
Zondag.Mooi weer, een beetje broeierig en een stevige bries. ‘Kalvehave’ is de wonderlijke naam van deze plek. Een kalf heb ik bij deze haven in de Stegebugt niet gezien. Ook niet als standbeeld. Wel een zooi hondjes in meerdere formaten. Grotere huisdieren, paarden, rendieren, elanden? Nou nee.
We liggen als een spin in zijn web, met gekruiste landvasten tussen de palen, stevig vast. Morgen en overmorgen wordt een aantrekkende wind uit het westen van ruim 6 Bft verwacht.
Kalvehave is een haventje aan de zuidkust van Sjælland. Vlakbij het eiland Møn met zijn fraaie krijtrotsen, minder hoog dan die van Dover, maar zeker zo indrukwekkend. Vanaf onze ligplaats kijken we naar de rug van deze rotsformatie. Het is eigenlijk niet meer dan een verhoging in het landschap aan de overkant van het water. We zijn dol op dit landschap. Vorig jaar waren we al enthousiast over Møn. Dat wat we hier tot nu gezien hebben kan ermee wedijveren. Dat weten de Denen ook, want het dorpje Kalvehave is, behalve dat er slechts één winkel, een haven en een groot hotel is, met name een pleisterplaats voor welgestelden uit Kopenhagen. Hun ‘vakantie hutjes’ lijken meer gebouwd te zijn voor permanente bewoning. Wat misschien ook wel voor een deel zo is. De omgeving is van een lieflijke schoonheid. Vooral langs de zeekant is het goed toeven. Er wordt gewandeld, de hondjes ‘keurig aangelijnd’. Kinderen en volwassenen badderen in zee vanaf lange in zee gestoken steigers. De barbecues staan overal te roken met daarop het vakantie-basisvoedsel van de gemiddelde Deen, de worst. De Duitsers kunnen er nog wat van leren. De worsten die hier in de koeling bij het supermarktje van Brugsen liggen zijn bleek, lijkbleek zou ik zeggen. Levenloos liggen ze dicht tegen elkaar. Ze schijnen gemakkelijk aan te branden. De heren die de barbecue bemannen, betuttelen constant de worsten om een egale bruining te verkrijgen. In een lange rij staan de gasten van de zeilclub, een aluminiumfolie bord in de hand, klaar om een gegrilde worst te scoren. Het schijnt dat je in Denemarken rustig kunt aanschuiven en je meegebrachte worsten op de barbecue kunt leggen tussen de worsten van de reeds aanwezigen.
Plaatsvervangend voor de worst, geef ik een zalm-recept voor op de Cobb, een handig grill-apparaat, met een bol-ronde hoed, waarop je behalve grillen ook van alles in kunt roken.
Benodigdheden:
Een paar stukken verse zalm van ongeveer 150 gram per persoon.
Grof zeezout, peper.
Eventueel wat Italiaanse kruiden.
Een beetje olijfolie.
Bereiding:
Bedek de zalmmoten met grof zeezout en laat een 1/2 tot 3/4 uur intrekken. Het zout trekt water uit de zalm. Afspoelen en droog deppen. Licht insmeren met wat olijfolie( tegen het plakken) Peper en eventueel kruiden erop.
De Cobb voorbereiden door de coblestone of de briketten (9-10 stuks) in het korfje aan te steken. Als de stone of de briketten wit gloeien leg je er een envelop van aluminiumfolie op waarin een handje, 1/3 kopje houtsnippers of rookmot. Goed dichtvouwen tot een plat geheel van ongeveer 15 cm in het vierkant. Met een pin of scherp mes prik je er één klein gaatje in. Dan de geperforeerde grill plaat erop en het rekje dat er bovenop past. Daar komen de moten zalm op te liggen. Deksel erop en wachten tot het roken begint. Ik denk dat 15 a 20 minuten nodig is om de zalm à point te krijgen. Dan is hij lichtbruin van kleur en er liggen fijne vochtparels op en de structuur voelt veerkrachtig aan. Daarbij eten we meestal een stuk stokbrood, of jonge gekookte aardappelen in de schil en een bak sla. Lekkerder zalm bestaat niet!
Vandaag, maandag, huilt de wind, Bft 6 met uitschieters van Bft 7. De masten van de zeilboten in de haven zwaaien ongeordend heen en weer en dreigen elkaar soms te raken. Nine Marit wiegt ons zacht in de box, een slaapliedje zou er goed bij passen…..
