Thuis

Niet thuis, niet ons huis. Wel vlakbij, Epemastate

Een eitje en een ontbijtje, op zondag, gewoon thuis. Het valt ons niet mee om na 2 1/2 maand weer gewoon thuis te zijn. Het bootleven even loslaten en constateren dat tientallen spinnen op onze ramen aan de voorgevel driftig op jacht zijn geweest en hun fecaliën lustig op onze kozijnen hebben gedeponeerd, was niet direct het ‘welkom thuis’ dat we verwachtten. Een miereninvasie via de kieren van de achterdeur hebben we net weten te voorkomen met een ontmoedigings-beleid bestaande uit het strooien van een nogal onsympathiek wit poeder voor de drempel.

Omschakelen van vrijwillig in beweging zijn naar in beweging te moeten voelt als een verplichting. Het huis en alles wat daaromheen belangrijk is, heeft een bredere basis dan het relatief eenvoudige bootleven. Voordat je vertrekt is er het nodige werk om je schip bewoonbaar en leefbaar te maken, eenmaal onderweg ligt de focus op het varen en de steeds wisselende aspecten van de buitenwereld die de knop van verwondering ingedrukt houdt. Laat ik me niet al te negatief uiten over weer thuis zijn. Ik merk slechts dat het overschakelen moeite kost. We slapen langer dan aan boord en overdag vallen er gaten in de dag waarop we anders achter het roer zouden zitten. Aanvankelijk in beslag genomen door het lezen van de stapel post, de was, boodschappen, de roos die de achterdeur probeert te omhelzen en de badkamer die muf ruikt, ontstaat er na een paar dagen achterstallige zaken wegwerken een situatie waarin het meeste ‘klaar’ is. De verdere invulling van het ‘normale leven’ moet dan nog geschieden. Ik vraag me dan wel af wat het ‘normale leven’ is. Want niets blijkt normaal als je het nader beschouwt. Tijdens onze afwezigheid is er veel gebeurd, vrienden en buren hebben hun verhalen. Niet alles heeft onze belangstelling. Belangrijker vonden we het om eerst de sociale contacten aan te scherpen, na te praten over onze reis, vrienden te bezoeken. Stiekem denk ik al weer aan gaan varen, wat we zeker gaan doen, al is het nu en dan voor enkele dagen.

Het ontbijt op zondag, net als aan boord, is een ritueel dat we ook tijdens ons werkzame leven plachten te handhaven. Klassieke muziek, een pianoconcert op de achtergrond. Heel ‘normaal’ en rustgevend, een moment om plannen te maken en de week in te gaan. Het is bepaald een luxe de vrijheid te hebben om accenten te leggen waarmee we ons gepensioneerd bestaan opleuken en invulling geven. We zijn bevoorrecht. Aandacht voor het wereld-gebeuren stemt me vaak somber en ik weet dat het niets uithaalt me er druk over te maken. Daarentegen besef ik donders goed dat we hier in Nederland een goed leven hebben. Tijdens het varen kwamen we in arme streken zoals in Polen en in het noorden van Duitsland, waar je iets proeft van vroegere tijden. Het lijkt me niet makkelijk om in deze afgelegen contreien de touwtjes aan elkaar te knopen. De huizen zijn soms niet goed onderhouden, en je ziet verlaten en vervallen gebouwen langs het water. De walkanten langs delen van de kanalen in Oost Friesland verdienen het nodige onderhoud.

Bijna overal waar we kwamen hebben we ervaren dat de mensen ondanks alles uiterst behulpzaam en vriendelijk waren.

Onderweg lagen we soms op plekken waar we in de verte de auto’s hoorden razen in een voor ons andere luidruchtiger wereld. Misschien is het aantrekkelijke van het varen wel, dat je gedompeld wordt in een werkelijkheid die gemakkelijker stemt tot introspectie in wisselwerking met de opgedane indrukken vanaf het water.

De mieren hebben sinds het witte poeder de invasie via de achterdeur afgeblazen. Nu bouwen ze een aanval op bij het slaapkamerraam. We blijven alert en moeten de grenzen bewaken, Gut, waar heb ik dat eerder gehoord?…..

Emden en de Eems. over een ongelukkige snoekbaars en het Groninger Museum

De Kesselschleuse

Met drie motorboten voeren we achter elkaar het Ems-Jadekanaal op. Met Een Staverse kotter en een Amerikaanse motorboot met 3 Engelsen en later voegden zich nog 2 motorboten bij ons waarmee in kiel-linie westwaarts voeren. Afgezien van een tijdje wachten voor een spoorwegbrug werden we vlot door de brugwachters bediend die telkens belden naar de volgende brug of voor een paar bruggen met ons mee fietsten. De paar sluizen die we passeerden waren soms wat aftands, maar wel bediend door uiterst behulpzame sluismeesters. Het kanaal door Oost Friesland is 72 kilometer lang. Komend vanuit Wilhelmshaven ligt ongeveer op 1/3 van de afstand het gehucht Marcardsmoor en op 2/3 het plaatsje Aurich. Het eind van het kanaal ligt bij Emden aan de Eems. Het gebied is landschappelijk zeer afwisselend, bossen, heuvels, laagland, voormalig moeras. We waanden ons in verloren tijden met de gemoedelijke sfeer van de jaren 50-60 van de vorige eeuw zoals je die nog zelden tegenkomt in ons overvolle land. In Marcardsmoor betaalden we voor nacht aan de langssteiger €7.50 en daarvoor konden we de keuken, de wc’s gebruiken, alles keurig schoon en jaren 60 ingericht.

In Emden is er nog één sluis op het kanaal, de Kesselschleuse. De sluis ziet eruit als een berenkuil gevuld met water en op de vier windstreken een sluisdeur. Bij aankomst voeren we eerst in een voorsluisje. Het water in de ketel stond lager en in verbinding met het haaks erop staande kanaal naar het noorden en het zuiden. Om de sluis door te kunnen richting de Eems, moet de ketel zich eerst vullen tot het niveau van het Ems-Jade kanaal dat enkele meters hoger ligt. Een leuk spel met sluisdeuren die open en dicht gaan, vooral als de jongeman het verkeerd uitlegt en er misverstanden ontstaan. Na de sluiskolk moesten we in een gedeelte van de sluis afmeren die op twee manieren af te sluiten was. Dat deden we verkeerd. We moesten achterwaarts in sluis terugvaren achter een paar extra sluisdeuren. Twee jonge eenden waren te laat om de sluis uit te peddelen. Moedereend keek stoïcijns vanaf de kant toe terwijl haar kroost in paniek rond krabbelde in het van alle kanten opborrelende sluiswater. Zij waren als eerste de sluis uit. Emden zomaar uitvaren was er niet bij. Het wachten was op de Eisenbahnbrücke en de zeesluis, die op vaste tijden draaien. Over een gladde Eems bereikten we aan het eind van de middag Delfzijl en voeren we na de zeesluis door naar de Groevesluis bij Appingedam waar we aan de wachtsteiger hebben overnacht. We lagen er nog maar net of de vrouw van een hengelaar kwam met de vraag of we een snoekbaars wilden hebben. Haar man had hem als eerste gevangen. Het was zijn gewoonte de eerste terug te gooien. Deze snoekbaars had echter een haak in zijn bek die er al langer in gezeten moet hebben en de vis zou volgens de man sowieso overlijden. Daarom de vraag ‘Of we interesse hadden?’. Hij heeft hem

ook nog voor ons schoongemaakt, een maaltje culinair, verse Snoekbaars, gratis ende voor niets. Na het bakken gaven we hem en zijn vrouw een stuk vis ter goedkeuring. Wij smulden van de rest, lekkerste zoetwatervis volgens onze zoon, de schipper.

Inmiddels liggen we weer in Groningen op de vertrouwde plek, de Oosterhaven, waar naast de haven bij het vallen van de duisternis een lachgasfestijn gaande was. We hoorden hoe de ballonnen gevuld werden met lachgas. De plek waar dit allemaal gebeurde lag de volgende dag bezaaid met lege ballonnen.

Als we in Groningen zijn bezoeken we meestal het museum. Daan Roosegaarde bracht met zijn lichtexpositie ‘Presence’ vele kinderen tot verrukking. Kreten van plezier klonken in de grote zaal waar ze met blote voeten door lichtgevende korrels gleden. Fascinerend hoe het opleggen van een hand, een voet of alleen je schaduw op de verschillende voorwerpen en de vloer een naijlende beeld creëerde dat vervolgens langzaam verdween. Op de bovenste verdieping hebben we langdurig een videoinstallatie bekeken van P. Struycken waarbij muziek van Pierre Boulez en Schkrabin met abstracte overvloeiende beelden tot een eenheid waren samengevoegd, eveneens indrukwekkend en betoverend. Tenslotte bezochten we de tentoonstelling over vrouwenkiesrecht die uitgebreid het verloop laat zien van hoe vrouwen rond het begin van de vorige eeuw tegen de heersende normen vochten voor gelijkwaardige rechten.

Groninger Museum, werk van Chihuly leuk object voor aan je muur.

Plan A, plan B, plan C van Cuxhaven naar Wilhelmshaven

De sluis van Wilhelmshaven
Lekker weer op komst in de jachthaven Germania

Cuxhaven. Even na de middag, een half uur na hoogwater gooiden we de trossen los. Wangerooge zou het reisdoel zijn. Ondanks de noordoosten wind en ondanks de ebstroom die we mee hadden was de verwachtte vlakke zee verder de Elbe af niet helemaal zo vlak als we hoopten. We rekenden op een tocht van ongeveer 6-7 uur. 42 mijl. Ter hoogte van de Weser- en de Jademonding in de Duitse bocht, werden de golven onaangenaam waarbij Nine Marit af en toe de horlepiep ging dansen. Liever hadden we een rumba of een Engelse wals gehad, maar dat kun je van te voren niet bestellen. Een onderweg opgehaald weerbericht had het over een windsterkte van Bf 4 in plaats van 2-3. Een Engelse motorboot zagen we afbuigen naar de Jade. Omdat we bij de weersvoorspelling zagen dat het de volgende dag zou gaan onweren met windbuien tot 30-35 knopen stapten we over op plan B, niet naar Wangerooge maar naar Hooksiel aan de Jade. Wel wat verder varen maar de stroom naar binnen zouden we mee hebben. Dat wel, echter de golven bleven van opzij komen, dus nog meer waggel- waggel horlepiep. De flessen en glazen in de kastjes waren met kussentjes gezekerd en zijn allemaal heel gebleven. Wij ook, zonder kussens. Bakboord uit voor de oostpunt van Wangerooge, langs Minseroog naar het zuid-westen. Met 8 knopen, 15-16 km per uur stoven we de Jade op. Een naderend baggervaartuig met in de mast 2 ballen en een ruit ertussen om aan te geven dat hij beperkt manoeuvreerbaar was, ontweken we door ruim aan zijn stuurboordzijde voorbij te varen.

Inmiddels was het bijna 20 uur. Plan B naar de binnenhaven van Hooksiel lukte niet omdat de sluis al dicht was. De buitenhaven was een optie. Nadat we vanwege de doorzettende vloedstroom, als een krab scheef naar binnen waren gevaren, vonden we aanleggen aan de stalen hoge spundwanden geen aantrekkelijk idee. Afmeren langszij één van de twee schepen had gekund als we bereid waren om 2 uur in de nacht op te hoepelen, omdat ze op dat tijdstip zouden vertrekken. Wat overbleef was Plan C, doorvaren naar Wilhelmshaven. We verlieten de haven, in eerste instantie nog flink opzij gezet door de vloedstroom, om naar Wilhelmshaven te varen. 7 mijl met 8 knopen SOG(snelheid over de grond). Langs grote loskades met kranen om containerschepen van hun lading te verlossen, jakkerden we verder terwijl de zon aan zijn laatste stukje naar de horizon begon. Het wateroppervlak van de Jade kwam geleidelijk tot rust en nog geen uur later draaiden we de voorhaven van Wilhelmshaven in. Een uur eerder hadden we de sluis opgeroepen of we erdoor konden. Tot onze verbazing voeren we af op een gigantische sluisdeur van bijna 60 meter breed die zich traag voor ons opende. Voor ons uit lag de op een na grootste sluis ter wereld(Antwerpen is een paar meter langer), 390 meter lang een 62 meter breed. Rechts naast ons een tweede sluis met dezelfde afmeting. Om de sluis zijn werk te laten doen moet je geduld hebben. Al met al voeren we pas 20 minuten later de sluis uit. De zon was onder en het werd al donker. Het vinden van een plek voor de nacht koste wat zoekwerk. Een paar mannen op de kant wat verder in de haven stonden te zwaaien en wenkten ons naar een aanlegplek. In een box van de Hochsee Yachtclub Germania meerden we achterwaarts af geholpen door vele handen. In totaal voeren we 9 uur vanaf Cuxhaven. Een beetje trillerig op de benen en moe doken we het bed in, heel tevreden met wat we hebben gepresteerd.

Nine Marit hebben we een klopje op haar flank gegeven om haar te bedanken voor de veilige overtocht.

Wilhelmshaven is niet de meest inspirerende stad. Aanvankelijk opgezet als een Marinegarnizoen in de tweede helft van de 19 e eeuw is het geleidelijk uitvergroot tot een stad met veel rechte straten. Erg veel kan ik er niet over zeggen omdat we er alleen even doorheen zijn gefietst en een wandeling langs de boulevard maakten. Het maritiem museum, groots opgezet met in de ‘tuin’ aan de waterkant een onderzeeër, een fregat en een torpedojager was het bezoek waard. Een ‘Rundgang’ door de onderzeeër was een aparte ervaring. Overal buizen, kranen, afsluiters en openers van kleppen en ventielen. Bij ieder instrument of iedere hendel stond een bordje met een tekst waarvoor het dient. Een vergissing is zomaar gemaakt. Lijkt me niet handig om diep onder water per ongeluk het gat voor de periscoop open te zetten. Een vrouw die voor ons door de enge pijpenla van de boot liep kreeg het claustrofobisch benauwd.De film ‘das Boot’ geeft een aardige impressie. Mij lijkt het helemaal niets in zo’n ‘onderwater-doodskist’.

De onderzeeër

Het dagje rust in Wilhelmshaven heeft ons goed gedaan. De volgende dag doken we het Ems- Jade Kanal in. Bruggen en sluizen zijn vaak handbediend. Het gaat langzaam, maar ook heel gemoedelijk met uiterst vriendelijke en behulpzame mensen. Landschappelijk een zeer fraai kanaal, al is er hier en daar wat achterstallig onderhoud. Aurich, halverwege het kanaal, is zeer de moeite waard om er een dag te blijven. Goede aanlegmogelijkheden, de eerste nacht is gratis en de jachthaven heeft een mooi toiletgebouw waar als je binnenkomt een muziekje te horen is…..

Deze sluisdeur heeft het moeilijk