Horta op Faial

25 en 26 maart
Wat een hondenweer. Zelfs de teckel van mijn zoon zou hier zijn neus voor ophalen. Horta op Faial maakt haar naam niet waar. Het Azoren-hoog is wel erg laag geworden. Het ene na het andere depressie-front meent hier zijn water te moeten droppen. Een wandeling over de kade naar het stadje, lijkt meer op een gang door de auto-wasstraat. De broek die stijf stond van het zout had de wasbeurt kunnen overslaan.
Vanmorgen heb ik alle vuile kleren naar de wasserette gebracht, waar ik hen na 2 uur weer mocht ophalen. Nu weet ik dat men op zee minder snel vies wordt als in Amsterdam of Sneek. Toch begint de boel na enige tijd te geuren naar iets wat het meeste lijkt op een natte dweil die te lang in de emmer heeft gelegen. De leerlingen maken gebruik van de wasmachine aan boord. Een nadeel daarvan is dat de was nat uit de machine komt en ook droog moet worden. Bovendien is er een strak schema waarin staat wie en wanneer iemand aan de beurt is. Allemaal een beetje lastig, zodat ik maar weer eens voor het gemak koos.
Iedere zeiler kan hier zijn wonden likken. Verschillende bedrijfjes bieden hun diensten aan, van zeilmakers tot waterpomp-installateurs. Elk schip heeft wel wat, dat onderweg de geest heeft gegeven. Hier is de gelegenheid om dat allemaal te herstellen, voordat de reis verder gaat.
Ik voel me thuis op Horta. De mensen zijn vriendelijk, ondanks dat ze duidelijk lijden onder de crisis. De huizen zijn slecht onderhouden, de sfeer is die van 20 -30 jaar geleden. Er zijn geen grote modewinkels, nauwelijks luxe restaurants en bars. Je vind in het stadje merendeels kleine winkels met heel gewone spullen, eenvoudige bars waar je voor 60 cent een kopje espresso drinkt of voor een euro een biertje van de tap krijgt.
Opvallend is dat er geen flats of hoge gebouwen zijn. Alles oogt nog vrij authentiek.
Bij de kapper was ik voor het weinige haar dat er op mijn hoofd zit, maar dat nodig gemaaid moest worden, slechts 5 euro kwijt. Voor dat bedrag, heeft de oude kapster, die volgens haar zeggen al 29 jaar in het vak zit, mijn hoofd ook nog met een onbestemd goedje ingesmeerd dat lekker rook.
Er is een Cafe in Horta dat de hele zeilwereld kent; ‘Peter Cafe Sport’. Iedere zeiler die het heeft gewaagt de oceaan over te steken en hier in Horta voor tijdelijk een rustplek vond, kent dit beroemde Cafe. Na aankomst van ieder schip, heeft de bemanning de weg naar deze kroeg gevonden, de terugweg naar het schip was vaak lastiger. De leerlingen zijn de eerste avond met de crew mee geweest. De cola en de sapjes smaakten hun best.

Maandag moest er weer gestudeerd worden, het gaat nu om de laatste loodjes. Het eind van de reis komt in zicht en daarmee ook het schooljaar. Vanmiddag zijn een aantal leerlingen naar het plaatselijke zwembad.
Mijn timing om met een bus een rondrit te maken over het eiland, was niet best. Ik heb veel regen en mist gezien, maar weinig van het landschap. De rotsachtige kust bestaat vooral uit zwarte grillige vulcaanas-formaties en basalt. Op de weilandjes zie ik Hollandse koeien tussen veelkleurige bloemen die ik ook ken van Madeira en La Palma.

Wel erg aardig om met de collega scheepsarts van de Regina Maris ervaringen uit te wisselen. Een telefoongesprek met het medisch thuisfront over een ingestelde behandeling bevestigde onze gemeenschappelijke aanpak en dat geeft je weer zelfvertrouwen. Onder het genot van een glas vinho verde en een halve geroosterde kip hebben we elkaars persoonlijke roerselen tegen het licht gehouden dat tijdens het eten steeds minder werd. Of het nu de wijn was of de regenwolk weet ik niet meer, het was een aangename lunch.
Gelukkig is het rustig in de medische scheepspraktijk. De meeste pijntjes of ongemakken kunnen vaak met enkele woorden bezworen worden. De leerlingen hebben hier aan de kade voor tijdelijk een vaste voet aan wal. Mooi, die afwisseling van op zee zijn en dan weer een periode aan de wal. De focus wordt verlegd en het dagelijkse patroon doorbroken. Het veranderlijke element geeft onrust maar ook kans op vernieuwing en groei.
Door het raam kijkend zie ik zowaar een zonnetje en de top van de Pico, de vulkaan op het naast liggende eiland, waar de witte wijn van de Azoren vandaan komt. Het glas wijn dat ik gisteren dronk had een aangenaam geurend bouquet van meloen en citrusvruchten. Een iets bittere afdronk, maakte het smaakpalet tot een klein feestje. Na 11 dagen tijdens de overtocht op een droogje gezet te zijn, komt zoiets extra lekker bij je binnen. Ja, ik ben nu eenmaal een wijn-liefhebber en vind het leuk om telkens weer nieuwe smaken te ontdekken.
Horta je hebt mijn hart gestolen.

Foto’s;
Aankomst Horta op Faial
Tekeningen op de kade
De 2 scheepsartsen van de Regina Maris en de Wylde Swan

We zijn er bijna

Nog even te gaan naar de Azoren
22 03

De zon schijnt weer, de storm is voorbij, de golven hebben hun steilheid verloren, de zwaartekracht heeft het gewonnen van de wind. Alle lappen staan bij en bij een matig windje varen we over een glooiend golven-dek op Horta af. Een paar mijl voor ons uit vaart de Eye of the Wind, die een tijd op de motor heeft gevaren. De Regina Maris kunnen we niet zien op de AIS, ze vaart buiten marifoon bereik.
Iedereen is opgewekt en bezig met studeren of werkzaamheden in de wacht. Vanavond begint de ‘take over’. De kapiteins, de officiers en de watchleaders zijn uitgekozen door Ingo. Mijn 3 assistent- scheepsartsen, hebben hun lessen gehad, en zijn voorbereid op de ‘take over’ waarbij ze elk een moeilijk geval moeten oplossen. Ik heb daarvoor in het geheim een paar leerlingen gevraagd een slachtofferrol te spelen. Een leerling moet flauwgevallen, doordat ze kijkt naar ‘een bloederige’ (ketchup)wond van haar hand. De assistent wordt verwacht een diagnose te stellen. Zij moet het slachtoffer onderzoeken en neerleggen op de rug waarbij de benen omhoog geheven moeten worden, waarop dan hopelijk de patiënt weer bijkomt.
Het tweede slachtoffer gaat zich verslikken in een stuk appel, een granny-smith( ik heb overwogen er een elstar van te maken, maar het slachtoffer houdt meer van zure appels). Mijn assistent moet behalve de gebruikelijke klopjes op de rug, de handgreep van Heimlich toepassen om het stuk appel uit de luchtpijp te verwijderen. Mocht het slachtoffer alsnog dreigen te stikken, kan ik ingrijpen. Allemaal heel spannend.
Mijn derde assistent krijgt te maken met een luid gillende leerling die klaagt over hevige pijn in de schouder en daarbij dreigt over te geven van de pijn. Ze ligt op de rug. De assistent moet haar voorzichtig op de zij draaien in stabiele zijligging. Daarna zal hij haar moeten vragen wat er is en een voorlopige diagnose moeten stellen. Vervolgens moet hij lege artis een mitella aanbrengen om haar veilig te kunnen vervoeren naar de behandelkamer, de kapiteinshut. Ik sta er met mijn vingers in de neus bij, genietend van mijn pupillen, die hun best doen. Althans dat hoop ik.
Naast een vluchtige kennis van anatomie en fysiologie hebben ze zeker een beperkte ehbo vaardigheid geleerd die ze de rest van hun leven kunnen gebruiken. Wat ze ook zeker meegekregen hebben is een vermogen om eerst te vragen en te observeren wat er is, voordat ze tot handelen over gaan. Ik heb hen, denk ik, duidelijk gemaakt wat ze zelf kunnen doen en wat ze moeten overlaten aan een deskundiger persoon.

Harde muziek op het achterdek, er moet vergaderd worden.
Middag.
We lopen hard in op de Eye of the Wind. Midden op de oceaan een collega lappen met bijna 2 knopen meer snelheid, is leuk, zeker leuk met al die enthousiaste koppies die vanaf de railing naar het andere schip zwaaien. De piratenvlag die we hesen, wordt door de Eye beantwoord met een soortgelijke vlag. De eerste stuurman, Adriaan ziet er uit als de eerste beste piraten-malloot met op zijn hoofd een muts met twee oren die hij voor de gelegenheid heeft opgezet. In verband met gebrek aan munitie, hebben we deze keer de kanonnen laten zwijgen. We zien elkaar weer denk ik als we op het eiland zijn gearriveerd.
Bij de foto’s:
Mijn assistent scheepsartsen aan het werk met hun ‘slachtoffers’ op de take over dag.

Hoog,hoger,hoogst

Hoog Hoger hoogst

20 03 2013
Na een verschrikkelijk onrustige hobbel-nacht, ik had hoogstens 2 uur geslapen, probeer ik me op te peppen deze dag aan te gaan. De storm die vandaag over ons heen woedt heeft mij en ik denk ook de anderen in de macht, maar het schip is onder controle.
Ondanks het voorschrift , één hand voor jezelf en één hand voor het schip, blijft het voor ons allemaal lastig om de onvoorspelbare schuivers van het schip te pareren. Alleen vandaag zou het nog hard waaien, morgen gaat de wind wat liggen.
Omdat alles is afgesloten, de luiken en patrijspoorten zijn dicht, kun je niet zien hoe het buiten te keer gaat. De windrichting is gunstig maar gaat naar de 45 knopen, meer dan voorspeld was. Met slechts de binnenkluiver en 2 staysails lopen we 8 à 9 knopen.

Na het ontbijt dacht ik, kom laten we eens een luchtje gaan scheppen (Dat luchtje leek later meer op een windturbine die op zijn snelste stand probeerde me van het dek te blazen.)
Voordat ik naar boven mocht, moest ik me in een tuigje hijsen, dat niet direct mijn maat had. Met hulp van een leerling wist ik het rollade-gevoel iets te verlichten door het verstellen van de gespen. Twee enorme haken aan dikke riemen, met een soort veiligheidsslot, gaan me redden tijdens de beoogde gang naar het achterdek.
Ik schrik en verstar als de deur met hulp van een leerling open gaat. Ik kijk recht in een muur van water die gelukkig van me af blijkt te gaan. Na wat aanmoediging en een zetje, stap ik in het gangboord terwijl ik me zeker met één van de bovenmaatse veiligheidsspelden.
Ik wist dat het er buiten ruig aan toe zou gaan, maar deze aanblik van massale waterbergen die onder de Swan doorrollen, benam me wel even de adem.
Volgens de geleerden op het achterdek, dat ik na enige tijd met moeite bereikte, waren sommige jongens wel 9 meter hoog. Ik nestelde me met mijn rug tegen de houten stuurkolom, de veiligheidshaak vast aan een lijn over het achterdek. Dat die lijnen met haken niet voor niets zijn, bleek toen een golf die oversloeg een leerling als een proestend bolletje over het dek spoelde. Lachend schudde ze haar natte pak uit als was ze een hondje dat zojuist een bad had genomen.
Ik heb een tijd zitten te genieten van het zicht op de aanrollende en soms overslaande watermassa’s, die als cohorten op ons afkomen. Mooi hoe de Wilde Swan de meeste bestijgt en weer afrijdt.
Slechts af en toe weet een golf het achterdek, zoals ik hierboven schreef, te bespringen.
De oceaan in al haar willekeur en glorie, waar ik zo vaak over las, maar nu in het echt beleef.
Laat ik eerlijk bekennen, wat ik hoop is dat er gauw een eind komt aan deze storm.
Spectaculair om te zien, maar het moet niet te lang duren. Ik vind blessures oplopen niet de bedoeling van deze reis en ik hoop oprecht dat we verschoond blijven van ernstig leed. De kans op schade en letsels is recht-evenredig met een toename van de wind en de hoogte van de golven.
Waarschijnlijk worstelen de Regina Maris en de Thor Heyerdahl met dezelfde golven, ze zijn niet ver van ons vandaan. Pas op de Azoren horen we hun verhalen.
Zoals het nu lijkt ETA(estimated time of arrival) a.s. zondag of maandag.

P.s.
Ik begrijp dat ik deze blog pas op Horta kan posten omdat Sailmail er uit ligt, er is een probleem met de korte golf radio.

Over de helft Bermuda- Azoren

Over de helft van de afstand Bermuda-Azoren
18 03

Buiten schuimende kopjes op de golven, binnen ijverig studerende leerlingen. Maandag en en de rest van de week is er weer school, net als thuis. De keukenploeg bereidt de lunch en het avondeten voor. Een klus waar ze zowat de hele dag mee bezig zijn. Het is niet niks om iedere dag 40 monden te moeten vullen.
We zijn hier aan boord letterlijk met elkaar opgescheept, en moeten er het beste van maken. Wat er in het fluistercircuit onder de leerlingen rondgaat, weet ik niet. Ik stel me voor dat ongenoegens daar wel eens tot uiting komen. Over het geheel genomen valt me op dat de stemming goed is, en er weinig openlijk geklaagd wordt. Iedere dag is er een captain’s talk, waarbij alles van leuk tot minder leuk ter sprake komt. Datgene dat goed ging wordt met applaus beloond. Tijdens de wachten zijn de leerlingen erg gemotiveerd om de noodzakelijke inspecties, zeilwisselingen en andere klussen te doen. Regelmatig zie ik hen het veiligheidsharnas aantrekken als er iets op het voordek moet gebeuren.

Veel zeeleven heb ik op dit traject nog niet gezien. Gisteren werden we kortstondig bezocht door een paar dolfijnen.
Als ik me voorstel dat er 4-5 kilometer water onder ons zit, duizelt het me. Wat is daar allemaal beneden en hoe kan dat daar in de diepe duisternis leven? De zeebiologe had er een nuchter antwoord op: ‘daar heb ik geen onderzoek gedaan’. Misschien is mijn vraag onjuist, en wil ik slechts een bevestiging voor mijn verwondering, zonder echt te willen begrijpen.
Ik heb tijdens deze reis gemerkt hoezeer ik letterlijk en figuurlijk heen en weer geslingerd word; ontzag voor het grootse van de oceaan, geïmponeerd door de afstanden die we afleggen, een beetje benauwd bij het zien van de gigantische bergen water die onder ons doorrollen en tegelijkertijd het glorieuze gevoel ze te kunnen bedwingen.
Ik sprak al eerder over de medische klusjes aan boord en mijn zorg dat er van alles kan gebeuren. Ook daarin merk ik dat ik wisselende optieken hanteer; van uitspreken dat ik me zorgen maak over de risico’s die genomen worden bij het openen en sluiten van de zware deuren naar buiten( voorschrift is nu dat bij een slingerend schip de deur met twee man geopend moet worden) tot een groeiend vertrouwen in de flexibiliteit en handigheid van de leerlingen.
De baardenmode onder de crew en een aantal leraren, die nu steeds meer gaat lijken op het kweken van een hangsnor en een sik heb ik eigenzinnig doorbroken door me vanochtend te scheren.
Voelt een stuk aangenamer. Een kokosmat aan mijn kin en op mijn wangen, met de kleur van uitgebrande houtskool geeft me het gevoel een clochard te zijn, die onder de bruggen van Parijs het restafval van toeristen eet.
Over eten gesproken, op de Azoren wordt het een gebakken visje. Ik ben het zat dat ik verdorie op het grootste leefterrein van die beestjes, de oceaan, niet eens een vers visje kan scoren. Daarvoor moet je blijkbaar aan land zijn, waar de professionele vissers hun gevangen waar aanbieden. De vispogingen onderweg waren tot nu toe niet bepaald succesvol.
19 03
Vanavond neemt de wind toe. De Regina Maris hebben we ingehaald, maar het verschil in snelheid zal minder worden, omdat de Regina meer wind kan hebben.
Vanaf de boeg stroomt wit gemarmerd schuim op het diep donkerkleurige oceaanwater langs het schip. Overal zie ik de toppen van de golven omkrullen, en als dat gebeurt in de nabijheid van het achterschip , gaat dat gepaard met een aanzwellend gebruis, totdat de omslaande golf in zichzelf verdwijnt. Het waait nu een 7 Beaufort en Swan maakt bij de hoogste golven flinke schuivers, waarbij het zeewater over het middendek spoelt.
We liften mee op de zuidelijke rand van een diepe depressie die oostwaarts snelt. Met deze wind schuin van achteren, de breefok vol uit en een paar kleinere langszeilen ter stabilisatie, lopen we voortdurend meer dan 10-11 knopen. Als we in staat zijn om het meeliften op de depressie vast te houden, zie ik ons zaterdag in de avond Horta aanlopen. De 700 mijl die we nog te gaan hebben zullen als chocolaatjes smelten in de mond van een smulpaap.
190 mijl op een dag hebben we al in de records staan. Daar gaan we vandaag overheen.

Bermuda – Azoren 3

Slingeren 16 03

Het zwaantje slingert alsof ze een slok op heeft. Neen, dit is geen prettige koers. Met een flinke wind van achteren heeft ze weinig druk op de langsscheepse zeilen. Afhankelijk van de golven tilt ze haar kont schuin omhoog en gooit zich daarna in een tegenovergestelde zijdelingse slingerbeweging. Daarbij dondert er regelmatig iets van zijn plek, mezelf incluis. Alles is in principe zeevast gezet. Toch ontsnapt er wel eens een theepot of een kopje aan onze aandacht zijn om vervolgens zijn vrijheid rinkelend te vieren. Er zijn regelmatig, kleine blessures, waarvoor ik in actie moet komen.

De gevolgen van mijn val, zijn te verdragen, al voel ik me wel onzekerder bij het bewegen over het schip. Bepaalde bewegingen zijn nog erg pijnlijk. Ik vermoed dat de tijd als gebruikelijk de wond zal helen. De leerlingen blijven onder dit alles vrij stoïcijns, en gaan vanavond al heen en weer slingerend een film bekijken. Gek genoeg is er niemand zeeziek, zelfs één van onze vaste klanten loopt huppelend rond. Iedereen is dus behoorlijk ingeslingerd. Van misselijkheid is geen sprake. De pizza met sla trok gretig aftrek.

Op de Regina Maris, die een andere koers vaart dan wij zijn we door de gunstige wind en niet te vergeten de goede routering van onze kapitein flink ingelopen. We hadden een achterstand van 60 uur sinds we opnieuw, na herstel van het roer, vertrokken vanaf Bermuda. We zijn iets over een derde van de afstand naar de Azoren. Persoonlijk vind ik dit niet het mooiste stuk varen, het is een stuk kouder en de voordewindse slingerkoers is niet prettig. In de periodes, als de wind iets meer van opzij inkomt en het zonnetje erbij schijnt is alles veel prettiger en hoef ik me minder te verhouwen en vast te klampen bij iedere schuiver van het schip.

De komende dagen verwacht ik dat de wind nog wat gaat draaien als ik de gribfiles mag geloven. Ik vertrouw erop dat Ingo de beste route uitzoekt.

Officieel ben ik nu ontslagen uit de avondwacht en alleen oproepbaar bij uitval van bemanningsleden. ’s Morgens ben ik om 8 uur present, omdat in de ochtend de planning voor de dag wordt gemaakt. Dat geeft me wel meer lucht, omdat ik iedere dag wel voor één of een paar medische klusjes geroepen word.

Behalve dat moet ik ook de lessen voorbereiden, voor de assistent-artsen en de lessen geven. Ze zijn erg leergierig en als er wat is staat één van de leerlingen met haar neus er boven op.



17 03

De wind is wat gedraaid en we liggen nu veel stabieler. Het is happy hour-dag, dus schoonmaken. In de middag hadden we een drill, een veiligheidsoefening. Er was zogenaamd van alles mis, een aanvaring met een container, brand, twee gewonden, en een zinkend schip, waar we vanaf moesten. Alle procedures zijn geoefend. Mijn 3 assistent-scheepsartsen hadden het druk en deden het goed. De triage( bepalen wat als eerste behandeld moest worden) was de beste les voor hen. Morgen ga ik alles met hen evalueren. Dit soort oefeningen tijdens de reis zijn verplicht om te doen en moeten steeds herhaald worden.

Het lijkt erop dat we de Regina Maris bijna ingehaald hebben, 60 uur achterstand ingelopen. Het klokje gaat regelmatig over de 10 knopen, 13 knopen was het maximum dat we registreerden. De wind blaast met 25-30 knopen uit iets noordelijk van west. Een windje 6-7 Beaufort op de kont. Met de enorme breefok wil dat wel lopen. Als dit zo doorgaat, zijn we met 5-6 dagen op de Azoren . We zien wel….

Bermuda – Azoren 2

Aan bakboord regent het, aan stuurboord probeert de zon door de hoge bewolking de zee te belichten. Een mooie bakstag wind laat de Swan zo’ n 8-9 knopen varen. Het schip ligt als een tevreden teckel languit op één oor. Om ons heen alleen maar water, mijlen ver van land. Het ritme van de oceaan heeft ons in de greep.

De leerlingen zijn deels aan het werk, deels lopen ze mee in de wacht. Na de valse start vanaf Bermuda met de harde wind en de hoge golven is dit tweede begin van de reis heel wat aangenamer. Ik praat met de mensen in de wacht over de meest uiteenlopende onderwerpen. Bootjes is favoriet. Met twee leerlingen had ik een gesprek over de eigenschappen en gevaren van drugs. Ze blijken er niet echt veel van te weten. Zouden hun ouders dat wel beseffen?

Er wordt tot nu toe met de hand gestuurd. De wachtlopende leerlingen lossen elkaar steeds af. Ze vinden het leuk om dit prachtige schip op koers te houden, de baas over een slanke kolos van staal, dat op de wind door het water stuift. We zijn benieuwd of we de achterstand van 60 uur op de Regina Maris wat kunnen inlopen. Tot onze vreugde, blijken zij volgens de gribfiles nu wind tegen te hebben, terwijl wij de wind mee hebben. As het zo doorgaat, zijn we met 10- 11 dagen bij de Azoren. Een gemiddelde van 180 mijl per dag is met een gunstige wind misschien wel haalbaar.

Gisteren is er een spel gestart. Het murdergame. Iedereen trekt 3 briefjes, met respectievelijk een naam, een voorwerp en een locatie. Je bezitter van de briefjes moet met het voorwerp op de desbetreffende locatie de persoon met die naam, ‘vermoorden’ met de uitspraak ‘ je bent dood’. De ‘dode’ wordt geregistreerd en moet zijn briefjes aan de ‘moordenaar’ geven. Het spel gaat door totdat iedereen ‘dood’ is behalve degene die als laatste overblijft en dus de ‘supermoordenaar’ is. In tegenspraak met mijn taak hier aan boord, heb ik de eerste ‘moord’ op mijn geweten. Met een rubber antislip-matje heb ik mijn euvele daad verricht bij de bar en ben nu in het bezit van een nieuwe set briefjes. De komende dagen ga ik vast voor de bijl, want mijn locatie is geen plaats maar een datum over 2 weken, ik kan dus tot die tijd niemand ‘vermoorden’.

‘Het broest erover’. Het karakteristieke geluid van de golven die langs het schip bruisen wordt af en toe begeleid door een voelbare siddering, een teken dat we hard gaan. Het stuurwiel maakt het vertrouwde rommelende geluid als het teruggedraaid wordt. Af en toe slaat een vlak inkomende golf met een dreun tegen de romp, als wil de zee laten weten dat ze er is. Laat dit windje en deze golven maar een tijdje duren. Een uur later is de pret voorbij, niets wisselender als het weer. Een bui met een bult wind teistert de Swan, het leek een beetje op een rolwolk, zoals ik dat een keer op land heb meegemaakt. Eerst vrijwel geen wind, een paar spetters regen en dan plotseling een dikke vlaag tot stormachtige proporties. De oude wijsheid blijkt hier te kloppen; Eerst de regen dan de wind, berg uw zeilen maar gezwind. Eerst de wind dan de regen, laat maar staan het kan er tegen. Nu komt de wind uit de tegenovergestelde richting, uit het noordwesten. Daarvoor moesten we een stormrondje maken. Heel wat ingewikkelder dan met een Valk of een kajuitjacht. Ik denk dat we met alle drie wachten, zeker een kwartier bezig zijn geweest om alles voor elkaar te krijgen. De leerlingen zijn blijkbaar wat gewend, want de lunch werd in alle rust genuttigd ondanks de bewegingen van het schip. De potten met jam en chocoladepasta, bleven met hun pootjes op de plank, dus uiteindelijk viel het mee.



15 03 Er is weinig wind. Het schip rolt. In de keuken achter onze hut hoor ik het wapengekletter van het bestek, dat vecht om het beste plekje in de bak. Ik lig op bed. Gisteravond maakte ik een lelijke val tijdens de wacht.

Omdat de wind het voor gezien hield, klapperde het grootzeil nutteloos op de onregelmatige deining. Dat zeil moest naar beneden. Op een slingerend schip is dat een heel gedoe, waarbij vooral het lastig is om de zware giek in de mik te krijgen. Met steunlijnen aan beide boorden werd de giek midscheeps gebracht. Ik zekerde de bakboordlijn met een slag om de bolder er moest hem zo strak mogelijk houden, terwijl twee leerlingen de lijn aantrokken als de giek hun kant op zwaaide. De grootschoot was al aangetrokken. Terwijl ik hard aan de lijn trok, was er een onverwachte slingerbeweging van het schip. De slag om de bolder was ineens zonder spanning en schoot los omhoog. Ik werd daardoor achterwaarts gelanceerd en kwam met mijn onderrug en bekken op een grote lier terecht. De felle pijn was haast niet te verdragen en ik dacht aanvankelijk het ergste. Ingo, de kapitein was direct bij me. Spoedig bleek dat ik alles goed kon bewegen en de diagnose die ik meende te mogen stellen was dat het waarschijnlijk een forse blessure van de bovenbilspier in de buurt van mijn bekkenkam rechts betrof. Pijnlijk maar niet ernstig. Na een poosje rust en arnica lokaal en inwendig, heeft de bootsman me ondersteund op weg naar de hut over het schommelende schip.

Vanochtend is de pijn wat minder en ik hoop vandaag weer wat te mobiliseren. Mijn bil zal wel bont en blauw zijn. In een bavianen kolonie zou ik vast aantrekkelijker zijn voor de dames en in de rangorde een paar stapjes hogerop komen.

De laatste en de komende blogs worden via Sailmail naar mijn zoon Jeroen gestuurd, die ze op het blog zet. Zonder foto’s, dat schijnt niet te kunnen omdat de mail via de kortegolfradio verstuurd wordt.



Tot de volgende sailmail! Rob

Bermuda – Azoren 1

Via de sailmail update Rob zijn blog, ik (Jeroen) zal proberen deze blogs zo snel mogelijk te plaatsen.

Het roer is gerepareerd, de stuurcylinders doen hun werk naar behoren. Alles is dubbel gecheckt en we hebben na controle van de bevoegde instanties, toestemming om uit te varen. Regels, regels en nog eens regels. Alles om de veiligheid zo optimaal mogelijk te kunnen garanderen.

Een lome deining bij een windje Bf 2 laat het schip aangenaam wiegen. Er zijn nu geen zeezieken, en het 11 uurtje, bestaande uit een paar partjes sinaasappel, valt er goed in. In een vorig blog schreef ik dat de oversteek naar de Azoren 1400 mijl bedraagt. Dat is niet correct, het zijn er bijna 1800. Die paar mijltjes extra maakt op zo’ n afstand ook niet zo veel meer uit. Als we rond de 27 maart op Horta aankomen is het mooi.

Ik probeer me voor te stellen hoe eeuwen geleden mannen als Columbus en al die andere moedige zeelieden, die de oversteek naar de Carieb en weer terug maakten, zich hebben gevoeld aan het begin van de reis. Geen meerdaags weerbericht, alleen de wolken en de wind als indicatie voor wat er de komende uren te verwachten is. Hoe bereidden zij zich voor op zwaar weer? En hoe was het met de proviandering voor de reis zonder koelkast en zonder vriezer? Was het schip te trimmen op de wind, of werd er voortdurend gestuurd, het oog constant gericht op het kompas. En laten we niet vergeten, hoe was het gesteld met de ziekenzorg aan boord? Ik stel me voor, dat er niet veel mogelijk was. Een rotte kies trekken was voor de chirurgijn, die tevens de rol van kapper had, een redelijk makkelijk oplosbaar probleem. Een open fractuur van een been resulteerde meestal in het afzetten van een been of de dood door gangreen. Voor veel zeelieden was de heen of terugreis hun allerlaatste reis. Mooi dat er tegenwoordig zoveel aandacht is voor veiligheid en dat er meerdere mogelijkheden zijn om contact te hebben met de wal. Mocht ik met een medisch probleem zitten waar ik geen duidelijk antwoord op heb, kan ik met de radio-medische dienst in Nederland overleggen wat ik moet doen.

Ik zie op tegen het wachtlopen, het lijkt alsof de tijd dan stroperig wordt, de minutenwijzer van de klok tart mij door schijnbaar te vertragen als ik er naar kijk. Het verbaast me als ik zie hoe ik hier aan boord het voortschrijden van de tijd ervaar; Zo snel,als ik een goed gesprek heb met één van de opvarenden of bezig ben met een klusje en zo traag op de momenten dat ik even niets hoef of moet.

De lunch met bouillon en vers brood valt er bij iedereen goed in, geen zeeziekte tot nu toe. Vanavond gaat de wind toenemen naar 20 knopen, goed om wat meer vaart te maken. De zee ziet er uit als een bewegend glooiend landschap, waar we langzaam met zachte bewegingen overheen glijden. De stemming aan boord is opgewekt, er wordt heel wat geconverseerd. Het achterdek is daarvoor een geliefkoosde hangplek.

Vanmiddag krijgen de assistent-scheepsartsen hun eerste anatomie les. We beginnen met de botjes. Waar ze zitten en waarom, waar de zwakke plekken zitten en waar ze kunnen breken. Het aanschouwelijk in de les zal ik deze keer beperken tot een aantal plaatjes en demonstraties aan het levende model,waar bij ik een botbelasting- breekbaarheidstest achterwege zal laten. Inzichten die de kandidaten verkrijgen door mijn lesjes bieden geen garantie voor de toekomst.

Het roer en wat filosofie

Het lijkt erop dat het roer te repareren is.
De wind is gaan liggen, en af en toe piept het zonnetje door de wolken. In het plaatselijke internetcafe is het goed toeven. Ik permitteer me de luxe van een cappuccino en een Brusselse wafel, een soort pannenkoek in de vorm van een kleine letterbak. Ik had nog wat dollars, die nu goed van pas komen.
De keuken aan boord is weer helemaal schoon gemaakt door de leerlingen. Ondanks dat alles zeevast gezet was, waren er toch een paar items ontsnapt aan hun tijdelijke gevangenschap.
Vandaag wordt er weer gestudeerd, vanmiddag mogen de leerlingen een uur aan de wal.
De kleine medische probleempjes die ik tot nu toe op mijn bordje kreeg waren meestal eenvoudig op te lossen. En één van de dozen met medicijnen die door de schipsbewegingen van zijn plek gevallen was, heb ik opnieuw ingepakt. We gaan de dozen extra zekeren met een lijntje.
Ik merk dat ik popel om weer te gaan varen, ik verheug me op de Azoren. De reis ernaartoe mag dan wel lastig en lang worden, eenmaal onderweg, komen we ieder uurtje dichter bij het reisdoel. Zonder het roerprobleem waren we inmiddels al 200 mijl in de goede richting gevorderd.
Telkens weer accepteren dat de dingen lopen zoals ze lopen, is misschien wel de grootste les die ik hier tijdens de reis voorgeschoteld krijg. Net als de constatering dat ik voortdurend moet kiezen uit iets wel doen of uit niets doen bij de medische problemen.
De natuur zijn werk laten doen of ingrijpen. Het valt me op dat de leerlingen, geen notie hebben van natuurlijke geneesprocessen en hoelang iets duurt voordat het beter gaat. Er wordt makkelijk gevraagd om pillen, terwijl een klacht ook vanzelf kan overgaan. Maar uitleg en geruststelling blijken daarentegen vlot geaccepteerd te worden.
We leven in een maatschappij waarin het hebben van pijn of een ongemak, direct verholpen moet worden, als waren we een machine zonder zelfherstellend vermogen. Is het niet geweldig dat een snee in de vinger zich zelf repareert en een infectie vaak ook zonder ingrijpen geneest, mits het afweersysteem zijn werk goed doet?
Dit al te mechanistische beeld van ons lichaam, baart me in dien zin wel zorgen. Het ‘maakbare’ lijkt een steeds overheersender rol te gaan spelen. Het imago, het beeld van ons naar de buitenwereld lijkt belangrijker dan wat er binnen in ons leeft.
Misschien dat jonge mensen dit op den duur gaan inzien en kunnen omvormen naar een meer evenwichtige mensbeeld. We zijn geen machines, geen robots waar je aan sleutelt, geen klonen van artiesten of BN-ers, maar stuk voor stuk individuen met een eigen identiteit en een eigen innerlijk leven.
Genoeg gefilosofeerd.
Ik ben blij met dit rustige moment na de hektiek van de laatste dagen.
Zoals gezegd; op naar de Azoren. Varen met die vogel.
Foto: de trossen liggen klaar.
Nog even zwemmen voor het vertrek.

Weer terug op Bermuda

Gedwongen terug naar Bermuda

Vo goede moed gingen we samen met de Regina Maris en de Eye of the Wind de zee op. Met twee voorzeilen en een staysail liepen we ondanks de golven van soms 22 feet (6-7 meter) zo’n 6.5 knoop. Mooi zeilen, maar dat we ons er allemaal lekker bij voelden is een eufemisme. Meer dan de helft van de opvarenden hadden in meer of mindere mate last van zeeziekte. Ondergetekende bleef er gelukkig vrij van, al vond ik de plotse bewegingen niet aangenaam, omdat ik, me voortbewegend over het schip, voortdurend tegen in de weg staande objecten gesmeten werd. Mijn reactiesnelheid is blijkbaar niet meer zo fief als die van de jonge mensen.
Zeeziekte is een raar fenomeen, ik heb het nu van dichtbij zien voorbijkomen. Vaak zag ik eerst het geeuwen, geeuwen op een aanstekelijke manier. Daarna of tegelijkertijd ontstaat er een soort rillerigheid, waarbij de kandidaat, zich steeds meer in zichzelf terugtrekt, het hoofd buigt en niets meer zegt. Dan is er het plotseling onbedwingbaar moeten overgeven. Even lijkt er een opluchting te zijn, maar dan volgt snel de tweede voedering aan de vissen. Een gesprekje op gang houden en het advies om naar de horizon te kijken, lijken tijdelijk te helpen.
Het is interessant om te horen wat mensen allemaal voor adviezen hebben om dit vervelende verschijnsel tegen te gaan. Wat zeker is dat copieus dineren overspoeld met alcohol, de kans op visjes voeren bepaald vergroot.
Men adviseert van alles, van gember tot pleisters, Belgische pillen, polsbandjes en zware doses van slaperig makende antihistaminica. Iedereen heeft zo zijn eigen favoriet. M.i. is dat naast de fysieke symptomen eveneens psychologische factoren een rol spelen.
Tenslotte wordt je hele basis-zekerheid onderuit gehaald, de wereld wankelt, letterlijk. Een vast punt, een vaste basis ben je even kwijt. Ook is het vreemd dat naarmate de leeftijd vordert de neiging om zeeziek te worden afneemt. Ook schijnen mensen met doofheid minder last te hebben. Misschien ben ik met mijn erfelijke doofheid, daarom wel gezegend weinig last te hebben van de zwabberdans van onze Swan op hoge golven.

In de avond, merkten we dat telkens het stuurautomaat-alarm afging, aanvankelijk door ons geduid als overbelasting van het systeem door de hoge golven. Later bleek dat één van de twee hydraulische stuurcylinders, het begeven had. De beslissing van de kapitein, om terug te gaan naar Bermuda, was niet leuk maar wel verstandig. Met 1200 mijl voor de boeg en slechts één werkende stuurcylinder, neem je een risico dat vermeden kan en moet worden. Pech, maar niet te voorzien.
Het is wel een voordeel is dat ik weer een blogje kan schrijven.
Dit soort probleempjes komen meestal niet alleen. Tijdens mijn wacht, kwam de leraar die het bed boven mij beslaapt, tijdens een heftige slingerbeweging van het schip een verdieping lager te liggen. De bedconstructie met inhoud bleek de zee niet te kunnen trotseren. De zee is een geduchte sloper.
Ik lag er gelukkig niet. Aan een platte dokter heb je niet zoveel. De bootsman heeft alles weer keurig gerepareerd zodat ik met een gerust hart het hoofd op mijn kussen kan leggen.
Dus nu liggen we wederom aan de kaai in St. George.
Hoe lang de reparatie van het roer gaat duren is nog niet duidelijk.
Foto’s:
De Thor Heyerdahl vertrekt als eerste.
Vertrek Wylde Swan, alles extra vastgesjord.
De Regina Maris staat op het punt van vertrekken.
De grens van ondiep en diep water.
Terug naar bermuda, de pilot vaart naast ons maar hoeft niet in te grijpen.