Over babyfazanten, glad water en Fejø


Eindelijk transformeren de vlaggen in de haven van drukke baasjes in slome hangers. Het heeft stevig gewaaid. De wolken, donker en grijs, joegen voort als een paar herten achterna gezeten door een roedel wolven. We merken dat de temperatuur aangenamer wordt. Voor morgen zal de wind het voor gezien houden. Al is het tijdelijk. Het weergat gaan we benutten om naar het westen te varen. Eén van de eilanden trekt ons het meest. Of er plek is moeten we afwachten. We hebben een plan B voor het geval de haven vol is op Fejø. 

Als ik Bo ‘s morgens uitlaat zie ik de twee vaste gasten van het haventerrein alweer gebroederlijk naast elkaar op een bankje zitten. Ze hebben allebei een hond, die luid keffend tegen Bo tekeer gaan. De mannen zwaaien me vriendelijk toe, het blikje bier paraat naast zich op de grond. Ik versta niets van wat ze brallen, maar ze lijken het goed naar hun zin te hebben. Vissers, gekleed in felgele pakken zijn bezig hun netten te boeten en de vuilnisman leegt de vuilcontainers in zijn aanhangwagen. De lokale ‘Købmand’ eigenaar duwt de geleverde verse waren op een rek van de vrachtauto naar de winkel. Het dorpsleven beschouwend, vraag ik me af of ik in dit leven zou kunnen aarden. Zou ik dagelijkse herhaalde bezigheden als voldoende inspirerend kunnen ervaren?

De afgelopen dagen hebben we de bossen achter Kalvehave verkend. Het is een zeer gevarieerd bos met veel hoogteverschillen en een rijke afwisseling in bomen en beplanting. Terwijl we een opvallend lange beuk bewonderden, stopt een zwarte pick-up naast ons op het brede bospad. Een jonge blonde man, enigszins blozend, spreekt ons aan. ‘De hond moet aangelijnd zijn”, wijzend op Bo die rustig naast ons staat. Hij is jager en vertegenwoordigt de jachtvereniging in dit bos. Hij wijst naar een pad achter ons en vraagt ons of we niet gezien hebben dat mannen daar bezig zijn een kindercrèche te maken voor baby fazanten? ‘Hoezo baby-fazanten?’ Vraag ik belangstellend. ‘Die worden daar opgekweekt voor de jacht’ is de uitleg. ‘Dus jullie fokken fazanten om ze later af te knallen’, zeg ik. ‘Inderdaad’, nog meer blozend alsof hij zich er ook wat voor schaamt. ‘Maar wat heeft dat met ons loslopende hondje te maken die een padloper is en nooit achter wild aan gaat’.‘ Er is ook ander wild dat niet opgeschrikt mag worden’. Ik maak de afspraak met hem dat Bo nu aangelijnd wordt en dat ik als hij met zijn Picknick-up uit het zicht is Bo weer los laat lopen. Wat van zijn stuk gebracht door dit voorstel knikt hij aarzelend met een scheef lachje. Zijn laatste opmerking was iets van ‘dat de hond dan wel op het pad moest blijven’. Vriendelijk namen we afscheid van deze ‘wildbehoeder’. 

De volgende dag. 

7 uur zou de wekker gaan maar ik werd als gebruikelijk eerder wakker. We wilden gebruik maken van de voorspelde windstille ochtend. 7.30 uur gooien we de trossen los. De zon schijnt en alleen een lichte rimpeling op het water laat zien dat de weergoden ons goed gezind zijn. In 5-6 uren zullen we naar Fejø varen. Onderweg krijgen we een discussie over hoe we een westkardinaal aan het begin dan een betonde geul moeten passeren als je al in westelijke richting vaart. We komen er niet helemaal uit en zetten op de kaart een cirkeltje om de boei, met een vraagteken. Eenmaal door de rinne( bebakende geul) komen we opnieuw voor een probleempje. We willen onder de lange grote brug ten westen van Vordingborg door. Als we dichterbij komen zien we overal het bekende rood-wit-rood bordje op de 14 overspanningen staan, verboden om eronder door te varen. We duiken allebei op de kaart, en inderdaad er staat een waarschuwing met verwijzing naar een tekst opzij in de kaart. Er blijken van onder de overspanningen soms brokken beton naar beneden te vallen, en dat is niet prettig voor je scheepje of je eigen dakpan. Door de middelste overspanning mag je wel door varen en inderdaad daar staan geen verbodsborden. Probleem opgelost. De stuurautomaat aan en de koerslijn die ik van te voren had uitgezet weer aansturen en volgen. Een schitterende tocht, die ons deed denken aan de oversteek van het zuidelijke Kattegat vorig jaar. 

Dybvig havn is een piepklein haventje op Fejø. Het eiland staat bekend om zijn fruitbomen. Heel Denemarken eet er de appels, peren en pruimen van. Een deel van de oogst wordt naar de rest van Europa geëxporteerd. Op de gratis te gebruiken fietsen bij de haven, verkennen we het eiland. Glooiende graanvelden, beschutte boomgaarden en heel veel stukken gevarieerde bossen. Af en toe een mooie oude boerderij of een huis in oud Deense stijl met de dakbedekking, strodak met gekruiste nok-latten.  Rond zes uur komt de havenmeester aan boord. Onder het genot van een klein glaasje liggeld-verlagende Beerenburg vertelt hij honderduit wat er allemaal op het eiland te beleven is. Hij vond de ‘thee’ erg gezond-makend smaken.  Niet eerder zijn we zo gastvrij en persoonlijk ingelicht door een havenmeester die het liggeld zelf komt innen in plaats van dat we de gebruikelijk automaat moeten spekken. 

Weer waait het stevig, weer uit het westen. De vaargasten van het bootje voor ons en de tuinmannen op de haven zijn aan de koffie en het bier. Wij gaan aan de koffie met de rest van het gebak dat over is van gisteren…..

Onbekend's avatar

Auteur: Rob en Nienke Peters

Gepensioneerd echtpaar dat met respectievelijk hun zeilschip en hun motorboot voer naar bij voorkeur Noordelijke bestemmingen, Oostzee en de binnenlandse wateren van Europa. Sinds de verkoop van de motorboot, eind 2023, maken ze per Camper reizen door Europa.

Plaats een reactie