Op zee 2

Op zee 2

24 02 2013

Daar is ie dan de eerste regenbui. En wat voor een, het lijkt wel of de sluizen van de hemelse waterwegen het hebben begeven. Het begon met een paar drupjes, van die drupjes die je beschouwt als aangenaam en verfrissend. Uit de niet eens zo donkere wolken neemt het buitje in intensiteit toe tot een waterval waarvan de vissen misschien denken er in omhoog te kunnen zwemmen. Het scheepsdek staat blank en de tent boven het middenschip veranderd in een zwevend zwembad, dat regelmatig met luid geraas overloopt. De leerlingen van de wacht lopen lachend in hun zwembroek over het dek. Buiten lekker douchen in lauwwarme regen.
Het eten is klaar, we eten ‘bami-Swan’. Als ik de pindasaus zie, verbleek ik ontzet en weet ik nog net op tijd mijn afzakkende broek op te houden. Hij is totaal geschift en lijkt meer op iets dat ik destijds in mijn studietijd zag bij het beroemde college ‘toiletpot-producten’ van onze professor gastro-enterologie( de goede man zijn naam was W.C. Veger).
Resoluut pak ik de pan en loop ermee naar de keuken. De leerlingen staan er beteuterd bij. Wat doet de dokter nou, wat wil hij? De korrelige bruine massa in de pan heeft zijn emulsie-toestand verloren. Pindakaas is vet en moet zich tot een emulsie binden met het water om tot saus te worden. Deze donkere brij schreeuwde om extra water en een stevig potje roeren. Verbaasd zag de keukenploeg hun uiteengevallen geschifte saus veranderen in een smeuïge, gladde, fluweelzachte pindasaus die met wat extra toevoegingen ook nog lekkerder smaakte. Enigszins over het paard getild door dit gebeuren eet ik teveel van de bami en saus waardoor ik onrustig slaap voor mijn wacht die om middernacht ingaat, beloning naar maat.

Het was me het dagje wel, veel kleine klachtjes en een enkel moeilijker geval. Het geeft me wel het gevoel dat ik nuttig ben aan boord en ik moet bekennen dat ik me veel beter voel dan tijdens het begin van de reis. Mijn rugklachten zijn beter te hanteren en de verkoudheid is vrijwel over.
Langzamerhand is het kouder aan het worden, er moeten laagjes kleren bij. We hebben nog 4-5 dagen te gaan eer we weer land zullen zien.

25 02 2013
Op de kaartplotter is de slingerkoers te zien, zuidelijk van de ideale koerslijn naar de Bermuda eilanden. Er staat een wisselende zwakke wind. Erg hard gaat het niet en voor het eerst is op dit traject gedurende de nacht de motor aan geweest. We hopen vanuit een iets zuidelijker positie de eilanden met de te verwachtten windrichting beter te kunnen bezeilen.
De leerlingen zijn aan het werk. De leraren geven geen les maar ondersteunen hen in hun individuele leerdoelen. Het is stil in de studiezaal die ’s middags en ’s avonds omgetoverd wordt in eetzaal en later spelletjes-ruimte. Veel leerlingen zie ik gamen op hun laptops. Games waar ik niets van snap.

Op het achterschip wordt iedere dag fanatiek gevist met een lange lijn. Maar bijten willen de tonijnen, dorades en andere roofvissen tot nu toe niet. De lijn wordt uitgerold en ingerold met een molen die aangedreven wordt met de accu-boormachine.

Ik heb bewondering voor de bemanning die met de voortdurende technische probleempjes en problemen oplossingen vinden. Dat gebeurd allemaal heel soepel en vakkundig. Na de enorme regenbui van gisteren, stond het gereefde grootzeil in het loshangende deel vol met water. Er hing een zak met water aan de giek. Met een dompelpomp hebben ze het water er uit gepompt. Slim bedacht en effectief.

Op zondag is het grote schoonmaak, het ‘happy hour’ eufemistisch genoemd (Ik heb daar een andere voorstelling bij, echter ook op zondag staat het schip droog, er wordt geen druppel alcohol gebruikt tijdens het varen). De keuken gaat op zijn kop, de koelkamer en vriesruimte worden leeggehaald en schoon gemaakt. De groente wordt voordat die terug gaat naar de koelkamer eerst gecontroleerd op eventuele rotte plekken die met een mes worden uitgesneden. Iedere dag wordt het dek geschrobd, er worden kleren en beddengoed gewassen en er hangt altijd wel was te drogen. Alles krijgt extra aandacht bovenop de dagelijkse schoonmaak-rondes die de leerlingen zelf doen. De kapitein heeft alles onder controle en zorgt ervoor dat al die taken gecoördineerd worden verricht.
Tot later

Op zee

Op zee 1

Het valt niet mee met een opkomende verkoudheid lol te hebben op een hobbelend schip. Er is een verstekeling aan boord in de vorm van een virus dat al de helft van de opvarenden te pakken heeft gehad. Het is niet een erg gemene jongen, maar prettig kun je hem nou ook weer niet noemen.
Ik ben nog steeds aan het inslingeren. Er zijn een paar leerlingen wat zeeziek, maar dat is voor hun al een bekend gebeuren. Ze vragen meestal geen hulp.
De hondenwacht begint een beetje wennen. Overdag valt het wel mee, ’s nachts is het een lange zit. Langzaam aan komt er een ritme in de dag en het verloren gevoel begint bij mij te verbleken.

We stuiven met zo’n 8 knopen aan de wind naar het Noord-noordoosten. Aan bakboord ligt Miami, aan stuurboord liggen de Bahama’s. Er staat een wind Beaufort 6 uit het oost-zuidoosten en af en toe duiken we diep in de golven. De noordwaarts gaande golfstroom helpt om de gang er in te houden.
Voor het eerst zie ik vliegende vissen, kleine torpedo’s met doorzichtige vleugels die tientallen meters over golftoppen scheren. Wat een schitterende manier om aan je vraatzuchtige vijanden onder water te ontkomen. Volgens de leerlingen zijn er ook vissen aan boord gevlogen, een misrekening die ze met de dood moet bekopen. Ontsnappen aan de dodelijke kaken van een roofvis wordt ontsnappen aan het leven door voorgoed het natte voor het droge in te ruilen.
De dolfijnen laten zich niet zien, of wij vergeten misschien wel om naar ze uit te kijken.

Vandaag heb ik er een taak bij gekregen. In de middag ben ik voor de kapitein standby op het achterdek, als er geklust moet worden, ik hoef er niet continue te blijven, alleen als het nodig is. Daarnaast heb ik gemerkt dat ik ook een beetje leraar ben voor de leerlingen die opdrachten krijgen op het vlak van de biologie. Het moet dat wel medisch getint zijn. Als het gaat over de ontwikkeling van het Cambrium in de plantenstengel of hoe de Roerdomp zijn nest bouwt, stuur ik hen terug naar de biologielerares. Een vraag naast mijn vakgebied zoals wat een missionaris is, kan ik dan wel weer beantwoorden.
Mijn patiënten die gisteren in de keuken in glas meenden te moeten gaan staan maken het goed. Ik heb de wondjes onderzocht of er nog glas in zat. Bij éen van hen twijfelde ik, een nat verband en betadine bleek de volgende dag tot een goed resultaat te leiden. Vannacht droomde ik nog dat ik een operatieve ingreep moest doen, waarbij de kapitein naast me stond om de patiënt op momenten van ontwaken met de rubber hamer zachtzinnig weer in slaap te brengen. Later bedacht ik me dat er misschien wel betere manieren zijn om de patiënt te verdoven. In werkelijkheid verlopen de dingen gelukkig niet zoals in mijn dromen.
In de kapiteinsvergadering hebben we besloten er extra op te letten dat er schoenen worden gedragen in de keuken en tijdens de wachten buiten. Over 2 weken wordt het sowieso kouder, dan gaan de schoentjes vanzelf aan de voeten.
Ik ben erg te spreken over de communicatie tussen leraren en crew. De kapitein gaat daar zeer zorgvuldig mee om, en alles wat de rest van de begeleiding opvalt komt ter sprake. Zo is er duidelijkheid naar de leerlingen zodat zij weten waar ze aan toe zijn.
Naast mij worden de aardappelen geschild en in plakjes gesneden, 42 monden die vanavond gevoed moeten worden, iedere dag weer. Er wordt dagelijks brood gebakken, en de vrieskamer mag nu in versneld tempo leeg gegeten worden. De kapitein wil niet dat er veel eten over blijft op het eind van de reis. Rolf, één van de de leraren, zwaait de scepter over de keuken, bespreekt het menu, en zet de keukenploeg van de dag aan het werk. De leerlingen koken voor de hele bemanning en hun zelf. Er is steeds een andere ploeg verantwoordelijk. Afwisselend hebben de leerlingen tijd voor studie of tijd voor taken op het schip. Binnenkort krijgen de leerlingen een ‘take-over’ van het schip. Zij krijgen de leiding over het schip voor een dag waarbij de crew de taken moeten verrichten. Ze moeten eerst schriftelijk naar de verschillende functies solliciteren, waarbij ze moeten aangeven voor welke functie ze denken het meest geschikt te zijn. Ik ben benieuwd hoe dat gaat verlopen.
23 02 2013
Na het invallen van de duisternis heeft de kapitein het grootzeil gereefd waardoor we, iets rechter op, alleen maar sneller zijn varen.
Met een snelheid van 11-12 knopen stuiven we door het water. De stroom helpt een handje mee, en de iets ruimer inkomende wind geeft het schip eer aan haar naam. Het geluid van het langsstromende water zwelt ritmisch aan bij haar lichte schommelingen. Boven ons een heldere maan, af en toe bedekt door grijswitte wolken. Het zicht is opvallend helder zo midden in de nacht. Een passagierschip, als een fel verlicht flatgebouw, komt ons aan bakboord tegemoet. Om ons zichtbaarder te maken ontsteken we de dekverlichting. De 4 leerlingen die in de wacht zitten zijn goed wakker, bespreken de gebeurtenissen van de dag en bekijken een set kaarten met afbeeldingen van boeien en vaartekens.
Onder mij voel ik de Swan vibreren door de hoge snelheid, alsof ze siddert van genoegen. Dit is zeilen waar ik blij van wordt. Het doet me denken aan de terugtocht met de Nika over de Noordzee vanaf Noorwegen. Kijkend naar de wolken zie ik vormen die allerlei beelden bij me oproepen. Fantastische fabeldieren die voortdurend van uiterlijk veranderen, voortsnellend boven de horizon. Boven mij zijn de wolken eiler. Misschien zijn het witte wieven die de maan proberen te betoveren. De maan legt een brede zilveren loper van licht over de golven. Ver weg aan bakboord zie ik de lichten van een paar containerschepen die ons voorbij lopen.
Nog 850 mijl te gaan naar de Bermudaeilanden. Als het zo doorgaat zijn we daar met een dag of 5- 6.

Vertrek van Cuba

Naar zee
Voordat we echt weg mochten moesten we nog een bezoekje bij de douane afleggen. Van onze ligplaats is het net om de hoek en Ingo, de kapitein, schuift het schip handig tegen de kade met behulp van een spring. Met zijn zessen attaqueren de douaneambtenaren, gekleed in vol ornaat het schip. De kapitein gaat van boord om de papieren te regelen. Eén van de mannen heeft een hond bij zich, een spaniël met een zachtaardig koppie. We vermoeden dat het de drugshond is die moet zoeken naar verboden waren. Ik neem niet aan dat de bewuste beambte zijn hondje alleen maar uitlaat op het schip. Al zou het best eens kunnen dat ie alleen maar voor de show mee is en dat het eigenlijk de hond van zijn tante is waar hij op moet passen. Vrolijk kwispelend loopt het beest met hem over de gangboorden naar de bemanning-verblijven. Als ik een foto van het koppel wil maken, wil de man dat niet, tenzij ik alleen de hond op de prent zet. Het verblijf op het schip wordt gerekt en de leider van het clubje, vraag om een privé gesprekje binnen. Al snel is duidelijk dat er wat substantieels verwacht wordt eer we kunnen vertrekken. Onze kapitein weet dat dit gebruikelijk is en geeft de man een ( een niet erg dure)mobiele telefoon, als beloning voor de ‘geleverde prestaties’. De anderen mogen dat niet merken. De beambte bij de loopplank, die van iemand te horen kreeg dat ik de scheepsarts ben, vroeg me medicijnen voor zijn koortslip en zijn familie. Ik zei dat ik dat niet mocht doen, in mijn beste Spaans. Ik zit te schrijven op het bankje aan bakboord. Ik het westen gaat de zon onder en de wolken worden oranje gekleurd als in een schilderij van Turner. Er staat een lekker windje en we varen met zo’n 7 knopen onder vol tuig noordwaarts. Er zitten veel veren in de lucht. Ik hoop dat het geen voorteken is van harde wind. Vanmorgen sprak ik een Zweed die met zijn Halberg Rassy in de haven ligt. Hij vond het gek dat we nu al noordwaarts gingen varen. Het vaarseizoen voor deze contreien begint pas in mei. Hij voorspelde ons veel wind maar voegde daar direct aan toe dat we wel een groot schip hebben, dus misschien zou het wel lukken. Pas een paar minuten later in het gesprek zag ik dat hij een lijn in zijn hand die hij op de lier gewikkeld had. Zijn vrouw bleek boven in de mast te hangen, ik neem aan vrijwillig want af en toe klonk een commando van boven. Het bootsmanstoeltje waar ze in hing gaf haar de mogelijkheid om één en ander in de masttop te repareren. Terwijl we zo prettig met elkaar spraken liet de man zijn vrouw beetje bij beetje zakken telkens als er weer een kreet van boven kwam.
Bij het afscheid, heb ik haar, terwijl ze inmiddels halverwege de mast hing, vrolijk toegewuifd en ben teruggekeerd naar ons schip.
Toch wel apart om nu gedurende 10-11 dagen geen land meer te zien.
Vanaf Cuba varen we zo hoog mogelijk aan de wind naar het noord-oosten langs de kust van Florida. De hoop is dat de wind nog wat naar het zuid-oosten gaat draaien.
Vanmiddag was er een overboord oefening, waarbij iedereen zo snel mogelijk met zwemvest aan op het middendek moet staan.
Inmiddels zijn er ook netten gehangen boven de zeereling opdat niemand zomaar over boord kan slaan. Prima extra beveiligen, die hier aan boord zeer serieus genomen worden.

Een dag voor vertrek

Er is besloten dat we pas woensdag gaan varen . De boordapotheek moet bijgewerkt en geordend worden. Een hele klus, waarbij ik hulp krijg van één van de matrozen. Best goed, want dan weet ik ook wat er is.
Het meest lastige is om de namen van de 30 leerlingen in te prenten. Dat kost me nu meer moeite dan vroeger. Ik zal vragen of ik het smoelenboek kan krijgen.
Morgen hopen we dat alles klaar is voor de reis naar Bermuda. De wind is niet gunstig en er staan nog veel hoge golven, de resten van een diepe depressie noordelijk van ons. Met het schip kunnen we niet te dicht naar Florida toe, omdat daar lastige Amerikaantjes in grote boten op je loeren. Zeker als je van Cuba komt. Een koers door de Bahama’s valt af doordat er veel ondieptes zijn en de kaarten niet allemaal betrouwbaar zijn. Daar moeten we dus ten westen langs.
Onze zoon Jeroen heeft zijn taak als eerste stuurman er op zitten en slaapt de komende dagen aan de wal in een casa particularis, een soort bed en breakfast. Iedereen is hier gek van Cubaanse sigaren, Jeroen gaat ook op zoek naar een goede deal. Op de zwarte markt is wel wat te regelen. Een sigaar die hier 1 dollar kost, moet in Nederland wel het 30-voudige kosten. Ik zie mezelf ze niet meer roken al moet je het wel een keer geproefd hebben. Misschien komt hij morgen nog even langs.
Ik begin wel zin te krijgen om uit te varen. De kapitein is een bekwame prettige vent. Wederzijds respect doet veel goeds en dat is voor de omgang erg prettig. Inmiddels ben ik meerdere keren bevraagd voor diverse medische zaken waar ik uiteraard niet over kan vertellen. We leven hier op een klein dorp, elke uitspraak of geuite mening wordt direct door gebriefd.
De komende 2 weken heb ik geen internet, dus misschien morgen nog een blogje. Maar dan is het even op.
Ik ga nu slapen. In Nederland liggen jullie al 5-6 uur te pitten, tenzij je aan slapeloosheid lijdt.
Gegroet zij u allen.
Foto’s: lekker windje langs de kust en Jeroen wordt uitgezwaaid.

Havana

De taxi waarmee me ons met 5 man hebben ingeperst is oud, heel oud, de deurkrukken ontbreken en de voorbankleuning wordt met een fietsketting over eind gehouden. Van veiligheidsgordels hebben ze op Cuba nog geen weet. Met samengeknepen billen en veel schietgebedjes dat deze doodskist op wielen zonder brokken de stad bereikt bewonderen we al datgene dat in ons blikveld komt. Overal vervallen en in lang vervlogen tijden ooit wel eens geschilderde huizen domineren het stedelijk aanzien. het zijn nog steeds mooie gevels in koloniale stijl, het liefst met een paar zuilen voor de deur en een paar balkonnetjes. Nu lijken de huizen op het punt om verlaten te worden. Menig huis zou in Nederland het predikaat onbewoonbare woning met glans verkregen hebben. Omdat in principe alles van de staat is maakt Nnemand zich druk over het onderhoud van een pand. De staat kan het ook niet schelen, wat de mensen ermee doen. Het falen van het communisme komt hier wel heel erg pregnant tot uiting. Een lichtpuntje is dat de mensen erg vriendelijk zijn en niet echt ongelukkig lijken. De mensen krijgen een vast loon van 18 dollar per maand. Daarnaast krijgen ze bonnen om rijst en ander voedsel te kopen. de zwarte handel tiert hier welig. Sinds kort mogen ze wel wat neveninkomsten creëren, en wat niet mag wordt illegaal bij elkaar gescharreld. Gezondheidszorg en educatie zijn gratis.
Vanochtend is de ambassade-detaché op het schip geweest, die uitleg gaf over haar taak op Cuba. Ze vertelde uitgebreid over hoe het met Cuba gaat de laatste jaren. Er zijn sinds Raoul president is toch wel aardig wat hervormingen op gang gekomen. Raoul is veel pragmatischer dan Fidel en lijkt de positie van Cuba in de wereld te willen verbeteren.
Cuba is een dictatuur en dat is in strijd met democratie zoals we die in Nederland kennen.
Vandaag wordt er veel geklust omdat we morgen – overmorgen vertrekken. Jeroen had gisteren koorts en voelde zich rot, maar vandaag lijkt hij weer wat beter. Inmiddels al een aantal consulten gegeven. Op de onderstaande foto’ s een paar impressies van Havana.

Naar en op Cuba

Langs een smal trapje daal ik verder het schip in. Het ziet er wat ouderwets uit, gelige lampjes en bruine leuningen met aan het eind een koperen knop. Bij het passeren van de mensen die naar boven gaan, bekijk ik de gezichten en zie dat ze nog jong zijn. Een glimlach en een knikje geven een vertrouwd gevoel. Dan sta ik opeens in het motorruim, waar een paar mannen bezig zijn met de motor. Het lijkt me een kleine motor voor zo’n groot zeilschip, en ik zie hoe de mannen met een ketting proberen de motor op te starten. Verbaasd sta ik te kijken en vraag me af waarom er geen startaccu gebruikt wordt. Mijn zoon en ik lopen verder en komen in een grote ruimte waar allemaal beelden staan. Jeroen zegt dat er een beeldhouwgroep aan het werk is geweest, maar dat de cursus nu afgelopen is. Even later zijn we in de stuurhut en kijken uit over de zee. In de verte zie ik een paar visserscheepjes op de tintelende turkooise zee. Een oude dame gaat op een sofa in de stuurhut zitten, als was ze van plan om naar een voorstelling te gaan kijken.

Dan word ik wreed gewekt door de wekker. Ik droomde al op het schip te zijn.
5.45 uur staan we op na een korte katterige nacht. De gebruikelijke ochtendrituelen doen ons op aarde komen voordat we zeulend de zware reistas in de auto zetten en op weg gaan naar Schiphol. De reis loopt gesmeerd, geen files of oponthoud. We zijn mooi op tijd.

Een lastig moment, afscheid nemen. Tenslotte zie ik mijn lief zo’n 6 weken niet meer. Ik beloof te sms’en en te mailen. De grote reistas waar we van dachten dat die ideaal was, blijkt bij het inchecken te zwaar. Ik wordt gedwongen een extra tas kopen, zodat de inhoud over twee stuks bagage verdeeld wordt. Opnieuw naar de incheckbalie krijg ik toestemming om de bagage af te geven. Wat vervreemd loop ik nog even lang alle luxe die me maar matig kan bekoren. Al die mensen die in zich zelf gekeerd langs je heen schuiven, op weg naar de gate of zoekend naar iets wat ze denken nodig te hebben. Ik troost me met een kopje koffie. Hoe anders zijn mijn buren die op dit vroege tijdstip al aan de sushi met champagne zitten. Het nieuwe geld pakt even uit. Op dit moment vliegen we boven een van de zuidelijke staten van Amerika. De route naar Cuba is niet rechtstreeks maar gaat over New York door midden Amerika naar het zuiden. Mogelijk om uit veiligheidsoverwegingen minder lang over open zee te hoeven vliegen. Mijn buurvrouw komt uit Zweden en is op weg naar haar aanstaande die op Cuba woont. Ze heeft lang geslapen, de vlucht van Stockholm naar Amsterdam was een voorafje dat ze nog moest verteren. Inmiddels vormen er zich in het vliegtuig staande groepjes mensen die het lange zitten beu zijn. Nog 1 1/2 uur en dan landen we in Havana. Ben benieuwd of ik met al die medicijnen voor de boordapotheek zonder kleerscheuren door de douane kom.
Ik ben aan boord, de douane heeft me na een grondig onderzoek doorgelaten. Op de foto gezet en meerdere malen gecontroleerd zit ik hier buiten onder een zeiltje met een harde wind uit het noorden te wachten op het avondeten. Jeroen heeft me het hele schip laten zien. De kinderen zijn aan de wal en komen pas morgen terug. Het stukje Cuba dat ik zag tijdens een wilde rit in een aftandse Lada, die bijna door zijn veren is gezakt, doet me erg denken aan een oostblokland als Slowakije. De vegetatie klopt dan weer niet want dat is meer Spaans. Van een grote motorboot in de buurt stelen we met toestemming internet.
Ik krijg trek op dit tijdstip. De klok wijst 8 uur aan , maar voor het gevoel ben ik nog op om 2 uur na middernacht.

Hersenspinsels en mooi weer

25-28 ° C en alleen ’s avonds een sweater, schrijft onze zoon Jeroen. Cuba is aangenamer qua temperatuur dan de zuidelijke Carieb. Als het allemaal meezit staat er een welkomscommitée op het vliegveld. Ik verwacht minstens een taxirit per Dodge uit 1954 naar de haven. Het lijkt erop dat ik een tweede taak ga krijgen, behalve scheeparts zijn, krijg ik ook een taak in de wacht van 8 tot 12 uur en van 20 tot 24 uur. Dat wordt dus geen duimen draaien of relaxed op het zonnedek naar de dolfijntjes kijken.
Het voorbereiden spits zich nu toe op de laatste aankopen van zonnebrandmelk tot het kijken of de onderbroeken die ik mee wil nog voldoende elastiek hebben. Onderweg zal wel een wasje gedaan moeten worden, want meer dat 7 hemdjes en onderbroeken wil ik niet meenemen. De Belgische methode om de onderbroek na twee dagen omgekeerd aan te trekken lokt me niet. Dus ik hoop wel dat er wat te wassen valt. Mijn hemdjes in een netje overboord zetten en dan hopen dat het weer schoon wordt is eveneens niet zo handig. Voordat je het weet, meent een dorade of een tonijn, dat het een lekker hapje is. Als ik die dorade er mee kan vangen heb ik er wel een hemd voor over. Waarschijnlijk moet er dan wel een haak in verstopt worden, die ik voordat ik hem weer schoon aantrek, verwijderd moet worden. Aan de haak geslagen worden in mijn eigen hemd lijkt me nu ook niet de bedoeling. Ik vraag me af of we nog haaien zullen zien. Van jongs af aan heb ik respect, zeg maar angst voor haaien. Het idee dat zo’n beest vanuit de diepte omhoog schiet en me in mijn grote teen bijt is mij een gruwel. Ik wordt dan ook meestal heel blij als ik me voorstel een kopje haaienvinnensoep te mogen eten. Die haai gaat mijn teen tenminste voorbij. Ze schijnen nuttig te zijn, lees ik in de vakbladen. Het zijn de stofzuigers van de zee die veel opruimwerkzaamheden verrichten in de dierenwereld, als het gaat om verzwakte en zieke meezwemmers.
Genoeg gefantaseerd, terug naar het hier en nu. Nog een paar dagen te gaan en dan stap ik op het vliegtuig. Ik laat mijn lief een aantal weken achter en hoop dat ik het aankan om haar zo lang te missen . Jullie horen nog van me.

Oeps

8 02 2013Naast me zit een man, eigenlijk eerder een mannetje, want hij is klein. Hij heeft iets met zijn linker hand. Later zie ik dat die hand kleiner is dan zijn rechter en dat hij hem ondersteunt. Het Cafe waar we in zitten dateert uit lang vervlogen tijden. Oude schilderijen en antieke prullaria versieren het etablissement. Dat we we hier in Brugge zijn neergestreken past niet in het verhaal van een scheepsarts. Ik zal uitleggen hoe het zit:Vóórdat duidelijk werd dat ik in februari op de Wylde Swan zou gaan meevaren, hadden we, om de winter te breken, een reisje naar Turkije afgesproken. Naar achteraf bleek was het wel wat dicht op elkaar. Één dag terug uit Turkije en dan het vliegtuig in naar Cuba. Maar ach, ik denk dan, het moet kunnen, we zijn nog jong en we willen ook eens wat anders. We stonden om 10 minuten voor zes op, het was nog stikdonker, de koffers stonden klaar. Ongeveer 1 1/2 uur rijden naar Schiphol om rond 10 uur het vliegtuig naar Antalya in Turkije te nemen. Die 1 1/2 bleek ruim 2 1/2 uur te zijn. Men was bezig de wegen bij de Coentunnel te herstructureren en dat kost tijd, ook voor ons. Tijdens het stroperig voortkruipen ontstond bij ons het vermoeden dat we misschien wel eens te laat zouden kunnen komen. Dat vermoeden bleek zich te transformeren tot een waarheid, toen we na het parkeren van onze auto en de gehaaste reis naar de vertrekhal, met onze koffertjes voor een reeds gesloten incheckbalie stonden. Allerlei pogingen tot een alternatieve weg naar het vliegtuig liepen op niets uit. Vanwege mijn onbehoorlijk aandringen en het aan de haren trekken van een grond-stewardes, zijn we met harde hand door de Schiphol-politie van het terrein verwijderd. Een telefoontje naar de reisorganisatie bleek eveneens geen soelaas te bieden, we zouden op eigen kosten een last minute naar Antalya kunnen boeken, waarop we dan voor € 100 extra door de reisorganisatie van het vliegveld naar het hotel gebracht zouden worden. Daar hadden we geen zin in.Ontgoocheld en verbijsterd stonden we met onze koffertjes op het parkeerterrein. Dat dit ons overkomt, terwijl ik toch meestal zo’n zorg tentoonspreid om niet te laat te komen en alles van te voren goed te plannen. Mijn anticipatie-neurose heeft me in de steek gelaten, terwijl ik er zo aan gehecht ben.Gelukkig heb ik een vrouw die minder last heeft van vooruitdenken en alles willen plannen.Zij zag er wel de voordelen van in, dat we nu ineens een extra week hebben ter voorbereiding op mijn reis naar het westen en weer terug. Wat ik eerder niet kon verkroppen zag zij als een nieuwe vrijheid om nog wat leuke andere dingen te doen.Eerst maar naar haar zus en man in Utrecht om af te reageren. Die zus is daar erg geschikt voor, zij ziet ook altijd wel weer een lichtpuntje in de duisternis. Een taart als troost met, volgens de bakkerse, kersen onder het schuim waar geen kersen in bleken te zitten, moest al het leed verzachten.Daar ontstond het idee om een paar dagen naar een stad te gaan. Mijn bokkenpruik en zelfverwijten waren inmiddels al wat weg gesmolten en na wat speuren op het internet vonden we een slaap-adresje in Brugge. Daarom zijn we nu in in Cafe de Vlissinghe, het oudste Cafe van de wereld volgens zeggen. Ik spreek het mannetje aan, hij legt me met zijn ronde Vlaamse tongval uit waar we nog meer naar toe moeten in Brugge. Zijn vrouw begint mee te praten en we zijn beide gecharmeerd van dit vriendelijke tweetal.Wat een onverwachte gebeurtenis al niet teweeg brengt. Het leven is vol van verrassingen en ik kreeg al weer een lesje in flexibel blijven.

Wat als ??? en nog wat

Wat als er iemand uit de mast valt en wat als iemand een blinde darmontsteking krijgt? En wat als er een epidemie aan boord uitbreekt? Dit zijn slechts een paar van de vele vragen die bij me opkomen. Ik besef, nu de reis dichterbij komt, dat mijn verantwoordelijkheid best groot is. Zoals ik al vermeldde, is mijn kennis over de diagnostiek best in orde. Eerder maak ik me zorgen over de beperkte mogelijkheden om in te grijpen. De boordapotheek bevat slechts het hoogst noodzakelijke, een medisch pakket samengesteld volgens internationale regels. Op advies van een collega huisarts en mijn apotheker neem ik een paar extra medicijnen mee naast de voorraad medicijnen die mee moeten als aanvulling. 40 kilo bagage mag ik als aspirant scheepsarts en “zeevarende met een monsterboekje” in het vliegtuig meenemen. De medicijnen worden verpakt met een pakbrief van de rederij, waarin staat wat er in zit en waar de medicijnen naar toe gaan. Dit alles om te voorkomen dat ik wegens drugshandel in een Cubaanse gevangenis beland en tot het communisme wordt bekeerd met behulp van beproefde hersenspoel-technieken. In Cuba moet ik eveneens een retour-ticket laten zien om te bewijzen dat ik het land weer verlaat. Wel enigszins merkwaardig, als je bedenkt dat er steeds meer Cubanen het land ontvluchten nu het ineens mag. Een buitenlander erbij lijkt me juist een welkome aanvulling op de bevolking of hebben ze misschien een bevolking-overschot in Cuba, waarbij een mindering van het aantal mensen eigenlijk de bedoeling is? Mijn zoon Jeroen zal Cuba, na zijn taak als stuurman te hebben afgerond, gedurende twee weken gaan verkennen. Een reisje waarop ik hem helaas niet kan vergezellen, omdat het schip 2 dagen later al weer vertrekt. Het gebied van de Bahama’s dat we vanaf Cuba doorkruisen is ondiep. Gisteren sprak ik een medewerker van een Duits cartografie bedrijf dat er vorig jaar metingen had gedaan en van Jurgens van de rederij hoorde ik dat ze de splinternieuwe kaarten net aan boord hadden gekregen. Volgens die Duitse medewerker is het gebied nog niet echt gedetailleerd in kaart gebracht. De grote scheepvaart vermijdt dit gebied meestal. Ingo en Adriaan nemen als respectievelijk kapitein en eerste stuurman de taak over van de huidige leiding. In Panama is er al een crew-wisseling geweest. Op Panama heeft het schip ruim 2 weken stil gelegen voor onderhoud en inslaan van proviand. De leerlingen zijn onder leiding van de leraren aan land gegaan voor een project in het binnenland. Wat dat precies inhoudt weet ik niet, maar hoop dat te horen als ik aan boord ben. Het is prettig dat de vorige scheepsarts van alle bemanningsleden, de leraren en de kinderen een medisch dossier heeft gemaakt, waarin ik kan nalezen wat er tot nu toe met een ieder is gebeurd op medisch vlak. Ik moet nog uitzoeken wat ik allemaal mee moet nemen aan kleding, schoeisel en verdere noodzakelijkheden.

In Nederland is het zo!














Voorbereiding 3 

Het visum voor Cuba is per aangetekende brief door de post bezorgd. Ik moet hem in tweevoud invullen zonder ook maar één foutje te maken en ze moeten beschreven worden met dezelfde pen . Het voelt alsof ik weer naar een oostblokland ga. In de jaren 70 reisden we naar Oost-Duitsland om familie te bezoeken. Daarvoor moest ook van alles ingevuld worden en we passeerden 3 zwaar-bewaakte posten met dreigend overkomende Vopo’s met stenguns in de handen. Nu zal het wat dat betreft in Cuba wel meevallen. Toch ben ik enigszins op mijn hoede omdat ik zoveel medicatie bij me heb. Op dit moment is het schip onderweg naar Cuba waar ze rond 10-11 februari hopen aan te komen. Op maandag 18 februari, ik ben dan net aan boord, vertrekken we. Jammer dat ik niet langer op Cuba kan rondkijken, het lijkt me een interessant land. Naar wat ik op plaatjes heb gezien en wat ik erover las lijkt het me een aangenaam oord als je niet al te beperkt wordt door de fratsen van het communistische regiem. De tekorten aan voedsel en luxe artikelen zijn vooral vervelend voor de lokale bevolking, die overigens steeds meer persoonlijke initiatieven mogen tonen. Kleine privé handeltjes en bedrijfjes worden steeds meer toegestaan. Het tourisme wordt flink bevorderd en oude gebouwen die door geldgebrek nog veel van hun oude glorie bezitten worden geleidelijk opgeknapt of gerestaureerd. De oude Amerikaanse auto’s zijn een bezienswaardigheid en in het hele land is er muziek te horen. Ik verheug me er op een glimp van dat alles mee te krijgen voordat we uitvaren naar Bermuda.