Over paling en bedrijfsuitjes te water

Plotseling stond hij voor me, bijna met één voet in het gangboord van ons schip, dat voor ons huis bij de Waterpoort lag. We waren aan het inpakken en bijna klaar om te vertrekken. “ Pondje warm gerookte paling?”, zei hij met een rood aangelopen bolle kop, wijzend op zijn fietstas waar een aantal langwerpige in aluminiumfolie gehulde pakjes uitstaken. Aarzelend keken we elkaar aan, overvallen door dit aantrekkelijke aanbod. “Wat kost de paling”, vroeg ik, beducht de hoofdprijs te moeten betalen en wat schuldbewust in de wetenschap de palingstand geweld aan te doen”. “€15”, en eraan toevoegend , “ze zijn in het IJsselmeer gevangen”, waarmee hij poogde om ons over de streep te trekken”. Me troostend met het idee dat ze al dood waren en ook nog gerookt, nam ik het pondje paling van hem aan. Hij weg, op zijn gammele, geroeste fietsje, waarvan hij, waarschijnlijk lollig bedoeld, zei dat hij de paling daarop niet had gevangen.

Het was wel gek dat hij wel erg snel weg was. Met de paling in mijn hand drong het langzaam tot me door dat het pondje wel een heel licht pondje was. In ons huishouden hebben we een weegschaal die ik vaak gebruik bij mijn experimenten in de keuken; ‘322 gram inclusief aluminiumfolie’. “verdomd, genept”. Als een haas sprintte ik in de richting waarheen ik dacht dat hij verdwenen was maar zag hem pas toen hij aan de andere kant van de kolk zijn waar aan de man probeerde te brengen. Haastig over de trappen van de Waterpoort stuiterend weet ik hem aan de andere kant staande te houden. Zijn al rode hoofd werd een soort diep paars, met vlekken, toen ik hem vertelde dat het pondje geen pondje was en of zijn weegschaal onlangs nog geijkt was. Hij was het met me eens dat het verschil van bijna 200 gram wel wat groot was en rukte uit zijn fietstas een pakje met één heel dikke paling, eveneens warm gerookt, die hij me, inmiddels iets minder rood, onder een zacht gestameld excuus overhandigde.

De palingen waren heerlijk, we hebben hen, door Nienke professioneel van hun jasje ontdaan, in de Beerenburg laten zwemmen.

Inmiddels zijn we nu echt onderweg. Op het Prinses Margriet kanaal voeren we achter 2 huur-bakken aan, duidelijk met een verse bemanning vertrokken uit thuishaven Grou gezien de zwabber-koers die gevaren werd. Een groep van uitsluitend mannen (het zijn bijna altijd alleen maar mannen) op weg naar een nadere verdieping in de kunst van het competitief bier drinken.

In het voorjaar en het najaar zien we in Friesland deze feest-drijfijzers vaak voorbij schuiven. Een bedrijfsuitje van een paar dagen op een huurschip, betaald door de baas, bier, gehaktballen en cholesterol-remmers inbegrepen. ‘Heren ondernemers, huur een boot voor uw personeel. Een uitgelezen optie voor teambuilding of als U iets te vieren hebt!’ ‘Friesland ontvangt U graag’….

We liggen bij Eernewoude aan een walletje. Lekker rustig in de luwte van het bos, Het miezert en het is grijs, het wordt morgen vast beter…..

Na een onrustig nachtje, we moesten weer even wennen aan het hardere matras, worden we gewekt met vogelgeluiden. De hond van de buren verderop huppelt swiepstaartend over het pas gemaaide gras. Zijn baasje volgt hem even later. Een herkenbaar patroon…..

Inmiddels zijn we aan het varen. Het Bergumermeer wordt breed belicht door een aarzelend zonnetje achter sluierbewolking. Vandaag is Groningen ons einddoel. Christa Beuker, de havenmeesteres van de Oosterhaven, zegt dat er plek is voor ons….

Wat er mis was en hoe het goed kwam

Toen we inspecterend om ons schip heen liepen zijn we wel geschrokken. In de loods waar ze nu nog ligt, droog en ontdaan van haar glibberige aanslag zagen we een aantal plekken waar de antifouling inclusief de onderlaag had losgelaten. Bij het roer in de buurt keek ik tegen kaal metaal. De rommel die we in Leeuwarden vorig jaar in de schroef hadden gekregen, had al rondslingerend de romp gegeseld en beschadigd. Jan Pollard stelde me gerust en zei dat een paar lagen met de juiste primer en daarover de antifouling, haar naakte plekken effectief zou bedekken. Een kapotte sluiting van de bakskist, een sluiting die in dit model niet meer gemaakt wordt, is fraai door William gelast, steviger dan hij ooit was. Handig dat ze bij de werf van alle markten thuis zijn. De gasslang is door een nieuwe vervangen en het systeem is afgeperst als controle op eventuele lekkage. Het poetsen en in de was zetten van de romp en de opbouw was een hele klus. We waren er 3 dagen, met tussenpozen, mee bezig, om de lamme armen wat rust te gunnen.

Nine Marit zal eind van de eerste week van mei volledig aangekleed en tot in de puntjes verzorgd weer te water gelaten worden. Het voelt wel lekker om straks weer te varen met de wetenschap dat ze helemaal in orde is en klaar voor een lange tocht op het water.

Aanvankelijk waren we wat ontstemd dat we niet eerder konden vertrekken. Maar zoals vaak, zijn verwachtingen niet de beste uitgangspunten voor een gezonde en meer accepterende levenshouding, het leven nemen zoals het komt en niet direct boos worden als iets anders loopt dan je verwacht.

De huidige weersomstandigheden zijn om het zacht uit te drukken miserabel. Als je in de ochtend je neus buiten de deur steekt, moet je uitkijken dat je niet onderkoeld raakt. De polaire wind doet ons huiveren. Teckel Bo zou zich, na een snelle plas, schielijk omgedraaid hebben om zich vervolgens in zijn warme mand op te rollen. Kortom, geen weer om in de kuip zonder dikke jas van het voorbijglijdend landschap te genieten.

Vrienden van ons haalden het motto van een ouder echtpaar aan. Beiden waren door de wol geverfde zeilers die duizenden mijlen voeren met hun schip. De laatste jaren hebben ze hun ambities om te varen wat bijgesteld; Het wordt ’F of F’, ofwel, ‘Friesland of Finland’, al naar gelang de omstandigheden. Daar sluiten we ons bij aan, mooi gezegd, al denk ik dat het in ons geval ‘ Z of Z’ wordt; ‘Zeeland of Zweden’, of misschien iets er tussen in.

Zoals we vroeger in onze vakantie een doel stelden om ergens, weer of geen weer, naar toe te varen om vervolgens op tijd weer terug te moeten gaan, zo hebben we nu de tijd om op een plek relaxed te verwijlen bij minder aangename weersgesteldheden.

Inmiddels regent het. Voor ons huis ligt in de Kolk bij de Waterpoort een schip met een Zwitserse vlag. De zoveelste Zwitser die hunkert naar ons platte, waterrijke Nederland. We zien ze hier vaak, met of zonder eigen schip. Van Herman Pollard hoorde ik dat er steeds meer belangstelling is voor een door hen gebouwd schip vanuit de Zwitserse Alpen. Van de bergen naar platland, het rijzen en dalen zat. Lekker plat glijden, met een bootje, over rustig water….

Wat is ons land toch mooi….

IJsseldelta

Uit het water

Gisteren kwam ze uit het water, Nine Marit. Haar onderkant werd schoongespoten. Ze mag opdrogen in de loods voordat ze een nieuwe laag antifouling krijgt. Ons schip heeft onderhoud en extra zorg nodig en dat moet professioneel gebeuren. In vertrouwde handen bij de Pollardboys. Altijd leuk als je erbij bent wanneer het schip uit het water wordt gehesen.

Nadat we haar voor de kraan hadden gelegd presteerde ik het om in het gangboord over de mat te te struikelen, waarbij ik mijn bril, geen touwtje eraan, verkreukelde en hem bijna het ruime sop liet kiezen. Hij bleef op de rand van de beschoeiing liggen, waar ik hem net nog kon pakken. Hoe ironisch, ik had hem net die ochtend bij de brillenman laten afstellen omdat hij me wat los op de kop zat. Een gelukje bij een ongelukje; een wenkbrauw dik, een schaafwond en een kromme bril, nog slechts geschikt om met één oog de wereld scherp te krijgen.

Jan manoeuvreerde de kraan handig in positie, de singles klaar om het schip in haar armen te nemen. Als een baby werd Nine Marit voorzichtig opgepakt en op haar kribbe neer gevleid. Heel precies bepaalde Jan waar de spanten van het schip liggen opdat ze goed ondersteund op de bok kwam te liggen. Mooi om te zien hoeveel vakmanschap er bij de Pollardboys aanwezig is om een schip veilig op de kant te zetten. Herman spoot ons schip schoon en al snel bleek dat ze toe is aan een nieuwe laag antifouling. De anodes zijn bedekt met schelpen, een erfenis van varen op het wad en op zee.

We bleken een visser beroofd te hebben van zijn vistuig. Er zit een vislijn om de aandrijf-as gewikkeld en er is een beschadiging aan het roer en de hak te zien waar het loodje van de vislijn zich rond-zwiepend heeft uitgeleefd op het metaal. Goed dat Nine Marit. Op de wal is gezet en dat we nu zien wat we eerder niet zagen. Onderweg naar huis belde Jan dat we ook een deukje in de kiel hadden opgelopen. Geen ernstig probleem, maar wel een teken dat we ergens onderweg iets hebben geraakt, een steen, een drempel in een sluis of een rotsachtige bodem.

We beseffen weer eens goed dat een boot een gebruiksvoorwerp is en dat ze na een aantal jaren varen behoefte heeft aan onderhoud en extra zorg. In mijn werkzame leven als arts heb ik me meermalen verbaasd over hoe sommige mensen hun lichaam misbruiken en verwaarlozen. Is het met de zorg voor materiële zaken niet net zo? Waren we vroeger ook niet zorgzamer ? Zouden wij een schip, ingenieus ontworpen en gebouwd door mensenhanden, eigenlijk niet een beetje moeten beschouwen als een levend wezen met een eigen karakter? Een wezen met aardige kanten, maar ook behept met nukken als ze niet goed behandeld wordt. We praten met ons schip, geven haar een klopje op de zeereling als ze ons weer veilig in een haven heeft gebracht. De motor die ik iedere dag inspecteer voordat we gaan varen, spreek ik vriendelijk toe ons te brengen waar we naar toe willen. Ik snap dat ik er de nodige energie in stop, maar vanzelfsprekend accepteren dat ze het goed doet, doe ik nooit. Het is de zorg om jezelf of je partner, als je afhankelijk bent van een ding dat je onderweg niet in de steek mag laten.

We vinden het normaal dat er leven is, een boom, een bloem, een dier, een mens. Een levend wezen dat zich opricht en zich ontwikkelt tegen de zwaartekracht in en ingaat tegen de wet van entropie, het altijd aanwezige proces van verval van alles tot enkelvoudige elementen.

Zou het kunnen zijn dat een mechanisch ding als een schip met al zijn ingewikkelde onderdelen als het eenmaal vaart eveneens onderhevig is aan een levend principe? Ik denk van niet, maar het is wel grappig dat er zowel voor ons zelf als voor de dingen om ons heen zoiets bestaat als de wet van Murphy, die zegt ‘dat als er iets mis gaat, gaat er meer mis’, een ervaring die ons mensen maar al te bekend voor komt. In hoeverre is onze visie op de zogenaamde levenloze materie correct?

We zijn blij met ons schip, ze draagt ons naar verre oorden, over het water, als een huis met uitkijk over een altijd wisselend landschap. Als de weersomstandigheden ons plagen, zitten we droog in ons varend huis. Nattigheid van boven, is even nat als het water van onder. Het deert ons niet ( behalve dan als we in de sluis tijdens een plensbui de lijntjes moeten vasthouden).

Ze ligt nu in de hal, achtergelaten in de handen van de mannen van de werf. Deze week nog op het droge, een week in de remise……

Augustus 218, Over het Duitse wad

Pasen

Foto gemaakt door Ellen Brouwer

Vroeger maakten we met Pasen zelf gekleurde eieren, in een pannetje water met van die zakjes kleurstof. Als er een barst in een ei zat bleek de kleurstof ook het wit versierd te hebben. Het zag er soms nogal onsmakelijk uit, maar tenminste 2 of 3 eieren eten hoorde er wel bij. Nu houden we het op paas-ochtend bij één ongekleurd ei, een geroosterde boterham, een beschuitje, een plak paasbrood met spijs, jus d’orange en thee.( overigens in een ei zit, in tegenstelling tot wat men vroeger dacht, een cholesterol verlagende stof.) Misschien wat karig zou je denken, maar als je de locatie beziet waar we dit bescheiden paas-ontbijt savoureerden zou je hart een vreugde- dansje maken. Uitkijkend over het water van de Zwarte Wouden bij Koudum, aan boord van de Nine Marit, zonnetje in de kuip met slechts het geluid van een paar kleine karekieten in het riet achter ons, genoten we van het bijzonder fraaie Paas-weer. De karekieten verwisselden stuivertje tussen de riethalmen terwijl ze hun karakteristieke geluid uitbundig ten gehore brachten. De kleine vogeltjes waren duidelijk bezig met de spannende voorbereiding op het leggen van hun eitjes.

Friesland is een uniek vaargebied. Er zijn nog veel plekken waar je ongestoord met je schip kunt liggen. Friesland heeft de Marrekrite, een stichting die met hulp van vele vrijwilligers, overal aanlegplekken creëert en sinds kort ook meerboeien heeft gelegd op plekken beschut tegen de wind achter een eiland of een wat hogere wallenkant. Wie in Friesland gebruikt maakt van zo’n aanlegplek loopt de kans benaderd te worden door een Marrekrite vrijwilliger die je een Marrekrite-vlag wil verkopen. Het geld van de verkoop van de vlaggen wordt door de stichting geïnvesteerd in onderhoud en de aanleg van nieuwe steigers.

Het Heegermeer en de Fluessen is een geliefkoosd vaargebied voor veel varend erfgoed, liefdevol gerestaureerde zeilpramen, tjotters, friesche jachten, boeiers, schouwtjes, schokkers en lemmeraken.

Het was rustig op het water, het mooie weer heeft veel bootbezitters die hun schip nog niet klaar hadden overvallen. Met spijt zullen ze vanaf de wal over het water hebben gekeken hoe de vroege vogels hun voor waren.

Ons schip doet het goed. De motor bromt mooi. Het nieuwe Tekdek vloertje in de kuip voelt prettig aan de voeten. De vlag staat fraai te wapperen aan de spiegel. Het is heerlijk om aan boord te zijn. De compacte entourage van je varende huis in contrast met een voortdurend wisselend wijds landschap om je heen. De klussen die komende week op de Pollardwerf in Steenwijk gedaan moeten worden zijn te overzien.

Tot twee maal toe kwamen we de Brasseur van Hendrik en Ellen Brouwer tegen. Blijkbaar hebben ze Friesland vanuit het zuiden als vaargebied ontdekt. Ellen maakte twee foto’s van ons schip terwijl ze ons eerder, dan wij hen, wist te spotten. Ellen maakt prachtige reisverslagen, rijk geïllustreerd, waarvan ze hoop ik dit jaar wederom een aantal op de site zal plaatsen.

De Nine Marit ligt weer even in de box in Sneek. Thuis moet er nog van alles voorbereid worden.

De weg om voor langere tijd met een boot te vertrekken is langer dan die om er mee thuis te komen.

Als eerder gezegd, dit jaar plannen we wederom naar het Noorden te gaan. De Oostzee blijft favoriet. We zijn gezegend met veel plichten-vrije tijd, de gunst van het niet meer te hoeven werken.

Last but not least, ‘A gentleman never sails windwards’, al geldt dat niet helemaal voor een motorboot…..