De Samsö Belt, de zee rond het eiland Samsø, ligt als een gladde vloer voor de boeg van ons schip. Achter ons tekent onze hekgolf een V-vormige waaier in het water. Er is wederom weinig wind. Zeilboten zeilen niet en ploegen net als wij op de motor door de vlakke zee. Een op flinke afstand varende veerboot weet na passage nog een zwakke deining te produceren, waarmee we op een lome schommeling worden getrakteerd. Een enkele eidereend of aalscholver rust uit op het water om na enige tijd weer op te vliegen met onbekende bestemming.

We hebben geluk met het weer, meerdere dagen is het rustig motorboot-weer. De zon schijnt uitbundig maar het is niet te warm. Van Strib naar Juelsminde, van Juelsminde naar Endelave, van Endelave naar Samsø, van Samsø naar Tunø. Plaatsen en namen van eilanden waar we ooit langs voeren, maar niet aan land waren geweest. We waren onder de indruk van het grote Samsø, dat zich al een ouderwetse telefoonhoorn uitstrekt van zuid naar noord. De Haven van Mårup op het eiland ligt beschut in een kom bij de steile kliffen die het noordelijke hogere deel van het eiland kenmerken.

We beklommen de berg langs de kliffen in de ochtend en waren verrukt van het schitterende landschap en het zicht op het veel kleinere eiland Tunø in de verte.

Een fietstocht op onze Bromptons bracht ons op de dag ervoor naar Langør een haventje aan de oostzijde van Samsø in het middelste smalle deel van het eiland. De vers gerookte zalm van het café bij de haven, en de nieuwe aardappelen en donkerrode zoete aardbeien die langs de weg te koop werden aangeboden, hebben we met onze vrienden in de avond als feestmaal gesavoureerd. Van de man die de aardappelen en de aardbeien verkocht kregen we uitleg over hoe de Denen, en misschien ook wel de Noren en de Zweden hun maaltijden samenstellen. Hij, een man van denk ik rond de 60 jaar, met als van een Viking loshangend blond haar tot op zijn schouders en het doorgroefde gelaat van een buitenmens, legde uit dat bij de aardappelen warm gerookte zalm wordt gegeten. Koud gerookte zalm eet men bij de broodmaaltijd met roggebrood en een salade. Roggebrood van de stevige soort, die er uitziet als een oude bruine baksteen met dikke graankorrels aan de buitenkant. Roggebrood voor stoere eters die niet bang zijn voor een beetje zuur oprispen in de nacht. Wij hadden dus gekozen voor de ‘varm røket laks med nye kartofler’, waar we van smulden met in de nacht toch ook een beetje zuur….

We konden het niet laten liggen, iedere Deen die we spraken zei het, we moesten ook naar Tunø. Het ronde kleine eiland ten westen van Samsø, ligt iets meer dan een half uur varen van Samsø. Het probleem zou zijn dat de haven meestal vol is in het weekend. We hadden geluk. De haven was niet vol. Zondagmiddag vertrekken veel mensen met hun schepen en we konden zelfs aan een langssteiger afmeren. Tunø heeft ons verrast met haar fraaie, haast mediterrane natuur. Een autoloos eiland met een schitterende kustlijn, waarlangs je in 2-3 uur het hele eiland rondloopt. Er is een piepklein dorpje met een vuurtoren die tevens dienst doet als kerk met bijbehorende begraafplaats, ‘licht zal altijd over U schijnen, ook al ligt u onder de zoden’. Bij de haven een rokerij, waar we geen zalm kochten, maar wel een lunch genoten met een gebakken scholletje en veel te zoute frites, die ons dwong aan boord de watertank enige liters te ontfutselen. We zijn zuinig met water.



Het is een parel, Tunø. We zien een rijke diversiteit aan planten. Er zijn bossen, akkers met granen, aardappelen, struiken met zoet geurende hondsrozen langs de paden. We liepen de helft van het pad langs de kust. Het geluid van de branding wordt af toe overstemd door het gekrijs van een meeuw of de vrolijk noot van een scholekster. In het midden van het eiland boven de roggevelden hoorden we constant veldleeuweriken zingen. We staken het eiland dwars over naar de zuidkust met haar steile klif. Vanuit het dorp lopen smalle paadjes door de velden naar zee. Een enkele steiger vanaf het strand strekt zich als een stalen vinger uit in zee. Aan het eind zit een trapje om het water in te gaan.

Vertrekken van Tunø verliep niet zoals we gedacht hadden. Mijn navigatieprogramma crashte op het moment dat we wilden losgooien. Na een nieuwe installatie van het programma met hulp van mijn zoon Jeroen, bleek ons voorgenomen tochtje richting Århus door de inmiddels toenemende wind hobbeliger uit te vallen dan we gedacht hadden. We hadden veel vroeger op zee moeten gaan, toen er nog weinig wind stond. Regelmatig slingerde ons schip als de omgekeerde slinger van een metronoom naar stuur- en bakboord door de aanrollende golven. De aanvallen in de flank kwamen in cohorten van 1-2 minuten en de enige manier om ze wat op de vangen was een zigzagkoers rond de eigenlijke koers naar waar we heen wilden. Op deze manier nog 2 uur doorvaren leek ons niet aangenaam. Plan B was afvallen en met de wind en de golven in de rug een meer zuid-westelijke koers varen. Dat werkte voor een tijdje goed. Echter in de buurt van het havenplaatsje Hou, moest in de wind en de golven opgestuurd worden met te verwachten gevolgen. Het was een pittige schommelpartij waarbij we ook nog voor de vertrekkende veerboot naar Samsø moesten uitwijken. Eenmaal door de havenmonding van Hou, was er rust en een mooie langssteiger om vast te maken. Neen, bang waren we niet, alles bleef ook min of meer op zijn plek. De vaas met bloemen en het staande olielampje in de gootsteen, de kastjes dicht, een handdoek tussen de snijplanken en de flessen met olie en azijn, tegen het rammelen. En eenmaal afgemeerd, lijntjes op orde, motor uit, instrumenten uit, een middagtukje voor ons twee……

Wat een boeiend verslag hebben jullie van dit deel van de reis gemaakt! En natuurlijk die sublieme foto’s er bij. Wij genieten ervan en wensen jullie een goede voortzetting Rob en Nienke. Liefs Eelke en Anneke.
LikeLike