rollen van officier, watchleader en engineer, overnemen. Wij krijgen een coaching-taak en moeten het proces controleren. Op de reis naar de Azoren gaat één van de leerlingen mijn taak overnemen, die zal ik dan coachen in haar/zijn rol als scheepsdokter.
Al ik zo kijk over de laatste 10 dagen, dan zijn er aardig wat probleempjes bij mij op het bordje gekomen. Meestal eenvoudige zaken, maar ook ook enkele lastige zaken die veel aandacht vragen.
We varen nu in de buurt waar vorig jaar de Regina Maris door een microburst is plat geslagen. Een microburst is een plotse neerwaartse wind die een zeilschip kan doen platslaan. Meteorologen, kunnen het vast goed uitleggen, het heeft iets te maken met luchtlagen van verschillende temperatuur die door elkaar heen breken. Een zeldzaam verschijnsel dat je naar men zegt nooit een tweede maal in je leven zult meemaken. De Regina Maris was onder zeil, en doordat de wind ineens verticaal naar beneden valt, vangt het zeil eerder meer wind bij scheef gaan dan minder, zoals bij een horizontaal inkomende windvlaag. Er is niemand gewond geraakt of over boord geslagen en het schip heeft zich weer opgericht.
Ik merk dat ik, ondanks dat ik nu aardig ingeslingerd ben, het prettig vind straks weer even vaste voet aan wal te hebben. De volgende oversteek naar de Azoren kon wel eens wat ruiger zijn. In het schip en zijn bemanning heb ik het volste vertrouwen, de onzekere factor is het weer en de toegenomen kans op ongelukken en schade als het schip grote schuivers gaan maken. Scherp blijven bij alles wat je doet. Iedere stap, iedere beweging moet doordacht gebeuren als je minder soepel bent in het opvangen van onverwachte duikelingen. De leerlingen reageren veel sneller op zijdelingse uitglijers dan de ouderen onder ons. Zelf ben ik de oudste, drie leraren zijn iets jonger en rest is veel jonger.

Sinds een aantal dagen ken ik alle 30 leerlingen bij naam, best lastig omdat een paar leerlingen op elkaar lijken, althans dat dacht ik in het begin. De methode om hen allemaal een cijfer op het voorhoofd te schilderen heb ik achterwege gelaten. Bovendien heb je er in het donker niet veel aan. Grappig om de individuele karakters te zien, spontaan, terughoudend, stil, vrolijk, mededeelzaam, belangstellend, er is van alles.

28 02 2013

Vannacht hebben we een dikke bui met veel wind over ons heen gehad. Extra bemanning aan dek was nodig om de zeilen te strijken. De breuk van een val werd professioneel opgevangen en heeft gelukkig geen verdere schade opgeleverd.
Over een paar uur komt Bermuda in zicht, het jongste maatje zit in de mast om als eerste
‘ land in zicht’ te roepen. De Nederlandse vlag wappert weer aan de hekstoel( op volle zee strijken we de vlag opdat hij niet in de weg zit bij het zeilen).
Er is nauwelijks wind, we varen op de motor tussen twee depressies door. De zeilen zijn gestreken, behalve de strak aangespannen Visserman tussen de masten om het rollen van het schip wat te beperken.
De trainees, de leerlingen, zijn druk bezig het schip extra schoon te maken voordat we de haven van St. George op Bermuda binnenlopen. Het visitekaartje van de rederij moet zich van haar beste kant laten zien.
Walvissen!!
Aan bakboorden zien we ‘spuiters’ zoals dat in vakkringen heet. Een blauwachtig gestreept lijf komt even aan de oppervlakte, daarna zien we er nog een. Ik schat ze qua lengte op ongeveer 7-8 meter en lijken met hun drieën te zijn. Misschien zijn het dwergvinvissen. Jammer, ze zijn te ver weg om goede foto’s te maken.

Rond 20 uur maken we vast aan de kade van St. George, het kleinste stadje op Bermuda.
Iedereen is opgewonden en de douane staat klaar om het schip in te klaren.
De loopplank wordt uitgelegd met daaronder een net. Een mat met ontsmettingsvloeistof wordt er voor gelegd, zodat iedereen met schone voetzolen aan boord komt.
’s Avonds heb ik vaste voet aan de grond, mijn benen voelen als slappe plantenstengels en ik bespeur een lome vermoeidheid in me. Met de crew zoeken we de eerste de beste kroeg op en laten ons trakteren op de locale rum. Heavy stuf, waar ik er maar één van kan hebben. Eenmaal terug aan boord en in bed val ik in een zware droomloze slaap.
Here we are Bermuda.

Op zee 2

Op zee 2

24 02 2013

Daar is ie dan de eerste regenbui. En wat voor een, het lijkt wel of de sluizen van de hemelse waterwegen het hebben begeven. Het begon met een paar drupjes, van die drupjes die je beschouwt als aangenaam en verfrissend. Uit de niet eens zo donkere wolken neemt het buitje in intensiteit toe tot een waterval waarvan de vissen misschien denken er in omhoog te kunnen zwemmen. Het scheepsdek staat blank en de tent boven het middenschip veranderd in een zwevend zwembad, dat regelmatig met luid geraas overloopt. De leerlingen van de wacht lopen lachend in hun zwembroek over het dek. Buiten lekker douchen in lauwwarme regen.
Het eten is klaar, we eten ‘bami-Swan’. Als ik de pindasaus zie, verbleek ik ontzet en weet ik nog net op tijd mijn afzakkende broek op te houden. Hij is totaal geschift en lijkt meer op iets dat ik destijds in mijn studietijd zag bij het beroemde college ‘toiletpot-producten’ van onze professor gastro-enterologie( de goede man zijn naam was W.C. Veger).
Resoluut pak ik de pan en loop ermee naar de keuken. De leerlingen staan er beteuterd bij. Wat doet de dokter nou, wat wil hij? De korrelige bruine massa in de pan heeft zijn emulsie-toestand verloren. Pindakaas is vet en moet zich tot een emulsie binden met het water om tot saus te worden. Deze donkere brij schreeuwde om extra water en een stevig potje roeren. Verbaasd zag de keukenploeg hun uiteengevallen geschifte saus veranderen in een smeuïge, gladde, fluweelzachte pindasaus die met wat extra toevoegingen ook nog lekkerder smaakte. Enigszins over het paard getild door dit gebeuren eet ik teveel van de bami en saus waardoor ik onrustig slaap voor mijn wacht die om middernacht ingaat, beloning naar maat.

Het was me het dagje wel, veel kleine klachtjes en een enkel moeilijker geval. Het geeft me wel het gevoel dat ik nuttig ben aan boord en ik moet bekennen dat ik me veel beter voel dan tijdens het begin van de reis. Mijn rugklachten zijn beter te hanteren en de verkoudheid is vrijwel over.
Langzamerhand is het kouder aan het worden, er moeten laagjes kleren bij. We hebben nog 4-5 dagen te gaan eer we weer land zullen zien.

25 02 2013
Op de kaartplotter is de slingerkoers te zien, zuidelijk van de ideale koerslijn naar de Bermuda eilanden. Er staat een wisselende zwakke wind. Erg hard gaat het niet en voor het eerst is op dit traject gedurende de nacht de motor aan geweest. We hopen vanuit een iets zuidelijker positie de eilanden met de te verwachtten windrichting beter te kunnen bezeilen.
De leerlingen zijn aan het werk. De leraren geven geen les maar ondersteunen hen in hun individuele leerdoelen. Het is stil in de studiezaal die ’s middags en ’s avonds omgetoverd wordt in eetzaal en later spelletjes-ruimte. Veel leerlingen zie ik gamen op hun laptops. Games waar ik niets van snap.

Op het achterschip wordt iedere dag fanatiek gevist met een lange lijn. Maar bijten willen de tonijnen, dorades en andere roofvissen tot nu toe niet. De lijn wordt uitgerold en ingerold met een molen die aangedreven wordt met de accu-boormachine.

Ik heb bewondering voor de bemanning die met de voortdurende technische probleempjes en problemen oplossingen vinden. Dat gebeurd allemaal heel soepel en vakkundig. Na de enorme regenbui van gisteren, stond het gereefde grootzeil in het loshangende deel vol met water. Er hing een zak met water aan de giek. Met een dompelpomp hebben ze het water er uit gepompt. Slim bedacht en effectief.

Op zondag is het grote schoonmaak, het ‘happy hour’ eufemistisch genoemd (Ik heb daar een andere voorstelling bij, echter ook op zondag staat het schip droog, er wordt geen druppel alcohol gebruikt tijdens het varen). De keuken gaat op zijn kop, de koelkamer en vriesruimte worden leeggehaald en schoon gemaakt. De groente wordt voordat die terug gaat naar de koelkamer eerst gecontroleerd op eventuele rotte plekken die met een mes worden uitgesneden. Iedere dag wordt het dek geschrobd, er worden kleren en beddengoed gewassen en er hangt altijd wel was te drogen. Alles krijgt extra aandacht bovenop de dagelijkse schoonmaak-rondes die de leerlingen zelf doen. De kapitein heeft alles onder controle en zorgt ervoor dat al die taken gecoördineerd worden verricht.
Tot later

Op zee

Op zee 1

Het valt niet mee met een opkomende verkoudheid lol te hebben op een hobbelend schip. Er is een verstekeling aan boord in de vorm van een virus dat al de helft van de opvarenden te pakken heeft gehad. Het is niet een erg gemene jongen, maar prettig kun je hem nou ook weer niet noemen.
Ik ben nog steeds aan het inslingeren. Er zijn een paar leerlingen wat zeeziek, maar dat is voor hun al een bekend gebeuren. Ze vragen meestal geen hulp.
De hondenwacht begint een beetje wennen. Overdag valt het wel mee, ’s nachts is het een lange zit. Langzaam aan komt er een ritme in de dag en het verloren gevoel begint bij mij te verbleken.

We stuiven met zo’n 8 knopen aan de wind naar het Noord-noordoosten. Aan bakboord ligt Miami, aan stuurboord liggen de Bahama’s. Er staat een wind Beaufort 6 uit het oost-zuidoosten en af en toe duiken we diep in de golven. De noordwaarts gaande golfstroom helpt om de gang er in te houden.
Voor het eerst zie ik vliegende vissen, kleine torpedo’s met doorzichtige vleugels die tientallen meters over golftoppen scheren. Wat een schitterende manier om aan je vraatzuchtige vijanden onder water te ontkomen. Volgens de leerlingen zijn er ook vissen aan boord gevlogen, een misrekening die ze met de dood moet bekopen. Ontsnappen aan de dodelijke kaken van een roofvis wordt ontsnappen aan het leven door voorgoed het natte voor het droge in te ruilen.
De dolfijnen laten zich niet zien, of wij vergeten misschien wel om naar ze uit te kijken.

Vandaag heb ik er een taak bij gekregen. In de middag ben ik voor de kapitein standby op het achterdek, als er geklust moet worden, ik hoef er niet continue te blijven, alleen als het nodig is. Daarnaast heb ik gemerkt dat ik ook een beetje leraar ben voor de leerlingen die opdrachten krijgen op het vlak van de biologie. Het moet dat wel medisch getint zijn. Als het gaat over de ontwikkeling van het Cambrium in de plantenstengel of hoe de Roerdomp zijn nest bouwt, stuur ik hen terug naar de biologielerares. Een vraag naast mijn vakgebied zoals wat een missionaris is, kan ik dan wel weer beantwoorden.
Mijn patiënten die gisteren in de keuken in glas meenden te moeten gaan staan maken het goed. Ik heb de wondjes onderzocht of er nog glas in zat. Bij éen van hen twijfelde ik, een nat verband en betadine bleek de volgende dag tot een goed resultaat te leiden. Vannacht droomde ik nog dat ik een operatieve ingreep moest doen, waarbij de kapitein naast me stond om de patiënt op momenten van ontwaken met de rubber hamer zachtzinnig weer in slaap te brengen. Later bedacht ik me dat er misschien wel betere manieren zijn om de patiënt te verdoven. In werkelijkheid verlopen de dingen gelukkig niet zoals in mijn dromen.
In de kapiteinsvergadering hebben we besloten er extra op te letten dat er schoenen worden gedragen in de keuken en tijdens de wachten buiten. Over 2 weken wordt het sowieso kouder, dan gaan de schoentjes vanzelf aan de voeten.
Ik ben erg te spreken over de communicatie tussen leraren en crew. De kapitein gaat daar zeer zorgvuldig mee om, en alles wat de rest van de begeleiding opvalt komt ter sprake. Zo is er duidelijkheid naar de leerlingen zodat zij weten waar ze aan toe zijn.
Naast mij worden de aardappelen geschild en in plakjes gesneden, 42 monden die vanavond gevoed moeten worden, iedere dag weer. Er wordt dagelijks brood gebakken, en de vrieskamer mag nu in versneld tempo leeg gegeten worden. De kapitein wil niet dat er veel eten over blijft op het eind van de reis. Rolf, één van de de leraren, zwaait de scepter over de keuken, bespreekt het menu, en zet de keukenploeg van de dag aan het werk. De leerlingen koken voor de hele bemanning en hun zelf. Er is steeds een andere ploeg verantwoordelijk. Afwisselend hebben de leerlingen tijd voor studie of tijd voor taken op het schip. Binnenkort krijgen de leerlingen een ‘take-over’ van het schip. Zij krijgen de leiding over het schip voor een dag waarbij de crew de taken moeten verrichten. Ze moeten eerst schriftelijk naar de verschillende functies solliciteren, waarbij ze moeten aangeven voor welke functie ze denken het meest geschikt te zijn. Ik ben benieuwd hoe dat gaat verlopen.
23 02 2013
Na het invallen van de duisternis heeft de kapitein het grootzeil gereefd waardoor we, iets rechter op, alleen maar sneller zijn varen.
Met een snelheid van 11-12 knopen stuiven we door het water. De stroom helpt een handje mee, en de iets ruimer inkomende wind geeft het schip eer aan haar naam. Het geluid van het langsstromende water zwelt ritmisch aan bij haar lichte schommelingen. Boven ons een heldere maan, af en toe bedekt door grijswitte wolken. Het zicht is opvallend helder zo midden in de nacht. Een passagierschip, als een fel verlicht flatgebouw, komt ons aan bakboord tegemoet. Om ons zichtbaarder te maken ontsteken we de dekverlichting. De 4 leerlingen die in de wacht zitten zijn goed wakker, bespreken de gebeurtenissen van de dag en bekijken een set kaarten met afbeeldingen van boeien en vaartekens.
Onder mij voel ik de Swan vibreren door de hoge snelheid, alsof ze siddert van genoegen. Dit is zeilen waar ik blij van wordt. Het doet me denken aan de terugtocht met de Nika over de Noordzee vanaf Noorwegen. Kijkend naar de wolken zie ik vormen die allerlei beelden bij me oproepen. Fantastische fabeldieren die voortdurend van uiterlijk veranderen, voortsnellend boven de horizon. Boven mij zijn de wolken eiler. Misschien zijn het witte wieven die de maan proberen te betoveren. De maan legt een brede zilveren loper van licht over de golven. Ver weg aan bakboord zie ik de lichten van een paar containerschepen die ons voorbij lopen.
Nog 850 mijl te gaan naar de Bermudaeilanden. Als het zo doorgaat zijn we daar met een dag of 5- 6.