Wandelen tussen de bergen van het Lechtal

Zugspitse , Ehrwald

Nee, niet op het water. We zijn met een bus naar Oostenrijk, naar het Lechtal. Het is weer eens wat anders. We zijn ‘georganiseerd’ aan het wandelen in de sneeuw. We moeten ons voegen en ons aanpassen aan de groep, samen in de bus, samen eten, hetzelfde hotel, een beetje socialiseren, allemaal zaken die we niet erg gewend zijn. Gelukkig krijgen we veel vrijheden. Onze reisleidster, een voormalig binnenvaart-schipperse die met haar man de wateren in Nederland, België en Noord-Frankrijk bevoer, bestiert de groep met duidelijke instructies en veel gezag, zonder ons te betuttelen, prima mens. Afgezien van twee koppels die duidelijk jonger zijn, bestaat de groep van wandel-lustigen uit voornamelijk grijsgelokte ouderen die nog redelijk vlot ter been zijn, waaronder ondergetekende.

Bij Lermoos

De eerste kennismaking met een groepslid verliep verwarrend. In het trappenhuis van het hotel waar we de nacht vóór het vertrek met de bus verbleven, maakten we kennis met Tom. Dat we naar hetzelfde hotel in Oostenrijk zouden gaan, bleek pas nadat we erachter kwamen dat we een verschillende touroperator hadden maar wel naar het zelfde hotel in Stanzach gingen. De man oogde wat verstrooid en zijn goedige honden-ogen deden mij denken aan het beeld van een gepensioneerde professor in oude talen. Later ontdekten we bij navraag dat we het mis hadden. Hij was verpleger en later manusje van alles en boekhouder. Uiterlijk wil niet alles zeggen. Dat ik onze reisleidster aanvankelijk inschatte als directrice van een autobanden-bedrijf bleek ook al niet te kloppen.

Tom’s vrouw bleek een vasthoudend type. Terwijl wij op de gang in ons hotel in Stanzach, voor de deur van onze kamer stonden, de handen vol met jassen, wandelstokken en een fles witte wijn in een koeler, die dreigde weg te glippen van onder mijn arm, hield zij (haar man Tom kende haar al langer en liep schielijk weg) een uitgebreid betoog over de genoegens van het gebied waar we nu waren. Kennelijk had zij niet door dat we popelden om onze kamer binnen te gaan. Eveneens moest ze kwijt dat ze slecht ter been was en eigenlijk helemaal niet mee kon wandelen. En omdat ze binnenkort een nieuwe knie zou krijgen, had ze zich in de Konditorei in een stadje verderop van een stempelkaart voorzien, om er iedere dag Kaffee mit Kuchen te gaan eten, met haar man. Toen ze ook nog ging vertellen hoe goedkoop het was om met de trein naar Oostenrijk te gaan en hoe goed het hotel wel niet was, wist ik schoorvoetend uit te brengen dat de wijn me uit de armen begon te glippen en dat we erge dorst hadden, waarop ze inzag dat verdere aanbevelingen aan ons niet besteed waren en in de voetsporen van haar man afdroop naar hun kamer. Terloops deelde ze met een grote grijns nog even mee dat ze morgen de bank gingen beroven…..

Gisteravond, bij het diner, waren we beide even in shock, ik iets anders dan Nienke, maar dat heeft meer te maken met een verschillende kijk op gender. Het meisje dat ons vroeg wat we bij het eten wilden drinken was nieuw en stond plots in volle glorie bij onze tafel. Ook zij was net als de andere serveersters in een wit Tiroler niemendalletje gekleed, zij het met wat minder tierelantijntjes aan haar kostuum. Terwijl ze enigszins voorover staand probeerde op te schrijven wat we wilden, etaleerde ze haar ronde, nogal bleke borsten, losjes hangend in haar hangmat-topje. Per ongeluk bestelde ik bijna 2 glazen bier voor mezelf. Het meisje was extra schattig door de twee roodharige vlechten die beiderzijds parmantig uit haar hoofd naar buiten hingen. Om het één en ander meer pit te geven, wat ik nauwelijks nodig vond, had ze haar ogen extra zwart omlijst en haar donkerrode lippen geaccentueerd met een nog wat donkerder lijntje, waardoor ze van kunststof leken te zijn gemaakt. Het huidige schoonheidsideaal met veel make-up en aangezette, soms getatoeëerde wenkbrauwen kan me niet bekoren, evenals het toenemend gebruik om je huid, als een soort levend behang, met exotische bloemmotieven, Chinese spreuken of religieuze symbolen te versieren.

Lermoos

Het is een mooi rustig gebied waar wij vertoeven. Wandelen is hier de corebusiness. In de zomer ook een prima gebied voor een fietstocht . Lermoos en Ehrwald zijn de bekendere plaatsen niet ver van hier, waar in de winter veel wordt gelanglauft en gewandeld aan de voet van de Zugspitze.

Door een bos naar de Filsalpsee

We troffen het met het weer in het eerste deel van de week. De uitgezette routes zijn over het algemeen goed voor wandelen geprepareerd en elke dag worden we met de bus naar het begin van de wandeling gebracht, heel luxueus. Het is best aardig dat behalve de reisleidster ook de buschauffeur op deze reis meeloopt, van wie ik, volgens een medewandelaar, gezien zijn uiterlijk wel een broer kon zijn. Aan het begin van iedere dag wordt duidelijk afgesproken om na de wandeling op een bepaalde tijd weer bij de bus te zijn voor de terugtocht naar het hotel.

Vandaag en morgen valt er poedersneeuw en is het zicht beperkt. Het lopen in de bergen is heerlijk. Zelfs met sneeuw. We lopen verder dan we dachten aan te kunnen, nog twee dagen…..

Waterval bij Tanheim

Niet naar Schier, wel naar Terschelling

Lauwersmeer

We worden steeds meer twijfelaars en beslissingen lijken we steeds meer te laten afhangen van wat zich voordoet in het moment. Vanaf het Lauwersmeer maakten we meerdere overwegingen om naar Schiermonnikoog te varen op het laatste moment ongedaan, omdat de wind-voorspelling ons bij nader inzien niet aanstond. De actuele wind varieerde de laatste dagen tussen Bf 4 en Bf 6 in de vlagen. We hebben de afspraak dat we met onze motorboot niet op zee uitvaren boven een windsterkte Bf 4.

De kleine steiger

Dus…. We liggen uiterst comfortabel op een prachtige plek vlak bij het Lauwersmeer aan een kleine steiger, hogerwal, beschut tegen de oostenwind. Om ons heen boerenzwaluwen, een enkele zwaan en een paar Sternen die traag wiekend op de wind af een toe een duik in het water maken om een visje te verschalken. Gisteren zag Nienke een ijsvogel vlak bij ons schip die vanaf een paal naar een visje dook en hem op een steiger doodde door hem met zijn kop tegen de planken te slaan. Met de vis in zijn snavel was hij weg, zijn naam, de ‘blauwe flits’, eer bewijzend. Ons plekje aan het Dokkumerdiep bood een prachtig uitzicht over het landschap rond het Lauwersmeer en nodigde uit tot een wandeling richting een uitzichttoren van Corten-staal in aanbouw. Een keur aan schepen in soorten en maten schoof de hele dag aan ons voorbij. Op weg naar ons plekje zagen we gisteren een kleine zeilboot onder voltuig met ballonfok voor de wind vanuit Zoutkamp aan komen varen. Ze voeren recht op het eiland af, waar wij met ons schip net achter vandaan kwamen. Er moest van koers worden veranderd, rechtdoor varen was geen optie. Slingerend in de vlagen was het niet duidelijk of ze ons of het eiland tot doelwit hadden gekozen. Wij kozen ervoor om hen, zoals een motorboot betaamd, de ruimte te geven. Na ons nauwelijks te hebben ontweken, besloot de bemanning, voortrazend op de achterlijke wind, om het eiland toch maar niet als doelwit te verkiezen. Gijpen was de enige optie en dat deden ze met verve, ze sloegen bijna om. Één van de twee stoere mannen van middelbare leeftijd, sloeg overboord maar wist zich nog net vast te houden bij het roer van het schip, dat zich weer had opgericht en verder voer. We zagen hem weer aan boord klimmen, waarna ze met een bakstag-wind over de andere boeg, slingerend in de harde vlagerige wind, verder voeren. De zeilvoering aanpassen in de zin van een rif zetten en een gewone fok in plaats van de ballonfok, kwam blijkbaar niet in hun op.

Daags tevoren lagen we in het Stropersgaatje, een beetje lagerwal, waar we twee merkwaardige bootjes zagen. Minitrimarans met trapaandrijving en een dunne mast met zeil. Echt hard ging het niet ondanks de stevige bries en even laten zagen we dat één van de twee zonder mast vleugellam rond dobberde. Hij werd geholpen door zijn maatje in de andere trimaran. Een harde windvlaag was net iets te veel voor de iele cocktailprikker- mast.

Klein maar fijn

Nu we besloten hadden niet naar Schier te varen, maakten we een plan B. Eerst maar door de Dokkumer Ee naar Dokkum. Vandaar naar Leeuwarden, een filmpje pakken en vervolgens naar Franeker en Harlingen om wellicht bij beter weer een oversteek naar Terschelling te maken.

Dokkum en Leeuwarden kennen we al redelijk. Franeker was verrassend, in die zin dat we er ooit wel waren om het Planetarium te bezoeken of om naar een schitterend optreden van Toots Tielemans in de Korenbeurs te gaan. Het stadje verder bekijken kwam er niet van. Nu dus wel. De vele indrukwekkende oude panden in deze oude universiteitsstad zijn beslist de moeite waard om te bekijken. Het Martena museum, opgetrokken in grote gele en rode kloostermoppen imponeert in de hoofdstraat. Het museum was helaas gesloten maar de grote tuin erachter met prachtige grote bomen is altijd open. Bloeiende herfsttijloos( Colchicum autumnale) vond een mooie plek rond de wortels van een grote mij onbekende boom met een ruwe boomschors en kleine bladeren.

Herfsttijloos

Als je niet bang bent om je boot in de herfst onder de gevallen bladeren te krijgen is de jachthaven vlak bij het centrum een fraaie plek om je schip te stallen en het stadje te verkennen. Water en stroom zijn inbegrepen bij het havengeld dat vele malen goedkoper is dan dat van de Noorderhaven in Harlingen.

Franeker jachthaven vlak bij het centrum
In de sluis stoere zeekajaks op weg naar Terschelling

Het tij was de volgende dag gunstig en de wind zwak tot matig. Rond half twaalf, een uur na hoog water Harlingen lieten we ons schutten in de kleine zeesluis van de Tjerk Hiddes sluis. Beste tijd om naar Terschelling te vertrekken zou eigenlijk 2 uur na hoogwater zijn. We waren iets te vroeg voor de oversteek. Naast het hoofdvaarwater bij de Pollendam en ook verderop liggen gele tonnen waar een “vaarpad” voor de recreatie-vaart is gecreëerd. Daar varen resulteert in iets minder heftig geschommel als er een snelboot langs stuift. In de smalle stukken van het vaarwater is het niet verkeerd om voortdurend achteropkomend verkeer in de gaten te houden.

Een klassieker de Holland bij de Pollendam

De Meep zat nog stikvol met water en tegen de stroom invaren deed onze snelheid over de grond flink inzakken. Onderweg zagen we dat veel schepen de route kozen over het Schuitengat. Het Schuitengat is tegenwoordig zelfs bij laag water goed te bevaren, hoorden we achteraf. Op de terugweg hebben we die route verkozen boven die over de Meep.

Terschelling; Wat zal ik erover zeggen, een feestje: het was de volgende dag mooi weer. We maakten een herfstige wandeling door de bossen, de duinen en over het strand. Onderweg vonden we op meerdere plekken Cranberries tussen de Kraaiheide.

Zonsondergang bij de Walvis op Terschelling
Terug naar Harlingen in de avond

In verband met de te verwachten windstilte en veel meer wind de volgende dag, vertrokken we op dezelfde dag laat in de middag met opkomend tij weer naar Harlingen. De zonsondergang stuurboord achter ons leverde plaatjes voor een kalender. Het was rustig op het water, de veerboten schoven op afstand in de verte langs en net voor donker liepen we de Zuiderhaven van Harlingen binnen. Met wat stuurmanskunst en oplettend werk van Nienke vonden we een vrije plek helemaal achterin de jachthaven…

Bij Grou, de maan komt op.

Sneekermeer en een ontploffing

Statenjacht

Stevige wind uit het westen, de golfjes beginnen kopjes te krijgen. Voor anker liggend tussen schepen in allerlei formaten vormen we een schepenhaag langs de uitgelegde oranje boeien die het wedstrijdveld begrenzen. Op het schip van onze vrienden wachten we tot het skûtsjesilen op het meer zal beginnen. Het geluid van sloepjes en speedbootjes die een plekje zoeken tussen de reeds voor anker liggende schepen klinkt ons, als het gezoem van wespen boven een slagroomtaart, in de oren.

In het woelige water gieren de schepen van links naar rechts op hun ankerkettingen door de vlagerige wind. Regelmatig moet er aan de ankerkettingen gesjord worden om ruimte te scheppen en vrij te blijven van een ander schip. Een lemmeraak die een kleiner schip toestond langszij te komen slaat van haar anker af en ankert een stuk verderop opnieuw, hopend dat het anker nu wel houdt. Sommige kleinere schepen lijken met hun ankerpogingen slecht voorbereid als het gaat om hun ankergerei. Vaak mist de ketting als voorloop of is de ankerlijn te kort waardoor menige ankerpoging mislukt. Sloepen, op zoek naar een ankerplek, varen kriskras tussen de andere boten die al voor anker liggen, nauwelijks acht slaand op ankerlijnen. Een man alleen in een grote sloep presteerde het zijn anker uit te gooien vlak naast het schip van onze vrienden om vervolgens zijwaarts gierend op de wind bijna tegen onze zijkant aan te knallen. In een poging dit laatste te voorkomen gaf de man hard gas vooruit. Terwijl hij over zijn eigen ankerlijn voer, belandde hij vervolgens in de ankerlijn van de boot van onze vrienden. Met vermanende woorden en technische aanwijzingen probeerde onze vriend de schipper te bewegen niet verdere stommiteiten te begaan en schade te voorkomen. Het is een wonder dat de ankerlijnen niet in zijn schroef zijn gedraaid. Hij wist uiteindelijk zijn anker weer binnen te halen en weg te varen. Een aantal meters verderop regelde hij een ‘langszijtje’ bij mensen die hij blijkbaar kende.

Over de wedstrijd zelf kan ik kort zijn, de wind zwakte af en echt spannend werd het niet. De skûtsjes voeren hun verplichte rondjes en Langweer verraste Lemmer door bij Terherne te winnen. Inmiddels een week verder is Lemmer dit jaar overall winnaar geworden en heeft nu de hitte ons de komende dagen in de greep.

Skûtsjesilen

De Sneekweek is afgelopen en de rust is weergekeerd, althans de kermis is weg en de stad heeft de meeste van haar muziekpodia verwijderd. De feestgangers zijn vertrokken, het bier is op. Afgezien van de vlootschouw aan het het begin van de Sneekweek proberen we zoveel mogelijk de rest van de Sneekweek te vermijden en zorgen we ervoor dat we elders zijn, ver weg van het feest- gedruis. Het biertje of het glas wijn smaakt ons beter buiten de massaliteit van groepen feestende jongeren. Ik gun het hun van harte en het lijkt erop dat een en ander dit jaar goed is verlopen zonder al te vervelende incidenten door de uitstekende organisatie en voorzorgsmaatregelen. Sneek kan er wat van. De horeca heeft goede zaken gedaan. De terrassen zijn weer wat leger en de winkels open voor die toeristen die Sneek buiten de Sneekweek ook weten te waarderen…….

Het was warm, erg warm, de laatste dagen en we hebben ons teruggetrokken in ons koele huis. Nine Marit ligt onder dak in de loods van de Domp, even rust. Op zo’n warme dag wordt een mens wat sloom, ik ook. Het telefoontje van vrienden aan boord van hun schip op het Küstenkanal in Duitsland was enerzijds wat alarmerend maar ook een kans voor mij op wat ‘beweging in de tent’.

Het gebeurde onverwacht, een knal onder in het voorschip. Bij het binnen varen van de haven dacht onze vriend, de schipper, ergens onderwater tegen aan te zijn gevaren. De knal bleek een andere oorzaak te hebben. De boegschroef deed het niet meer en het begon doordringend naar zuur te ruiken in het schip. Bij onderzoek bleek een accu ontploft te zijn. Één van de twee accu’s die voor in de boeg voor de stroomtoevoer naar de boegschroef moest zorgen. Dit overkwam onze vrienden op hun schip in Duitsland en ze konden best een helpende hand gebruiken in de sluizen onderweg naar Nederland. Nienke bracht me naar Dörpen en ik stapte aan boord bij onze vrienden.

Zonder boegschroef varen met een vele meters lang motorschip was vroeger voor ervaren schippers normaal en ze konden dat ook goed. Gewend aan- en verwend met- die propeller vóór in de punt en hem dan opeens niet meer kunnen gebruiken is wel even iets anders om mee geconfronteerd te worden. Met een hoog vrijboord en wind op je flank is wegvaren vanaf de lagerwal-steiger met alleen een schroef achter je kont, iets wat je moet weten of hebben afgekeken van ervaren beroepsschippers op grote binnenvaartschepen. In de spring achteruit varen, gas eraf, spring los en in de vooruit gas erop, roer een paar slagen naar de wal en een flinke dikke bal op de kont van het schip. Meestal lukt dat redelijk, als het schip van achteren breed genoeg is.

We hadden het geluk om tijdens de tocht van Duitsland naar Delfzijl in- en bij- de sluizen van de Ems niet veel last te hebben van harde zijwind. In Delfzijl zijn ze op een scheepswerf goed verder geholpen bij het herstellen van de schade. Nienke haalde me de volgende dag op.

Het is nog steeds warm, heel warm……

Op de Eems. foto van Aad Trompert

Thuis en een bijzondere gebeurtenis

Op die laatste bloedhete dag zaten we in de schaduw achter ons appartement. Plotseling zag Nienke verder op het parkeerterrein bij een auto iets zwarts en het bewoog af en toe. Dichterbij gekomen zagen we dat het een vogel was. We dachten dat hij stervende was. Mogelijk ergens tegenop gevlogen? Zijn familieleden zwenkten en buitelden als acrobaten hoog boven ons, op jacht naar insecten die ze in de vlucht met opengesperde bek probeerden te verschalken. Gierzwaluwen! Het slachtoffer op de grond was duidelijk van hetzelfde soort. Een volwassen vogel, naar het leek, witte bef onder de snavel en de vleugels steken voorbij de staartveren. Mannetje of vrouwtje is niet te bepalen op het uiterlijk.

Gierzwaluw

We waren bezorgd om hem aan te raken, hij kon immers ziek zijn en op dat moment wisten we nog niet dat gierzwaluwen geen vogelgriep krijgen( dat vertelde de mevrouw van de dierenambulance die we later belden ). Hem nu al uit zijn lijden verlossen met ether of een klap van een schop leek ons wat voorbarig. Voorzichtig hebben we het diertje in een plastic opbergdoos met een natte handdoek gezet en op advies van de mevrouw van de dierenambulance met een vochtig wattenstaafje wat druppels water laten drinken. Misschien was deze Gierzwaluw uitgedroogd of bevangen door de hitte. Langzamerhand bewoog hij zijn kopje wat meer en knipperde met zijn bolle oogjes, alsof hij bijkwam uit een coma.

Een poging hem te laten drinken

We hebben hem een paar uur rust gegund en pas later op de avond zijn we met hem naar een grasveldje gelopen waar we probeerden hem aan het vliegen te krijgen. Het moet een vreemd gezicht zijn geweest hoe twee mensen om de beurt een zwart ding in de lucht gooiden als was het een papieren vliegtuigje of een spelletje Jeu de boule. Onhandig met zijn vleugels wapperend wist het beestje hoogstens 10-15 meter te overbruggen alvorens in het gras een zachte landing te maken waarbij hij soms op zijn rug met zijn kleine klauwtjes omhoog stilletjes bleef liggen tot we hem weer oppakten. Hij was niet in staat om zijn min of meer opgedrongen vliegles op eigen kracht door te zetten in een vlucht naar hogere luchtlagen, waar zijn maatjes hun aanwezigheid hoog in de lucht luid gierend deelden. We hebben hem daarom maar weer in de doos gezet, met een extra bakje water, waar hij overigens niet van dronk.

De volgend morgen leek onze gierzwaluw, we hadden inmiddels al een innige band met hem opgebouwd, een stuk fitter en alerter. Hij draaide zijn koppie soepel rond en keek ons belangstellend aan, misschien wel met de gedachte ‘heb je misschien iets lekkerders voor me dat een drupje water?’ ‘Een lekkere vlieg of mug, een vette spin is ook prima?’ We hebben hem zijn vlieglessen nog maar eens gegeven, hij kwam wel verder, maar nog steeds vloog hij naar beneden en niet naar boven, de verkeerde kant op, daar waar het gras een einde maakte aan zijn vliegpoging.

Vraag wat te doen? De vogelopvang! Waar zit die in Friesland? Het internet bood uitkomst. Ureterp, de ‘Fugelhelling!’ Daar is ons vriendje nu, samen met inmiddels 80( ja, 80) andere Gierzwaluwen, die in deze week zijn binnen gebracht. Van die 80 Gierzwaluwen zijn de meeste jonge Gierzwaluwen, die nog niet goed kunnen vliegen en te snel door de hitte het nest hebben verlaten. Als deze hete dagen een week eerder waren geweest had mogelijk een dubbele hoeveelheid jonge gierzwaluwen het nest( te vroeg) verlaten. Dit is ongeveer de tijd dat de jongen bijna zo ver zijn om uit te vliegen. ‘Onze’ vogel was volgens de man achter de balie inderdaad een volwassen exemplaar. Te licht, maar had zo te zien niets gebroken. ‘Mogelijk ergens tegen aan gevlogen en een hersenschudding opgelopen’, opperde hij. Nu krijgt hij insecten uit de diepvries om aan te sterken, waarna, eenmaal op gewicht, de vlieglessen opnieuw gestart zullen worden.

Een klap met de schop of een toevallig voorbij komende kat heeft hij overleefd. Nu alleen nog maar afwachten of hij zal herstellen…..

Ik leef nog wel!

Weer naar Friesland

Weer in Friesland.

De lichamelijke nasleep van de COVID infectie die we twee weken geleden opliepen lijkt achter de rug. Mijn reukvermogen is vrijwel als vanouds evenals mijn kuch.

Via dezelfde route die we naar het zuiden reisden, voeren we terug naar het noorden, met o.a. overnachtingen in Leerdam, Vianen, Maarssen en Muiden. In Muiden werden we aangenaam verrast door ons bezoek aan het kasteel, het Muiderslot. De schitterende rijke kruidentuin annex moestuin, aangelegd in vierkante vakken en omgeven door fraaie beukenhagen was een onverwachte ontdekking. Het slot zelf is een prachtig gerestaureerd kasteel waar P.C. Hooft en Floris de Vijfde de bekendste bewoners waren. Het is een Rijksmuseum en zeer de moeite waard om te bezoeken.

Vertrekken uit Muiden naar het Noorden plaatste ons voor een keuze. Ofwel via de oostzijde van Noord Holland, langs Pampus, Edam, Monnickendam, Hoorn naar Enkhuizen en dan verder naar het noorden ofwel langs de randmeren, Ketelmeer, Ketelbrug naar Urk en Stavoren. Het weerbericht voorspelde weinig wind uit het zuidwesten, dat bleek vroeg in de ochtend in Muiden niet zo te zijn. De wind was eerder West en kroop naar een 3 Bf. We besloten toch maar over de Randmeren te gaan en dat was een goede keuze. Een flink stuk varen met een prachtig einddoel, de IJsseldelta. Laat in de middag arriveerden we bij ons geheime aanleg-plekje achter een van de eilanden. Er bleken slechts enkele schepen te liggen en van de schepen die er lagen vertrokken ook nog een aantal aan het einde van de middag.

In de avond zakte de wind volledig in en beleefden we een zonsondergang uit de reclamefolders. Alle tinten rood, oranje en blauw, met elkaar vechtend in helderheid boven de inmiddels verdwenen zon achter de horizon.

IJsseldelta

Ons plan was om de volgende ochtend extra vroeg om 6 uur te vertrekken met het idee dat de wind zich nog een poosje gedeisd zou houden. Dat klopte deels. Op het Ketelmeer was het nog mooi varen. Na de Ketelbrug begon de ellende. Er stond een korte hoge golfslag uit het noordwesten bij een westelijke wind die niet eens zo sterk leek, Bf 3 volgens post IJsselmeer, misschien in de vlagen bijna Bf 4. Nine Marit bonkte als een koppige ezel en de ruitenwissers moesten aan vanwege het overspattende water. Richting het Noorden varen in plaats van naar het West-Noordwesten betekende golven van opzij en dat aan lager wal. Nu kan ons bootje het wel hebben, maar om 3-4 uur richting Stavoren over een buckelpiste te varen is niet ons ‘kopje thee’. Toen we Urk dwars hadden, hebben we een snelle draai over stuurboord gemaakt toen een paar aanrollende golven even wat minder steil leken. Met de golven op de kont, een stuk rustiger rollend, voeren we de haven van Urk binnen, waar we aan de wachtsteiger voor de sluis een uur moesten wachten voordat we om 9 uur gesluisd werden. Met een verval van bijna 6 meter zijn we in de polder gedropt. Varen door de polder was een verademing na het wildwatervaren op het IJsselmeer. Bij Lemmer in de sluis werden we eveneens met 5-6 meter verval omhoog geborreld, als waren we koffie in de percolator op het gas. Vrijwel aan de overkant werden we nogmaals gesluisd door de Lemmer-sluis, verval 20 cm naar beneden.

We vonden een prima plekje in de kom na de sluis. Ja, er was een terras, met heel rustige gasten, niet van die lallende types. We sliepen als twee eendjes op een vlot, hun snavels tussen de veren…

Lemmersluis vanuit de kom

Bredase Bosschebollen

Alles doet het, de waterpomp doet het, het pompje in de douche doet het, de elektronica doet het, de motor doet het, alles doet het aan boord van de Nine Marit. De laatste weken hebben we nog niet eerder zoveel complimenten gekregen over het schip. Waarom wij nu zelf fysiek de vlag wat moeten laten hangen is me niet duidelijk. ‘De wetmatigheid van het verschuiven der dingen, niets blijft op zijn plek’, vrij naar de bekende stelling ‘Panta Rhei, Alles stroomt’ van De Griekse filosoof Heraclites(P.)

De COVID infectie die we opliepen begint zijn onprettige effecten op onze lijven geleidelijk te verliezen. Het is net als het vlammetje van een theelicht dat op de laatste druppels waxine probeert nog even op te flikkeren. Periodes van zich goed voelen, wisselen af met periodes weinig energie, verstopte neuzen en irritante hoest. Maar er zit een opgaande lijn in. We kunnen ruiken, we kunnen proeven, we kunnen ademen, we kunnen zingen ( vader Jacob, vader Jacob, slaapt gij nog?…… en dat in canon)….?

Deze trip met ons schip, is er een van uitersten, niet eerder was er zoveel anders en ook niet anders. Geen lange tocht naar Denemarken en Duitsland, geen grootste prestaties met tochten over groot water maar daarentegen, een korte oversteek naar Schiermonnikoog, keutelen langs riviertjes en kanalen, plaatsjes in het zuiden van het land en tot nu een bezoek aan het Grevelingenmeer en de Biesbosch.

Amercentrale bij de Biesbosch

Breda beloofde in de Havengids een prachtige en heerlijke ligplaats midden in het centrum. Dat hebben we geweten. De rustige passanten-steiger die de havenmeester telefonisch beloofde bleek volledig bezet met scheepjes waar duidelijk niemand in tijden aan boord was geweest, hij ook niet. Waarschijnlijk passanten met een dubbele agenda of een goede ‘verstandhouding’ met de havenmeester. We zijn dus maar een stukje verder door gevaren. De Nine Marit tussen een rijtje stootpalen langs de peilers van een loopbrug door geperst, belandden we uiteindelijk in een havendeel waar alleen de draaimolen ontbrak, het leek wel kermis …overal licht, de kerst- verlichting in de bomen hing er nog. De haven was rondom volledig ingepakt met terrassen die, naarmate de avond vorderde gevuld waren met lallende feestgangers. In de richting van de overigens fraaie kerk, bleek de markt rond de kerk een voortzetting van het feest-terrein. Het was vrijdagavond en dat moest gevierd worden…. Uitbundig ….. We werden vergast op een boem-boem dreun vanuit een discotheek in een zijstraat die onze vrienden, met hun wat minder goed tegen geluid geïsoleerde schip, dwong om voor de nacht een stuk verder op de kade af te meren. Dankzij mijn gehoorbellen die ik ‘s nachts uit doe had ik er betrekkelijk weinig las van. Nienke met haar goede oren, wist alles wat dicht kon op ons schip dicht te pleisteren zodat het ook in haar oren nog acceptabel was te verdragen. Volgens onze vrienden ging het feest nog tot na 3 uur door. De volgende ochtend bleek de straat bezaaid met troep, lege kapotte plastic glazen, papier, lege plastic zakken, sigarettenpeuken. Wat me bevreemde was de grote hoeveelheden bovenmatige grote, gek genoeg, lege condooms die hier en daar tussen de rotzooi lagen. Het leken wel ballonnen. Zijn Brabantse mannen anders geschapen dan mannen in het noorden?

Overigens, de straatveger die ik aansprak vond de hoeveelheid troep ongeveer normaal en toonde weinig verontwaardiging. Had hij tenminste wat te doen.

Ik was onderweg met een doel toen ik die ochtend de stad in liep. In de veronderstelling dat we deze zomer niet in ‘s Hertogenbosch zouden afmeren, kreeg ik ongelofelijke trek in Bosschebollen. Obsessief mag ik wel zeggen, ‘s Nachts in bed al kon ik de slaap niet vatten, ik zag alleen maar dikke glanzende Bosschebollen. Nu is Breda geen Den Bosch, dat is waar, maar de ‘B’ zit in de naam en in de Bollen. Dus ging ik op zoek naar een Bakkerij, een BanketBakkerij. Ook allemaal ‘B’ s. Een goed voorteken. Ik vond er een, aan de andere kant van het centrum, ruim 15 minuten lopen, voorbij de kerk naar het zuiden. Daar aangekomen, ‘Helaas meneer, het is deze week de ‘week van Éclairs’ ( iets met bananen,slagroom en chocolade, een soort uitgegleden Bosschebollen) en we bakken deze week geen Bosschebollen’. ‘Anders wel hoor’, maar ik weet een Bakkerij waar u ze wel kunt kopen’. Huppelend van enthousiasme hoor ik haar uit waar dat dan wel mocht zijn. ‘Wel meneer, het is wat lastig uit te leggen, maar het is in de buurt van de kerk, in de Veemarktstraat, Banketbakkerij Haanen’.’Dus in de buurt van de kerk, die kerk waar ik ruim 15 minuten geleden langs liep’, stelde ik nuchter vast….

Ze waren lekker de Bredase Bosschebollen. Drie ‘B’ s, maar nu geen rare associaties maken……..

Bosschebollen

Varen met virussen en kwallen

Grevelingenmeer

Er gloort weer wat lucht op de plas. De temperatuur is vandaag prettig, ik mag wel zeggen erg prettig. Niet te koud niet te warm. De inwendige kou en rillerigheid in onze lijven lijkt geleidelijk te verdwijnen. We laten een rottige periode achter ons. Tijdens onze reis richting Zeeland liepen we achtereenvolgens een griepvirus(Nienke) en later een COVID infectie (beide) op. Als zeehonden blaften we dag en nacht de buren uit hun bed. Slap als natte zwabbers sleepten we ons door de dag. Zwabbers zijn uiteraard handig in de gangboorden, maar om elkaar daarvoor te gebruiken gaat me wat te ver. De van een houten steel voorziene action kwast is een betere optie.

De archipel

Aan de mast hangt de gele quarantaine vlag. Nog twee dagen, dan mag hij eraf van het RIVM. We gebruiken ons schip als een quarantaine plek. De huisarts die na veel gedoe toch bereid was om aan boord de longen van Nienke te beluisteren, ze was al meer dan 3 weken aan het hoesten in tegenstelling tot ik zelf die dat al jaren doe, constateerde dat er van een longontsteking gelukkig geen sprake was. Hij vermelde dat COVID op dit moment bij gevaccineerden vrij mild verloopt( al heb ik me knap beroerd gevoeld en ben nog niet helemaal als voorheen) en dat hij en zijn collegae meer te stellen hebben met eveneens een heersend griepvirus dat in zijn staart veel narigheid teweegbrengt.

We liggen aan een paradijselijk eilandje in het Grevelingenmeer. Slechts een paar schepen hebben er plaats. Op het eiland vonden we een paar zeldzame planten; Orchideeën, de Moeraswespenorchis en de brede Orchis, de Kleverige Ogentroost en de Beklierde Ogentroost (rare namen die niet veel goeds beloven). De Ogentroost soorten lijken voor geen meter op elkaar, de ene een plant die lijkt op een bodembedekker met wit paarse bloemetjes met een gele vlek in het wit, de ander een 30-40 cm omhoog torende plant met gele bloemen. De kleverige Ogentroost is niet kleverig in de zin van plakkerig door lijm, maar heeft net als Kleefkruid uit de Walstro familie een soort beharing die kleverig aanvoelt bij aanraking. De Beklierde Ogentroost ( Euphrasia Officinalis of Rostkoviana, vroeger en soms nu nog gebruikt als middel bij oogproblemen maar tegenwoordig in kwader daglicht door de gemene bijwerkingen).

Moeraswespenorchis
Kleverige Ogentroost
Beklierde Ogentroost

Het water in de Grevelingen is iets zouter, maar niet echt zout. Het stikt er van de oorkwallen, die mij de lust benemen het water in te gaan, bovendien ben ik niet zo’n fanatieke zwemmer en altijd die gedachte dat iets van onder uit de diepte het op mij heeft voorzien, volstrekt irreëel, maar toch, je weet dat niet. Dus liever op het water dan in het water en zeker niet met een kwallen-soep rond mijn benen en voor mijn neus. Die aarzeling om onbekommerd het water in te duiken lijk ik niet toevallig te hebben. Volgens mijn ouders ben ik op 2-3 jarige leeftijd bijna verdronken in een vijver achter het huis en door een iets ouder buurjongetje, hij heette Kees, ternauwernood gered. Flink kereltje. Ik kan me er niets van herinneren maar blijkbaar wordt zo’n gebeurtenis wel ergens geregistreerd en ingeprent.

Neemt niet weg dat we van het Grevelingenmeer een beetje zijn gaan houden. Weinig insecten frisse zeewind, mooie natuur, rust en ruimte…..Dat het niet helemaal goed is met het Grevelingenmeer blijkt uit de kaalslag op de bodem, die meer dood dan levend is. Aanvankelijk dacht men er een zoetwater meer van te maken, dat was een klap voor het op zout water ingestelde bodemleven. Nu wordt regelmatig via de Brouwerssluis vers zeewater binnen gelaten waarbij het zoutgehalte van het meer op een vaste waarde wordt gehouden opdat er bodemherstel kan optreden. De kwallen moeten we op de koop toenemen……. En mooi om naar te kijken, dat wel……

Spakenburg en Hollandse Nieuwe

9 juni 2022

Spakenburg oude haven

Tegen de helder blauwe lucht boven me zie ik jagende witte schapenwolkjes. Wat een lust voor het oog na de gestage regen die neerdaalde uit het loodgrijze wolkendek van gisteren. Er staat een stevige wind uit het zuidwesten en het oppervlak van het Gooimeer lijkt op een knobbelig donkerblauw water-tapijt waarop enkele scheepjes zich in onduidelijke richtingen voortbewegen. De wind is koud en de zon lukt het maar matig die kou te verdrijven. Onze Yanmar gromt zacht op de achtergrond. Veel harder dan 5,5 knopen varen we niet en af en toe spat buiswater over de boeg en moeten de ruitenwissers aan. Een modern ogende zeilboot met een breed achterschip, rechte voorsteven en zwarte zeilen vaart scherp aan de wind en kruist ons pad. Één rif in het grootzeil.

Gisteren lagen we in Spakenburg. Op de mooiste plek in de oude haven. Tientallen botters, de een mooier dan de ander, lagen met hun boegen schuin naar de kant om ruimte over te laten voor langs varende schepen. Sommige botters hadden de helmstok van hun ruim bemeten roer aan bakboord vastgezet om zo nog meer ruimte te creëren. Achter in de oude haven is een werf met twee hellingen waar voor het merendeel houten botters worden opgekalefaterd en gerestaureerd. Een mooi ouderwets plaatje.

De werf

Pas na zeven uur in de avond hield het gisteren op met regenen. Er werd op het raam getikt. De havenmeester diende zich aan om het liggeld te innen. Van hem kreeg ik te horen dat Spakenburg vooral één grote vissers familie was. Hij vertelde me dat er tegenwoordig niet veel meer wordt gevist door de Spakenburgers, maar dat er wel veel vis wordt verwerkt en verhandeld. Het gaat de mensen goed, zo te zien aan de keurig onderhouden huizen en de glimmende bolides op de opritten naast hun huizen.

Ik kom aan de praat met de havenmeester. Ik vertel hem mijn blunder, dat ik vroeg om ‘Hollandse Nieuwe’ bij een vishandel aan het eind van de oude haven. Ik zag een bord ‘Nieuwe haring’ en concludeerde dat de Hollandse Nieuwe er weer was. Dat was fout. Die is er pas volgende week. Nieuwe haring is gewoon de haring van vorig jaar, maar ‘Nieuwe’ omdat die toen hij vorig jaar werd ingevroren ‘Nieuw’ was en nu net ontdooid nog steeds ‘Nieuw’ is. ‘Oude Nieuwe haring’ dus. Omdat dat niet lekker klinkt, laten ze dat ‘Oude’ maar weg. ‘Hollandse Nieuwe’ is de haring die in afgelopen 2 maanden is gevangen en ingevroren en mag pas in de tweede helft van juni officieel verkocht worden als ‘Hollandse Nieuwe’. Die haring is meestal gevangen door Deense vissers, maar een bord met ‘Deense Nieuwe’ klinkt niet lekker op de Hollandse viskraam. Laat staan dat men begrijpt of er haring mee wordt bedoeld.

Op mijn vraag of die Hollandse Nieuwe nu echt veel lekkerder is dan Nieuwe haring, kreeg ik als reactie van de havenmeester een minzaam lachje. Ik had er niets van begrepen. De oude haring, de Nieuwe dus, was soms lekkerder dan de de Hollandse Nieuwe, omdat de Hollandse Nieuwe soms te vroeg gevangen wordt en aan de magere kant kan zijn. Alle haring die rauw geconsumeerd wordt moet eerst zijn ingevroren. Dit om de eventuele aaltjes, die er niet in horen te zitten, letterlijk koud te maken. Levende aaltjes mogen niet in de haring zitten, bevroren mag dat wel, die zijn dan dood, de aaltjes evenals de haring. De levende haring-aal of haringworm-larve leeft in de buikholte van de haring en vind het daar erg prettig. Hij eet mee van wat de haring eet en de haring heeft er zelf geen last van. Dit aaltje, de larve, komt pas echt tot ontwikkeling tot worm als de haring door een zoogdier wordt verorberd. Als rauwe zilte spijs direct uit de zee genoten door een mens of opgevreten door een dolfijn of een zeehond wordt de larve een dikkere worm die je ziek kan maken en zelfs een darmperforatie kan veroorzaken. Dat laatste kan niet meer sinds het verplicht is de haring voor consumptie in te vriezen. Dus pak hem gerust bij de staart, zou ik zeggen.

Met deze wetenschap, ga ik volgende week als de Hollandse Nieuwe er is een vergelijkend en kritisch onderzoek doen. Een Nieuwe haring en een Hollandse Nieuwe gebroederlijk naast elkaar op het bord, de ene met een vlaggetje de ander zonder. De uitjes laat ik even staan…..te zijner tijd laat ik de lezer mijn genoten conclusie weten……

Botters

Van Groningen naar Assen en bizar toeval

Schiermonnikoog, wat was het mooi , ook bij nacht

Het onstandvastige weer heeft ons doen besluiten om het plan richting het Duitse wad te varen maar even los te laten. Vanaf Groningen over de binnenwateren naar het zuiden varen is nieuw voor ons. Een ontdekkingstocht over het water naar steden die we vanaf het water nooit eerder bezochten.

Paterswoldse meer

Op deze broeierige maandag kwam pas laat op de dag de verkoeling. Eerst wat spetters op het einde van de middag en pas tegen de schemering de voorspelde waterval met onweer. Best lekker. We liggen met ons schip in Assen, midden ik het centrum. Aan de overkant van de vaart hoor ik de auto’s het klets-natte wegdek luidruchtig platwalsen.

Het tochtje vanaf Groningen naar Assen planden we, naar het bleek, een dag te vroeg. Op zondag draaien de bruggen in de stad gewoon, maar niet in de provincie Drenthe. De brêgewippers wippen niet, dan hebben ze gewoon vrij. Pas vanaf 1 juni wordt de zondagsrust voor de zomer opgeschort. Dus veel verder dan tot de eerste brug in Drenthe kwamen we niet. Het bleek niet erg. Op de wandeling vanaf het kanaal naar het westelijk gelegen Paterswoldse Meer was kwamen we bij een stuk water waar we ooit als studentjes met een gehuurde Vaurien de plas verkenden.

Het Noord Willems-kanaal dat we de volgende dag richting Assen bevoeren liet een afwisselend landschap zien, fris in het groen. Op het kanaal zelf zien we een komen en gaan van skiffs, tweetjes, viertjes (met of zonder stuurman/stuurvrouw) en een paar woest zwoegende achten van zowel vrouwen- als mannenploegen van roeivereniging Gyas. Nienke en ik hebben elkaar voor het eerst bij een Gyas-maaltijd ontmoet. Gyas lag destijds op een andere locatie in de buurt van het Eemskanaal. Een landelijke plek, waar een koe het presteerde het zadeldekje van één van onze fietsen, culinair te testen. Tegenwoordig ligt het clubhuis aan het Noord-Willemskanaal, een mooi breed, recht en vooral ook rustig kanaal, ideaal voor de roeisport. Langs het rechte stuk van het Noord Willemskanaal loopt een fietspad. Vanaf dat pad fietsen de coaches met de roeiers mee terwijl ze door een toeter opdrachten en commentaar schreeuwen. Een stuurvrouw in een viertje gaf op een merkwaardige manier het tempo aan; ‘Tweede klas, tweede klas, tweede klas’, in plaats van bv ‘In en uit, in en uit, in en uit’. Geen idee wat daarvan de diepere betekenis is, maar de roeiers voelden zich wel aangesproken om er nog harder aan de riemen te trekken. Zou het kunnen zijn dat ‘tweede klas’ slaat op de rangorde of de divisie die de ploeg in het wedstrijd circuit heeft ingenomen? Of bekt het gewoon lekker? Vanaf het fietspad klonk nog meer wonderlijks. Misschien heb ik het verkeerd verstaan: ‘niet snoeken, verdomme niet snoeken”. Commentaar dat meer lijkt te passen in de visvereniging, waar het ter plekke verboden is op snoek te vissen. Ik meen me vanuit mijn kortstondige roeicarière vaag te herinneren dat de term snoeken bij het roeien iets betekent als dat de roeispaan te diep in het water duikt waardoor er onbalans in het schip ontstaat. Bij skiffen leidt dat niet alleen tot onbalans maar ook nogal makkelijk tot onfortuinlijk omslaan, met gegarandeerd een nat pak. Vandaar mijn voorkeur voor de wat bredere bootjes die we tot op heden bevaren.

Een achtje met dames

Tot onze verrassing werden we in de drie sluizen tot in Assen telkens ruim 6-7 meter omhoog geschut. Meer dan 20 meter water boven het peil in Groningen. Ik begrijp nu waarom riviertjes stromen zelfs in ons plat lijkend land aan zee. De Drentsche Aa is zo’n riviertje, bekend onder wandelaars vanwege de schitterende ongerepte natuur.

Assen heeft een aardig oud centrum en een prachtig museum dat aan een lommerrijk plein ligt met statige oude bomen. Tot eind oktober is er een fraaie tentoonstelling te zien; ‘In de ban van de Ararat’, schatten uit het oude Armenië. Een verzameling archeologische vondsten van de prehistorie tot aan de vroege middeleeuwen, fraai opgesteld in het ondergrondse deel van het Drents Museum. Terwijl Nederland nog leefde in de klokbekercultuur, fabriceerden de inwoners van het huidige Armenië kunstig bewerkte artefacten van goud, brons, koper en zilver.

Heel oud zilver

Een bizar toeval, vandaag….. Al enige tijd was ik op zoek naar een beter horloge.Tijdens een wandeling door Assen, kwamen we langs een juwelier waar horloges in de etalage stonden. Het ideale horloge bleek hij te hebben, niet op een batterij maar voorzien van een zonnepaneel, lichtgewicht titanium en met grotere wijzers die flink oplichten in het donker. Met het oude horloge nog in de hand en het nieuwe rond mijn pols, zag ik dat er een verschil was in de tijdsaanduiding op beide horloges. Mijn oude horloge stond op 13.20 uur en het nieuwe horloge op 14.11 uur. Mijn oude horloge leek achter te lopen, dacht ik, maar in de avond bleek mijn oude horloge nog steeds op 13.20 uur te staan…… Een half uur voordat we de winkel vonden, er binnen liepen en het nieuwe horloge kochten had mijn oude horloge er al de brui aan gegeven. Alsof mijn oude horloge ruim voordat ik geïnteresseerd voor een etalage met horloges bleef staan, wist dat ik hem vandaag zou afdanken….. of wist ik onbewust dat mijn horloge er vandaag mee zou ophouden?

Assen

Waarom eigenlijk varen? Schiermonnikoog

De haven van Schiermonnikoog

Waarom zou je varen?

Wat is dat varen nou eigenlijk en waarom is dat zo anders als met je auto naar een hotelletje in de Ardennen rijden?

In het contact met één van onze vrienden, Aad Trompert van de Tiberius (https://tiberius.blog) verwoordde hij dat heel mooi: “Reizen over het water brengt een extra dimensie. Water geeft je een enorme vrijheid. Met een boot ben je afhankelijk van het water en het weer. Ook wel de elementen genoemd. En die zijn niet voor de poes. Als je daar niet goed mee omgaat kan dat grote gevolgen hebben. Maar als je er wel goed mee omgaat, en je past je aan, dan is de beloning groot. Je ziel stijgt op tot het bovenmenselijke”.

Nu wij eindelijk weer eens in staat zijn om het grote water op te gaan, merken we die toestand van ‘zijn’ als heel dichtbij. In de haven van Lauwersoog, aan de zeekant, klinken de schrille kreten van de meeuwen als welkoms-kreten. De zilte geur van het wad doet ons denken aan vroegere wadtochten. Er komt een gevoel van herkenning en verbondenheid die we anders ervaren dan op het binnenwater. Het vispotje aan boord bereid, smaakt hemelser dan ooit. We merken dat de wind afneemt en daar worden motorboot-vaarders als wij blij van…

Net door de Robbengat-sluis heen zagen we dat het laagwater was. De slikplaten langs de havenhoofden in de haven lagen bloot. In de buitenhaven gaan we de nacht door brengen om morgen in de loop van de ochtend rond 10 uur naar Schiermonnikoog te varen.

De havenmeester van Schier adviseert rond 1 uur voor hoogwater uit Lauwersoog te vertrekken om dan ongeveer rond hoogwater bij Schier aan te komen. Het laatste opkomende water van de vloed is op de Zoutkamperlaag nog een beetje tegen, maar dat is goed te doen. Er zijn twee vaar-opties: met onze diepgang van 1.10 meter is er een mogelijkheid om over de geul van Brakzand richting de jachthaven te varen. De groene tonnen worden aan de oostzijde gepasseerd ( dit staan niet erg duidelijk op de kaart). De tweede optie is over de Glinder, een afslag verder die de veerboot ook neemt.

In de Reegeul zelf, het laatste stuk naar de haven, is het verstandig om bij het begin van de geul dicht langs de groene tonnen te varen. Verderop moet men richting de haven de rode tonnen aan bakboord laten liggen, evenals de open prikken. De geul is smal waarbij het belangrijk is goed op te letten en vooral dicht langs de rode tonnen te varen.

De getij-gegevens haal ik van QuickTide, een handige app die precies aangeeft wanneer de ondiepte in de Reegeul bij Schiermonnikoog het beste kan worden gepasseerd.

De oostenwind zorgde vandaag voor een extra verlaging ook volgens QuickTide. De route over het Brakzand leek voor ons minder wenselijk en we kozen ervoor de route van de veerboot te nemen.

Inmiddels liggen we na een mooie tocht op Schier. Onderweg zijn we toch nog even vast gelopen in het begin van de Reegeul. Het was een kwartier voor hoogwater en we voeren niet dicht genoeg langs de groene tonnen. Door achteruit te slaan kwam de Nine Marit langzaam weer los. In de vooruit volgas doordrammen is niet een goede optie. Dat werd ons nog eens door de havenmeester later fijntjes ingepeperd. Regelmatig moet hij met zijn “powerboot” in actie komen om een schip dat buiten de geul is vast gelopen weer los te trekken. Doordat bij hoogwater schepen aankomen maar ook uit de haven vertrekken, is het elkaar passeren in de smalle geul soms lastig.

Het tij is gekenterd, het water zakt. De strandlopers op de havendam zijn druk aan het foerageren. Tijd voor een dutje……

Schiermonnikoog