Mooi weer en een nieuwe ervaring

Veessen aan de IJssel

Het begon rustig. De camper heeft zijn beurt gehad, de apk is in tweede instantie goedgekeurd door het nieuwe achterlicht en langzaam kwam de lust om weer op stap te gaan opborrelen uit een toch wel natte en kille winter. 2 weken weg van huis, de ogen gericht op een zuidelijke koers vonden we onze weg naar Zuid-Limburg en een beetje over de grens in België. De stops die we maakten, Veessen aan de IJssel en camping Bos en Heide bij Well waren respectievelijk verrassend en vertrouwd.

De camperplek bij de haven van Veessen was een prettige ontdekking en gaf ons het gevoel toch nog even bootjes-mensen te zijn. De Maasduinen in Noord-Limburg blijven ons verbazen. Haar uitgestrektheid, de afwisselende vegetatie, moerassen en heuvels, het is allemaal van een ongekende schoonheid.

Maasduinen

Maar we wilden verder naar het zuiden, ‘het buitenland proeven’, Frans praten, op een terrasje een glas drinken en dat moest wel met al dat mooie weer in het verschiet.

Ik heb behalve met wijn ook iets met abdij-biertjes al hoeft het bidden behorend bij de productie ervan nu niet zo nodig. Dus op naar de Abdij van Val Dieu. In plaats van de serene rust met biddende monniken in de kloostergangen werden we vergast op een krioelende menigte toeristen die zich op het terras van de ommuurde cour naast de basiliek tegoed deden aan een ‘plat du jour’ vergezeld van uiteraard een wijd bierglas met Val Dieu bier. Na de aankoop van een paar flesjes bier hebben we de abdij ontvlucht. Het idee om er nog een nachtje te blijven op de gratis parkeerplaats naast de Abdij hebben we los gelaten, ons nog niet bewust wat ons te wachten stond.

Val Dieu

Het is altijd goed om een plan B te hebben. Verblind door de belofte van een gratis camperplek naast een de plek waar hemels bier wordt gebrouwen, waren we zomaar verschoond van een goede ‘plan B slaapplek’. We moesten op zoek en dat bleek niet eenvoudig in dit nog prille jaargetijde. Veel campings en camperplaatsen gaan pas in april open.

De Voerstreek blinkt uit in het hebben van smalle holle weggetjes met overhangende bomen waar ik, af en toe de billen-samenknijpend, onze camper door heen moest wurmen. We hadden op de app ‘park4night’ na heel veel vergeefs zoeken eindelijk een ‘ plek’ gevonden. Een boerderij met kippen en een paar camperplaatsen. Aan de weg was een klein restaurantje. Na veel slingerwegen in westelijke richting kwamen we inderdaad bij een boerderij met grote loodsen. Op een groot bord stond ‘Camping’. Eronder met iets grotere letters stond nog een tekst ; ‘Abattoir’, kippenslachterij. Als hypocriete flexitariërs zijn we schielijk omgedraaid om in oostelijke richting onze zoektocht voort te zetten.

Inmiddels was de middag al flink op zijn einde en plan B bleek niet veel alternatieven te hebben. De beste plek leek een camperplaats in Kelmis. Die was vol, alle plaatsen bezet en vinnig blaffende keffertjes onderstreepten dat luidkeels. Uiteindelijk vonden we, moe gestreden, een parkeerplaats zonder voorzieningen naast de kerk van La Chapelle, een slaperig verlaten dorpje iets ten noorden van Kelmis. Een voorbijganger, die zijn hondje uitliet, vertelde dat het dorp leeg liep omdat er niemand meer werk had. Hij woonde hier in het Duits sprekende deel van België. In het enige restaurant van het dorp( er zaten nog 2 mensen behalve wij )stond niet veel meer op het menu dan een schnitzel met frites en nog wat onduidelijks. Het werd de schnitzel, blij werden we er niet van.

Goed geslapen. De volgende morgen hebben we samen een prima croissantje gegeten van de plaatselijke bakker, waarna een wandeling in de omgeving ons humeur wat opfriste.

Overwegende dat het mooie voorspelde weer verder naar het zuiden geen meerwaarde gaf, zijn we terug naar Zuid-Limburg gereden naar een camperplek aan de Geul. Die camping was wel open. Het “Zinkviooltje”,een fraaie camping met terrassen. De eigenaresse waarschuwde ons nog om met de camper niet vast te komen zitten op de zachte leemgrond en dat bleek te kloppen, we zaten vrijwel direct vast, scheef, op het bovenste terras. De wielen tolden rond in het gras en groeven zich gretig in de spekgladde Limburgse klei. Het woord Zinkviooltje (een heel schattig zeldzaam bloempje) heeft in haar naam het woord zink en zinken in de Limburgse klei wilden de wielen wel. We stonden niet goed, de neus van de camper tegen een wal en achter weinig ruimte om terug te draaien naar het grindpad. Al snel kwamen er adviezen van mede camperaars. Matten voor de wielen, vooruit-achteruit wiegelen, duwen, trekhaak installeren, tractor erbij, of gewoon laten staan en scheef slapen voor lief nemen. Alsnog blokken onder de wielen op deze ondergrond plaatsen, het zou niet lukken. Onze zoon met telefonisch advies op afstand, meelevend, kon niet veel doen, behalve dat we het trekoog uiteindelijk met zijn aanwijzingen, onder de vloer in een geheime ruimte wisten te vinden.

Bijna verlost

We hebben hem niet gebruikt. Met pure duwkracht van medecamperaars en Nienke, terwijl ik achter het stuur de camper uit de leemval probeerde te rijden, zijn we toch losgekomen en staan nu op het grindpad, na nog een tweede keer scheef hangend vast zitten op het gras van een terras lager.

Veel afgekalfde stukken van vorig jaar en mistletoe in de bomen

De zon schijnt. De vogels, gedreven door lentekriebels, laten zich horen in een veelkleurig concert. Het wordt vast een mooie dag…..

Belgische Ardennen

In de buurt van boerderij de Kolke

Met Carol King op de achtergrond overdenk ik de laatste 3 dagen.

Het is altijd weer een beetje gedoe, weggaan en alles regelen voordat je uiteindelijk de motor van de camper kunt starten. En dan, net onderweg, die terugkerende gedachten, ‘hebben we niets vergeten, verwarming laag gezet, schuurtje op slot, mutsje voor de kou en de wind, zonnebril mee, postbus leeg gemaakt, buren gewaarschuwd’? Eenmaal onderweg is er de twijfel waar we de eerste nacht zullen overnachten. Zoon en schoondochter nog even een tip gevraagd, maar uiteindelijk naar een plek bij een boerderij gegaan, waar we eerder naar tevredenheid stonden. Eenmaal op de plek volgt het ritueel, uitstappen en rondkijken. Waar gaan we staan, niet te modderig? Hoe kunnen we het beste de koude wind vermijden, om toch nog even buiten te kunnen zitten,want buiten zitten hoort er bij als je campert op een buitenplaats ergens op het wilde platteland, ook als je bijna bevriest.

Mosterdzaad in bloei

We stonden aan de rand van een veld met bloeiende mosterdplanten, de blaadjes kun je eten, lekker in de sla, al hadden we genoeg ervan geproefd tijdens de wandeling die we later maakten. Het bos waardoor we liepen, in de buurt van Gietelo en Empe, riep herinneringen op bij Nienke, die er destijds vanwege bezoek aan haar moeder in Empe, vaak een wandeling maakt met onze teckel Chrimmle. Ze, de hond, had er een handje van achter alles aan te rennen wat maar bewoog of rook naar wild, waardoor ze soms langere tijd foetsie was, volledig in beslag genomen door haar jachtinstinct.

De volgende dag was een regendag, prima om een lekker stuk te rijden in de camper. Het plan was België, Durbuy, nooit eerder bezocht maar aantrekkelijk door de wat Engels klinkende naam. Door de regen over slechte Belgische wegen, slalommend om rotondes die tegenwoordig favoriet zijn bij de wegregelaars. Het tweede stuk na Luik reed Nienke. Onbekende wegen, soms zo smal langs afzettingen bij wegwerkzaamheden dat ik, naast haar zittend, dacht dat een kras op de camper niet onwaarschijnlijk zou zijn. Ik heb de neiging tot verdriet en irritatie van mijn lief om corrigerende opmerkingen te roepen. Meestal lukt het me aardig om dat binnensmonds te houden, maar soms is het me te veel en dat is niet fijn voor haar. Om een en ander toe te dekken richt ik dan snel haar aandacht op de mooie kleuren van de bomen, die links en rechts in de velden staan, voor de goede vrede. Het was ook wel een lastig stuk weg en ik had het niet beter gedaan. We zijn krasloos en veilig op de camperplaats in Durbuy aanbeland. Een fraaie plek aan de Ourthe, een snelstromende rivier waar in het voorjaar wordt geraft, ofwel met 6 man en/of vrouw in een rubberboot stuiterend door stroomversnellingen denderen, voor de kick.

Durbuy

Durbuy blijkt op het eerste gezicht een aantrekkelijk stadje. De huizen opgetrokken in grijs Belgisch hardsteen zien er aardig uit en dat vinden de toeristen ook. Nogal veel toeristen. In de smalle straatjes wemelt het van de restaurantjes en Vlaamse schoolkinderen, die een lijst bij zich hadden met afbeeldingen van een ‘rode fiets’ en andere kenmerken, een puzzeltocht met hindernissen zoals bleek toen meerdere kinderen ons vroegen of we de ‘rode fiets’ hadden gezien, in het Engels, totdat ze door kregen dat we Nederlanders waren. We moesten het antwoord als net gearriveerde onwetende toeristen steeds weer schuldig blijven. Het advies een locale stedeling te vragen was kennelijk niet meegevallen. Na een tijdje voor een slagerij met hammen en bakken paté te hebben gestaan en in de vitrine hadden gezien welke exorbitante prijzen ervoor werden gevraagd, zijn we naar onze camper terug gelopen om ons te goed te doen aan een flesje bubbels met een toastje potjes-paté uit de koelkast en een kaasje. De bubbles waren erg actief. In de camper rijden maakt de belletjes wild, zodat we bij het openen slechts de tweede helft konden genieten, de eerste helft belande bruisend in het gras.

Het was een prachtige ochtend, de volgende dag. Vroeg uit de veren, en al snel op pad langs een uitgestippelde route langs de Ourthe. Het valt opnieuw op, hoe snel het water in de rivier stroomt. Een sprintje om het bij te houden resulteerde geschat op ongeveer 9-10 km per uur. Dat we vrij snel daarna nog ruim 100 meter omhoog een steile klim moesten doen hadden we niet ingecalculeerd. Het uitzicht was grandioos, de kleuren van de bomen in het lage zonlicht een palet van rood, geel en bleekgroen. De groepjes kinderen die we onderweg tegenkwamen hadden de opdracht op kompas hun weg te zoeken, maar begrepen niet waar we het over hadden toen we vroegen of ze de ‘rode fiets’ hadden gevonden, blijkbaar een groep scholieren van een andere school.

Rond het middaguur waren we terug bij de camper. Voor vertrek de vuilwatertank legen, de poeptank legen en schoon water bij tanken. We trakteerden ons op een lunch in een kasteel bij een spiritueel centrum van de Krishna beweging, iets wat ons deed denken aan jonge mensen met oranje jurken, kaalgeschoren hoofden, die zingend door Amsterdam liepen. Niets van dit alles op dit centrum, maar wel erg lekker gegeten.

Radhadesh

Daarna ging alles minder voorspoedig, de plekken die we hadden gepland om de nacht door te brengen bleken gesloten te zijn. Na meerdere kilometers over hobbelige slecht onderhouden wegen te hebben gekard, de Belgen zijn dol op gaten in de wegen, soms leek het wel een maanlandschap met al die kraters in de weg, vonden we een plek boven op een heuvel, in het zonnetje met uitzicht over het Ourthedal. Een beetje winderig maar prima voor een nachtje. De lijvige breed-buikige boer had ons al gespot via zijn camera op de schuur, en stond even later na onze aankomst bij de camper om €20 in ontvangst te nemen en vroeg in rap Frans of we één of twee weken wilden blijven. Gelukkig verstond ik het enigszins en zei wat schuchter dat we maar ‘un nuit’ zouden blijven. ‘Of we dan misschien nog hout wilden stoken á cinq euro?’ Maar dat hebben we maar afgeslagen….

Camperleven

Trier

Eigenlijk is er niets veranderd, je schip tussen te krappe palen schuiven of de camper tussen twee andere campers duwen terwijl de ruimte net te krap is. Allebei heel lastig, zeker in het donker. Met uitzicht op de overkant van het pad, wij staan prima, zien we die te krappe open plek. Likkebaardend komen steeds weer campers langs die denken eindelijk in deze overvolle camperplaats laat in de avond nog een plekje te vinden voordat ze morgen weer verder trekken. De doorgangs-camperplaats in Trier is een geliefkoosde plek, al moesten we wel even slikken bij het zien van zoveel campers op een kluitje tussen de bomen. We proberen dit steeds te vermijden, dit soort van massa-knuffelen langs een rivier dicht bij de stad en de bakker.

Een sluisje bij Fontenoy in het canal des Vosges. Zo’n sluisje waar er honderden van zijn in Frankrijk, maar waarvan we nooit gebruik hebben gemaakt tijdens onze vaartochtjes meer naar het noorden.

Eerder op de dag hadden we een plek op het oog in een klein dorpje bij de kerk. Zag er wel redelijk uit toen we er waren, slechts enkele plekken om te staan en nog helemaal leeg. Dat het redelijk leek werd snel ondermijnd door de klokkentoren die ieder kwartier met een donderende slag liet horen hoe laat het was. De slag op het uur hebben we niet afgewacht. Toen we wegreden stond er nog een vrachtwagentje met een vreemd nummerbord waarvan de achterdeur wijd open stond. In de gauwigheid zagen we dat de wagen vol geladen was met stukken vlees verpakt in vacuum gezogen plastic. Echt smakelijk zag het er niet uit en het had allemaal ook een beetje een crimineel tintje in onze ogen. Hun uitnodiging of we iets wilde eten hebben we maar afgeslagen en zijn toen doorgereden naar deze plek in Trier. Voor het eerst dus op een overvolle massacamping, uit nood want we wilden Trier ook nog zien voordat we verder naar het Noorden zouden rijden.

Camperen in Trier

Aan Trier kleeft een herinnering over een schoolreis vanuit mijn middelbare schooltijd in Zwolle. Ik had net mijn rijbewijs, en mocht één van de beide VW-busjes rijden omdat de biologieleraar alleen maar kon motorrijden. Het andere busje werd gereden door de natuurkundeleraar. De openstaande deur van zijn geparkeerde busje ( hij deed een middagslaapje op de voorbank) werd uit zijn verband gelopen door een paar koeien die naar de stal gebracht moesten worden. Het busje stond in de weg en dus ook de deur. Het gehuurde busje waar ik met 8 medeleerlingen in reed had een gebrek, een spontaan verworven gebrek.Onderweg brak de gaskabel van de motor die bij dit busje achterin zit. Met een touwtje door het achterraam en instructie als ‘gas…en gas los…. ‘ aan de jongen die achterin zat wisten we de auto naar de garage te loodsen. We waren er na verloop van tijd zo bedreven in, dat de garagehouder eerst niet wilde geloven dat de kabel kapot was, toen we met zwier de garage binnen reden.

Rondlopend op de camperplaats word je regelmatig toegekeft door ondermaatse kleine kuthondjes( ze worden steeds kleiner), die ongetwijfeld in je broekspijpen hangen als ze niet aangelijnd zouden zijn. Gelukkig zitten hun potige eigenaren gekluisterd aan hun biertje en spelen rummikub of poetsen de motorkap van hun camper glimmend.

Wat smaken die tomaten hier anders. Gekocht van een mannetje in een bus die op vrijdag de camping bezoekt met groenten en kruideniers- waren.

Etensgeuren, van lekker tot smerig, walmen als onzichtbare mistflarden tussen de bomen door. Je ruikt ze maar je ziet ze niet.

Ons diner was een beetje geïmproviseerd, nadat ik de orichetti in de pan met water had gegooid ontdekte ik in de koelkast de pasta die we eigenlijk hadden zullen eten. Terwijl ik even goed om me heen keek, Nienke niet in het zicht, heb ik de orichetti uit de pan gevist en vervangen met de pasta die me wat lekkerder leek. Het sausje dat Ik erbij maakte van allerlei restjes had het meeste weg van een onvoltooide kleurrijke legpuzzel, ik heb Nienke maar niet verteld wat er allemaal inzat. De Parmezaanse kaas en de basilicum maakten het enigszins goed. Ach, het kan ook niet altijd haute cuisine zijn…..

Frankrijk

We hebben voor een paar weken Sneek verlaten en zijn op weg naar Frankrijk. Het warme weer lokt ons en inmiddels zijn we een flink stuk naar het zuiden gereden. De eerste stop was in Limburg langs de Maas. Beesel aan de Maas is bekend als Drakendorp, een aardige plek met drakenbeelden overal in het dorp. De camperplaats lag verder weg en dichter bij de Maas. De naastgelegen tuin met ‘vergeten groenten’ leverde ons een pond erg lekkere boontjes.

Op de plek in Frankrijk , in Ville-sur- Yron, hadden zich inmiddels 2 campers bij ons gevoegd. Meer dan 3 kunnen er ook niet staan , en laten dat nu ook Nederlanders zijn. We vonden de plek via de website ‘park4night. Deze keer een plek waar je gratis kunt overnachten vlakbij de begraafplaats, lekker rustig, er beweegt niets. Het dorp zelf lijkt eveneens volledig uitgestorven, op een paar verlepte bloemen in potten langs de gevels van de huizen na. Echter, er liep wel een vrouw met haar dochter rond, de vrouw met een huurkind in een karretje en haar dochter met een kind op een driewieler die regelmatig de heuvel af dreigde te rollen richting de hoofdweg door het dorp.

Het praatje met hen in gebrekkig Frans, ze verstonden het wel, leverde interessante informatie op. Er was inderdaad niets te beleven in het dorp, alle mensen die er wonen hebben een baantje elders en diegenen die niet werken zijn erg oud of iets dergelijks en verschuilen zich in hun huisjes. Op mijn vraag waar het volgens de Franse grondwet in ieder dorp verplicht te verkrijgen dagelijks brood dan te halen was, kwam het antwoord dat dat tegenwoordig in een dorp verder weg was. De school die in de Mairie, het stadhuis, ooit was gevestigd was gesloten, voorgoed. De burgemeester was niet meer in functie en met de onderwijzeres getrouwd. Ze zijn elders een zonnebloemplantage begonnen. Die zonnebloemen staan nu net buiten het dorp uit te drogen om binnenkort geoogst te worden. Op de plek waar we nu gebroederlijk met zijn drieën staan, is ook een kraan, een waterkraan. Een kraan die er heel wonderlijk uitziet, rood geschilderd als een brandweerkraan, krom als een uit de krachten gegroeide stofzuigermond, die geen water zuigt maar water met veel misbaar uitspuwt met een uitwaaierende straal die mijn broekspijpen en sandalen volledig doorweekte. Hoe ik dat water netjes via de vuldop in de camper moet krijgen wordt nog een leuke puzzel.

Bij de begraafplaats

De twee dames die hun camper als laatste gekomen tussen die van ons en de buren moest wringen, besloten later op de avond te verkassen naar een illegaal veldje verder op. De nabijheid was klaarblijkelijk te heftig, de intimiteit te dicht op hun huid. Ze hadden veel gereisd en alles gezien, zelfs naar China geweest en Chinees gegeten. In Iran moesten ze tanken met hoofddoeken getooid en een briefje in de hand, in het Iraans, waarop stond dat ze buitenlanders waren. Wat er precies op het briefje stond hebben ze nooit kunnen achterhalen, maar de dieselolie was er goedkoop en koste er slechts 12 cent per liter, wel het dubbele van wat de locale bevolking moest betalen. Als toerist wordt je wel uitgebuit…..

Even een kopje koffie

Verder afzakkend naar het zuiden was het niet te vermijden. Onze camper had het heus wel door. We reden door een deel van het champagne district, het meest zuidelijke deel ervan en dat was volledig toeval. De consequentie was dat we stil hielden bij een ‘blikken chateau’, meer een grote loods waar we gratis een nachtje konden staan, mits we een gedwongen proeverij zouden ondergaan. Met veel geduld werd ons uitvoerig het hele productie proces van de champagne door Laurent uitgelegd waarna eindelijk de glazen op tafel kwamen. Twee jonge Fransen mochten mee proeven. 5 glazen, de vijfde voor Laurent, hij moest immers proeven of de champagne nog steeds op dronk was. Achtereenvolgens werden er 5 verschillende Brut’s in de glazen geschonken, die ons allemaal steeds loslippiger maakten. Het Frans dat ik eerst op verzoek vermeed en Engels als voorkeur had opgegeven, kreeg geleidelijk de overhand waarbij de volzinnen steeds soepeler uit mijn mond rolden. Al moet ik bekennen dat ik meestal niet begreep wat er terug gezegd werd en daarvoor steeds mijn lief Nienke moest raadplegen.

Het was duidelijk dat we die overmacht aan tongstrelende indrukken niet onbetuigd konden laten. 6 flessen gekocht en de camper ietwat zwaarder dan bij vertrek. En dat allemaal in de eerste week van onze trip.

Daags nadien op weg uit de champagnestreek, werden de wijngaarden verruild voor breed omgeploegde landbouwgronden, waar de oogst al was binnengehaald, ook grote velden met bijna uitgedroogde zonnebloemen die blijkbaar later afgemaaid worden om er veevoer of olie van te maken.

Het landschap van de Haut Marne is afwisselend; bossen, heuvels, lieflijke valleien met heldere beekjes overspannen met lage stenen boogbruggen. De dorpjes onderweg ogen oud en meestal voorzien van een forse kerk gebouwd met grijze zandsteen, romaans of in vroeggothische stijl.

Al slingerend over de D wegen, kom je weinig verkeer tegen. Arc en Barrois is ook zo’n dorp al staat hier ook een kasteel, een imposant geval, dat in en na de eerste wereldoorlog diende als hospitaal.

Eén boulangerie, één winkel en een paar oudjes op een bankje bij de kerk die in hun mobieltjes praatten. De wandeling die we maakten was pittig, heuvel op, heuvel af en het was warm. De route niet helemaal wat we hoopten, maar wel aardig door de vergezichten en het kleine dorpje aan de beek dat we onderweg tegenkwamen. Een oude overdekte wasplaats langs de beek om de was te doen, mooi gerestaureerd, tegenwoordig een plek om te zitten en te mijmeren bij het langs stromende water……

De wasplaats

Over wouden en meren, een wasbeer en Schnitzels

Tussen de kersenbomen , Hagen

Langzamerhand krimpen we de camper in en wennen we aan de afmetingen. Mijn kop stoot ik nog wel af en toe maar het wordt minder. De locaties waar we komen te staan zijn steeds weer een verrassing. Aan de rand van een kersenboomgaard, bij het dorpje Hagen, worden we geïnformeerd dat er bijna 300 verschillende kersen-variëteiten staan, een databank van allerlei vergeten soorten. De namen van al die kersen-bomen kan ik niet meer ophoesten, maar volgens de bordjes variëren de kleuren van de kersen van pikzwart tot licht geel. Helaas zat er geen kers meer aan de bomen. De kersentijd is overgegaan in de pruimentijd. Het wordt dus een krap jaartje wachten om de vermelde uitnodiging te aanvaarden om vrijelijk van de kersen te mogen snoepen. De camperplaats is eenvoudig, maar alles wat je nodig hebt is er, water, plek om grijs water te lozen, elektriciteit en toilet. Met de neus van de camper naar de boomgaard en onze benen uitgestrekt onder een kersenboom is het goed toeven. Door de boomgaard loopt een pad naar het bos. We maakten een wandeling van 3 uur door het afwisselende landschap. Af en toe steil omhoog over een met stenen bezaaid pad waar overvloedige regen diepe geulen had uitgeslepen. Onderweg snoepten we van de bramen langs het pad.

Hagen

Het Teutoburger Wald strekt zich uit van noordwest naar zuidoost, ten zuiden van Osnabrück. Erg hoog is het niet, al hebben we tijdens de wandelingen soms flink moeten klimmen. De hoogste top is ongeveer 350 meter, net even meer dan de Vaalserberg in Zuid-Limburg. Het gebied was een struikelblok voor de Romeinen die in hun expansiedrift naar het noorden oprukten en daar verslagen werden door Germaanse troepen. In latere tijden vestigden zich er meerdere kloosterordes, verspreid over het gebied. De meest bekende wandelroute, is de Hermannsweg een pad van 226 km door het Teutoburgerwoud. We hebben slechts een klein deel van het gebied gezien, maar het lijkt me een niet overlopen fraai wandelgebied met veel afwisseling in landschap en met leuke dorpen en stadjes.

Romaanse kerk in Goslar , mooie stad
Henry Moore in Goslar
Kerkje van Altenau, met een vriendelijk welkom

Ons plan was om naar de Harz verder te reizen omdat we nu eenmaal de reisgidsen ervan hadden aangeschaft bij boekhandel de Zwerver in Groningen. De Harz ligt op bijna dezelfde breedtegraad als het Teutoburgerwoud, maar dan meer naar het oosten. Na een bezoek aan de fraaie middeleeuwse stad Goslar belandden we in Altenau in de Oberharz. De Harz is van oorsprong een aardplooi die nog steeds verder omhoog rijst en bestaat voornamelijk uit graniet en mineraalrijk gesteente. Altenau was bekend om zijn zilvermijnen, die tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog actief waren. Zie ook voor meer info over de geologie:

https://natuurtijdschriften.nl/pub/415292/GEA2003036003001.pdf.

De naaldloze dode bomen in het zonlicht

Onze camper stond op een voormalig stationsemplacement. De rails zijn weg, maar het stationsgebouw staat er nog. De uitbaters zijn nog maar kort geleden begonnen om de plek te verbeteren en aan te passen aan de wensen van de camperaar. De man spreekt een beetje Nederlands dankzij een periode werk in Nederland en legde ons uit wat er in de omgeving te beleven is. Het voormalig spoorlijntje was er ten nutte van de mijnbouw. De kaarsrechte dennenbomen op de bergflanken waren uitstekend geschikt om als stut te dienen in de mijngangen. Dat er geen naalden meer zitten aan de bomen op de hellingen is te wijten aan de vraatzucht van een kever. Volgens hem is men te laat begonnen met het beestje te bestrijden. Gelukkig zijn er veel andere boomsoorten die de kever niet lust waardoor de kaalslag wat beperkt is gebleven. Regelmatig lopen er 4 wasberen over de camperplaats, een vos komt in de avond eveneens de ronde doen om te kijken of er iets te happen valt. De grote katachtige lynxen die er voorkomen laten zich minder vaak zien.

Onze zoon Ewout en schoondochter Fenny hebben zich bij ons gevoegd in Altenau met hun eigen camper. Een genoegelijk samenzijn met één minpuntje, van de twee slippers die Ewout gedurende de nacht buiten de camper had laten staan was er in de morgen nog maar één over. Volgens de beheerder, hij had ons gewaarschuwd, was hij meegenomen door een wasbeer, al denk ik dat maat 45 voor hem wat te groot is.

Het kleine stuwmeertje in Altenau
Eveneens het stuwmeertje

De hoogste berg is de Brocken, 1142 meter hoog, net niet te zien vanuit onze camperplaats. Fraai is het stuwmeertje vlakbij de camperplaats. We maakten met ons vieren een wandeling er omheen. Het vinden van een grote diversiteit aan planten waarvan in Nederland een aantal op de rode lijst staan, was een aangenaam cadeautje. Later, vlak nadat we vertrokken waren, reden we langs een heel groot stuwmeer waar werd gezeild en waar een rondvaartboot zijn spoor trok over het helderblauwe wateroppervlak. Het plan om de ‘moet je zien waterval’ naast het stuwmeer te bezoeken hebben we laten vallen; te veel toeristen. De nieuwe plek om te overnachten, aanbevolen door de camper-app, bleek voor ons niet aanbevelenswaardig. We hadden ons verheugd op een goed restaurant om gezamenlijk onze ontmoeting af te sluiten. De standplaats op een overmaatse betonnen stoeptegel met hek als uitzicht kon ons niet bekoren. De lucht in het ‘gourmet-restaurant’ bleek vooral te bestaan uit een mengsel van verschaalde biergeuren en de vluchtige gevolgen van jarenlange lucht-verpestende rokers. Dus op zoek naar een andere plek. Gelukkig is Fenny een technisch zoekwonder op het internet. Ze vond een camper-plek met restaurant. Wel zo’n 100 km rijden, maar ach, rijden in de camper is leuk. Het restaurant bij de nieuwe camper-plek, een zeer goed restaurant volgens Google, bleek gesloten, nou ja, wel open maar ‘besloten-open’ voor een familie partijtje. Uiteindelijk zijn we verwend in een aanbevolen schnitzel-specialiteiten restaurant in het stadje. Een half uur lopen, maar goed, dan krijg je ook wat. Het was lekker, de schnitzel van de bil van regionale biologische varkens, evenals het biologische zelfgebrouwen bier……, en over het knullig geserveerde ijsje in een kartonnen bekertje met een toefje slagroom zullen we het dan maar niet hebben…..

Echte Guldenroede( rode lijst in Nederland)
De eerste wandeling bij Altenau

Overpeinzing en een mooi reisje naar Twente

Als een rij kippen op stok stonden ze daar, campers, naast elkaar hoog op de wal van het Noordoostzeekanaal. Enigszins denigrerend vroegen we ons af wat daar nu leuk aan was. Met de camper-neus gericht naar het kanaal, luifel uit tegen de zon, zittend op een stoeltje met een glaasje bier in de hand, loeren naar de voorbij varende schepen. Wij, in ons schip op weg naar Holtenau en de Oostzee hadden destijds nooit gedacht dat we een paar jaar later zelf een camper zouden hebben en dat we net zo op een plekje aan het water zouden zitten innig tevreden met een glaasje wijn in de hand. Al moet ik erbij zeggen dat we samen met zoon en schoondochter en hun eigen camper op een heel wat mooier en rustiger plekje stonden. Het massale samenhokken op een grote camperplaats met tientallen campers is aan ons niet besteed. De plekken die we na wat zoekacties vonden waren meestal plekken bij een boerderij of wat vroeger een boerderij was geweest. Er zijn een aantal app’s die ons de weg wijzen. Zeer nuttig dankzij de uitvoerige beschrijvingen van eerdere gasten.

De Mosbeek

Opnieuw kwamen we voor een paar dagen in Twente terecht. In de omgeving van Oldenzaal werden we getroffen door het heuvelachtige landschap met stukken bos en daartussen delen met landbouw en boerderijen. De Mosbeek en de Dinkel slingeren tussen de heuvels door en je kunt zien dat recent de overvloedige regen het peil van de beek en het riviertje fors heeft doen stijgen, waarbij de oevers zijn afgekalfd en delen gele leemgrond bloot zijn komen liggen. Op de wandeling langs de Mosbeek was te zien dat grote hoeveelheden losse takken en bladeren zich hadden opgehoopt bij versmallingen van de beek.

De Dinkel
Afgekalfde oever van de Dinkel

Met onze fietsjes reden we de volgende dag een route rond Ootmarsum. Af en toe was het stevig klimmen en keken we afgunstig naar de mensen met hun elektrische tweewielers, die ons op de helling naar boven fluitend voorbij fietsten. Ook naar beneden fluitend, maar dat was van de wind. Regelmatig lagen we dan ook in de berm in een minder geslaagde poging de langs suizende gemotoriseerde oudjes, volledig in de ban van hun fietscomputer op het stuur, te ontwijken. Waarschijnlijk zien we binnenkort leeftijdsgenoten op een nieuwe fenomeen, de fatbike, de fietspaden onveilig maken, liefst zonder helm, want dat staat stom.

Ootmarsum, het kunstenaarsdorp van Twente is de moeite waard om te bezoeken. De toerende oudjes op hun laag-vliegende fietsen komen hier tot rust op één van de talrijke terrassen rond de kerk. Wij zochten en vonden een plekje op één van de terrassen en werden gedwongen mee te luisteren naar een Duitse oudere dame, veel ouder dan wij, met een schelle stem, die de roerselen van haar familie meende te moeten delen met haar eveneens veel oudere vriendin die blijkbaar net als ik hardhorend was. Probleem alleen was, dat ik mijn hoorapparaten aan had staan en nieuwsgierig als ik ben, niet de neiging had ze uit te zetten. ‘Het was niet best met een nichtje’. Voor zover ik begreep had ze een relatie met een getrouwde man, op zich al een schande. Hij stemde fout, AFD volgens haar, en was zeker 10 jaar ouder dan het nichtje. Zij, de vrouw, vond hem ‘een engerd, een pluk haar onder zijn neus en een veel te grote bril met donker glazen’, waardoor je zijn ogen niet kon zien. ‘Ein Arschloch mit gefärbten Haaren’. Het ergste was dat het nichtje haar goed bedoelde raad niet wilde horen, ‘Naar mij luistert ze niet’.

Twentse boerderij stijl bij Ootmarsum

De kerk, in Bentheimer-kalksteen gebouwd, dateert uit ongeveer1000 na C, althans het middendeel. De indruk van de kerk is er een van zwaarte, al is gepoogd het geheel te verlichten door de vroeg-gothische stijl van de grote vensters. De katholieke versierselen in de vorm van sombere schilderijen met rampspoed-taferelen domineren. Een man stond midden in de kerk iets religieus te zingen, zichtbaar genietend van de galm die hij produceerde. Nadat we sluipend een rondje door de kerk hadden gemaakt en het potje met de gleuf, smekend om een bijdrage, hadden gespekt, liepen we weer naar buiten.

De gestileerde beeldengroep bleek gemaakt door een oude bekende, Kiny Copinga. We herkenden haar stijl. Ze moet inmiddels meer dan 80 jaar oud zijn. Ooit was ze een patiënte van mij, en volgens Wikipedia leeft ze nog. Gelukkig maar, een beetje vervelend als iemand na je behandeling overlijdt.

Na ons vertrek uit Twente, kregen we via het nieuws te horen dat er op de plek waar we met de camper hadden gestaan veel regen was gevallen. De A1 stond blank bij de Lutte. De camperplaats waar we stonden vlak bij de Lutte, heeft vast ook onder water gestaan. Gesteund door opgedane kennis omtrent het weer tijdens de vele jaren varen met onze scheepjes waren we net op tijd vertrokken naar het noorden……

Ontmoetingen in de Achterhoek

Op Camperplaats ‘Op de Bult’ staat al een grote blauwe tot woonmobiel omgebouwde bus als we het plekje ernaast willen inrichten. Met twee getrapte blokken onder de voorwielen staan we vrijwel waterpas. De ontvangst was hartelijk. De eigenaar van de Camperplaats liet ons zien waar we allemaal konden gaan staan en vertelde waar alles was en wat er kon.

De blauwe bus en wij

Nauwelijks een beetje geïnstalleerd sprak Nienke de eigenaar van de bus en zijn vrouw aan die net van een fietstocht bij hun bus aankwamen. Ik hoorde hem ‘Willem’ zeggen, terwijl hij zich voorstelde ‘en mijn vrouw heet Jos’. Omdat het socialiseren me wat al te snel ging verborg ik me achter de camper die als een prima geluidswal fungeerde. Wat ik aan inhoudelijk gesprek kon horen was niet te verstaan, luid was het wel. Toen ik het waagde om rond de camper in zijn gezichtsveld komen, stoof hij op me af, nam mijn hand in de klem als in een bankschroef en zei met een donderende stem dat hij Willem heette. Hij kwam uit de Beemster, zei hij, en voordat ik het wist volgde zijn levensverhaal terwijl zijn vrouw zich, na met Nienke gesproken te hebben, opmaakte om te gaan douchen. ‘Alles in de bus en aan de bus heb ik zelf gemaakt, als ik iets niet wist zocht ik het uit op het internet’ en dat was duidelijk te zien. Ik doe alles zelf, lassen, timmeren, elektra aanleggen, noem het maar op’.

Zijn huis verbouwt hij zelf en ook dat van zijn kinderen, met eikenhouten balken, dikke balken. Hij wees me de lengte en dikte ervan aan als had hij zojuist een bovenmaatse snoek gevangen. Kortom een homo universalis . Spullen die hij nodig heeft koopt hij op Marktplaats. ‘Ik heb een vrachtwagenrijbewijs en reed op allerlei vrachtwagens met vee naar de slachthuizen. Volgens hem is alle groente en fruit bespoten met pesticiden, ‘aardbeien zitten vol met gif en van druiven worden je kinderen ziek’. ‘De groente van de Lidl was ik minstens 3 keer ’. ‘Bovendien, ik heb ook een Irissen-kwekerij gehad, en daar wordt veel gif bij gebruikt ‘ik weet er alles van’. De kinderen moesten altijd helpen met de bollen, maar mijn vrouw zei: ‘de irissen eruit of ik ga eruit’, en dat bracht hem ratelend als een bolderwagen over de kasseien op het thema gezondheid. Hij had me ontfutseld dat ik in de gezondheidszorg had gezeten. Hij was doodziek geweest, zijn alvleesklier was ontstoken, hij had te veel gezopen, nu drinkt hij geen drup meer. ‘Ik heb nu een bedrijf met caravanstalling, daar leef ik van met mijn vrouw’.’ Zij, zijn vrouw Jos, kent een vrouwtje die met lapjes gedrenkt in een gele vloeistof wonden kan genezen die gewone dokters niet kunnen genezen. Een wond die met zo’n lapje is behandeld ziet er na de eerste nacht vreselijk uit, maar is na een paar dagen helemaal genezen. ‘Het recept is geheim, want de farmaceutische industrie moet er niet mee aan de haal gaan’. ‘Ze kosten maar €3 per stuk, die lapjes’, maar dat vrouwtje hoeft er niets aan te verdienen‘ Trouwens’, overstappend op een ander onderwerp ‘ik zie aan je wielvelgen dat je je remmen te veel gebruikt’, terwijl hij met zijn vinger over de velg streek en me de zwarte veeg op zijn vinger onder m’n neus porde. ‘Je moet je camper meer laten uitrollen!’ Terwijl het me nauwelijks lukte een weerwoord te geven en niet anders kon reageren dan met een instemmend knikje of een blik van ongeloof hem aankijken, bleef hij me vol overgave deelgenoot maken van zijn overtuigingen en inzichten. Nu heb ik de nodige ervaring opgedaan als het gaat om een gesprek voeren vanuit mijn vroegere functie als arts, echter een praatkanon als deze overigens hartelijke, aardige man vol levenslust was ik nog niet eerder tegengekomen, laat staan dat het mogelijk is om vriendelijk doch beslist een niet al te kwetsend einde aan het gesprek te breien. Slechts door non-verbaal tussen de woorden door enkele zijdelingse, achterwaartse stappen te maken, lukte het me om in hem het idee te laten groeien dat ik me van hem en het gesprek wilde losmaken. Je moet een buurman, zo dichtbij, niet voor het hoofd stoten. Dat hij zich later nog een paar keer uitvoerig liet horen, heb ik belangstellend en met mildheid ondergaan. Bij het afscheid de volgende morgen, kreeg Nienke een zoen op de wang en nam hij mijn hand in de klem als was het in een bankschroef …..

Onze volgende stop was Winterswijk. De stad waar mijn grootmoeder ooit woonde. Ze was geboren in de Achterhoek, vertrok met mijn pas geboren en 6 weken oude vader en mijn opa per boot naar Indonesië waar mijn opa een functie kreeg bij de politie. Daar woonden ze 16 jaar en kwamen vlak voor de oorlog terug naar Nederland waar mijn opa overleed aan een nierziekte die hij had opgelopen door veelvuldig fenacitine-gebruik voor zijn chronische hoofdpijn. De verjaardagen van mijn oma in Winterswijk, waar ze na terugkomst uit Indonesië weer was gaan wonen, herinner ik me goed. Ik had er een grote pest aan om een hele middag rond de tafel te moeten zitten met de rest van familie, die rookten en praatten. Eerst gebak met koffie en voor ons limonade. Later kwam bier, Jenever en een citroentje voor de vrouwen op tafel. Mijn broer en ik verveelden ons rot, terwijl de stemming steeg en de verhalen die ons nauwelijks interesseerden, breder werden uitgesponnen. Zo dichtbij een paar ‘roots’ kwamen we met onze camper terecht op een Camperplaats vlak bij de Duitse grens, een paar kilometer van Winterswijk. De naam ‘Schaapskudde’ had ons nieuwsgierig gemaakt. Een prachtige plek bij een oude boerderij waar aan het camperplaats nog flink gesleuteld moet worden, sanitair moet nog aangelegd worden. Overal liepen kippen, eenden, pauwen en ganzen los over het erf. Uit een schuur klonk geblaat van een paar schapen

. Op een veldje naast de weg stonden de schapen. We stonden er alleen. Met de te verwachten regen konden we op een verharde plek staan naast de brandnetels en de bramen. Later in de middag verscheen de eigenaar om een praatje te maken. Hij is een zzp-herder die zich met zijn kudde schapen verhuurt om hobbelig en ruig terrein af te grazen, terrein dat lastig met grof materieel te bemaaien is. Hij zag er uit als een Viking met blonde wapperende haren. Een Drenth die per ongeluk in de Achterhoek was beland. Hij vond Winterswijk maar niets, ‘ je wil er niet dood gevonden worden’. De dorpen eromheen waren veel aardiger. Er werd in deze grensstreek na de oorlog levendig gesmokkeld door de mensen die elk aan een zijde van de grens woonden. Er waren plekken waar Duitsers en Nederlanders elk aan hun kant van de grens een stukje grond van een paar vierkante meter hadden gekocht, gescheiden door prikkeldraad, waar buiten het zicht van de douane, koffie, sigaretten en soms hele varkens over het prikkeldraad werden uitgewisseld. Ons plan om de kalksteengroeve, bekend van de vondst van een fossiel zeemonster, een Nothosaurus en de wijngaard van Hesselink te bezoeken, viel door de vele regen in het water. In de steengroeve hebben zich een aantal oehoe’s gevestigd, de grootste uilen-soort van de wereld. Gevlucht voor te veel regen en nattigheid zijn we de volgende dag toch maar verhuisd naar drogere streken.

Camperplaats de Flint bij Fochteloo

Rommelen met de ruimte

In het pinksterweekend waren we wederom met 2 campers op stap. Onze zoon en schoondochter hadden een locatie op het oog in het Emstal in Duitsland.

Bij de boer

We zijn nog niet volledig op orde in ons nieuwe rijdend buitenhuis, al blijft het ermee rijden vanaf de hoge zit een leuke ervaring. We hebben inmiddels een aardig aantal mooie plekjes om te staan en te overnachten gevonden. De wereld bezien vanuit een camper is anders dan vanuit je gewone auto of je schip. Nieuw voor ons is hoe we omgaan met de beperkte ruimte en hoe je alles het beste indeelt. In ons schip, vijf meter langer en bijna 2 meter breder dan de camper, was er voor ons gevoel altijd ruimte om spullen op te bergen, al zat er daar ook een grens aan. Ik had een rommel-lade met van allerlei spullen die wel eens van pas konden komen, maar die we nooit gebruikt hebben. Dat verlengbare lampje op een buigzame steel om onder de motor te kijken heb ik aan boord nooit gebruikt. Het rolletje speciale plakband om een lekkende leiding te repareren, ook nooit gebruikt. De grote objecten zoals stoelen, tafel en bijzet tafels lagen onder het luik in de kuip naast sommige spullen die er in 10 jaar niet uit zijn geweest.

Helaas heb ik een eigenschap die geen prijs verdient. Ik vergeet wat ik ooit aan ‘mogelijk nuttige’ spullen heb gekocht. Van gereedschap dat ik nooit heb gebruikt, heb ik er twee of meer. Bij de afgeprijsde spullen in de Gamma zie ik soms zo’n mogelijk nuttig tangetje liggen en denk dan, die kon wel eens handig zijn…. . Een groot deel van mijn verzameling lijntjes, elastieken, sluitingen, zaklampen, en gereedschappen die ik aan boord ooit meende nodig te hebben maar nooit heb gebruikt, heb ik, impulsief of beter gezegd ‘enigszins overwegend’ met het idee ‘je weet nooit of het van pas komt’ overgeplant in de camper.

Bovendien, dat alles logisch geordend opslaan in de bergruimte, de garage van de camper, is niet mijn sterkste kant. Zeker omdat er geen grote laden zijn die je dicht kunt schuiven. Veel van die spullen blijven dus in het zicht in de ondiepe nissen van de garage.

Mijn zoon Ewout en mijn schoondochter Fenny zijn organisatorische wonders, die ons bij ons laatste reisje hebben geholpen de garage van de camper handiger in te delen. De fietsen stonden plat tegen de achterwand. De handige spullen, opgeslagen in de ondiepe vakken tegen de voorwand, waren slecht bereikbaar omdat de stoelen, tafels en het droogrek, bevestigd met te veel elastieken, ervoor stonden. Als we de vloerwisser, een spons of een opgerolde lijntje nodig hadden, moest vrijwel alles eerst verplaatst worden, waarbij ik voortdurend mijn kop stootte tegen een uitzetter van de deur die naar mijn smaak te laag zit voor mijn vermeende lichaamsafmetingen.

Toen ook nog bleek dat ik in mijn neiging om mogelijk nuttige of handige spullen aan te schaffen, in de loop der tijd meer dat 10 spanbanden in alle soorten en maten verzameld had, heeft mijn zoon een grondige reorganisatie van de garage in de camper opgestart.

Handige spullen

We zijn allebei blij met het resultaat. Kilo’s lichter, verlost van vele onnuttige zaken, al moet ik bekennen dat ik een paar van die onnutte zaken, zoals een lang stuk elastiek en een paar handschoenen na uitvoerig overleg met Nienke toch weer terug in de vakken heb gelegd. Je weet maar nooit waarvoor het handig kan zijn….. Echter de garage is nu wel op orde. De stoelen en de tafels zijn in een wip te pakken. De fietsjes staan dubbel gevouwen aan bakboord in de garage en er is nu ruimte te over, misschien wel voor nog wat mogelijk nuttige of handige spullen…

Dit gebied, het Emstal, ligt in Duitsland vlak over de grens bij Emmen. Meerdere keren reden we over bruggen en sluizen van het Dortmund-Emskanal waarover we vaak met ons schip naar het noorden voeren, zonder kennis te nemen van het achterland.

Wandelen in de buurt van Bad Bentheim

Het is Spargeltijd en die asperges aten we in het restaurant bij de Baccumer Mühle, een pond per persoon, Duits, ruimhartig opgediend. Bij het restaurant met molen en vijver mochten we gratis staan met onze twee campers, mits je er hebt gedineerd. Water en stroom ook gratis voor 2 nachten.

Tweede pinksterdag vielen we bij een tussenstop op de terugweg met onze neus in het feestgedruis in Lingen. Uit de gehele omgeving kwamen verenigingen gekleed in middeleeuwse en 18e eeuwse tenues samen om een historische optocht te houden door de straten van het plaatsje. Een kleurrijk gebeuren met veel getrommel en getoeter. De strakke gelaatsuitdrukking op de gezichten van sommige deelnemers aan de optocht getuigde van de nodige ernst waarmee men deelnam. Een eeuwenoud ritueel dat in deze streek jaarlijks met Pinksteren wordt herhaald. Een ritueel om de verbondenheid van de verschillende dorpen en stadjes in het Emstal te bevestigen. Grappig om te zien maar ook door een licht militaristisch tintje voor ons Nederlandse buitenstaanders een klein beetje eng. De Currywurst mit Soße smaakte voor een keertje goed. Het gebied is zeker de moeite waard om te bezoeken door de rijke afwisselende landschappen en natuur, oud vulkanisch graniet en heuvelachtig met veel soorten landbouw tussen de bossen.

Ogentroost

Het is wat stil op mijn blog en dat heeft een reden. De plannen die we hadden blijven voor even in onzekerheid hangen, of beter gezegd, zijn onvrijwillig in de koelkast beland. Vanwege twee ingreepjes aan mijn ogen in verband met een plotselinge verergering van mijn sluimerende glaucoom, zijn we min of meer veroordeeld om in de buurt van Sneek te blijven. Inmiddels is één oog succesvol geopereerd, waarbij tegelijkertijd, parallel aan de glaucoom behandeling, de lens met een lichte staar is vervangen door een kunstlens. Dit betekent dat ik voorlopig niet mag autorijden, in de periode van de nabehandeling. In de wachtrij voor de ingreep aan het andere oog kunnen we niet ver weg en moeten we ons tevreden stellen met kleine tochtjes in de buurt. Nienke rijdt uitstekend met de Camper al laat ze het manoeuvreren op krappe plekken het liefst aan mij over. De onrust of het goed gaat met de ingrepen en de controles die erna komen beperken de mogelijkheden. Het is weer eens duidelijk dat het leven allerlei verrassingen voor je in petto heeft hoe oud of hoe jong je ook bent.

Op het grindpad, het gras was te zacht en drassig

Hoe is het om te constateren dat cámperen iets heel anders is dan motorbootvaren. De keuzes voor een plek om te overnachten of te verblijven zijn er in overvloed. Allerhande apps bedienen de zoekende camperaar. Een uitgezochte plek kan meevallen of tegenvallen. Ons laatste tochtje naar een camperplaats in Drenthe resulteerde in een plek waar onze camper buiten het toegangspad zou veranderen in een woonboot vanwege het drassige moeras waarin de staanplaatsen waren veranderd. Met twee campers, onze zoon en schoondochter hebben een zelfde camper, hebben we er op het toegangspad één nacht gestaan om vervolgens in de ochtend snel te vertrekken naar een droge plek.

De Meistershof bij Dwingeloo voldeed aan de beschrijving, alles klopte en de omgeving nodigt uit tot prachtige wandelingen in een afwisselend natuurgebied. Misschien is dat wel het aardige van onderweg zijn met de camper, vrij snel ben je zomaar op plekken die je anders met een schip niet kunt bereiken, al moet ik bekennen dat die redenering ook omgedraaid kan worden. Met onze voormalige schip kwamen we op plekken waar je met een auto of camper onmogelijk kon komen, was het niet een eiland, dan wel een waterrijk gebied zonder wegen of parkeermogelijkheden. Wat ik het meest aardige vind aan de camper is het rijden door gebieden die je normaal gesproken niet frequenteert, zeker niet met je eigen auto, die ik eerder zie al een vervoermiddel om ergens vlot te komen. In de camper rijden is een feestje op zich zelf, door de hoge zit, het uitzicht van achter het stuur of de bijrijdersstoel. De spanning om je rijdend buitenhuis veilig over smalle weggetjes en langs onverwachte obstakels te loodsen, maakt het rijden aantrekkelijk. Tegelijkertijd is er ook een rustgevende kant, je rijdt langzamer en neemt meer de tijd. Aandachtig en afstandelijk gericht op het rijden zelf, met een wagen die driedimensionaal 4 keer zo groot is als de auto die thuis in de carport staat. Ik kan me voorstellen dat de ware gedreven vrachtwagen chauffeur dit beroep koos vanuit een soort gevoel de bestuurder te zijn van iets groots, in controle over iets dat vele malen groter is dan je eigen lichaamsafmetingen.

Meistershof, bij Dwingeloo
Dwingelderveld

Ik prijs me gelukkig dat we geen haast hebben, geen verantwoording moeten afleggen ergens op tijd te zijn, binnenwegen kunnen kiezen in plaats van snelwegen. Slechts de afmetingen van onze camper zijn beperkingen om rekening mee te houden, tunnels, smalle weggetjes of straten die dood lopen, modderige zachte bermen waar in je kunt wegzakken en zo kun je nog meer obstakels verzinnen. De vorige eigenaar had dan ook als reminder, een stukje karton op het dashboard geplakt met de hoogte, de breedte en de lengte van de camper daarop vermeld. Dat karton zit er nog, we laten het zitten…..

Jeneverbesboom, Dwingelderveld