Door moerassen en nauwe sluizen

Nee, ik ben geen groot fan van het Hadelner Kanal, de verbinding van Bremerhaven aan de Weser, naar Otterndorf aan de Elbe. Het voormalig moerasgebied waar het kanaal door heen slingert, is een uitnodiging om gestoken te worden door dazen of horzels, waarbij niet ik, maar Nienke meestal de lekkerste is van de aanbiedingen aan boord. Zo geniepig en fluisterstil als ze aanvallen. Pas als ze je prikken heb je door dat ze er zijn. Niet alleen de insecten, maar eveneens de sluisjes van iets meer dan 5 meter doen me de billen samenknijpen bij het naar binnen varen. Gemene uitsteeksels en een lekkende opgehesen sluisdeur, die je schip vervuilt met aanhangende water, planten-troep en een baby-visje dat per ongeluk was mee gelift. Met onze 4.10 meter hebben we niet veel ruimte over als de ballen uithangen. Die rollen dan zo lekker omhoog, als je niet precies het midden houdt bij het in de sluis varen. Langzaam en vooral langzaam, pruts ik de Nine Marit naar binnen, Nienke als begenadigd afduwer op plekken waar het dreigt mis te gaan. Bij het uitvaren neig ik met het zwemplateau alsnog bijna een sluiswand te raken. Diep zuchten en het resultaat evalueren met Nienke helpt om mijn relaxte vaarrust te herstellen. We hebben de eerste twee sluizen waarvan er één een zelfbedienings-sluis is zonder schade genomen.

Veel ondiepe stukken, waar onze meevarende vrienden met hun 1.30 meter stekende schip net over heen kwamen, wisselen af met smalle doorgangen, waar we voor een tegemoet komend schip in de met stenen bezaaide wal moesten klimmen om hem doorgang te verlenen. Ook dat hebben we zonder schade overleefd. Het stuk vaarwater na Bederkesa( dat moet je maar eens een paar keer snel achter elkaar uitspreken als je de klemtoon verkeerd legt) is beslist het aardigste, een breed vaarwater met mooie oude boerderijen op de kant en een afwisselend glooiend landschap. Het kanaal, dat eveneens dienst doet als afwatering voor de omliggende landerijen is daar gemiddeld dieper dan in het westelijke deel.

Nog één hindernis te gaan. De sluis bij Otterndorf, de poort naar de Elbe. De sluis is gebouwd tegen de zeedijk aan en de buitenste sluisdeur hangt zo ongeveer in de dijk. Net als de andere twee sluizen, een sluis met deuren die omhoog gehesen worden. De crux bij deze sluis is dat hij alleen gepasseerd kan worden ongeveer een anderhalf uur voor laag water of anderhalf uur na laag water. Als het water in de Elbe te hoog staat kun je met je schip niet meer door de tunnel in de dijk. Als het water te laag staat aan de buitenkant, kun je prima door de tunnel maar loop je buiten de sluis vast in de geul die door een droogvallend stuk naar de Elbe voert. De sluismeester heeft in zijn hok op de dijk een apparaat staan, waarop precies is af te lezen hoe de waterstand buiten op de Elbe is.

(Voor de kenners: de ‘Eisenbahnbrucke’ is vernieuwd en ligt nu ruim 2.80 meter boven het waterniveau. De sluis Otterndorf gaat dit najaar (nu echt) dicht voor een ingrijpend nieuwbouw-project dat 3 jaar gaat duren. Er kan dan zelfs bij hoog water geschut worden.)

De tunnel die er nu nog is heeft een zodanige bouw (een beetje Romaans gebogen) dat je er gemakkelijk je hoofd stoot, evenals de dakrand van je boot als je nogal breed bent. Ik schreef er al eens eerder over. Het ging deze keer goed en ook daar was mijn zucht van verlichting wel verdiend. Het wijde water van de Elbe op, dat zich in eerste instantie nogal woelig presenteerde. Pas in de buurt van Brunsbüttel vlakte het water wat af.

3 uur en een kwartier later meerden we af in Glückstadt in de buitenhaven, Glückstadt spreek ik per ongeluk steeds uit als Duckstad, waarover ik in mijn favoriete weekblad als jochie de belevenissen van een eend en zijn neefjes las.

Glückstadt is gesticht door Christian IV van Denemarken. De Denen waren in de 16e en de 17 e eeuw nogal tuk op landje veroveren. Zuid Zweden is lang in Deense handen geweest, evenals delen van Noorwegen. Groenland is nog steeds Deens grondgebied.

Het stadje Glückstadt is op voorschrift van Christian lV gebouwd volgens een polygonaal (veelhoekig) model. Een marktplaats in het midden en straten met woningen als spaken in een wiel uitstralend naar de vestingwal die om de stad lag. Over de haven lag een klapbrug die het kasteel verbond met het stadje en de kerk, waar de koning zijn dagelijkse gebeden kon prevelen.

Later werd Glückstadt een belangrijk centrum voor de haringvangst. De ‘Matjes’ worden er heden ten dage in zowat ieder restaurant als specialiteit aangeboden. Rolmopsen, maar dan uitgerold in allerhande zoete of zure sausjes die met ’Bratkartoffeln en Salat’ geserveerd worden.

Met het opkomende tij zijn we in de middag verder de Elbe opgevaren. Stroom mee en af en toe opsturend om een bult golven van snel voorbij varende grote containerschepen te beklimmen.

Prachtig weer op een overigens gladde Elbe. Mooie oevers en lekker de gang er in met 7-8 knopen bij een laag toerental van de motor. Morgen vroeg op om met opkomend tij op te stomen naar Hamburg en de eerste sluis bij Geesthacht……

Het happy hour moest even wachten voordat we tegen 18 uur afmeerden in Wedel een grote haven die niet droogvalt een paar kilometer voor Hamburg.

Onbekend's avatar

Auteur: Rob en Nienke Peters

Gepensioneerd echtpaar dat met respectievelijk hun zeilschip en hun motorboot voer naar bij voorkeur Noordelijke bestemmingen, Oostzee en de binnenlandse wateren van Europa. Sinds de verkoop van de motorboot, eind 2023, maken ze per Camper reizen door Europa.

Plaats een reactie